IJs en oliebollen

Er gaat wel vaker een dier dood, maar als je op de eerste dag van een nieuw jaar dode dieren ziet, vraag je je toch even af of dat wellicht iets te betekenen heeft. Er is mij altijd verteld dat kikkers in de winter, zeker als die streng is, in de modder kruipen. Of dat waar is, weet ik niet. Ook over vissen is me die overlevingsstrategie altijd wijsgemaakt. De dode vissen die ik zag in de vijver in Friesland hadden erg weinig modder aangezien de vijver schoongemaakt en opnieuw bekleed is. De bodem bestaat uit kunststof, vijverfolie. Twee ooit heel fijnzinnige, grijs-witte vissen zweefden met hun buikjes omhoog in het zwarte ijs. Ik was erbij toen ze gekocht werden, uit het aquarium geschept, voorzichtig in een plastic zak overgegoten. Een Japanse naam hadden ze, het waren er drie. Ik heb er hier over geschreven, het moet september geweest zijn.
In die column schreef ik over mijn ontdekking dat je zelfs met vissen een bepaald soort contact kunt hebben. Ik mocht ze loslaten en ik volgde ze anderhalve dag, keek toe hoe ze zich aanpasten aan een nieuwe situatie, hoe ze zich voegden naar de kolonie goudwindes die al in de vijver woonde. Uitgerekend twee van die vissen waren doodgevroren. Ik stond aan de rand van de dampende vijver - het dooide - en vroeg me af: wat heeft dat te betekenen? In deze en een andere, kleinere vijver, had ik ook al twee dooie kikvorsen gezien. En toen zag ik een oranje vlekje voorbij zwemmen, in de diepte. Eén enkele vis.
Ik hield op me af te vragen wat alles te betekenen had en liep naar de vogelvoedertafel. Daar leefde alles. Alles fladderde en vrat, vocht en floot. Ze aten oliebollen, ik had ze hoogstpersoonlijk in kleine stukjes gescheurd. Ik zag er zelfs een zwarte mees, dat schijnt helemaal niet zo bijzonder te zijn, maar voor mij wel. Nooit eerder zag ik een zwarte mees. Alles was weer goed. Dooie vis en nieuwe vogel op de eerste dag van het nieuwe jaar, dat gaat iets heel bijzonders betekenen.