Ijzerwaren

Nooit meer slapen van Elvis Peeters, uitgebracht door Walpurgis (WPR009)
Muziektheater is het onderwerp van de Belgische organisatie Walpurgis. Tot welke uiteenlopende resultaten zo'n uitgangspunt kan leiden, bleek onlangs uit twee projecten rond de Vlaamse auteur Elvis Peeters. In Felix Meritis presenteerde Walpurgis een werkplaatsproduktie - De feniks getiteld - waarbij enkele Belgische en Nederlandse componisten gevraagd waren eenzelfde tekst muziektheatraal vorm te geven. Met name het Belgische aandeel was een slappe hap. Niet alleen waren de meeste composities geschreven in een nogal uitgemolken modern muziekidioom, in theatraal opzicht viel er al helemaal niets te beleven. Eigenlijk waren het gewoon teksten die op muziek zijn gezet. Oftewel liederen.

Het Nederlandse aandeel was een stuk verrassender. David Dramm liet de tekst spreken door een babyfoon, waardoor de stem gesmoord werd tot een dramatisch en ontroerend geluid. Boudewijn Tarenskeen maakte een statement door überhaupt alle muziek weg te laten en de tekst te laten spelen door Charlotte Riedijk en Charles van Tassel, die tegenover elkaar onder een felle lamp aan een tafel zaten.
Was de voorstelling De feniks als geheel nogal middelmatig, rond deze zelfde schrijver Elvis Peeters heeft Walpurgis een erg goede cd uitgebracht: Nooit meer slapen. De teksten hebben in de beste Belgische traditie sterk absurdistische trekken. ‘Grijp die woede bij de hals’ luidt een grommende uitgespuugde tekst drie minuten lang. En in een obsessieve ritmische herhaling klinkt het: 'Je weet nu hoe de diepte van je ziel wordt gemeten aan de lengte van je penis.’
Al even cryptisch is de tekst van 'Altijd nog’:
'Wanneer de leegte ons omsluit/ de dood ons tegen de borst stuit/ wat intiem is wordt verkracht/ en niets meer de pijn verzacht/ dan is er altijd nog…’
Op heel verschillende manieren zijn de teksten op muziek gezet. De voordracht verschilt van gesproken tekst, een ritmisch gedreven cadans tot gezongen liedjes. Daarbij wordt op een vrije, haast chaotische wijze muziek en geluid gemaakt. In sommige gevallen is er gewoon een ritmebox onder de stem gezet. Bij 'Wat je niet allemaal hoort’, dat gaat over het teveel aan woorden ('Wat werkelijk van belang is, is in een paar woorden gezegd’), klinkt een warrige circusmuziek op de achtergrond. En 'Dit is niet het ogenblik’ wordt ingeleid met een prachtige, subtiele collage van geluiden die zijn onttrokken aan een geprepareerde piano. Het ruim twintig minuten durende 'Wij vervelen ons’, voorgedragen door verschillende stemmen, wordt gedragen door een cocktail van muziekjes: jazz, een nerveus gekriebel op de piano, rap, een ratjetoe van niet te identificeren geluiden en een scratchende deejay (deejay Grazhoppa).
Ondanks de grilligheid van de klanken is het effect doeltreffend: de muziek tilt de woorden op en geeft ze ruimte. Of de teksten nu scherp of poëtisch zijn ('hoeveel langer de tijd kan duren dan de klok aangeeft’), door de muziek krijgen ze een lichte, melancholische toon.
Op een volkomen onconventionele manier hebben deze musici rond Elvis Peters (die zelf 'stem, zang en ijzerwaren’ voor zijn rekening neemt) alle laden opengetrokken die zij nodig meenden te hebben. Van kinderstemmen, samples, live instrumenten tot een rapper, en van simpele wijsjes tot abstracte klanken.
Al deze middelen worden zo krachtig en doeltreffend ingezet dat, ook al speelt alles zich af via de luidsprekers in je woonkamer, dit muziektheater pur sang is.