muziektheater: Operadagen

IJle stemmen

Uit de verte klinken geheimzinnige, ijle stemmen. Misschien komen ze uit de verlaten cellen van de voormalige strafgevangenis de Noorder­singel in Rotterdam, waar we, voordat de voorstelling Song of Songs van het Gentse gezelschap In Vitro begint, doorheen dwalen. Ze zingen a capella middeleeuwse muziek.

Er duiken vreemde heren op met zwarte pakken en hoge hoeden, hun gezichten beschilderd met vreemde baarden. Ze brengen ons zingend naar de gymnastiekzaal van de gevangenis. Het blijken leden van het befaamde Archaica-ensemble uit Berlijn, dat gespecialiseerd is in oude muziek en nog oudere muziek.

Een hartelijke, moederlijke zwarte vrouw in witte kleren (de Jamaicaanse zangeres Maureen Scott) wacht ons op. Er blijken nog twee black ladies te zijn. De Cubaanse Lazara Rosell Albear beweegt prachtig in een grijze japon, en speelt ook ongelooflijk genuanceerd op allerlei drums. Abigail Abraham uit België zingt bijzondere lovesongs, in het wit gekleed en ontkleed, brutaal, droevig, vrolijk, sexy. Dan is er nog de virtuoze Israëlische danser Oren Lazovski, die meestal voor en op zichzelf danst en zich af en toe tot de jonge zwarte vrouw wendt.

Met z’n allen bevolken ze een wassalon met vier wasmachines waarin ze af en toe hun kleren stoppen. Je zou daar een moderne versie in ­kunnen zien van de oeroude wasplaatsen in rivieren waar vrouwen niet alleen de was deden, maar ook zongen, verhalen vertelden, relaties ontleedden en misschien de politiek bedisselden.

Het gaat in Song of Songs om hedendaagse en eeuwenoude verhalen en gezangen over de liefde. Uitgangspunt is het Hooglied van Koning Salomon voor zijn zwarte, Nubische geliefde. Gregoriaanse zang, Latijnse teksten, volksliederen, liefdesliedjes, het ritmische geluid van de drums, het loopt allemaal door elkaar heen. Soms doet het aan Bob Wilson denken in een gestileerde schoonheid. Soms zijn er nog hevige referenties (bijvoorbeeld: een schaar knipt in iemands voeten) aan het gevaarlijke theater van Jan Fabre waar Daphne Kitschen en Jan ­Dekeyser vandaan komen. Ze hebben diens gezelschap Troubleyn in 2004 verlaten en hun eigen In Vitro gesticht, waarmee ze bizarre, sprookjesachtige, mythische muziektheater­producties maken. Ik vond Song of Songs erg mooi, ook zonder alles te kunnen begrijpen.

Operadagen Rotterdam belooft je naar de rafelranden van de stad te brengen en doet dat ook. Zaterdag en vrijdag kan deze mooie, ­etherische voorstelling door de toeschouwers worden gecombineerd met een moderne versie van het verhaal van Fidelio, waarin een vrouw in deze gevangenis op zoek gaat naar haar man, een ­uitgewezen asielzoeker. Het is een productie van het Kameroperahuis, waar de Operadagen meer mee gaan samenwerken, met muziek van Falk Hübner en Ludwig von Beethoven, die gaat over het – nogal brede – thema van dit festival: ®evolutie – vrijheid.

Zoals altijd zijn de Operadagen een vreemde en onverwachte mix van allerlei muziekvoorstellingen, van Moby Dick van de Veenfabriek tot Katia Kabanova van Théâtre des Bouffes du Nord; van Wunderbaum met New Forest/De komst van Xia tot een speciaal samengesteld programma, een ode aan de vijf jaar geleden overleden schrijver Hugo Claus. Zondag 2 juni is er als slotconcert een spectaculair operagala van de Nationale Reisopera, begeleid door het Nederlands Blazers Ensemble. Muziek van Wagner, Rossini, Purcell, Bizet, Mozart en Bach gearrangeerd voor blazers en gezongen door jonge zangers, gepresenteerd en aangevoerd door sopraan Tania Kross. Zij zingt ook aria’s uit de nieuwe opera in het Papiamento over de afschaffing van de slavernij. Als ode aan de vrijheid!


Nog t/m zondag 2 juni: operadagenrotterdam.nl