MUZIEK: Klas TorstenSSON

IJsvlakten

Klas Torstensson als composer in residence in het Amsterdamse Muziekgebouw, goed zo. Torstensson fascineert. Sinds de komst van de Zweed naar Nederland in 1973 met pulserende, weerbarstige oerpartituren; sinds 1999, het jaar waarin hij met zijn opera De expeditie doorstootte naar een lyrischer idioom, met orkestrale panorama’s van grote, objectief bewogen schoonheid – hoewel niet ten koste van de wilde drift die hem inspireerde tot titelverklarende beukstukken als Järn (‘IJzer’, 1983), Barstend IJs (1986) of Stick on Stick (1990). Ruig en ongemakkelijk is Klas Torstensson gebleven. Er kwam iets bij dat altijd al gesluimerd had. De herinneringen die komen met het ouder worden. Aan noorderlicht, ijsvlakten, de muziek van een jeugd – zelfs Zweedse volksmuziek. Met als geleidend idee-fixe de vraag hoe beelden kunnen klinken zonder zich te vernauwen tot het programmatisch schilderkundige. Zijn horen werd kijken. Niet gek dat hij op zijn veertiende beeldend kunstenaar wilde worden. Eigenlijk werd hij dat ook. Torstensson, dat zegt iets, schetst zijn partituren zonder noten. Eerst komen het perspectief, de bogen en lijnen, de grafische fysionomie.

In Amsterdam staan elf concerten op de rol, met drie premières. Op 12 december klinkt nieuw werk voor vijf elektrische gitaren en drie koperblazers, op 26 januari een nieuw stuk voor de David Kweksilber Big Band, op 11 april een kamermuziekwerk in de geest van Schönbergs Serenade Op. 24 , die voor dezelfde gelegenheid ook door de Zweedse componist Benjamin Staern onder het vergrootglas wordt gelegd. Daarnaast is er vroeger en vroeg werk. Te verwachten hoogtepunt is de uitvoering van Self-portrait with Percussion (2006), een veeldelige terugblik op een jeugd vol ritmische inspiratiebronnen, van Rolling Stones en The Mothers of Invention tot Xenakis en Varèse.

Vooral kamermuziek dus. In die zin jammer dat Torstensson zijn hoogste troeven in recente orkestwerken heeft uitgespeeld en zijn symfonische drieluik A Cycle of the North, waarvan het laatste deel Himmelen in april werd ingezegend door het Brabants Orkest onder leiding van Hans Leenders, misschien het meest representatief is voor de ontwikkeling die Torstensson sinds De expeditie (1999) doormaakte. Maar daarvoor wordt de luisteraar ruim gecompenseerd met het lieflijk buitensporige Vioolconcert (2010), de machtig mooie slotaria van Anna uit De expeditie en de Urban Songs (1992), Libanese volksmuziek en gettorap. Cool.