IJdel konijn

Kate DiCamillo
De wonderbaarlijke reis van Edward Tulane
Illustraties van Bagram Ibatoulline
Vertaald uit het Engels door Martha Heesen
Querido, 138 blz., € 13,50; van 9 tot 90 jaar

‘Het hart breekt en breekt/ en breekt een leven lang./ Door het diepste donker/ moet je gaan,/ zonder je om te draaien.’ Met dit motto begint de geprezen Amerikaanse Kate DiCamillo haar vierde jeugdboek, De wonderbaarlijke reis van Edward Tulane, met fijne detaillistische tekeningen van de in Moskou geboren Bagram Ibatoulline. Een beter motto had DiCamillo niet kunnen kiezen voor haar tijdloze sprookje over Edward, dat in de traditie staat van Andersens De standvastige tinnen soldaat. Een ijdel, egocentrisch porseleinen Frans konijn gaat tegen wil en dank op zoek naar een antwoord op de vraag wat het betekent om mens(elijk) te zijn, en verandert gaandeweg van een harteloos stuk speelgoed in een speelgoedkonijn met een breekbaar hart.

DiCamillo schuwt het sentiment niet tijdens Edwards zoektocht. En Philip Pullmans ‘all stories teach the morality we live by’ is vast ook DiCamillo’s credo. Maar dat stoort geenszins. Met haar ingetogen en licht ironische schrijfstijl roept ze treffend en gedoseerd emoties op. Eenmaal begonnen aan De wonderbaarlijke reis van Edward Tulane kun je niet anders dan meereizen, om te ervaren dat het leven bestaat uit telkens afscheid nemen, en te ontdekken dat we in Kunitz ‘diepste donker’ alleen kunnen overleven door te blijven hopen en verlangen. Zoals het schlemielige muisje Despereaux in DiCamillo’s Despereaux overleeft, omdat hij rotsvast vertrouwt in ‘en ze leefden nog lang en gelukkig’, zo overleeft Edward omdat hij zich tijdens zijn emotionele reis voortdurend het wrede slotakkoord van het sprookje over de mooie maar harteloze prinses herinnert: ‘een verhaal kan niet een gelukkig einde hebben zonder liefde’. Dit sprookje kent Edward van Pellegrina – zijn geweten en tevens de grootmoeder van Abilene, het meisje dat van Edward hield en hem tijdens een zeereis in het diepe water is kwijtgeraakt.

Edwards ontdekkingsreis begint met het herkennen en voelen van angst wanneer hij op de zeebodem ligt, en levensvreugd als hij door een visser wordt opgevist en meegenomen naar een vissersstadje. Zijn weg naar menselijkheid wordt vervolgd als hij, gedumpt op een vuilnisbelt, een stekende pijn ervaart bij het afscheid nemen van de visser. Voor het eerst van zijn leven hoort hij ‘de stem van zijn hart’. Edward weet dan dat hij onvoldoende Abelines liefde heeft beantwoord. Een poppendokter repareert Edwards hoofd. Maar zelf weet hij: ‘Het is mijn hárt dat gebroken is.’

De wonderbaarlijke reis van Edward Tulane leest als poëzie – mede dankzij Martha Heesens knappe vertaling. Het jeugdboek heeft de kracht van een klassiek sprookje dat vertelt over onze diepste menselijke drijfveren: liefde, verlangen, hoop.