William Trevor, Het verhaal van Lucy Gault

Ierse ballingen

Net als in eerder werk van William Trevor trekken de hoofdrolspelers zich ook in zijn nieuwste roman door het lot of het toeval terug in allerlei vormen van ballingschap. Maar Trevor neemt geen genoegen met «toeval» om de gedragingen van zijn figuren te duiden.

Sinds Ulysses (1922) van James Joyce is ballingschap als thema in de Ierse literatuur niet meer weg te denken. Zoals ook Ierse familiegeschiedenissen in romans en verhalen hopeloos verweven raken met de gewelddadige Ierse historie, met als hoogtepunt de Sinn Fein-Paasopstand van 1916, een mislukte revolte die achteraf (dankzij een handvol martelaren) toch de inleiding bleek te zijn tot de uiteindelijke zelfstandigheid van Ierland. Eindelijk los van kolonisator Engeland.

Het is daarom niet onbelangrijk als een Ierse roman al in de eerste zin een datum vermeldt, in het geval van William Trevors Het verhaal van Lucy Gault is dat de nacht van 21 juni 1921. In die nacht verwondt Everard Gault, ex-kapitein in het Engelse leger, op zijn Ierse landgoed Lahardane een van de jonge Ierse nationalisten die het gemunt hebben op zijn bezit. Ierland staat dan aan de rand van een korte maar heftige burgeroorlog.

De guerrilla tussen Sinn Fein/Ira onder leiding van Michael Collins en de Engelse Black and Tans is uitgelopen op een wapenstilstand. De gematigde Collins heeft, tegen de zin van de principiële De Valera, een verdrag met Engeland afgesloten waarin hij Ulster opgeeft ten gunste van een Ierse Vrijstaat in het Zuiden. De Valera’s radicalen willen de onafhankelijkheid van heel Ierland. Een burgeroorlog (1922-1923) is het bloedige gevolg. Tegen die achtergrond besluit ex-kapitein Gault in Het verhaal van Lucy Gault met zijn vrouw Ierland te verlaten en in Zwitserland en Italië in ballingschap te gaan. «De verbanning maakt deel van ons uit.»

De tragiek van Ierland is de tragiek van de familie Gault. Het achtjarige dochtertje Lucy wil niet weg. Op een onbewaakt moment verdwijnt ze in het zee- en boslandschap van West-Ierland. Het is toeval en geen wraak die het lot van de Gaults bezegelt. De ouders trekken aan de hand van een kindersandaal tussen de rotsen aan de kust («een doorweekt beeld van de dood») de voorbarige conclusie dat hun kind is verdronken. Als Lucy door personeel wordt gevonden, is het door Europa reizende echtpaar onbereikbaar.

Het landgoed Lahardane, waarin de eenzame en zwijgzame Lucy zich als «ballinge» terugtrekt, is hardhandig door de geschiedenis aangeraakt. Niet voor het eerst in het imposante oeuvre van William Trevor wordt een geïsoleerd landgoed belaagd: in Nights at the Alexandra (1987) strijkt een oudere Duitser en zijn veel jongere Engelse (doodzieke) vrouw neer op een Iers landgoed, op de vlucht voor de Tweede Wereldoorlog en zich teweerstellend tegen Ierse dorpsvooroordelen; in Death in Summer (1998) trekt een door dood en kidnapping geteisterde weduwe zich terug op haar landgoed, een verschansing tegen de boze buitenwereld vol ontspoorden die met hun (seksuele) verlangens geen raad weten. De verhalen hangen als spoken rond de familiehuizen.

Dat is de wereld van de typische Trevor-protagonist: door het lot of het toeval trekken de hoofdrolspelers zich terug in allerlei vormen van ballingschap: buitenland, geestelijk isolement, maatschappelijke zelfkant. Smart en verdriet om verlies verbindt én scheidt.

Lucy blijft in Het verhaal van Lucy Gault achter op het geïsoleerde Ierse landgoed en wacht en hoopt, als een protestantse heilige maagd. Het toeval wil dat de jongeman Ralph op haar pad komt, maar ook die liefdesband houdt geen stand. Haar wachten vol gepieker schept «een verkillende mist», haar ballingschap kan niet worden opgeheven. Het is de door vader Gault verwonde jongeman die via verrassende omwegen terugkeert naar het landgoed. Met hem, die uiteindelijk in een gesticht terechtkomt, smeedt Lucy een band die buiten het verstand ligt. Lucy blijft onbereikbaar voor haar naasten, maar voor de man «die van alles de schuld was» maakt ze een uitzondering. Zijn terugkeer uit het verleden in haar desolate heden viel met niets te rijmen, was onbegrijpelijk, vormde geen onderdeel van een logisch patroon.

Het verloop van Trevors verhalen simpelweg terugbrengen tot een gril of de speling van het lot, dat ook romans beheerst als Death in Summer en Felicia’s Journey (1994, over een zwanger Iers meisje dat in Engeland haar vriend zoekt en bijna slachtoffer wordt van een jonge-meisjesjager met moedercomplex en soldatenverlangen), is onbevredigend. Er is meer aan de hand. Als liefde Trevors hoofdthema is, dan uit die liefde zich in zijn romans steevast onredelijk als ze hongert en dorst, dan ontpopt ze zich als een kannibale die zich koestert in waanbeelden of mythen. William Trevor neemt geen genoegen met «toeval» om de gedragingen van zijn figuren te duiden. En Lucy weet ook dat er meer is. Het is te gemakkelijk om de raadsels en de onverwachte wendingen in het menselijke bestaan af te doen met dat ene woordje «toeval».

Het verhaal van Lucy Gault, het hele oeuvre van William Trevor, zit vol onverklaarbare verschijnselen. Als een non in ballingschap heeft Lucy zich teruggetrokken in haar klooster. En een non gelooft eerder in het mysterie dan in een prozaïsche samenloop van omstandigheden. De Trevor-lezer weet: ontneem het woud zijn mysterie en er blijft alleen kaphout over; ontneem de zee haar raadselachtige verhalen en er blijft louter deinend zout water over.

William Trevor

Het verhaal van Lucy Gault

Vertaald door Miebeth van Horn

Uitg. Meulenhoff, 280 blz., € 19,50