IJslandsen zijn trotse ‘sletten’

Reykjavik – In 1980 had IJsland de wereldwijde primeur van een vrouwelijk staatshoofd, met Vigdís Finnbogadóttir. Het is niet vreemd om er vrouwelijke buschauffeurs of wegwerkers te zien en naar Scandinavische traditie wordt het ouderschapsverlof verdeeld over beide ouders, waardoor ook de vader maanden thuis zit met de nieuwgeborene. Al met al niet direct een plek waar gevochten moet worden voor vrouwenrechten, zou je dus zeggen.

Maar daar dachten ruim twintigduizend demonstranten afgelopen zomer tijdens de druslugangan (slettenwandeling) anders over. Volgens medeorganisator Eva Sigurdardóttir zien deze demonstranten dat er nog veel te verbeteren valt. ‘Denk bijvoorbeeld aan aanranding. De schuld daarvan wordt vaak bij de verkeerde persoon gelegd’, zegt de 24-jarige blonde IJslandse. Ze vertelt over een politiecommissaris die zei dat jonge vrouwen niet zo veel moeten drinken, omdat hun aangeschoten staat vraagt om problemen. ‘De omgekeerde wereld. Het slachtoffer is nooit schuldig.’

De slettenwandeling werd in 2011 in Canada bedacht, nadat een overheidsfunctionaris zei dat het slachtoffer van een verkrachting sletterige kleren droeg. De protestbeweging vindt: wij mogen best een slet zijn, dat is geen reden tot verkrachting. En die benaming dragen de protesterende vrouwen met zoveel trots dat bijvoorbeeld Sigurdardóttir het woord slet op haar arm heeft getatoeëerd. ‘Het gaat niet alleen om verkrachting en aanranding’, vertelt ze. ‘Nog altijd krijgen vrouwen in IJsland ruim tien procent minder betaald dan mannen in vergelijkbare functies.’

Sigurdardóttir studeerde het afgelopen jaar aan de kunstacademie in Den Haag en als ze de behandeling van vrouwen in haar thuisland vergelijkt met die in Nederland komt ons land er niet goed vanaf. ‘Ik schrok van al het naroepen op straat en de onbeschofte manier waarop je als vrouw door sommige Nederlandse mannen wordt benaderd. Bovendien zie ik dat mannelijke studiegenoten veel meer kunnen maken bij hun docenten.’

Lachend vertelt ze dat er nogal wat mannen en medestudenten van haar geschrokken moeten zijn, omdat zij een duidelijk weerwoord heeft tegen vrouwonvriendelijkheid. Maar natuurlijk ziet ze dat in Nederland en IJsland de positie van de vrouw een stuk beter is dan in pakweg Spanje of Egypte. ‘Het risico is dat we te vroeg op onze lauweren rusten’, zegt Sigurdardóttir. ‘Het is een beetje vergelijkbaar met de manier waarop men in Nederland traditioneel zo tolerant en ruimdenkend denkt te zijn, terwijl dat ook lang niet altijd waar is.’