Toneel: Bij de dood van Cyrano de Bergerac

‘Iets zonder kreuk of smet’

Cyrano de Bergerac, het meesterstuk van Edmond Rostand, kent een van de mooiste sterfscènes uit het toneelrepertoire. ‘Ruk af, de rozen.‘

Cyrano de Bergerac is vechtersbaas én woordkunstenaar. Hij is verliefd op zijn nichtje Roxane. Zijn lelijke grote neus weerhoudt hem ervan dit aan haar te bekennen. Roxane wordt verliefd op de goddelijk mooie cadet Christian. Die is ook vechtersbaas. Maar geen woordkunstenaar. En Roxane houdt van liefde die in fraaie verzen wordt bezongen. Dus leent Cyrano zijn woorden aan Christian. Roxane wordt verliefder op de auteur van de liefdesbrieven dan op de mooie jongen die ze ondertekent. Christian sneuvelt in een smerige oorlog. Cyrano zwijgt vijftien jaar over de waarheid achter de brieven. Tot Roxane er in zíjn final hour bij toeval achter komt. De vechtersbaas en woordkunstenaar sterft in haar armen. Doek! Huivering!

Ziehier de korte inhoud van Cyrano de Bergerac, het meesterstuk van Edmond Rostand (1868-1918) dat op 27 december 1897 zijn openbare generale repetitie beleeft en daarna vijftien maanden lang in Parijs vierhonderd keer achtereen wordt gespeeld. Het fameuze begin van een wereldwijde triomftocht. Waartoe ondertussen al drie verfilmingen kunnen worden gerekend.

Het stuk bevat een van de mooiste sterfscènes uit het toneelrepertoire. Sterven op het toneel kán eigenlijk niet. Het is de kwadratuur van het bedrog. Daarom zijn sterfscènes alleen te verdragen bij voldoende afleiding. In het vijfde bedrijf van Cyrano de Bergerac is er afleiding te over. ‘De Gazette van Cyrano’ heet die akte. Roxane is als jonge weduwe in een klooster gegaan. Iedere zaterdag bezoekt Cyrano haar om klokslag zes in de middag, teneinde haar de laatste nieuwtjes uit de stad en van het hof te brengen. Vandaag is hij voor het eerst te laat. Wat wij wél weten maar Roxane nog niet is dat er zojuist een moordaanslag op hem is gepleegd. Hij geeft zwaargewond acte de présence. Maar het schemert al. En Cyrano houdt zijn hoed op. Uit de berijmde gemengde berichten valt evenmin iets af te leiden. Ze zijn geestig als altijd.

‘Des zondags werden er op ’t hofbal meldt de krant

Acht honderd drie en twintig kaarsen opgebrand.

De troepen hebben Jan van Oostenrijk verslagen.

Vier heksen hing men op. Gedurende twee dagen

Kreeg ’t hondje van mevrouw d’Athis een lavement.

Maandag geen nieuws bekend.

Op donderdag voelt zich de koning wat alleen.

Om hem zijn eenzaamheid een beetje te verlichten

Besluit hij om die nacht een dansfeest aan te richten.’

Dan vraagt Cyrano of hij de laatste liefdesbrief van Christian mag lezen. In het schemerduister citeert hij de tekst foutloos uit het hoofd. Roxane ontdekt als in een flits dat zij al die tijd bij de neus is genomen. Plotse opkomst van Cyrano’s vrienden. Die alles weten over de moordaanslag. Er is een groot blok hout op zijn hoofd gegooid. Terwijl Cyrano met zwier zijn hoed af doet en zijn provisorisch verbonden, gehavende kop toont, presenteert hij het laatste nieuwtje:

‘Zaterdag zes en twintig: de aarde draait nog voort

Men vond kort voor ’t diner de Bergerac vermoord.’

Ik had als jongen van veertien een grammofoonplaat met daarop de mooiste scènes uit een van de beste Cyrano-vertolkingen van na de oorlog, première in Rotterdam, 9 februari 1962, regie Ton Lutz, titelrol de legendarische Guus Hermus. Ik heb die plaat schemergrijs gedraaid. Na het nieuwtje over die moordaanslag had ‘meneer’ Hermus nog maar een paar pagina’s bekentenissen tot zijn beschikking, voor hij aan die prachtige berijmde smeekbede aan Roxane toekwam. Bij Rostand gaat dat zo:

‘Mai je veux seulement

Que lorsque le grand froid aura pris mes vertèbres,

Vous donniez un sens double à ces voiles funèbres,

Et que son deuil sur vous devienne un peu mon deuil.’

In de vertaling van Ben Royaards:

‘Ik vraag je maar alleen

Om als de grote kou mijn leden heeft versteven

Je zwarte sluier dan een dubbele zin te geven

Dat je in je rouw om hem een beetje rouwt om mij.’

En dan begint Edmond Rostands laatste afleidingsmanoeuvre van het moment van sterven. Cyrano’s finale degenduel. Met Magere Hein. Dat hij schaamteloos zal verliezen. Maar waar Cyrano de Bergerac ook schaamteloos mee weg zal komen.

Omdat hij iets bezit waar zelfs die Duistere Zeisbroeder niet aan kan tippen. Het laatste woord van het stuk, dat prachtige onvertaalbare begrip panache. Zwier. Bravoure. In de ver­taling van Ben Royaards, de enige die ik hier bij de hand heb:

‘Ruk af, ruk alles af, de lauweren, de rozen.

Ruk af. Iets blijft mij toch, iets dat ik heb verkozen.

Dat neem ik met me mee en draag ik boven voort.

En groet ik God ermee, opent Hij wijd zijn poort.

Iets waar hij mij terstond een plaatsje voor zal geven.

Iets zonder kreuk of smet…’

Roxane breekt zijn val en vraagt: ‘Wat dan?’

Cyrano: ‘Mijn stijl van leven.’

Komende zomer gaan we Cyrano de Bergerac weer meemaken en van dit weergaloze slot­akkoord in de open lucht voluit genieten. Maar daarover later meer.