Toneel: ‘Antibodies’

Iets eeuwigs en onveranderlijks

Suzan Boogaerdt in Antibodies © Sanne Peper

De noodzaak van afstand en isolatie berooft het theater momenteel van zijn sterkste punt: de troost van de fysieke nabijheid. Voor theatermakersduo Boogaerdt & Van der Schoot is dat geen onoverkomelijk probleem. In de wonderlijke creaties van deze twee vrouwen is de mens altijd al een geïsoleerd wezen, dat zich hoogstens bij anderen voegt in verstilde, geposeerde taferelen waarbij niemand elkaar aanraakt. In Antibodies bevindt de enige performer zich de hele voorstelling lang in een hoge kolom van plexiglas. De toeschouwers zitten daaromheen, op gepaste afstand, dichterbij op kussentjes en verder weg op bankjes. Ze zijn ook nog van elkaar gescheiden door projectieschermen die als middeleeuwse banieren de doorzichtige kolom omkransen.

Toch had dit ook zonder corona de performance kunnen zijn waar Suzan Boogaerdt en Bianca van der Schoot hun Theater Rotterdam-trilogie Future Fossils mee zouden afsluiten. Het vorige deel (Botanical Wasteland) speelde zich af in een terrarium dat het publiek van buitenaf bezichtigde. En de titel Antibodies slaat in deze beeldende performance niet op virussen en afweersystemen. In dromerige handelingen verhoudt de tentoongestelde vrouw zich tot haar eigen levenscyclus. Gemaskerd met een bevroren versie van haar eigen gezicht is Suzan Boogaerdt zo’n typische geabstraheerde vrouwenfiguur uit het universum van het duo: een verwonderd personage dat afkomstig lijkt uit een televisiesoap of een computerspel. Licht onthand staat ze op het podium, zinderend van de energie die in haar lichaam broeit, maar gedreven door mechanismen die haar individualiteit overstijgen. De vragen die de vrouw zichzelf hardop stelt, klinken als opdrachten voor een internetzoekmachine, en gaan over allerlei trivialiteiten. Ze wekt een morsige, sliertige pop tot leven, die het tegenbeeld is van haar cleane verschijning. Daaruit peutert ze een poppenbaby tevoorschijn. Ze geeft de baby ogen, zet deze op haar schoot, maar de intieme uitwisseling tussen moeder en kind bestaat uit een wezenloos echoën van elkaars gelach.

De continue voortgang in dit alles toont de gebeurtenissen als voorbijgaande stadia. De inmiddels uit elkaar gereten baarpop en het kind worden uiteindelijk door de vrouw aan kabels hoog de kolom in getrokken, waar de resten van haar vruchtbare bestaan buiten haar bereik in de lucht hangen. Een tastbare, organische versie van een virtuele cloud. Wat de vrouw daarna kreunend baart is een hoop modderige aarde, die zij ook van ogen voorziet, en die als een zielsherinnering achterblijft nadat zij weer uit de kolom is verdwenen. Een sinistere soundscape van Wessel Schrik met operagezang van sopraan Sterre Konijn begeleidt dit geheimzinnige ritueel. En op de projectieschermen keert steeds het beeld terug van een lichaamloze vrouwelijke totem, die iets eeuwigs en onveranderlijks oproept.

De overkoepelende vraag van Future Fossils naar wat er nog menselijk is als de mens niet het centrum is van het bestaan krijgt in dit derde deel een antwoord dat op een ongrijpbare manier troostend is. Hoe vervreemd we ook zijn van onze natuur, we zijn onderdeel van en onderhavig aan een levenskracht die door ons heen raast en die in onze lichamen uitwoekert. Misschien toch wel als virus waar geen afweer tegen bestaat.


Tot eind november op tournee; theaterrotterdam.nl