Ijzingwekkend licht

Orfeo door de Nederlandse Opera. Tot en met 31 mei in het Muziektheater te Amsterdam.
Er wordt volop pootje gebaad in L'Orfeo, na de pauze blijken de vijftien meter hoge boomstammen onverhoeds omgekapt, een gigantisch rotsblok pendelt hoog in de lucht heen en weer, Esperanza maakt haar entree als onduidelijke voddenbaal en in de onderwereld kan het water branden. Het zijn details - soms flauw, soms verrassend, soms mooi - in een voorstelling die zich volgens de (onderhand bekende) sobere lijnen van regisseur Pierre Audi ontvouwt.

Daarmee vormt deze Orfeo de kroon op de reeks Monteverdi-regies van Audi. De beeld- en gebarentaal is eenvoudig en ondubbelzinnig. Dat leidt tot een prachtige liefdesscene tussen Orfeo en Euridice, puur en breekbaar; een idylle waarin het hele koor meevibreert, zoals het even later in het collectieve rouwritueel is betrokken. De lichte, dansante toon in de regie vindt een weerwoord in de muziek, die door het barokorkest onder leiding van Stephen Stubbs met eenzelfde zinnenprikkelende loomheid wordt vertolkt. Tel daarbij op de uitstekende zangers - met als uitschieters een prachtige Orfeo (Howard Crook), een sensuele Musica (de counter-tenor David Cordier) en een huiveringwekkende Charon (Mario Luperi) - en de voorstelling kan niet meer stuk.
Audi maakte deze voorstelling met zijn vaste ploegje, dat bestaat uit belichter Jean Kalman, kostuumontwerper Jorge Jara en decorontwerper Michael Simon. Hoewel deze laatste geen erg flitsend produkt heeft afgeleverd - het klassieke samenspel tussen rechte en organische vormen doet wat gekunsteld en stijfjes aan - leek Jean Kalman een doorslaggevender rol dan ooit te spelen. Hier is niet langer sprake van een ondersteunende functie. Aan de hand van zijn lichtplan doet Kalman het hele verhaal nog eens dunnetjes over en hij schroomt niet ronduit sturend op te treden.
Soms voegt hij een betekenis aan de scene toe: het liefdesduet tussen Orfeo en Euridice is gehuld in een vloeiend oranje licht, dat niet alleen warm is maar ook kunstmatig - alsof Kalman wil waarschuwen dat teveel geluk bedrieglijk is. Soms geeft hij commentaar op de tekst: als het koor over Orfeo zingt ‘Vandaag is hij zo gelukkig dat hem niets te wensen rest’, verwijst Kalman met zijn bitter-gele licht naar het verdere verloop. Soms heeft het licht de kracht van een natuurverschijnsel: als de messagiera het nieuws over Euridices dood brengt, wordt de scene in een helwit licht gedompeld; niet alleen krijgt de boodschap daardoor een ijzingwekkende scherpte, ook werpen de boomstammen nu zwarte, angstaanjagende schaduwen.
Het diepblauwe schijnsel dat volgt op dit bericht, wordt pas doorbroken door een warm, levendig licht als Orfeo ontwaakt uit zijn verdoving en zijn emoties weer tot leven komen. Het slotkoor aan het eind van het tweede bedrijf ('Als een onheilbrengend nachtdier zal ik voorgoed de zon ontvluchten’) is gehuld in een koel maanlicht, terwijl Orfeo met in zijn armen Euridice, die is gekleed in een maagdelijk doods- dan wel bruidskleed, roerloos in de blauwe vijver staat. Opmerkelijk is dat er geen doek valt, maar dat het zaallicht aangaat, terwijl de scene nog niet afgelopen is. Opnieuw met behulp van lampen wordt het publiek zo uit de illusie van de voorstelling getrokken om zichzelf terug te vinden op het rode pluche.
Ook de drie bedrijven na de pauze kun je aan de hand van het lichtplan analyseren. Soms vertegenwoordigt het licht een andere wereld (de in fakkellicht gehulde onderwereld of de feeerieke groen-blauwe godenwereld), soms geeft het een sfeer of een emotie weer, dan weer gaat het licht een relatie met de tekst of muziek aan. Uitermate beeldend is de strakke witte lichtbaan die als een vluchtroute de coulissen inloopt wanneer Proserpina Pluto smeekt om Euridice te laten gaan.
Het hoogtepunt is uiteraard het noodlottige moment waarop Orfeo zich omdraait en daarmee Euridice verliest. Het is een moment dat bij Monteverdi - in tegenstelling tot Gluck - nogal plompverloren komt en zo reageert ook het licht: als in een cafe waar het uur van sluitingstijd onherroepelijk aangebroken is, floept een kaal, groot licht aan.
Afgelopen. Uit. Kwijt.