TONEEL

IJle lucht van geheugenloosheid

Marionett

In een van de eerste minuten van een voorstelling van Marionett door Maatschappij Discordia roept een toneelspeler ‘even denken’, pakt een tas met houten latjes en laat die enkele keren hard op de vloer stuiteren, overigens zonder de tas los te laten. 'Denken’ wordt hier, met een tegenkleur, geassocieerd met 'lawaai’, zoals het graaien naar geborgenheid op dit toneel gepaard gaat met het rigoureus kapot maken van elkaars kleding. De speelvloer ziet eruit als een uitdragerij, de oude spullen worden gekoesterd als kostbaarheden uit een dierbare tijd, desalniettemin wordt ermee gesmeten dat het een aard heeft. De beide naar het niets reikende ladders aan weerszijden van de speelvloer doen ook al weinig goeds vermoeden over het voornemen uit deze kermis in een hel van spullen te ontsnappen. Woorden die betekenis zouden kunnen geven worden in de lucht geschreven en met een nat sponsje weer uitgewist. De toneelspeler die aanhoudend aankondigt dat hij iets gaat aankondigen struikelt vervolgens over zichzelf en ín zijn half voltooide zinnen.
Welkom in de ijle lucht van geheugenloosheid, de totale amnesie van de slapstick, waarvan de uitvoerders steeds opnieuw in dezelfde val lazeren omdat zij zich de vórige niet kunnen herinneren. Het gooi&smijtwerk, het vallen&opstaan waaruit Marionett voor een deel is opgebouwd, is het toneel van vóór het toneel, van voor de gevoelig, psychologisch, inlevend en hoe&wat al niet ingekleurde complexen van optredende personages. Hier zíjn geen personages. Hier zijn kunstfiguren die zichzelf op een rommelzolder opnieuw aan het uitvinden zijn. Het repetitielokaal is een oord van schoonheid, zei toneelmaker George Tabori, omdat er nog niets is misgegaan. Hier kán niets misgaan. Want hier is niet gerepeteerd. In een omgeving waarin iedereen stamelt valt een spraakgebrek niet meer op.
'Marionett’ lijkt een bewuste titelverbastering van de aanduiding voor een pop die aan draadjes bewogen wordt - de gradatie van raffinement (lees: trouw aan de werkelijkheid, zo u wilt: geloofwaardigheid) der bewegingen hangt gewoonlijk af van het aantal draadjes. Hier niet. Hoe minder draadjes, hoe groter de 'edele kunstmatigheid’, zoals de toneelvernieuwer Edward Gordon Craig aan het begin van de twintigste eeuw zijn ideale toneelspeler graag zag, die hij dan ook Supermarionet noemde. Niet meer de 'valse gevoelsmachines’ die toneelspelers zo graag uithangen zien wij hier, maar kale vertolkers van de sterfelijkheid, de naakte Spieler in het vlooiencircus van het menselijk tekort, de 'acrobaten van de ziel’, die om de haverklap vallen en zich steeds opnieuw proberen te herinneren hoe opstaan ook al weer in zijn werk ging.
De verhalen die de vijf toneelspelers van Maatschappij Discordia verstrooien op hun spullenzolder zijn even ontroerend als dat dansje dat heel even lijkt te lukken. Die verhalen lukken ook nooit helemaal. Waar ze over gaan? Een portier van het theater die een viskar zoekt? De mier wiens levensvoleinding het is een grasspriet te beklimmen? De poppenspeler die verse poppen bestelt in een kunstenaarsdorp? U kunt gerust zijn. Ze lopen allemaal verkeerd af. Maatschappij Discordia bouwt door aan een oeuvre. Het nieuwtje dat ik hier kan melden is dat de toneelspelers delen van dat oeuvre binnenkort gaan terughalen. Letterlijk. Samen met toneelspelers van geestverwante groepen. Dat heet bij hen: repertoire. Het moet raar lopen, zullen we niet binnenkort Tsjechovs Kersentuin terugzien, Judith Herzbergs Kras, Thomas Bernhards Theatermaker. Verklankt op de rommelzolders van hun oneindige toneelspelersgeheugens.

Marionett speelt 19 en 20 november in Haarlem, 7 en 8 december in Rotterdam, 15 en 16 december in Groningen en in februari in Brussel en Antwerpen. www.maatschappijdiscordia.nl