Opheffer

Ik ben bang

Ach, wat is links nog in dit land? Het lijkt iets voor tevredenen en legen. Links, dat was: cultuur, avant-garde, solidariteit, gelijkheid, gelijkwaardigheid, Vrij Nederland, Haagse Post, de Vara, de VPRO, The Rolling Stones, een elektrische gitaar, een jankende mondharmonica, het Vondelpark, Paradiso, een joint, een dominee die aan jonge meisjes wilde zitten, een priester die eigenlijk homo was, literatuur, sociologie, provo, Renate Rubinstein, Sartre, Ischa, Cuby, Herman Brood, patchoeli-olie, lang haar, een kapiteinsjasje, een zwarte coltrui, een deux-chevaux, een camping municipal in Zuid-Frankrijk, zelf brood mee, geen cola, liften, de film Easy Rider, het Stedelijk Museum, de Dordogne-expres, Hans Lodeizen in het Amsterdamse Bos, Het gat van Nederland, Jan Blokker, Viet Nam, Piet Nak — om maar eens wat te noemen. Dat is dus allemaal weg.

Links is een huilende Melkert, een brabbelende Wim Kok en een PvdA die de weg kwijt is. Links is een sympathieke partij als de SP, die totaal geen rol speelt. Links is niet GroenLinks. GroenLinks is: iets meer PvdA. Links is ook niet meer in de omroepen. Soms probeert de Vara nog een beetje te linksen, maar alleen als dat het kijkcijfer helpt. Linksen is een beetje geëngageerd doen. Iedereen doet ’t tegenwoordig. Net als rechtsen. Rechtsen is: zeggen dat Nederland vol is, dat je niet wilt discrimineren maar dat je toch verdomde last hebt van die geitenneukers, rechtsen is Fortuyn voor een intellectueel verslijten en leedvermaak hebben om Melkert. Links en Rechts zijn onlangs met elkaar getrouwd, het is een huwelijk tussen man en man, of vrouw en vrouw, want we willen niet discrimineren. Links en Rechts zijn ouderwets. En vooral saai.

Maar saai zijn ook degenen die denken dat grof niet saai is — wat vaak wel zo is. Overal om je heen zie je grof, en het is bijna net zo gedateerd en vervelend als Links en Rechts. Grof neuken op televisie, groffe taal op de radio, groffe taal in de krant, schelden, tieren, vuile vieze kankerlijer krijg de tering achter je hart vuile rotjoodse neger, rot op naar dat Duitse eiland van je, misselijke Pale stijnse Sharon. Het betekent allemaal niks meer.

Soms besef ik dat er op 11 september van het afgelopen jaar twee vliegtuigen welbewust het World Trade Center in New York zijn ingevlogen. Het werd voor mij toen 1938. Niet omdat de wereld veranderde, maar omdat de wereld juist niet veranderde.

Op de televisie gaat het over seks. Ik kijk liever naar seks dan naar armoede in de wereld, waar het natuurlijk over zou moeten gaan, maar waar, net als ik, niemand naar kijkt. Dat was links. Vroeger zouden we naar armoede hebben gekeken. Of naar iemand die zei dat het met die armoede wel meeviel. Dat was rechts.

Het is nu 1938. We weten niet wat er boven ons hoofd hangt en feesten verder, terwijl desperate jongens van zeventien een aanval op een kerncentrale voorbereiden die de wereld zal veranderen of in elk geval een groot stuk aarde voor een paar duizend jaar onbruikbaar zal laten zijn.

«Misschien is er op het andere net nog wat seks.» Boven me wordt de vrouw van de geitenneuker door de geitenneuker in elkaar geslagen omdat ze zich niet aan de regels van de islam houdt, maar ik zeg niets, want ik wil niet discrimineren. Onder me wordt een kind vermoord en in stukken gesneden over Nederland verspreid.

Ik wil solidariteit, gelijkheid, gelijkwaardigheid, politie, nog meer politie en rust, vooral rust. Ik ben bang.