Sport

Iepe

Waarom wordt er op kunstacademies geen gymnastiek of sportles gegeven? De schoonheid heeft al sinds enkele decennia haar gezicht verbrand en moet met haar strokartonnen billen op de landbouwplastic blaren zitten. Ondanks grensverschuivingen en branchevervagingen die ertoe leidden dat geen enkel materiaal en geen enkele bron nog te min was voor de kunstenaar, krijgt de sport nauwelijks bezoek van de Muze BV.
Kunst en sport gaan moeizaam samen. We denken al snel aan slechte schilderijen in schelle kleuren van dynamische sportmomenten die dan zijn verstild op het doek. (Andersom is het overigens ook armoe troef: ondanks pleidooien voor gekunsteld wielrennen en dada-kunstrijden op de schaats zit er weinig schot in.)
Maar er is hoop: Iepe Rubingh.
Iepe Rubingh is voorzitter van een wereldsportbond, de WCBO – als je het snel zegt, valt je bijna niet op dat er iets vreemds mee is, maar dat is er wél. De gemiddelde medemens ervaart toch enige Verfremdung bij de naam van een geheel nieuwe sport die bestaat uit twee delen die hem beide zeer vertrouwd zijn maar die een combinatie vormen waar toch even over moet worden nagedacht.
De Wereldschaakboksorganisatie wil de schaakbokssport over de wereld verspreiden. Terecht! Er worden altijd weer nieuwe sporten bedacht, of in elk geval wordt geprobeerd om ze te bedenken, maar de vondsten hebben zelden de kracht om definitief door te breken. Dankzij Iepe Rubingh hebben we nu een bewijs dat het wél kan: een nieuwe sport bedenken. Weliswaar bestaande uit, en ook genoemd naar, twee bekende sporten, maar het is nu eenmaal zo dat in een overvolle cultuur waarin alles er is, men nauwelijks iets kan bedenken dat volkomen oorspronkelijk is. Combineren, juxtaponeren en extrapoleren, derhalve.
Iepe Rubingh, uit 1974, is kunstenaar. Hij woont en werkt in Berlijn. Goed werk maakt hij. Ontregelend en vervreemdend en provocerend en grappig. Met politielinten op kruispunten in Tokio creëerde hij enorme verkeersopstoppingen (en werd gearresteerd en pas dagen en dagen later weer vrijgelaten). In Berlijn bouwde hij een muur opnieuw op als protest tegen de afbraak van de Oude en de gevolgen daarvan.
Maar dus ook schaakboksen. Dat gaat eigenlijk zoals je je het voorstelt. De schaakboksers zitten in een ring tegenover elkaar aan het schaakbord. Ze schaken eerst, vier minuten lang. Daarna volgt een boksronde van drie minuten. De wedstrijd, maximaal elf ronden, eindigt als iemand knock-out wordt geslagen, als iemand schaakmat wordt gezet of wanneer een van de spelers de tijd overschrijdt. Schaken doen ze maximaal zes keer, boksen vijf.
Het motto van de WCBO is: ‘Vechten doe je in de ring, en oorlog voer je op het bord’. Schaakboksen is de ultieme combinatie van strijden met de geest en strijden met het lichaam.
De eerste wereldkampioen schaakboksen veroverde de titel in 2003. Voor zevenhonderd uitzinnige toeschouwers was het Iepe ‘The Joker’ Rubingh zelf die het goud omgehangen kreeg. In de finale speelde hij een slordige Siciliaanse opening, kwam in een slechte positie, maar maakte door een vlijmscherpe rechtse directe in de tweede ronde iets van de achterstand goed. Uiteindelijk won hij door een ultieme balans tussen lichaam en geest, anima sana in corpore sano.
Schaken en boksen zijn in de grond niet zo verschillend. Je kunt je tegenstander recht aankijken, je moet vooruitdenken, je kunt psychologisch oorlog voeren, en je moet vooral heel precies zijn. Een beetje om je heen staan maaien, daar schiet je niets mee op, net zo min als met slordig Siciliaans openen en te snel dames offeren zonder na te denken.
Het is dus weer de kunst waar de sport frisse impulsen vandaan haalt. (Wie schaakbokser wil worden kan zich aanmelden bij de organisatie: www.wcbo.org.)
Geef Iepe Rubingh heel veel subsidie. Dan kunnen we straks ook nog damworstelen, curlingbridgen, gewichthefzwemmen, verspringhandballen, hoogspringhockeyen, wielrenspeerwerpen, wildwaterkanolangeafstandslopen, hinkstapspringkunstrijdenopdeschaats en polsstokhoogspringrolstoelbasketballen op de koop toe.
En jullie, beste Rietveld-jongens en
-meisjes, hup naar de gymles!