Iets nieuws onder de zon

De Pet Shop Boys waren de afgelopen week in Nederland. Over twee tegendraadse muzikanten, die van de huidige popmuziek een lage dunk hebben en graag samenwerken met kunstenaars uit andere disciplines.

‘HOE GEKKER HOE beter’, zo luidt het adagium van het Britse duo de Pet Shop Boys, dat dit jaar zijn vijftienjarig bestaan viert. 'Hoe meer het lijkt alsof we van een andere planeet komen, hoe beter. We hebben veel van David Bowie geleerd.’
Ook aan de vooravond van hun meest recente tournee - de show Somewhere die afgelopen week in Nederland te zien was - trokken de twee musici alle registers open. Voor de obligate interviews voorafgaand aan de tour kozen ze een buitenissige plek: een vervallen hotel in victoriaanse stijl in het Londense King’s Cross. Het gevolg was dat elke journalist zich in bochten wrong om deze wonderlijke entourage onder woorden te brengen: de vergane glorie, de gammele trappen, de stijlvolle kamers, de televisiemonitoren waarop de nieuwste videoclip te zien was en de vervaarlijk blaffende honden die ergens in het huis zaten opgesloten (wat in werkelijkheid een tape met geblaf was om zo de naam van de groep eer aan te doen).
Het optreden begint met een videoprojectie van de twee musici: op een groot brandscherm zien we de uitgestreken Britse smoelwerken langzaam ronddraaien. Het is de opmaat voor een even geserreerd concert, waarbij de onderkoelde zanger geen stap te veel doet. Zelfs bij een swingend nummer als 'Discoteca Boy’ staat hij stokstijf - als een living statue. De fysieke aspecten van de show laat hij over aan de background vocals, vier zwarte zangers. Dit gestileerde gedrag verhindert niet dat het publiek in het Haagse Congresgebouw als één man overeind komt bij het groovy 'New York City Boy’.
'WE HOUDEN ERVAN onze eigen wereld te scheppen, het tegenovergestelde te doen van waar anderen mee bezig zijn - dat is altijd een goed uitgangspunt’, zo benadrukte zanger en tekstschrijver Neil Tennant enkele maanden geleden nog eens. Maar dat de Pet Shop Boys niet een popgroep is als alle andere, is niet alleen een welbewuste keuze. Er zullen weinig popsterren zijn die, gevraagd naar de inhoud van hun reiskoffer, als favoriet een recente biografie van Francis Wheen over Karl Marx noemen.
Neil Tennant (45), van huis uit historicus, is de intellectuele dandy van het tweetal. Hij staat bekend als verzamelaar van prerafaëlitische en hedendaagse kunst, in het bezit van werk van onder anderen de omstreden Damien Hirst. Issaye Miyaki is zijn favoriete kledingontwerper, wat niet wegneemt dat hij zich ook vaak in Armani- en Versace-pakken hult, en zijn exquis ingerichte woning werd onder de loep genomen in Elle Decoration.
Toetsenist Chris Lowe, afkomstig uit een muzikantenfamilie en voormalig architectuurstudent, is meer een uitgaanstype - een onderwerp waarover hij door de pers uit den treuren wordt doorgezaagd.
De provocerende houding van de Pet Shop Boys, gecombineerd met een pesterige humor, heeft gemaakt dat de groep vanaf het directe begin het etiket 'ironisch’ kreeg opgeplakt. Zo noemden ze ooit een album Please omdat het makkelijk is om in de winkel te zeggen: 'Mag ik het nieuwe album van de Pet Shop Boys, please?’ De neiging om in tekst en muziek over the top te willen gaan heeft zonder meer een ironisch effect. Toch zijn de Pet Shop Boys allesbehalve gelukkig met dit stempel. Tennant: 'Ironie is iets van de jaren negentig, en was van het begin af aan in onze muziek aanwezig. Maar toen groepen als Blur en Pulp opkwamen en dat tot een uiterste dreven, hebben wij de ironie losgelaten. Eigenlijk hebben we maar weinig ironische liedjes gemaakt zoals Let’s Make Lots of Money. Het is verontrustend als mensen er alleen maar op letten of iets heel slim en doordacht gemaakt is. Het is belangrijker dat muziek soul heeft. Ik denk dat onze slimheid nu en dan overschat wordt.’
Een feit is dat de Pet Shop Boys met beide benen in de maatschappij staan. Ook al beslaan liefdesliedjes een groot deel van het repertoire ('Liefdesverdriet is een gemoedstoestand die interessant is om over te schrijven. Geluk is spreekwoordelijk moeilijk om iets zinnigs over te zeggen’), de teksten van Neil Tennant beslaan ook onderwerpen als aids ('It Couldn’t Happen Here’), modeverschijnselen ('She’s made you some laughing stock/ because you dance to disco and you don’t like rock’) en politiek. In 'DJ Culture’ reageert Tennant op de propagandamachine tijdens de Golfoorlog. Hij meent dat de retoriek die toen door politici en legerwoordvoerders werd gebezigd rechtstreeks ontleend werd aan de Tweede Wereldoorlog: George Bush gebruikte letterlijke citaten van Churchill.
SLIM EN eigengereid als ze zijn, de Pet Shop Boys genieten wel degelijk van het commerciële succes dat ze hebben. De kaartjes voor hun optreden onlangs in The Hammerstein Ballroom in New York waren in twintig minuten uitverkocht, in de loop der jaren gingen er 28 miljoen platen over de toonbank en hun huidige hit 'New York City Boy’ is de 31ste single die de toptwintig haalt. Een kleine rekensom leert dus dat de Pet Shop Boys twee hits per jaar scoren. Showbusiness is het sleutelwoord. Ze zien zichzelf als professionals die een goede show moeten afleveren: 'You just want everyone to go: “Wow”!’
Van de nieuwe show is moeilijk te zeggen dat hij overweldigend is. Ook bij het professionele gehalte kun je een vraagteken zetten. Weliswaar maken de zorgvuldige regie, de geraffineerde lichtshow, de smaakvolle visuals en excentrieke kostuums duidelijk dat over elk aspect van de voorstelling is nagedacht - en soms worden er theatrale middelen aangewend die je zelden ziet in de popmuziek, zoals bij het slot van 'New York City Boy’, waar iedereen op het podium in een grillige freeze verstart totdat het volgende nummer begint - maar het geluid is zo belabberd afgesteld dat je de bassen letterlijk door je haren voelt blazen en bij stevige beats naar adem moet happen. Deze grauwe dreun laat van de muziek weinig heel, zodat het optreden een ietwat zinloos karakter krijgt. Maar liever thuis de radio, tv of cd-speler aan.
Tennant: 'We schamen ons er niet voor dat we het leuk vinden om hits te hebben, omdat we vinden dat onze hits geen doorsnee topveertig-nummers zijn. Het is geen plastic popformule.’ Dit is een onderwerp dat de Pet Shop Boys hoog zit. Van de huidige popmuziek hebben ze bepaald geen hoge dunk. In een Argentijns tijdschrift formuleerde Tennant het zo: 'Popmuziek maakt de ergste crisis ooit door. De muziekindustrie heeft geleid tot een fabriek van gezichtloze producten. De artiesten zelf doen daar niets tegen. Ze hebben geen ideologie omdat ze niet voor pretentieus willen worden versleten. Ze zijn bang zich belachelijk te maken. Iedereen probeert zo gewoon mogelijk te doen.’
WAARIN ONDERSCHEIDEN de Pet Shop Boys zich van de rest? 'In de jaren negentig hebben we ons gekeerd tegen alles waar rock voor stond: grunge, retro, chauvinisme, Oasis, gitaren…’ betoogt Tennant. Dansmuziek - disco en dance - is van oudsher het universum van de Pet Shop Boys. Maar ook dat werd volgens de zanger vaak in het verkeerde kader geplaatst: 'Wij worden altijd geassocieerd met de jaren tachtig, met groepen als Spandau Ballet, Frankie Goes to Hollywood en Duran Duran, maar dat is niet juist. Die groepen waren erg barok en opgedirkt, met veel versieringen en make-up, terwijl wij ons juist uiterst minimalistisch presenteerden. Dat was het begin van wat later de dance-muziek zou worden. Zoals de jaren zeventig eigenlijk in 1967 begonnen, zo begonnen de jaren negentig al in 1987.’
Het doel dat de Pet Shop Boys zichzelf stellen is niets meer en niets minder dan steeds weer iets nieuws verzinnen. In het begin van hun muzikale carrière betekende dat een fusie van verschillende dansstijlen.
Een uitgesproken poging om geen platgetreden paden te bewandelen is de samenwerking met kunstenaars van divers pluimage. Met name de cineast Derek Jarman had veel invloed op hen. Hij regisseerde hun eerste show vanuit het idee dat popmuziek en theater geen gescheiden werelden zijn, maar dat in wezen alle popmuziek theater is. Via Jarman kwamen de Pet Shop Boys in contact met David Alden en David Fielding, twee regisseurs van de English National Opera, die de volgende show (Performance) onder handen namen.
Vanaf dat moment zetten de twee de deuren open voor kunstenaars uit andere disciplines, zoals videokunstenaar Sam Taylor-Wood en regisseur Bruce Weber, die de videoclip 'Being Boring’ voor zijn rekening nam. Voor de twee musici gaat het om een andere manier van denken die deze gasten met zich meebrengen. De spanning die dat oplevert kan heel vruchtbaar zijn, meent Tennant, hoewel hij zich nog herinnert dat de lichtontwerper van Performance vijf weken wilde repeteren maar in plaats daarvan drie dagen kreeg. 'De eerste helft van de tour zag je niet veel’, moest hij toegeven.
DE VOLGENDE verrassing die de Pet Shop Boys in petto hebben is een musical op een libretto van de Engelse tekstschrijver Jonathan Harvey, die over een jaar in het National Theatre in Londen in première moet gaan. Ook hier leggen de Pet Shop Boys de lat hoger dan gebruikelijk is. Tennant huivert van de 'slappe muziek’ waar mee een musical vaak gepaard gaat. Zijn voorbeelden zijn de musicals uit de jaren dertig en veertig, van componisten als Cole Porter en George Gershwin, waarin elk nummer staat als een huis.
De nieuwe cd Nightlife is uiterst representatief voor de Pet Shop Boys, hoewel de muziek meer dan ooit neigt naar de huidige dance in plaats van de vroegere disco. De grote gevarieerdheid van de nummers is te danken aan het feit dat Tennant en Lowe met drie verschillende producers hebben gewerkt - David Morales, Rollo en Craig Armstrong. Voor de toekomst heeft Tennant de roemruchte Dr. Dre als producer op zijn verlanglijstje staan.
MAAR OOK AL willen de Pet Shop boys zich zo graag elke keer weer vernieuwen, hun handelsmerk is juist een zeer eigen, herkenbare stijl. Een gemiddeld nummer bestaat uit een levenslustig up-tempo-ritme, een pakkende melodie en een scherpe tekst. Toch is het door en door melancholische muziek. De lichtvoetige synthesizerstijl van Chris Lowe en de intieme stem van Neil Tennant vormen vaak een schril contrast met de teksten. Neem 'You Only Tell Me You Love Me When You’re Drunk’, dat de geremdheid van de gemiddelde Brit aan de kaak stelt. En het beste voorbeeld is nog wel 'I Don’t Know What You Want But I Can’t Give It Anymore’, dat in bittere bewoordingen de gevoelens van een bedrogen geliefde weergeeft. Pijn en verdriet gaan gehuld in een vriendelijke en zorgeloze verpakking. Het is feelgood-muziek die tal van kwetsuren tracht te camoufleren.
Als het erop aankomt is eenvoud het belangrijkste kenmerk van de Pet Shop Boys - in weerwil van alle glamour, mediamanipulaties en provocaties. Dat geldt zowel voor de nummers als voor de musici en hun idealen. 'Muziek maken is like having a party. Niets is zo leuk als songs schrijven en in de studio werken. ’s Ochtends begin je met niets en ’s avonds heb je een spiksplinternieuw liedje. Dat is een magisch gevoel’, zeggen de muzikanten. En meer dan commercieel succes behalen willen ze hun luisteraars raken. 'Popmuziek is een gevoel. Maar ze kan je ook op nieuwe ideeën brengen. Muziek is heel inspirerend. Het kan de soundtrack van je leven zijn.’