Ik ben conservatief

Ik moet vaak denken aan mijn vader. Hij was een intellectueel man met een hekel aan de moderne kunst van zijn tijd. Karel Appel noemde hij altijd Karel Sappel, K. Rel Pel Aap of Rel Pel Kaap. Ook wel - en dan schaamde ik me heel erg - noemde hij Karel Appel wel eens Piet Peer. Picasso werd uiteraard door mijn vader Piet Kassa genoemd.

Moderne klassieke muziek noemde hij ‘plingke plongke kadjoem deuk’, beatmuziek noemde hij 'stomp, stomp, stomp’ en hij beschreef de moderne dans als 'je rug afvegen met een handdoek en tegelijkertijd je sigaret uittrappen’.
Iedere keer als ik dans, doe ik die beweging even en zeg ik: 'Even m'n rug afvegen en m'n sigaret uittrappen.’
Om Picasso kregen mijn vader en ik een gigantische ruzie.
Ik kende op een bepaald moment in mijn leven geen groter kunstenaar dan Picasso. Het lukte mij niet om dat mijn vader duidelijk te maken. Hij zag het niet. Picasso maakte volgens hem de kunst kapot.
Ik denk dat mijn vader nu, als hij nog had geleefd, de kwaliteit wel zou hebben gezien van Picasso.
Maar ik?
Ik bedoel: ik wil dolgraag progressief zijn, maar ik kan het niet. Ik word conservatiever en conservatiever, terwijl ik dat niet wil.
Als ik door het Stedelijk Museum loop, erger ik mij. Ik vind het niks - ik zie het niet. Ik begin ook grapjes over de namen van de beel dende kunstenaars te maken. Ik probeer de kunstrecensies te lezen, maar die zijn mogelijk nog erger dan boekenrecensies.
Ik ben conservatief en ik weet het.
Conservatief: waarom moeten er binnen de grachtengordel nieuwe huizen worden gebouwd? Waarom moet het Museumplein verkankerd worden? Misschien is het wel mooi, maar ik zie het niet. Ik zou wel eens willen weten: wie zijn de mensen met goede smaak die alles beoordelen? Rudi Fuchs is een aardige man - heus - maar begrijpt er iemand iets van wat hij vindt, denkt, schrijft? Hoe kan zo'n man in een positie komen dat hij mag oordelen?
Ik probeer mij te verzetten tegen de gedachte dat de wereld steeds lelijker wordt. Ik kan het niet. Hij wordt lelijker!
Wat moet ik in godsnaam doen tegen deze gedachte?
en ik ben niet onsympathiek - ik bedoel: ik hou van de straat, van kunst die daar vandaan komt. Ik ben een liefhebber van rap bijvoorbeeld en ook van house - maar die stijlen zijn ook al aktetasserig geworden.
Onlangs was ik in Parijs, waar ik een tekening van Picasso voor tienduizend gulden kon kopen. Het was een eenvoudig tekeningetje van een duif, maar zo mooi. Ik wist opeens weer waar het om ging. Een mooie lijn, een mooi handschrift.
Ik kocht de tekening niet omdat ik dat geld niet heb. Nadat ik de kunsthandelaar had bezocht, ging ik naar Musée d'Orsay. Veel bombast-troep, maar ook redelijk veel mooie dingen. En dat museum is prachtig.
Maar weer denderde het door me heen: je bent conservatief, je wilt niks meer veranderen. Eigenlijk vind je de wereld wel af.
Dat is niet zo.
Ik wil leuke en goede ideeën. Ik wil dat men zich aanstelt, uitslooft, zich belachelijk maakt. Maar dat gebeurt niet.
De beschaving laat alleen haar masker zien.
Misschien is beschaving wel alleen dat masker.
’s Avonds ging mijn vriend met wie ik in Parijs was naar de hoeren.
'Ga mee… Een Parijse hoer…’
'Ik durf niet.’
'Doe niet zo idioot, gek. Niemand kent je hier.’
'Ik durf niet.’
'Wel tienduizend piek willen uitgeven voor een Picasso, maar niet voor een paar honderd gulden naar een Parijse hoer gaan. Je bent gestoord.’
'Dat ben ik ook.’
Ik ging naar mijn hotelkamer, televisie kijken en trok me af terwijl ik aan thuis dacht. Conservatieven zijn bang voor alles. Ook voor nepliefde.
Zou mijn vader In Parijs wel eens naar de hoeren zijn gegaan?