Visies op de Franse president

‘Ik ben 25 jaar, en u doet niets voor mij’

Hoe kan het dat president Macron de protesten van de afgelopen weken niet zag aankomen? In Frankrijk rijst de vraag of hij wel weet wat er leeft in het land.

Parijs. Protesten van de “Gele vesten” tegen de verhoging van de dieselen bezinnen accijnzen door president Macron in Frankrijk. © Mehdi Taamallah/NurPhoto/Getty Images

Afgelopen zaterdag aanschouwde Parijs de gewelddadigste rellen sinds mei ’68. Groepjes geradicaliseerde ‘gele hesjes’, links-revolutionairen, ultrarechtse militanten en ordinaire vandalen trokken een spoor van vernieling door de stad. Winkels werden geplunderd, auto’s in brand gestoken, straatmeubilair werd gesloopt. Inmiddels is de orde in de Franse hoofdstad hersteld. In de provincie, waar het protest van de gele hesjes begon, blijft het onrustig. Wegen zijn geblokkeerd, brandstofdepots bezet. De grootste Franse politievakbond spreekt zonder omhaal van een ‘oproer’.

De gele hesjes hebben aangekondigd deze zaterdag opnieuw naar Parijs te komen. Hoe het zal aflopen weet niemand, maar zeker is dat het presidentschap van Emmanuel Macron in een diepe crisis is beland. ‘Macrons manoeuvreerruimte is nihil’, zegt de politicoloog Patrick Buisson, voormalig topadviseur van president Nicolas Sarkozy, telefonisch. Buisson sluit niet uit dat Macron aftreedt, hetgeen volgens hem het einde zal betekenen van de representatieve democratie zoals we die in Frankrijk kennen. ‘Frankrijk heeft niet zozeer een probleem met de ethnos, maar met de demos. Een meerderheid van de Fransen voelt zich niet door Macron vertegenwoordigd.’

Buisson maakt deel uit van een aantal ingewijden die ik afgelopen tijd sprak over Macrons presidentschap. Hun politieke kleur loopt uiteen, van uiterst rechts tot stevig links, maar over een aantal zaken zijn ze het eens. Bijvoorbeeld dat Macron goed begon, maar te veel macht naar zich toe trok, zich vervolgens isoleerde en nu de regie lijkt kwijtgeraakt.

De gele hesjes zijn daar in veel opzichten de illustratie van. Ze vormen een diffuse, leiderloze beweging, die, zoals wel vaker, ontstond op Facebook. Daarbij zijn het niet de allerarmsten die in opstand komen. Het gaat om de onderkant van de middenklasse. De groep die belasting betaalt, maar de koopkracht steeds verder ziet teruglopen. De aanleiding vormde een voorgenomen milieubelasting op diesel, die inmiddels is uitgesteld, maar daaronder gaat veel meer boosheid schuil. Over het lokale ziekenhuis dat gaat sluiten, de almaar stijgende gemeentelijke belasting, of de prijs van het nieuwe servies van het Elysée. Er sluimert een diep gevoel van miskenning en wrok over een politieke elite die al decennialang de neus ophaalt over de zorgen en wensen van het ‘perifere Frankrijk’.

Daarom slaat men ook zo aan op die relatief geringe verhoging van de accijns op diesel, verklaarde Buisson, toen ik hem in november sprak, in een brasserie in het 17de arrondissement. De in stemmig blauw geklede Buisson geldt als een briljant strateeg, maar is ook omstreden. Hij heeft een extreem-rechts verleden en was verantwoordelijk voor Sarkozy’s hardrechtse, identitaire lijn met nadruk op thema’s als immigratie en nationale identiteit. Hij noemt zichzelf ‘illiberaal’ en ziet in het Hongarije van Orbán een voorbeeld. ‘Het is de facto een klassenmaatregel’, zegt Buisson. ‘De bourgeois-bohémien die in de stad woont heeft immers helemaal geen auto, die verplaatst zich per gemotoriseerde step. De auto is het werktuig van de arme man, zeker in de provincie, want veel mensen in de provincie zijn genoodzaakt meer dan twintig kilometer te reizen naar hun werk of om boodschappen te doen.’

In Frankrijk rijst nu de vraag of Macron wel weet wat er leeft in het land dat hij bijna anderhalf jaar bestuurt. Hoe kan het dat hij deze protesten niet heeft zien aankomen? Is hij het contact met de gewone Fransman kwijt, als hij dat überhaupt al had? Macron kreeg al vaker het verwijt van arrogantie. Maar er is meer aan de hand dan een gebrek aan tact of achterblijvende koopkracht. Dit is het verhaal van de ongekende macht van de Franse president, zijn centrale plek in het politieke leven en de niet waar te maken verwachtingen die hij daarmee onder de bevolking wekt.

Macrons manier van doen zorgt al langer voor opgetrokken wenkbrauwen. Zoals in september, tijdens de Open Monumentendagen. Naar goed gebruik opent ook het Elysée een dag voor het publiek. Duizenden mensen komen erop af, de wachttijd kan oplopen tot vijf uur. Op een zeker moment, niemand weet precies wanneer, maakt de president dan zelf zijn opwachting. Dit jaar was dat in de late middag, in de tuin. In een filmpje dat zich razendsnel over sociale media zou verspreiden, zien we Macron komen aanwandelen, twee bodyguards in zijn kielzog. De vakantie is voorbij, maar op de gebruinde gezichten van de bezoekers staat nog steeds ontspanning te lezen. Vanuit een groepje mensen begint een corpulent ogende jongen ongevraagd een verhaal tegen de president af te steken, over hoe hij hem een brief heeft geschreven, en dat hij ‘niets voor ons’ doet. Hij herhaalt: ‘Ik ben 25 jaar, ik zit zonder werk, en u doet niets voor mij.’ Even is Macron beduusd, maar hij herpakt zich snel.

‘Luister’, zegt hij, zich tot de jongen wendend, een lichte ironie voelbaar in zijn stem. ‘Ik kan niet voor iedereen individueel iets betekenen. Ik kom met algemene oplossingen, zodat een ieder iets van zijn gading vinden kan.’

De jongen begint erover dat hij staat ingeschreven bij het arbeidsbureau, cv’s rondstuurt, maar niets kan vinden.

‘In welke sector?’ wil Macron weten.

‘In het hoveniersbedrijf’, antwoordt hij, ik heb cv’s gestuurd naar de verschillende gemeenten, maar niets…’

Macron countert: ‘Als je gemotiveerd bent vind je iets, in de bouw, in de horeca, overal waar ik kom hoor ik dat ze mensen zoeken.’ En gebarend: ‘Steek de straat over en je zult iets vinden.’ De jongen hakkelt wat, en herhaalt dan nog eens wat hij eerder al twee keer zei. ‘Ga een paar straten verderop’, zegt Macron op vaderlijke toon, ‘ga naar Montparnasse, ga alle cafés en restaurants af, en ik weet zeker dat je iets vindt.’ De mensen om hem heen knikken instemmend.

‘Oké, begrepen’, mompelt de jongen, en druipt af.

Het filmpje kwam al snel symbool te staan voor wat veel Fransen niet pruimen aan Macron. ‘Je hoeft de straat maar over te steken…’, wat dacht deze ex-bankier wel, om een simpele jongen uit het volk op deze wijze met een kluitje in het riet te sturen! Macron zou arrogant zijn, hautain, en geen idee hebben van wat er in de samenleving speelt.

Vlakbij Montceau-les-Mines, centraal Frankrijk. © PHILIPPE DESMAZES / AFP / ANP

Voor de wereld buiten Frankrijk moet die razendsnelle afbladdering van de jonge en dynamische president onwerkelijk overkomen. Het begon zo mooi. Voor het oog van de wereld las hij Poetin de les over fake news. Hij kapittelde Trump vanwege diens weigering het klimaatverdrag te ondertekenen. Hij bepleitte een zelfbewustere en krachtdadige Europese Unie en sprak zich uit tegen het opkomende nationaalpopulisme. Nu Trump de liberale wereldorde tot het uiterste test en Merkel op weg naar de uitgang is, werpt Macron zich op als een alternatieve ‘leider van de vrije wereld’.

‘Je hoeft de straat maar over te steken…’, wat dacht deze ex-bankier wel, om een simpele jongen uit het volk op deze wijze met een kluitje in het riet te sturen!

Maar in Frankrijk zelf is de glans er inmiddels wel af. Nog maar 26 procent van de Fransen is te spreken over Macron. Een diepterecord. Zelfs Macrons voorganger en vroegere baas, de futloze socialist François Hollande, deed het beter. En ondertussen steunt 72 procent van de Fransen nog altijd gewoon de protesten van de gele hesjes, zelfs na de gewelddadigheden van afgelopen weekend. Toch deed Macron het in het eerste jaar niet zo slecht. Hij was de eerste president in decennia die erin slaagde vanuit een terugval omhoog te klimmen. Maar afgelopen zomer ging het mis. Eerst was er de affaire-Benalla, over Macrons persoonlijke bodyguard die een vreemde hobby bleek te hebben. Vervolgens liet Gérard Collomb, Macrons politieke mentor hem onverwacht vallen.

De 25-jarige Alexandre Benalla trok er buiten diensttijd met de oproerpolitie op uit en knuppelde als het even kon linkse demonstranten tegen de vlakte. Na onthullingen in Le Monde beloofde het Elysée de zaak tot op de bodem uit te zoeken, maar verzuimde vervolgens de feiten door te geven aan het Openbaar Ministerie.

Collombs onverwachte opstappen als minister van Binnenlandse Zaken was serieuzer. Bij nader inzien vond Collomb zijn oude baan als burgemeester van Lyon toch belangwekkender dan het landsbelang. Het was alsof een hooggeplaatste edelman aan het hof van Louis XIV op een goede dag meedeelt dat hij toch liever op zijn château in de provincie zit en de paleisdeur van Versailles met een harde klap dichtslaat. Een onwerkelijk moment.

‘Affaires en verkeerd gekozen woorden helpen Macron niet’, zegt Thierry Pech, directeur van de invloedrijke linkse denktank Terra Nova, in zijn werkkamer, niet ver van het Centre Pompidou. ‘Veel zwaarder weegt teleurstelling over het uitblijven van concrete resultaten van de serie hervormingen die Macron doorvoerde.’ Een daarvan was de grote hervorming van de Franse arbeidsmarkt. Een rapport van Terra Nova vormde er de basis voor. ‘Ergens is het zuur, want de effecten van zulke ingrijpende hervormingen laten zich pas over een paar jaar voelen.’ Na een aanvankelijke opleving blijft de koopkracht nu achter, de werkloosheid daalt amper nog en ook de economische groei houdt niet over. Thierry Pech: ‘Uiteindelijk is het hierop, en niet op die vermeende arrogantie, dat Macron zal worden afgerekend.’

‘Gaat Macron dezelfde kant op als Hollande?’ kopte het rechts-liberale weekblad Le Point afgelopen week. Een plaagstootje. Toch zou de koppenmaker wel eens gelijk kunnen krijgen. En dat terwijl Macron aanvankelijk juist alle Franse politieke wetten tartte. In het voorjaar van 2017 wist hij – met de nodige dosis geluk - gekozen te worden via een revolutie vanuit het centrum. Zijn politieke beweging, En Marche!, haalde vervolgens een ruime meerderheid in het parlement. Later dat jaar wist hij de genoemde hervorming van de arbeidsmarkt te realiseren – iets waar Franse presidenten zich sinds 1995 op stuklopen. De oppositie hing in de touwen. Zelfs Jean-Luc Mélenchon, de heetgebakerde voorman van het hardlinkse La France insoumise, moest erkennen dat hij er amper aan te pas kwam.

Alles ging goed, totdat het misging. Zo zou je het presidentschap van Macron tot dusver kunnen samenvatten. Dat heeft iets tragisch, want zó heel slecht deed hij het eigenlijk helemaal niet. Althans, dat zegt Sophie Pedder, correspondent van het liberale weekblad The Economist, tijdens een lunch niet ver van het Elysée. Ze kent Macron al sinds 2012. Hij was toen 34 jaar en secrétaire-général adjoint van de staf van president Hollande. In Revolution, haar recent verschenen (Engelstalige) boek over Macron, beschrijft Pedder hoe ze de trappen beklimt naar het zolderkamertje in het Elysée waar Macron op dat moment kantoor houdt. En vooral hoe benaderbaar hij voor journalisten is. ‘Hij luistert naar je, denkt dan na, en geeft antwoord op je vraag, een echt antwoord, dat is heel zeldzaam voor een politicus’, zegt ze terwijl om ons heen witgeschorte obers dampende borden truffelpasta rondbrengen.

Voor haar boek had Pedder twee lange interviews met Macron in zijn hoedanigheid als president – een bijzonderheid. Ze beschrijft een man die weet wat hij wil, en doet wat hij zegt. Behalve op de hervorming van de arbeidsmarkt wijst Pedder op de ingrijpende hervorming van spoorwegbedrijf sncf, op de fiscale versoepeling voor het bedrijfsleven en op het stelsel voor professionele bij- en omscholing dat op de schop ging – stuk voor stuk explosieve dossiers. ‘Steeds zeiden commentatoren: “Dit is de laatste keer, nu is het verzet te sterk.” Maar dan lukte het toch, al kreeg Macron er geen krediet voor. Mensen vergeten snel.’

Pedder gaat niet mee in het refrein dat Macron door zijn lage populariteit verzwakt is. ‘Dat strookt gewoon niet met de objectieve werkelijkheid.’ Ze wijst erop dat de president nog steeds beschikt over een stabiele meerderheid in het parlement en over een capabele en loyale premier, de 47-jarige Edouard Philippe, oud-burgemeester van Le Havre. En ze benadrukt dat er een helder gedefinieerd hervormingsprogramma ligt dat systematisch wordt afgewerkt. Parlementaire oppositie is er hoegenaamd niet. ‘Dus zó zwak staat Macron niet.’

Toch meent ook Pedder dat Macrons stijl te wensen over laat. ‘Hij lijkt de juiste toon maar niet te kunnen vinden. Macron koos ervoor de autoriteit van het Franse presidentschap te herstellen, en daarmee de bijkomende verticaliteit. Maar hij overdrijft het, het kijkt niet vooruit, alsof hij op dat gebied nog steeds bezig is de fouten van Sarkozy en Hollande te repareren.’ Volgens Pedder gaat het er in deze fase om de band met de Fransen te herstellen. ‘Hij was steeds óf te verticaal, te veel uit de hoogte, óf juist te amicaal – de balans is zoek.’

Overal in Europa staan de traditionele partijen onder druk, maar dat Macron ze zó gemakkelijk kon wegvagen zegt iets over de Franse situatie. Al decennialang zien politici zich voor de opdracht geplaatst een medicijn te vinden voor wat le malheur Français is komen te heten, het Franse ongeluk. Dat verwijst naar het trauma van het verlies van een centrale positie in de wereld, en het onvermogen aansluiting te vinden bij de globalisering. Tot circa 1975 was er weinig aan de hand en lag Frankrijk juist goed op één lijn met de omliggende wereld. Het was het tijdperk van de sterke staat, het dirigisme, een gemengde economie, en grote infrastructurele projecten, en de Fransen voelden zich op hun gemak bij dat model. Frankrijk behoorde op dat moment tot de innovatiefste landen: het bracht de tgv voort, de Concorde, het kerncentraleprogramma. Er was veel innovatie, en ook in cultureel en intellectueel opzicht bloeide het land. Daarbij wist het nog steeds invloed uit te oefenen in Europa.

Elders in de wereld maakte het staatsgeleide model ondertussen plaats voor een neoliberale ideologie en een reeks van economische patronen die we tegenwoordig simpelweg als ‘de globalisering’ aanduiden. Zo op hun gemak als de Fransen zich eerst voelden, zo ongemakkelijk voelden zij zich nu. Het eerste symptoom daarvan was de verkiezing van François Mitterrand in 1981 op een programma van planeconomie en nationaliseringen, terwijl Engeland midden in de thatcheriaanse revolutie zat en in de Verenigde Staten juist Ronald Reagan was gekozen. Zoals de vooraanstaande filosoof Marcel Gauchet, hoofdredacteur van het tijdschrift Le Débat, me zei, ‘bestond er geen radicalere manier van ingaan tegen de trend die geleidelijk de algemene norm zou worden’. Zo bezien markeerde ‘1981’ het moment waarop de Fransen in staat van ontkenning kwamen te leven ten aanzien van de belangrijkste ideologische verschuiving van dat moment.

Franse politici, links én rechts, hielden de illusie in stand dat het land niet hoefde te liberaliseren, dat het zijn étatistische zelf kon blijven. Tegelijk stapelden de problemen zich op: oplopende staatsschuld, massawerkloosheid, stagnerende economische groei, groeiende kloof tussen stad en platteland, falende integratie. Het gevolg was dat het vertrouwen in de politiek drastisch slonk en tegelijk de onzekerheid en angst voor de toekomst toenamen. Je ziet het terug in de breed opgezette opinieonderzoeken die het cevipof, het onderzoeksbureau van Sciences Po, eens in de zoveel jaar laat uitvoeren. Frankrijk veranderen? De rest van de wereld moet maar veranderen. Frankrijk is een ex-grootmacht, die dankzij het atoomwapen en zijn zetel in de Veiligheidsraad de schone schijn kan ophouden. Maar ondertussen lijkt de neergang niet te keren. En dat gaat gepaard met gevoelens van onmacht, ja, van aan defaitisme grenzende verlamming.

Het onvermogen van het Franse politieke establishment om daar iets tegenover te stellen verklaart waarom anti-systeemkandidaten als Macron, Le Pen en Mélenchon de verkiezingen van 2017 domineerden. De onvrede die zij mobiliseren is een optelsom van ongemakken, boosheden en angsten die al decennia spelen. Toch verwerpt Emmanuel Macron het etiket ‘populist’. ‘Een echte populist spreekt het volk aan op zijn laagste instincten’, zei hij eens. ‘Hij beliegt het, jut het tot het uiterste op. Wat mijzelf betreft, ik probeer de intelligentie van de burger aan te spreken.’ Het ‘macronisme’ zelf is in Frankrijk inzet van levendige discussie. Er verschijnen boeken over, er worden tijdschriften over volgeschreven en er worden colloquia over georganiseerd.

En Marche!, zo hoor je wel eens, is een soort d66: pro-Europees, economisch liberaal, maar met een sociaal gezicht. Het komt in de buurt, maar toch is dat te simpel. Macron zelf noemt zich een sociaal-democraat die meent dat de globalisering is doorgeschoten en moet worden getemd. Daarbij wijst hij op flitskapitaal, oplopende ongelijkheid en klimaatproblemen. Hij is liberaal in de zin dat hij eigen initiatief en ondernemingslust wil stimuleren. Tegelijk is hij étatistisch en ervan overtuigd dat Fransen van hun president verlangen dat hij hen de weg wijst. Het is een contradictie die aan het licht treedt op momenten als met die jonge jardinier in de tuin van het Elysée.

Parijs. President Macron tijdens een militaire ceremonie © Chesnot / Getty Images

‘Je zou haast denken dat Macron het land niet kent dat hij bestuurt’, zegt de aan de Parijse eliteschool Sciences Po verbonden historicus Nicolas Roussellier. Hij schreef een lijvige geschiedenis van de uitvoerende macht in Frankrijk: La force de gouverner, verschenen bij Gallimard. Ik spreek Roussellier in een brasserie nabij de Opéra Garnier. ‘Fransen zijn afwachtend’, zegt hij, sippend aan een rode martini. ‘Ze verwachten dat de overheid problemen voor ze oplost. In die scène met die hovenier zie ík iemand die een motivational speech houdt, maar zo werkt het hier niet. Het wordt opgevat als dat de macht (in de gedaante van Macron) de incarnatie van het volk (in de gedaante van de werkloze hovenier) aanvalt. Het is Victor Hugo en Les Misérables, het is Gavroche (een personage uit die roman – mk). Hier staat iemand die het moeilijk heeft, en wat zegt Macron? “Steek de straat over en dan komt alles goed!” Dat wordt gezien als een affront, het gaat diametraal in tegen de Franse manier van zijn.’

‘Het is waar dat de Franse ­president enorme macht heeft vergeleken met presidenten elders. Maar in feite is het een ­giftig cadeau’

Er waren meer van dat soort optredens. In het stadje Égletons, in de Corrèze, kreeg Macron te maken met protesterende arbeiders uit de plaatselijke fabriek, waar banen op het spel stonden. Hij hield ze voor dat ze in plaats van ‘rotzooi trappen’ er beter aan deden om te zoeken naar werk in de smederij in het dertig kilometer verderop gelegen Ussel. Op bezoek in Denemarken contrasteerde hij de Deense bereidheid zich aan de veranderende tijdgeest aan te passen met de Franse, en sprak van Gaulois réfractaires, ‘dwarsliggende Galliërs’. Steeds weer oogstte Macron woedende reacties na zo’n interventie.

‘Het enige dat ik kan verzinnen is dat Macron op die manier probeert het heersende ethos te veranderen’, zegt Roussellier. ‘Hij wil bereiken dat Fransen meer individuele verantwoordelijkheid nemen, ondernemingszin tonen. Hij wil een cultuurverandering bewerkstelligen en hoopt in ieder geval een deel van de bevolking mee te krijgen.’

Het is de notie van de startup-nation, of, zoals Pedder het in haar boek schrijft: re-start-nation. Bij zijn aanhang uit de hogere middenklasse – ondernemers, consultants, advocaten, veelal woonachtig in grote stedelijke agglomeraties als Parijs, Lyon of Nantes – kan Macron ermee op enthousiasme rekenen. Maar bij armere mensen die de eindjes aan elkaar moeten knopen, die op het uitgestrekte platteland wonen, waar fabrieken verdwijnen, ziekenhuizen sluiten, en lokale middenstand het niet kan opnemen tegen hypermarchés? Twijfelachtig, op z’n minst. Aan de vooravond van het eerste grote protest van de gele hesjes ging Macron diep door het stof. Tijdens een interview verklaarde hij er ‘niet in te zijn geslaagd om het Franse volk met zijn leiders te verzoenen’ – een ongekende knieval voor een president die nog geen anderhalf jaar in het zadel zit.

En toch was er eerder vooral lof voor de wijze waarop hij de autoriteit van het presidentiële ambt herstelde. Dit was een topprioriteit. Al ver voor de verkiezingen had hij laten doorschemeren hoezeer Hollande er met de pet naar gooide. Hollande zei een ‘normale’ president te willen zijn, in reactie op het overspannen en splijtende presidentschap van Sarkozy. Maar volgens Macron zaten de Fransen daar helemaal niet op te wachten. Ze werden daar heel onrustig van, ze voelden zich ‘onveilig’ en ‘gedestabiliseerd’. Met een ‘normale’ president liep de natie niet alleen een ‘politiek en institutioneel’, maar zelfs een ‘psychologisch risico’.

Toen Charles de Gaulle in 1958 de Vijfde Republiek stichtte, was dat primair een reactie op de chronische instabiliteit en het handjeklap van de Vierde (1946-1958). Hij wilde een sterke uitvoerende macht. Nog altijd heeft de Franse president meer bevoegdheden dan enige andere leider in de democratische wereld. Wat ook meespeelde was dat De Gaulle ervan was overtuigd dat de Fransen altijd heimelijk zijn blijven verlangen naar een koning. Het trauma dat de onthoofding van koning Louis XVI teweegbracht is nooit helemaal geheeld. Macron deelt die overtuiging.

De Gaulle had het over ‘le part de mystique’ en in die lijn onderstreept Macron de noodzaak van een ‘nieuwe vorm van democratische autoriteit, die gefundeerd is op een betekenisvol vertoog, met een eigen symboliek, een voortdurende bereidheid tot projectie in de toekomst, het geheel verankerd in de Geschiedenis van het land’. Met zijn minutenlange gang door het Louvre liet Macron al op de avond van zijn overwinning blijken dat het hem ernst was. En zo zagen de Fransen hem in Château de Versailles de verzamelde senatoren en afgevaardigden toespreken en onlangs stond hij nog aan de voet van de Arc de Triomphe, waar hij de honderdjarige viering van het einde van de Eerste Wereldoorlog leidde en hij ‘nationalisme’ afzette tegen ‘patriottisme’. Eerder was hij in de oude Sorbonne, waar hij sprak over een ‘Europese soevereiniteit’, Europees handelingsvermogen.

‘Die hersacralisering van het presidentschap was ontegenzeggelijk een succes’, zegt Patrick Buisson, ‘zeker bij het rechtse electoraat. Tegelijk heeft het herstel van het mystieke lichaam van de koning ook al weer de nodige aantastingen ondergaan.’ Met zichtbaar afgrijzen wijst Buisson op een optreden van een rapgroep op het Elysée tijdens het jaarlijkse Fête de la musique. En op een bezoek aan de Franse Antillen, waar Macron op de foto ging met twee jongens, van wie één net uit de gevangenis. Het ziet er niet fraai uit: de president in overhemd, bezweet, en met een verkrampte lach op de lippen, ingeklemd tussen twee breedgeschouderde en louche jongeren, de een met ontbloot bovenlijf en zijn broek tot halverwege de heupen afgezakt, een middelvinger richting de fotograaf. Ze hadden ‘niks kwaads’ in de zin, zou een van hen later tegen journalisten zeggen. De president was ‘als een broer’ voor hen.

Opmerkelijk volgens Roussellier, de auteur van La force de gouverner, is dat Macron de sterke uitvoerende macht als iets geheel vanzelfsprekends beschouwt. ‘Hollande had op dat terrein nog een scrupule, Macron niet, hij houdt zich op geen enkele manier in.’ De macht, le pouvoir, is er om uitgeoefend te worden. Het is Macron op veel kritiek komen te staan. Termen als ‘fluwelen democratuur’ waren niet van de lucht. Inderdaad is van eerdere beloftes van overleg en debat hoegenaamd niets over. Alles loopt via het Elysée. Alleen brengt deze verticaliteit een voor Macron levensgevaarlijk probleem met zich mee: dat hij wordt gezien als een van de werkelijkheid afgesneden monarch.

Het is niet dat Macron niet zijn best doet om uit zijn bubbel te breken. Zo was er onlangs nog een itineraire mémorielle, een ‘herdenkingsrondgang’ langs de frontlijn van de Eerste Wereldoorlog, in het verarmde noorden. Het was een nadrukkelijke poging de kloof tussen hemzelf en wat sociaal-geografen het ‘perifere Frankrijk’ noemen wat te dichten. Le Pen scoort hier al jaren fors. In de marge van het officiële programma zou Macron in dialoog treden met bevolking ter plaatse, was het idee. Het liep uit op wat Franse media al spoedig als een ‘kruisgang’ omschreven, met burgers die de president luidruchtig ter verantwoording riepen, gênante verzoeken deden (een veteraan: ‘Belooft u me dat u alle illegalen het land uit gooit?’), of hem hun individuele leed voor de voeten wierpen. De voorgenomen accijnsverhoging op diesel hield de gemoederen toen al erg bezig. Macron weerde zich dapper, strijdvaardig zelfs. Toch was het algehele sentiment dat de onderneming een mislukking was.

‘Er komt er altijd een moment dat de president zich tot zijn raadgevers richt en verzucht: “Ik sta te ver af van de gewone Fransen, van hun werkelijkheid”’, zegt Buisson. ‘Zeker wanneer zijn populariteit terugloopt. Dan roept hij: “Ik zit hier opgesloten, ik wil het veld in, ik wil de mensen zien! En wat dan ook altijd gebeurt is dat goed bedoelende medewerkers een Potemkindorp voor de president optrekken. Er worden dialogen aangegaan met “gewone mensen”, maar dat zijn nepdialogen, want de president is daar in de volledige beschikking van zijn macht, met zijn taal, zijn gebaren… En wanneer die mensen dan hun zorgen voor hem neerleggen, accentueert dat de kloof tussen de president en het volk juist. Mensen voelen dat, het riekt bovendien te veel naar een pr-stunt. Het is contraproductief.’

Na jarenlang getouwtrek en talloze commissies mochten de Fransen in 2000 stemmen over de invoering van het quinquennat, het vijfjarige mandaat van de president. Dit kwam in de plaats van het septennat, het zevenjarige mandaat. Het was bedoeld om de kans op een zogeheten ‘cohabitatie’ zo veel mogelijk te verkleinen: een president die te maken heeft met een regering die niet zijn eigen kleur heeft. Om het lot nog een extra handje te helpen werden de parlementsverkiezingen vlak achter de presidentsverkiezing geplaatst. Het gevolg was een nog verdere presidentialisering van de Franse politiek. Voordien was er altijd wel sprake van spanning tussen president en premier. Nu was die laatste meer ‘een medewerker’, zoals Sarkozy ooit snedig opmerkte.

‘Bijgevolg is de democratische legitimiteit vrijwel geheel bij de president komen te liggen’, zegt Thierry Pech. ‘En daarmee ook het leeuwendeel van de verwijten.’ In de praktijk betekent dat een verzwakking van het instituut van de president. Ga maar na, Sarkozy was binnen een jaar al zijn populariteit kwijt, Hollande binnen een half jaar, en Macron binnen iets meer dan een jaar. Macron heeft zelfs binnen drie maanden een kwart van zijn populariteit verloren. ‘De Vijfde Republiek eet haar eigen kinderen op’, zegt Pech, ‘dat wil zeggen, haar presidenten.’

Een in Frankrijk vaak gebruikt cliché is dat De Gaulle de Vijfde Republiek naar zijn eigen beeld geschapen heeft. En als de bovenmenselijke figuur die hij was, zadelde hij toekomstige presidenten op met de onmogelijke taak zich aan hem te meten. Dat is niet helemaal onwaar, maar, benadrukt Pech, De Gaulle liet veel ruimte aan zijn premier. ‘Bovendien was er altijd de mogelijkheid om de premier te ontslaan. Zijn rol was om klappen voor de president op te vangen, zodat die laatste altijd weer met een schone lei verder kon. Zo deed Mitterrand dat, en ook Chirac. Maar sinds de invoering van het quinquennat is dat niet zo eenvoudig meer.’

Nicolas Roussellier onderschrijft die analyse. ‘In het huidige systeem worden de verkiezingen geheel en al geabsorbeerd door de presidentsverkiezingen’, zegt hij. ‘Bovendien danken vrijwel alle afgevaardigden van En Marche! in het parlement hun verkiezing aan Macron. In de samenleving zijn ondertussen enorme verwachtingen gewekt wat betreft werkgelegenheid, sociale en economische gelijkheid en koopkracht. Maar dat zijn geen zaken die zich op korte termijn laten oplossen, dus treedt na een jaar teleurstelling op. En die richt zich volledig op de president. Wat zijn kracht zou moeten zijn toont zich vanaf dat moment als zijn zwakte.’

Hij vervolgt: ‘Het is waar dat de Franse president enorme macht heeft vergeleken met presidenten elders. Maar in feite is het een giftig cadeau. Juist vanwége die macht zijn de verwachtingen ook groter, en als die niet worden ingelost, en dat kan eigenlijk niet, keert zich dat tegen hem, dan wordt die macht een last.’ Volgens Roussellier staat de Vijfde Republiek weliswaar bekend als een daadkrachtig regime, maar is ze dat in de praktijk juist helemaal niet. Hij wijst op de noordelijke Europese landen, op Nederland en Denemarken. ‘De uitvoerende macht is er veel zwakker, maar toch krijgen ze als het op hervormen aankomt veel meer voor elkaar dan wij.’

Hoe het de komende weken met de gele hesje verder gaat, moet blijken. Zeker is dat het presidentschap van Macron in zwaar weer terechtgekomen is. Of het blijvende averij heeft opgelopen zal voor een belangrijk deel afhangen van het vermogen de koopkracht van de Franse middenklasse te verbeteren. ‘In dat opzicht heb ik met Macron te doen’, zegt Pech, ‘want de economische groei zal op z’n best “niet slecht” zijn. Als hij erin slaagt de werkloosheid terug te dringen zal het nooit om een spectaculaire daling gaan. Hierna wacht de hervorming van het pensioenstelsel. Het heeft iets tragisch, want het reduceert de president tot een soort boekhouder. Dat is niet waar de Vijfde Republiek voor ontworpen is, die is bedoeld om grootste en meeslepende politiek mee te bedrijven.’