Interview met Sidi Larbi Cherkaoui

‘Ik ben een aangepaste spons’

Sidi Larbi Cherkaoui is een man van 31, half Marokkaan, half Belg. Hij is choreograaf, danser, Antwerpenaar, homoseksueel en heeft bruine ogen. Al die eigenschappen zijn gelijkwaardig, vindt hij; ze verbinden hem met zijn omgeving. ‘Iedereen heeft een gemengde identiteit.’

Een gesprek met Sidi Larbi Cherkaoui (Antwerpen, 1976), de selfmade streetdancer die internationale faam verwierf met zijn theatrale dansproducties, is een waar genot. Hij is gericht, open en uitermate welbespraakt. Bovendien heeft hij een consistent verhaal dat telkens weer uitkomt bij zijn overtuiging dat alles en iedereen met elkaar verbonden en gelijkwaardig is.

‘Feitelijk is mijn werk een grote zoektocht naar harmonie’, zegt hij in Antwerpen na een repetitie van zijn nieuwste productie Myth. ‘Tegelijk is het een reflectie van de werkelijkheid, waarin de harmonie wordt verbroken.’

Van die verstoorde eendracht was hij zich vroeg bewust. Als zoon van een Vlaamse moeder en een Marokkaanse vader merkte hij dat elke plek zijn eigen waarden, waarheden en waardeoordelen kent. ‘Thuis zag ik bijvoorbeeld dat Christus voor mijn moeder de zoon van God was, maar voor mijn vader gewoon een profeet. Op school leerde ik dat God een concept is dat je niet als absolute waarheid hoeft aan te nemen. Ik heb nooit in een warm bad van eenduidige zekerheden gelegen. Daardoor heb ik ook nooit ontnuchteringen gekend in de zin van “de kerstman bestaat niet”.’

Zijn familie leerde hem nog een belangrijke les, die tot op de dag van vandaag in zijn werk resoneert: ‘Ook de zus van mijn moeder was getrouwd met een Marokkaan. Hun kinderen waren net als mijn broer en ik “halvelingen” en we zaten allemaal in hetzelfde schuitje. Toch zagen mijn vader en mijn oom elkaar niet graag, omdat mijn oom Berber was en mijn vader een Marokkaanse Arabier. Ik was pas tien, maar realiseerde me hoe vreemd het was dat zij zich door zo’n enkel feit uiteen lieten drijven. Zijzelf voelden dat helemaal niet zo. Onze families behoorden tot verschillende clans.’

Sindsdien is hij ervan doordrongen hoeveel verdeeldheid er in de wereld is. De hedendaagse dans, merkte hij, bood hem de mogelijkheid allerlei verschillen te verzoenen, ook tussen kunstvormen: ‘Als choreograaf kun je zeggen: schilderen is ook beweging en zingen is ook dans. Het is een beweging in je binnenste die naar buiten komt.’ Zo zoekt hij in zijn leven en zijn werk naar verbanden, tussen mensen, culturen, kunstdisciplines, muzieksoorten en muziekperiodes, Oost en West, tussen traditie en nieuwe vormen. Zijn theaterwerk is uiterst eclectisch en verenigt eigentijdse dansstijlen, oude muziek, zang, hiphop, tekst, populaire motieven, filosofie en tekst. ‘Niet, zoals mij wel wordt verweten, om één mix van dat alles te maken. Nee, ik wil het verband, de vervlochtenheid tonen, omdat ik in mijn leven heb ondervonden dat alles verbonden is. Het is een misvatting te denken dat de vermenging van culturen iets van de twintigste eeuw is; het gebeurde al in de Middeleeuwen. Wel hebben machthebbers altijd geprobeerd het tegen te houden, maar de mix is eigenlijk altijd al de norm geweest.’

De dans deed pas laat zijn intrede in Cherkaoui’s leven. Tekenen was zijn eerste liefde en de enige cultuuruitingen die hij daarnaast kende, kwamen via de tv, met name mtv. Op zijn vijftiende begon hij de dansers in videoclips van artiesten als Madonna en Janet Jackson te imiteren. Tot ongenoegen van zijn vader: ‘Dansen, dat deed je op bruiloften. In zijn cultuur werd dat niet als kunst gezien en zeker niet iets wat je als man deed.’ Toen zijn ouders scheidden en hij bij zijn moeder ging wonen, kon hij zich ongehinderd op de dans storten. Hij danste in variétévoorstellingen en televisieprogramma’s, volgde ‘als een krankzinnige’ lessen in alle stijlen en studeerde een jaar aan Anne Teresa De Keersmaekers opleiding P.A.R.T.S. Dankzij een prijswinnende solo kwam hij bij Les Ballets C. de la B. terecht, waar hij optrad in Alain Platels Iets op Bach (1998) en vrijwel onmiddellijk zelf begon te creëren. ‘Mijn lichaam had al die verschillende stijlen geabsorbeerd. Omdat ik niet één basistechniek had, bracht ik automatisch elementen van de ene stijl over naar de andere. Ik kreeg steeds te horen dat het niet goed was: bij de jazzles was ik te klassiek, bij klassiek te modern, et cetera. Op die leeftijd weet je nog niet dat je je aan een technisch systeem moet onderwerpen om iets goed te leren, zodat ik al snel dacht: ik wil zelf iets maken. Nu snap ik die “vakjes” wel. Ik ben een aangepaste spons geworden, met genoeg geduld om me naar zo’n kader te voegen.’

Cherkaoui benadert de verschillende stijlen en technieken binnen de danskunst antihiërarchisch en bestrijdt de stelling dat de academische dans (ballet) de meest complete danstechniek is. ‘Waarom? Dansen zij op hun hoofd, roteren zij op elleboog of heup? Hiphoppers wél. Zo bezien is hiphop technisch veel geavanceerder dan ballet.’ Voor zichzelf heeft hij ontdekt dat iyengar yoga hem (vooralsnog) de beste basis biedt. ‘Yoga en zang, die staan voor mij nu, op 31-jarige leeftijd, bovenaan.’

De laatste jaren heeft hij bewust de rol van leerling opgezocht en zich laten inspireren door leermeesters van traditionele theatervormen, onder wie de Brits-Bengaalse kathakdanser Akram Khan en de jonge Kabuki-meester Fujima Kanjuro. ‘Ook als je geen keuzes maakt, word je beïnvloed. Dan kies ik liever zelf welke invloeden ik wil absorberen. Niet omdat ik me leeg voel, maar omdat ik verandering in mijn leven wil; ik wil vooruit. Ik wil altijd ergens anders zijn en de ervaringen van al die verschillende plaatsen met elkaar verbinden, om zo een spinnenweb te creëren waardoor ik snel van het een naar het ander kan.’

Verbinden is sowieso een belangrijke functie van het theater, vindt Cherkaoui, die zijn eigen werk als ‘religieus theater’ betitelt. Niet omdat hij gelovig is, maar omdat hij de opvatting huldigt dat het woord religie afstamt van het Latijnse rilegare, verbinden. Toch is religie in de gangbare betekenis een terugkerend thema in zijn oeuvre, dat hij kriskras door Europa reizend opbouwt. Foi (2003) ging bijvoorbeeld expliciet over het (christelijk) geloof, vooral het schuldbesef, en in Tempus Fugit (2004), veel lichter van toon, richtte hij de blik op de islamitische wereld. Met Akram Khan wisselde hij in de bejubelde productie Zero Degrees (2005) ‘op scène’ ervaringen uit over hun beider gemengde achtergrond, met de islam als gemeenschappelijke factor – een actueel onderwerp. Hóe actueel bleek toen zij twee jaar geleden in Londen optraden. ‘We speelden er vlak nadat de bommen waren afgegaan in metro en bus. Ik was zó blij dat Akram en ik meteen konden laten zien dat wij, allebei religieus opgevoed, géén bommen aan ons lichaam hangen. Ik was daar heel emotioneel over. Luister, ik heb ervoor gekozen niet meer islamitisch te zijn, maar die waarden zijn wél via mijn opvoeding binnengebracht. Ze hebben mij níet tot terrorist gemaakt. Net zo kan een Vlaming een Vlaams Blokker worden of iemand die love, peace and understanding roept. Opvoeding is belangrijk, maar veel blijft onvoorspelbaar.’

Hij benadrukt nog eens dat in zijn optiek íedereen een gemengde identiteit heeft, als kind van een vader en een moeder uit verschillende families. Een ieder die zijn eigen stamboom bekijkt, zou zich bewust moeten worden van de enorme diversiteit die hij in zichzelf herbergt, aldus Cherkaoui: ‘Natuurlijk is er in elke situatie wel één die de uitzondering is. Als kind heb ik de volle laag gehad, met mijn Marokkaanse naam op een Vlaamse school, en ’s avonds als enige blanke op de koranschool. Maar er zijn zoveel meer dingen waarin we hetzelfde zijn. Het boek dat ik altijd als referentie neem, is Les identités meurtrières van Amin Maalouf, een christelijke Libanees. Hij beschrijft hoe iedereen uit vele identiteiten is gemaakt. Ik bijvoorbeeld ben een man van 31, half Marokkaan, half Belg, homoseksueel, danser, choreograaf, Antwerpenaar en ik heb bruine ogen. Als iemand daar één element uithaalt, bijvoorbeeld mijn homoseksualiteit, moet ik me daar dan tegen verdedigen? Nee, want zo reduceer ik mijzelf tot homo, terwijl ik ook die man met bruine ogen ben, Antwerpenaar, enzovoort. En ik ken alle gebeden uit de koran.’

Héél soms vraagt hij zich af of hij wel in de juiste context opereert, of de politiek hem geen beter podium biedt. Maar die twijfel duurt maar even. ‘Veel te vermoeiend’, lacht hij. ‘Dit past veel beter bij mijn natuur. Zolang ik de energie heb om op deze manier te communiceren, doe ik het.’

Sidi Larbi Cherkaoui (het Toneelhuis), Myth_. Openingsvoorstelling van Julidans, 3 juli, Stadsschouwburg Amsterdam. Tijdens Julidans ook: Akram Khan Company,_ Third Catalogue_, 5 juli, www.julidans.com_