Hogerop dankzij de Weekendschool

‘Ik ben blikje vijftig’

De afgelopen twintig jaar hebben bijna 2400 kinderen uit achterstandswijken de IMC Weekendschool doorlopen. De toekomstoriëntatie is uitgegroeid tot een krachtig netwerk. ‘Wij zijn de sociale elite.’

Medium rc20171031 suraj o neil 03
Suraj O’Niel – ‘Je hebt je lot grotendeels in eigen handen als je je passie volgt’

‘Ik was de rechter.’ Aysenur Mercimek (24) kan zich haar les in de rechtbank van Amsterdam nog goed herinneren. Kinderen van haar IMC Weekendschool uit Amsterdam-Noord speelden een rechtszaak na. Er waren advocaten, verdachten en bewaarders en zij mocht uiteindelijk het oordeel geven. ‘Ik weet niet meer wat nu precies mijn uitspraak was, maar ik vond het heel spannend dat ik dat mocht doen.’

In januari twintig jaar geleden werd de IMC Weekendschool opgericht. Heleen Terwijn (50) deed promotieonderzoek in Amsterdam-Zuidoost en kwam erachter dat kinderen in die wijk heel weinig leerden over hun toekomstmogelijkheden. ‘Geen advocaat, dokter, journalist of ingenieur in hun eigen omgeving waarmee ze even kunnen praten om te zien wat zo’n vak precies inhoudt. Ze hadden totaal geen netwerk dat hen op weg kon helpen, al was het maar met een snuffelstage.’

Terwijn startte met een zondagsschool in Amsterdam-Zuidoost waar mensen uit de praktijk lesgeven over hun vak. ‘Ze vertellen niet alleen wat hun beroep inhoudt’, zegt Terwijn, ‘maar vooral wat hen motiveert. Waarom ze zo begeesterd zijn, ze brengen vooral hun enthousiasme over.’

De IMC Weekendscholen, op dit moment tien, staan in de armste wijken van Nederland. In zo’n wijk worden zes basisscholen gekozen van verschillende denominaties en alle leerlingen van groep 7 zijn welkom. Citoscores of andere testen spelen geen rol, wel moeten de kinderen echt gemotiveerd zijn. ‘We gaan op huisbezoek om ook aan de ouders duidelijk te maken dat de kinderen elke zondag moeten komen’, zegt Terwijn. ‘Het kan niet gecombineerd worden met sport op zondag. De kinderen moeten er echt voor kiezen om drie schooljaren, groep 7, 8 en de brugklas, zo goed als alle lessen te volgen.’ In twintig jaar tijd hebben ruim 2400 kinderen dit traject doorlopen.

‘Ik was altijd al een leergierig meisje.’ Aysenur twijfelde veertien jaar geleden geen moment: de Weekendschool was echt wat voor haar. ‘Niet omdat ik niet wist wat ik wilde, ik wil namelijk al heel lang dokter worden, maar ik was nieuwsgierig en wilde me ontwikkelen.’

Haar moeder werkt als medisch analist – ‘ze was de eerste in het ziekenhuis die een hoofddoek droeg’. Onderwijs werd in haar familie altijd al belangrijk gevonden. ‘Dáárvoor heb ik de Weekendschool niet nodig gehad’, zegt Aysenur. ‘Maar bij mij maakten bijvoorbeeld de poëzielessen veel indruk. Ik wist helemaal niet dat je met woorden zo veel kon doen.’ Ze is toen begonnen met het bijhouden van een dagboek, iets wat ze tot de dag van vandaag doet. ‘Ik vind het belangrijk om zelf te schrijven, mijn hart te luchten, mijn eigen woorden op papier te zetten.’

Op de middelbare school kwam ze er pas achter dat ze op de Weekendschool best veel geleerd had. ‘In de vijfde klas van het vwo nog. Toen bleek ik bij maatschappijleer veel meer te weten dan mijn medeleerlingen over staatsinrichting en de Tweede Kamer. Wij hadden bijvoorbeeld Het Lagerhuis nagespeeld. De stelling was dat allochtonen niet in Nederland thuis horen. Ik moest dat standpunt verdedigen terwijl het eigenlijk niet te verdedigen was. Maar ik wilde ook niet verliezen.’

Aysenur praat rustig en zelfverzekerd. Ze is op dit moment arts in opleiding, in het voorjaar van volgend jaar hoopt ze aan de Vrije Universiteit – ‘die heb ik ook leren kennen via de Weekendschool’ – haar diploma als basisarts te halen. Ze hoeft alleen nog een co-schap op de eerste hulp te doen.

‘In de vijfde klas van het vwo bleek ik bij maatschappijleer veel meer te weten dan mijn medeleerlingen over staats­inrichting’

Het volgende doel is een opleidingsplaats als cardioloog. ‘Voor mij het ideale beroep, het is vrij technisch maar je hebt ook veel contact met patiënten. Voor mij de beste combinatie.’ De concurrentie voor deze opleidingsplekken is echter hevig. ‘Misschien moet ik eerst nog promoveren om op zo’n plek kans te hebben.’ Over een jaar of tien is ze dan cardioloog.

Naast haar studie heeft Aysenur nog een heel ander leven. Ze doet veel vrijwilligerswerk, net als veel andere alumni van de Weekendschool, zo blijkt uit recent onderzoek. Ze is gastdocent en ambassadeur van de Weekendschool en ze is zeer actief bij de moskee in Amsterdam-Noord. Ze is daar lid van de jongerencommissie en begeleidt onder meer open dagen in de moskee en de cursus basiskennis islam voor buurtgenoten. ‘Daar is steeds meer belangstelling voor’, zegt ze. ‘Mensen willen gewoon weten wat er bij ons gebeurt, zeker omdat de islam zo vaak in het nieuws is.’

De moskee is min of meer haar ‘tweede huis’. Regelmatig houdt ze inleidingen en praatjes en zit ze vergaderingen voor. ‘Ook dat heb ik op de Weekendschool geleerd, bijvoorbeeld bij de opleiding tot ambassadeur. In het begin was ik hartstikke nerveus, maar dat is inmiddels wel voorbij.’

Small suraj img 2618
Suraj

Groepjes stoere witte mannen komen van het oefenterrein lopen. Veel veertigers en vijftigers, fors van postuur. Zwarte en beige-gele canvaspakken, een witte of rode helm in de hand. Even later dringen kleedkamergeluiden door in de kantine van het Brandweer Opleidingscentrum Amsterdam Amstelland (Bocas), naast luchthaven Schiphol. Gelach en gespetter van water.

Plotseling verschijnt een tanige Surinaamse jongeman voor het kantineraam. Suraj O’Niel (27) wenkt. ‘Kom, dan laat ik zien welke brand ik geblust heb.’ Even later wijst hij op het oefengebouw. ‘Daar op de derde verdieping een binnenbrand. We moesten water uit de standleiding halen en volgens alle veiligheidsregels de woning betreden.’ De roetvegen zitten nog op zijn pak.

O’Niel zat op de Weekendschool in Amsterdam-Zuidoost. ‘Ik twijfelde erg, maar mijn moeder vond het echt wat voor mij.’ Wat de school hem gebracht heeft? Hij is overtuigd. ‘Dat je alles kunt bereiken als je er echt voor gaat. Je hebt je lot grotendeels in eigen handen als je je passie volgt.’ Het is een antwoord dat veel meer alumni geven, zo blijkt uit onderzoek van de Universiteit van Amsterdam. Niet alleen geeft het overgrote deel van de ex-deelnemers aan de lessen niet te hebben willen missen, en gingen ze er met veel plezier naartoe, ook ervaren ze meer toekomstperspectief en met name ook meer invloed op hun eigen actieve handelen. Ze hebben het gevoel hun eigen leven meer te kunnen bepalen.

‘Daar is het ons nu precies om te doen’, zegt Heleen Terwijn. ‘De jongeren hoeven heus niet allemaal dokters, advocaten of journalisten te worden. Alle beroepen zijn goed als ze maar bewust hun eigen keuze maken en niet alleen reageren op de omstandigheden. Ze moeten hun nieuwsgierigheid kunnen volgen.’

‘Het hoeven niet allemaal dokters of advocaten te worden. Alle beroepen zijn goed als ze maar bewust hun eigen keuze maken’

En dat doen de meeste oud-deelnemers, blijkt uit het onderzoek. Een overgrote meerderheid is van mening dat ze op de Weekendschool hebben geleerd dat ze alles mogen vragen en dat fouten maken mag. Ook zagen ze dat ze op een leuke manier konden omgaan met volwassenen.

Suraj O’Niel dacht lange tijd dat de IT het helemaal voor hem was. Na school ging hij in de IT werken, volgde allerlei interne opleidingen en klom op tot netwerkbeheerder. Met een goed salaris en een mooie auto onder zijn kont. Toch ging het kriebelen, de IT bleef leuk maar eigenlijk had hij een wel heel rustige kantoorbaan. Hij kwam via zijn zus op de parttime opleiding tot sportleider. De verplichte stage regelde hij via het alumninetwerk van de Weekendschool en de Richard Krajicek Foundation die met de school samenwerkt. Het werd een tennisvereniging in Zuidoost, waar hij nu nog steeds vrijwilliger is.

Belangrijker was echter dat hij op de opleiding een brandweerman tegenkwam die hem vertelde dat de brandweer altijd op zoek is naar goede kandidaten. Na veel twijfel en een gesprek op de Weekendschool hakte hij de knoop door: hij ging proberen bij de brandweer te komen.

‘Ik ben blikje vijftig.’ Suraj O’Niel zegt het met trots. De Amsterdamse brandweer heeft in 2017 twee opleidingsgroepjes, blikje 49 en 50, die bewust diverser zijn samengesteld dan het korps nu. Dus relatief meer vrouwen en mensen van niet-Nederlandse komaf, allebei zo’n dertig procent. De selectie is loodzwaar. Van de ruim vierhonderd kandidaten blijven er uiteindelijk zo’n twaalf over na pittige lichamelijke en psychische tests. Zo moeten de kandidaten bijvoorbeeld zes kilometer kunnen afleggen in een half uur, ze worden gedrild en afgeknepen en ze gaan 24 uur op bivak met maar twee uur slaap. ‘En dan wordt gekeken of je nog wel kunt samenwerken.’

Suraj doorstond alle tests. Hij raakte niet in paniek in een ruimte die volliep met rook en wist geblinddoekt de uitgang te vinden. Ook in een bakje dertig meter boven de grond hield hij het hoofd koel. ‘Ik ben altijd al sportief geweest’, geeft hij als verklaring van zijn succes. ‘En als IT’er ben ik gewend om logisch na te denken, rationeel te blijven.’ Voor het goed kunnen samenwerken is de basis gelegd op de Weekendschool, denkt hij. ‘Je doet daar veel opdrachten gezamenlijk. Als voorzitter van de alumniraad heb ik bovendien ervaring met leiderschap opgedaan.’

Medium rc20171102 aysenur mercimek 01
Aysenur Mercimek – ‘Ik was altijd al een leergierig meisje’

De overstap bevalt Suraj erg goed. Naast de opleiding loopt hij ook dagen mee als stagiair op de kazerne. De eerste brand is al geblust, ‘een houten bankje in een park, dat stelde niet veel voor’, de eerste deur is ingebeukt, ‘een meneer was bij het bad gevallen en kon de deur niet openen voor de ambulancebroeders’. Ook heeft hij geassisteerd bij het naar buiten takelen van een patiënt. ‘Je wordt ook echt opgeleid als algemeen hulpverlener.’

Mei volgend jaar is hij klaar. Dan heeft hij elke week twee keer 24 uur dienst als brandweerman. In de vijf overige dagen kan hij voor zijn kinderen zorgen, tennisles geven, koken, taekwondo beoefenen en als hobbyist verder gaan in de IT. ‘Want dat blijft er door de Weekendschool wel in, je wil jezelf blijven ontwikkelen.’

‘Door de Weekendschool heb ik een sociale inslag gekregen. Ik wil wat terugdoen voor al het moois dat ik heb ontvangen’

‘Kom jij eens hier!’ Virgil Tevreden (30) wijst in een rij jongeren met sportkleding, beschermers en bokshandschoenen een grote jongen met lange dreadlocks aan. Hij staat er wat verloren bij, gewoon in de kleding waarmee hij uit school kwam en zonder beschermers. Alleen de rode handschoenen laten zien dat hij weet dat hij op een kickboksles is.

Virgil loopt met hem mee naar de gang. ‘Hoe oud ben je?’ ‘Dertien meester’, antwoordt de jongen. ‘Wat denk je dat je bent over vijf jaar?’ vraagt Virgil. Een onduidelijk antwoord volgt. ‘Met zo’n houding wordt dat niet veel goeds’, gaat Virgil verder. ‘Je weet toch dat je sportkleding moet meenemen en dat je moet luisteren naar je trainer?’ Hij raakt de jongen even aan. ‘Waarmee kunnen we je helpen? Hoe kunnen we zorgen dat je wel goed traint?’

Later zegt Virgil dat hij met de jongen heeft afgesproken dat hij bij de trainingen een vaste begeleider krijgt waarmee hij dan een band kan opbouwen. Ook zullen ze na elke training zijn moeder even bellen om haar van de vorderingen van haar zoon op de hoogte te brengen. ‘We vinden discipline belangrijk, we houden ons aan regels omdat jongeren om die duidelijkheid vragen. Maar we werken vooral met beloningen. Met zo’n vaste begeleider maken we duidelijk dat we hem zien en erkennen. Dat versterkt zijn zelfvertrouwen. En dat telefoontje is een dubbele beloning, want als we zijn moeder goede berichten overbrengen, zal de jongen thuis ook een goed onthaal krijgen.’

Virgil is oprichter en coördinator van Stichting Jongeren Die het Kunnen (jdk), een project voor jongeren met een laag IQ en/of gedragsproblemen, en alumnus van het eerste jaar van de Weekendschool. Twee zaken die wat hem betreft in elkaars verlengde liggen. ‘Ik heb gratis veel extra begeleiding gekregen en veel geleerd van de excursies. Door de Weekendschool heb ik een sociale inslag gekregen. Ik wil wat terugdoen voor al het moois dat ik heb ontvangen.’

De moeder van Virgil wist het zeker: hij ging van voetbal af en naar de zondagslessen van juf Heleen. ‘Ze had goed gezien dat die praktische lessen echt wat voor me waren’, zegt Virgil. ‘Rekenen is saai, maar niet als je het gebruikt als je op de beurs aan het handelen bent, zoals we inderdaad hebben gedaan.’ Een medische les maakte grote indruk. ‘We kregen in het ziekenhuis een echte long te zien van een roker en een niet-roker. Dat verschil was enorm.’

Op school was hij teruggetrokken, vertelt Virgil, maar op de Weekendschool was hij haantje de voorste. ‘Ik stak meteen mijn hand op als er een presentatie gegeven moest worden of als er sponsoren rondgeleid moesten worden. Heleen moest me echt afremmen. Ze heeft me geleerd geduld te hebben en anderen ook de ruimte te geven.’

Small aysenur high img 1364
Aysenur

Virgil kwam op een middelbare school terecht ‘waar de grootste criminelen van nu hebben gezeten’, en stapte over naar het roc, richting sociaal-pedagogische hulpverlening. Daar kwam hij in een klas terecht met alleen maar meiden. ‘Een verademing’, zegt hij. ‘Ik werd heel goed opgevangen en, nog belangrijker, de druk viel weg om me aan te passen aan het negatieve gedrag van mijn mannelijke medeleerlingen.’

‘We delen dezelfde ervaringen. We bewonderen dezelfde voorbeelden en kunnen ook weer voorbeelden voor anderen zijn’

Als stagiaire op het Amsterdamse Orion College, een middelbare school voor speciaal onderwijs, ontmoette hij Delerio. Het was een life changing event. ‘Ik werd begeleider van deze jongen met grote gedragsproblemen. Ik vroeg wat hij nu eigenlijk zelf wilde, en dat bleek sport te zijn. Maar op een gewone sportclub was hij niet te handhaven en op sport voor mensen met een beperking zaten alleen gehandicapten, dat wilde hij niet.’

Virgil nam hem dagelijks mee naar zijn eigen sportschool en al snel namen de gedragsproblemen van Delerio af. ‘De sportschool werd een veilige omgeving voor hem, hij leerde de codes kennen, leerde zich te gedragen.’ Meer jongens van het Orion College wilden dezelfde begeleiding en het idee voor Jongeren Die het Kunnen was geboren.

‘Wat heb je getekend, dat ziet er mooi uit?’ Virgil buigt zich over de tekening van een meisje dat alleen aan een tafel zit. In de ruimte ernaast zijn Turkse, Marokkaanse, Surinaamse, Antilliaanse en Nederlandse meiden in de weer met kleurrijke stoffen. ‘Dat meisje werkt liever alleen, ze kan slecht tegen de drukte, ze hoort soms stemmen’, legt hij later uit.

Met acht betaalde krachten en ruim twintig vrijwilligers draait Jongeren Die het Kunnen op dit moment vijf groepen met kinderen uit drie Amsterdamse scholen voor middelbaar speciaal onderwijs, kinderen met problematisch gedrag. Alles gefinancierd uit fondsen, de scholen, de gemeente en giften van particulieren. ‘We vullen het gat tussen thuis en school’, zegt Virgil. ‘In eerste instantie denken de jongeren dat ze gewoon op sport zitten, maar het is een preventieproject. De jongeren zijn vaak beschadigd, hebben trauma’s opgelopen en hebben daar nog steeds last van. Deze kwetsbare groep loopt na schooltijd op straat omdat de ouders vaak werken. Daar zijn ze ontvankelijk voor slechte invloeden, de criminaliteit ligt dan om de hoek. Wij houden ze daarbij weg en bereiden ze voor op een leven in de maatschappij, met alle codes die daarbij horen. Zodat ze zich na drie jaar zelfstandig kunnen handhaven.’

De meiden veroorzaken minder maatschappelijke problemen, weet Virgil, met hen doet het project naast handvaardigheid ook basketbal en danstheater. ‘Maar ze internaliseren problemen veel meer dan de jongens. Ze hebben bijvoorbeeld vaak een erg laag zelfbeeld en dat maakt ze weer ontvankelijk voor loverboys.’

Eigenlijk is hij doordeweeks zijn eigen Weekendschool begonnen. Virgil lacht. ‘Ja, maar dan met een totaal andere doelgroep.’ En de Weekendschool heeft hem ook gesteund bij het opzetten van zijn project, benadrukt hij. ‘Ik vertelde over mijn plannen en zij vonden een penningmeester in hun netwerk. Voor mij is hij mijn financiële steun en toeverlaat die alles mogelijk maakt.’

‘Bij mij is het eigenlijk pas na de Weekendschool begonnen.’ Lecyca Curiel (19) is net terug van een leadership-forum in New York en familiebezoek op Curaçao. Ze zat drie jaar op de Weekendschool in Groningen en deed op haar zestiende de opleiding voor ambassadeur van die school. Op de uitreikingsceremonie op de Amerikaanse ambassade kreeg ze niet alleen de uitnodiging om een leiderschapstraining voor vrouwen in Amerika te volgen, er kwam na een lezing voor sponsoren ook nog een potentiële werkgever naar haar toe. ‘Hij wilde mijn kaartje en dat had ik toevallig als ambassadeur ook gekregen.’ Ze werd gevraagd om een onderzoek te doen naar de kenmerken van haar generatie, de generatie Z.

Lecyca nam twee tussenjaren tussen het vwo en de studie Liberal Arts and Scienes in Rotterdam. Ze bezocht met drie andere Weekendschool-alumni de tiendaagse leiderschapstraining en sprak op een conferentie in New York – en werd later teruggevraagd als stagiaire. Voor haar werkgever gaf ze in Londen een lezing over wat haar leeftijdgenoten drijft, waardoor ze vervolgens weer de vraag kreeg om haar verhaal ook in New York af te steken voor een groep ceo’s.

Kenmerkend voor generatie Z is volgens Lecyca dat ze echt digital native is. ‘De millennials zijn wat dat betreft een tussengeneratie. Wij leerden al swipen in de wieg.’ De Z-jongeren zijn ondernemend en erg met de wereld bezig, hield ze haar internationale publiek van marketeers en directeuren voor. ‘Werkgevers zouden daarom juniorposities voor hen moeten creëren waarbinnen ze met dat ondernemerschap uit de voeten kunnen.’ Het is ook de meest diverse generatie ooit. ‘Does your organisation have Trudeau diversity?’ vroeg ze haar publiek.

De generatie Z is ‘raw’ – rauw en eigen – en heeft het netwerken met de paplepel ingegoten gekregen. Bedrijven moeten daarom de Z’ers ook stimuleren om hun netwerk tijdens werktijd te onderhouden en eventueel in te zetten voor het bedrijf, vindt Lecyca. ‘Neem ons eigen alumninetwerk’, zegt ze, ‘dat voelt echt als een familie, of je broers en zusjes ontmoet. We komen eens in de twee jaar met alumni van de Weekendschool bij elkaar op Nyenrode en dat voelt als een warm bad. We delen dezelfde ervaringen, hebben vaak aan een half woord genoeg. We bewonderen dezelfde voorbeelden en kunnen ook weer voorbeelden voor anderen zijn. We zijn misschien wel een soort elite, maar dan een sociale elite. We hebben kansen gehad en willen wat terugdoen voor de wereld.’

‘De kinderen kunnen altijd bij ons terugkomen.’ Heleen Terwijn zou het liefst met alle 2387 alumni contact houden. ‘We stimuleren dat ze ons opzoeken, ook als ze even vastzitten. Maar het is geen verplichting.’ De Weekendschool geeft ook goed bezochte trainingen in onder meer solliciteren en presenteren. Speciale coaches geven loopbaanadvies en alumni vinden het vaak een grote eer als ze terugkomen als gastdocent. Het nieuwe computernetwerk wordt door alumni ontworpen, onder supervisie van ibm.

‘Eigenlijk is het een voorbeeldig netwerk’, vindt Terwijn. ‘We helpen de kinderen hun eigen weg te vinden, waarbij ze rekening houden met de ander. Ze zijn nieuwsgierig naar alle mogelijkheden en realiseren zich dat iedereen een verhaal heeft. Ik vind onze jongeren een verrijking voor de samenleving.’ Een elite? ‘Ja, misschien wel. Maar dan wel een voorbeeldige elite. Een voorbeeld voor ons allen.’