Kunstenaar verovert nieuwe economieën

‘Ik ben de juiste man op het verkeerde moment’

Wim Delvoye kent geen grenzen, noch in zijn fantasie, noch in het aantal landen waar hij werkt. De Biënnale van Venetië nadert. ‘Het leven wordt steeds plezanter.’

WIM DELVOYE heeft dure merkkledij aan, slurpt van zijn koude koffie en stort een woordenvloed als een waterval uit, zichzelf constant relativerend. Midden in het gesprek wil hij per se naar zijn konijn ‘Konijn’ gaan kijken. Hij graait een joint vanonder een boek en zegt in het binnentuintje van zijn indrukwekkende huis aan de rand van Gent: ‘Dat is mijn privé-blowruimte. Zo adem ik ook nog eens gezonde lucht in.’
Eigenlijk is Delvoye (1965) altijd al een provocateur geweest. Hij zette Delftse mozaïeken op gasflessen, exposeerde zijn eigen drol op de Documenta van Jan Hoet, werd schatrijk met het verkopen van stront en beeldde röntgenfoto’s van parende koppeltjes af in glasramen. Vroeger was hij een wereldreiziger. Als eerste Vlaamse kunstenaar was hij actief in China. Hij zette daar een boerderij op waar hij varkens zonder protesten van dierenorganisaties kon tatoeëren. Hij kocht een gigantisch kasteel in Vlaanderen waarop hij ooit een kathedraal hoopt te kunnen bouwen en beroemdheden te kunnen begraven. Niks is hem te gek. Het eerste voorbeeld is een dergelijk groots project in de rand van de Biënnale van Venetië komende zomer.
Wim Delvoye: ‘Bij de Peggy Guggenheim Collectie hebben we een schitterende opdracht in de wacht gesleept. Een heel prestigieuze plek. Het is de algemene teneur dat de bezoekers meestal zuchtend de Biënnale verlaten, maar je hoort ze wel zeggen: “Bij Peggy Guggenheim was het verbluffend.” We krijgen veel krediet voor ons nieuwe project. Maar tegen de zomer, vermoed ik, is de crisis enorm. Kunstenaars zullen op de drempel van hun paviljoen zitten huilen. Er zullen minder tentoonstellingen zijn, kleinere catalogi. Het is nu geen moment om grootschalige dingen te doen. Dús gaan wij heel grootschalig. Ik ben de juiste man op het verkeerde moment. We maken een gigantische maquette van een gotisch gebouw. We vertrekken waar de gotiek gestopt is. De maquette zal een grote impact hebben. We “fantaseren” een gigantisch gebouw van driehonderd meter hoog. Dat wordt op een terras voor het Peggy Guggenheim Museum gelegd. Dagelijks varen er 175.000 mensen langs. Het aantal bezoekers voor een rockconcert van internationaal niveau. Enorme kosten kunnen we niet vermijden, maar die zijn dan ook verantwoord.’
Waarom precies gotiek?
‘Het is een stijl die mij enorm interesseert. Een bouwstijl die superpraktisch is. Tegelijkertijd superornamenteel. Het is een stijl die je kunt ervaren als onze culturele humus. Die dateert van onze culturele lente. Voor de grote wereldreizen. Tijdens de periode waarin we ons continent opbouwden, was dat de dominante stijl. Die heeft ook iets moresks. We leggen in ons werk nu constant een link tussen het gotische en het moreske of Arabische.’
U bent blijkbaar heel actief in de Arabische wereld.
‘In Oman zijn we uitgenodigd om een vuurtoren te ontwerpen. Als dat lukt kan ik financieel krediet opbouwen om in de toekomst wellicht een moskee te creëren. In Indonesië is er al een persoon die me heeft gevraagd om een moskee op te trekken. Vijf jaar geleden kon je je dat niet inbeelden. De interesse voor mijn werk is in India en het Midden-Oosten bijzonder groot. Why not. Je moet mee met je tijd. Daar wonen de nieuwe heren. Het is fantastisch dat ik zo word opgepikt door die nieuwe economieën. Als zij mij nu die kansen geven, ontstaat er ook interesse voor mijn oudere werk.’

KOMT ER NOG een ‘Cloaca’?
‘Nog één: Cloaca Travel Kit. Dat zou de negende zijn op valiesformaat. Wat is typisch Delvoye? Al die sporen synchroon bewandelen. Ik opteer niet voor zo hard afgelijnde periodes. Sommige projecten lopen uit en verdwijnen en andere zie je opkomen. Die gotiek kun je een overgangsfase noemen.’
Kunt u terugvallen op een ploeg die u omringt?
‘Ik werk met ingenieurs en architecten en zij zorgen dat ons project perfect wordt uitgevoerd. Vroeger zat ik meer in het buitenland dan hier in de buurt van Gent. Nu vind ik het geweldig plezant om mijn stoel van de ene medewerker naar de andere te rollen. Te “designen”, te fantaseren, op de computer te schetsen.’
De recessie is voor u een goede zaak?
‘Het is voor niemand een goeie zaak. Maar ik ben ertegen gewapend, want in mijn debuutjaren was het ook crisis. Ik heb me ingedekt. Anderen zullen verdwijnen. Zo hoop ik ook meer plaats te kunnen innemen. Maar dat louteringsproces duurt zo lang dat het heel vervelend wordt.’
Wat na die crisis?
‘Ineens gaan we uit de crisis ontwaken. Wie in het jaar 2012 in China actief is, zal vaststellen dat de Europeaan nog altijd in 2009 leeft. Die ervaring zal zich continu manifesteren. Het gaat niet zozeer om de conjunctuur maar om de structuur. Alle ondernemers, alle economisten zeggen dat. Neem de metro in Parijs en je weet het. We beleven veel meer dan louter een credit crunch, een bankcrisis, een recessie, een depressie. Het zou kunnen zijn dat pas bij het verdwijnen van de crisis de problemen in het Westen ontstaan. Er is meer aan de hand dan je in NRC Handelsblad leest of op het internet vindt. In Peking kun je zoveel dingen meer doen. Daar zijn ze niet zó communistisch als men hier denkt. Als je in Frankrijk je winkel opendoet op zondag vlieg je in de cel, maar als je in China dan je winkel openhoudt: geen probleem. Raad eens wie communistisch is.’
Maar de crisis houdt u niet tegen om verdere experimenten te bedenken?
‘Nee, integendeel. Je investeert het best in kunstwerken. Je kunt ermee verhuizen, de wereld rond.’
Maar vreest u niet dat de recessie de kopers in het Westen zal afschrikken?
‘Ik heb nooit overdreven: ik heb nooit gigantisch veel geld voor mijn werk gevraagd. Mijn curve gaat niet opeens een dip kennen. Ik ben een beetje duurder dan vroeger, maar ik ben ook ouder. De goeie collectioneurs blijven actief, maar velen zullen ook een louteringsproces ondergaan. Ze zullen nadenken, zich voortdurend vragen stellen.’
In de wereld gebeurt niet alles tegelijkertijd?
‘Op het ogenblik dat de crisis goed begonnen is in het Midden-Oosten is er misschien al een kleine verbetering in Amerika. De wereld is groot, onoverzichtelijk. Je treft ook lieden aan die de basis van hun rijkdom nu aan het maken zijn. Ze kopen cash voor halve prijs en als het dan binnen drie jaar beter gaat, zijn ze helemaal binnen. Je kunt natuurlijk niet voor de hele sector spreken. Ik heb geen rondvraag bij mijn collega’s gedaan.’
Veel kunstenaars zijn zelf arm, kunnen zich weinig permitteren.
‘Heel wat belangrijke, hedendaagse kunstenaars hebben dergelijke situaties gezien toen ze studeerden. Dat beeld is in hun hoofd gerijpt. Toen ik studeerde waren er een paar leraren die zeiden: “Kijk, zelfs ik kan van mijn kunst niet leven al ben ik een van de besten in België.” Ik geloofde dat. Ook dat ging er bij mij als zoete koek in. Al die tijd heb ik gestudeerd zonder hoge verwachtingen. Ik zag mijn meest glorieuze toekomst zo: wonen in een klein dorp, in een rijhuisje, met mijn 2pk’tje af en toe naar de avondles rijden. Dat zou mij zekerheid geven. Met dat beeld leefde ik tijdens mijn studieperiode. I’m a loser. Daar was ik rotsvast van overtuigd. Het is gelukkig anders uitgedraaid. Maar het geld interesseert me nog altijd niet zo. Of je je werk nu voor vijftigduizend, honderdduizend of vijfhonderdduizend euro verkoopt, dat maakt niet zoveel uit. Je kunt dat niet vergelijken met het plezier dat je hebt terwijl je je kunstwerken maakt.’

‘ALS JE HEEL JE LEVEN vezelplaten of wc-brillen verkoopt, of gebreide truien, en je hebt honderden machines die truien breien, dan kan dat je een kick geven: je bent een ondernemer. Maar de kick die een kunstenaar heeft, neen, die kennen ze niet. Dat groeit. Twintig jaar geleden moest ik alles zelf doen. Naar de post, naar de bank. Nu heb ik een boekhouder, een dit, een dat. Voor alles wat mij niet interesseert, vind ik wel iemand. Het leven wordt steeds plezanter omdat je je steeds meer kunt specialiseren in wat je werkelijk goed kan.’
Moet een kunstenaar ook niet de rol van de ondernemer spelen?
‘Hij móet een ondernemer zijn. Hoe meer ondernemer je bent, hoe zelfstandiger en hoe vrijer je over je werk kunt beschikken. Een kunstenaar die geen ondernemer is, is meer afhankelijk van de markt. Iemand die op een zolderkamertje honger lijdt, omringd door zijn schilderijtjes, zal makkelijker te beïnvloeden zijn door de eerste de beste handelaar die vraagt: “Zet die bomen eens in het blauw.”’
Hoe bevalt het werken met bijvoorbeeld Chinezen?
‘Het is moeilijk maar het lukt me wel. Ik heb in 1990-92 betonmolens laten snijden in Indonesië; geen haan kraaide ernaar. Dat was geen big news. Terwijl je dat feit toch kunt ervaren als een mooie voorloper van varkens tatoeëren in China. Niet dat het daar allemaal rozengeur en maneschijn is. Chinezen zijn vaak te laat. De kwaliteit van hun materiaal laat soms te wensen over. Gigantisch veel ongelukken kunnen er gebeuren. Bepaalde opdrachten lijken minder duur te zijn, maar als die niet op tijd klaar zijn of als je transportkosten te veel doorwegen gaan je uitgaven enorm de hoogte in. Daar een Cloaca bouwen, dat zou niet kunnen. Dan heb ik gewoon de lat wat lager gelegd en kwam ik bij de varkens uit. Technisch gezien was dat niet zo moeilijk; dat gebeurde wel artisanaler, archaïscher dan in Europa.’
Welke andere kunstenaars spreken u nu aan?
‘Eens mijn job erop zit, ben ik niet zo met kunst bezig. Ik ben enorm gefascineerd door oudere kunsten. Oude boeken, atlassen, met zo’n dingen ben ik graag bezig. Het heeft iets meer hobbyachtigs. Ik ben laatst nog naar een beurs geweest van hoenders en konijnen, van kleinvee, in Merelbeke. Ik vind het interessant om zo gigantisch veel soorten konijnen te zien. Ik wist niet dat er zo veel verschillende rassen waren. Van die vaststelling kan ik ontzettend genieten.’