In Turkije gaat het hard tegen hard

‘Ik ben een guerrilla, ik huil nooit’

Op 1 november zijn er verkiezingen in Turkije. Ondertussen bereiden het leger en de PKK zich voor op een verhevigde strijd, voor ‘de totale oorlog die Erdogan blijkbaar wilde’.

Medium rtx1spm0

‘Je had hier gisteren moeten zijn!’ De pkk-strijder zegt het met een grote lach op zijn gezicht. ‘Achttien soldaten hebben we vermoord!’ Hij verandert van toon als hij mijn verbaasde gezichtsuitdrukking ziet. ‘Het is niet grappig, klopt’, bevestigt hij. ‘Maar wat moet ik dan? Huilen? Ik ben een guerrilla, ik huil nooit.’

Echt niet? ‘Oké’, geeft hij toe, ‘ik huil wel eens, bijvoorbeeld als ik een kameraad zie sterven. Maar je weet toch wat huilen met je doet? Huilen lucht op, huilen verlicht spanning. Terwijl ik als guerrilla de spanning juist vast moet houden, want die heb ik nodig voor de strijd.’

We zijn in een vallei in het uiterste zuidoosten van Turkije. Sores is eind twintig en sloot zich tien jaar geleden aan bij de Koerdische verzetsbeweging. Hij praat hard, vertelt vol bravoure over zijn leven als strijder, maakt geintjes. Tussendoor overlegt hij fluisterend met zijn strijdmakkers in de bergen, de walkie-talkie tegen zijn oor gedrukt. Daar echoën de mortier- en raketinslagen van de oorlog tussen het Turkse leger en de pkk. De pkk’ers maken zich echter niet veel zorgen. ‘We zijn veilig’, zegt er eentje. ‘Het vuur van de tanks bereikt onze schuilplaatsen in grotten en onder de rotsen meestal toch niet.’

In de vallei voelen de guerrilla’s zich veilig: ze lopen ontspannen rond en klimmen voor het beste zicht op de zonsondergang op een hoge rots. Regelmatig komen ze naar een tent die is opgezet naast de kraakheldere beek.

Dit is het onderkomen van de levend-schildgroep uit Yüksekova, een stadje in Turkije’s meest zuidoostelijke hoek bij de Iraanse en Iraakse grens. De actiegroep bestaat uit burgers en vaak ook Koerdische politici die gevechten tussen het Turkse leger en de pkk willen belemmeren. Er zijn al genoeg doden gevallen in deze ruim dertig jaar durende oorlog.

Deze dagen huist er een groep van 32 mensen uit Bölük köyü, een dorpje vlak buiten Yüksekova, in de tent. Zij zullen over een paar dagen worden vervangen door een nieuw team. Op een groot spandoek bij de ingang van de tent staat een boodschap aan president Erdogan: ‘Wij zullen je geen oorlog laten voeren.’

In de ogen van de actievoerders heeft de Turkse president de oorlog weer laten oplaaien na een staakt-het-vuren dat begin 2013 van start ging. De algemene verkiezingen van afgelopen juni, waarbij de akp na dertien jaar alleenheerschappij de meerderheid in het parlement verloor, vormden de opmaat naar het geweld. Erdogans plan om de grondwet te veranderen en de parlementaire democratie te vervangen door een presidentieel systeem werd hierdoor gedwarsboomd. De hdp was volgens akp-aanhangers de grote boosdoener: de linkse partij die voortkomt uit de Koerdische politieke beweging haalde de kiesdrempel van tien procent en voorkwam zo dat Erdogans partij de absolute meerderheid zou krijgen.

Coalitiebesprekingen volgden, maar liepen zoals verwacht op niets uit. Volgens de grondwet moeten er nieuwe verkiezingen uitgeschreven worden als er na 45 dagen nog steeds geen regeerakkoord is. Hoeveel extra stemmen de akp nodig heeft om bij de verkiezingen op 1 november de meerderheid terug te pakken, is vanwege het gecompliceerde Turkse systeem lastig te zeggen. Er is een winst van slechts achttien zetels nodig om 276 van de 550 zetels te bemachtigen. Voor een verandering van de grondwet zijn echter 330 zetels nodig, en om dat te bereiken moet de hdp weer onder de kiesdrempel van tien procent terechtkomen. De grondwet kan zonder referendum veranderd worden als de akp 367 Kamerzetels haalt, maar dat is een zogeheten ‘supermeerderheid’ die de partij nog nooit heeft gehad.

Erdogan had kunnen proberen om conservatieve, gelovige Koerden weer op zijn partij te laten stemmen, maar hij gooide het over een andere boeg: Turkse nationalisten die waren overgelopen naar de ultranationalistische mhp moesten terugkeren op het nest. En hoe lijm je die? Met geweld tegen de pkk.

Medium gettyimages 488295946

Hoe het staakt-het-vuren precies tot een einde kwam, daarover lopen de meningen uiteen. Was het de zelfmoordaanslag in Suruc op 20 juli, waarbij 34 activisten omkwamen die naar de Syrisch-Koerdische stad Kobani wilden om te helpen met de wederopbouw van de stad? De aanslag werd hoogstwaarschijnlijk gepleegd door Islamitische Staat, maar de akp wordt door velen medeverantwoordelijk gehouden vanwege jarenlang laks beleid tegenover IS. Of was het de liquidatie van twee politiemannen die door de pkk werden verdacht van hulp aan IS, twee dagen later in het stadje Ceylanpinar?

In dezelfde week eind juli gebeurde er nog iets opmerkelijks: een Turkse legerofficier stierf pal aan de Syrische grens door een IS-aanval vanaf Syrisch grondgebied. De akp gaf de VS toegang tot Turkse luchtmachtbases om IS effectiever te kunnen bestrijden en bezwoer zelf de strijd tegen IS ook op te voeren. De Turkse F-16’s die vertrokken vanaf bases in het zuidelijke Adana en het zuidoostelijke Diyarbakir vlogen echter zelden zuidwestwaarts naar Syrië maar vooral zuidoostwaarts richting pkk-kampen in het noorden van Irak.

‘We bewapenen burgers en in verschillende steden en wijken wordt de autonomie uitgeroepen’

De internationale coalitie tegen IS kon nauwelijks iets inbrengen tegen deze strijd van Turkije tegen de pkk, de organisatie waaruit de ypg is voortgekomen. Dezelfde ypg die in Syrië zo efficiënt tegen IS vecht. De pkk staat zowel in Turkije als de VS en Europa op de lijst van terroristische organisaties. Wie zal Turkije het recht betwisten om binnenlandse terroristen te bestrijden?

Opeens waren ze er: de bewapende jongeren in de Koerdische steden in het zuidoosten van het land. Niet als vanouds bewapend met stenen en molotovcocktails, maar met kalasjnikovs en raketwerpers. Ze hielden half augustus een paar uur het stadje Varto onder controle, tot het leger de macht weer overnam. Daarna doken ze overal op: in het historische centrum van de miljoenenstad Diyarbakir, in de kleinere steden Silopi, Silvan, Cizre, Yüksekova.

Een ‘revolutionare volksoorlog’ noemt Z. het. Hij is 35 jaar en een van de leidinggevenden van de pkk in Istanbul. Het interview vindt plaats in een café in de wijk Kadiköy aan de Anatolische kant van de stad. Z. zegt: ‘Het doel is om zogeheten “vrij-leven-zones” te creëren. We bewapenen burgers en in verschillende steden en wijken wordt de autonomie uitgeroepen. De staat wordt in zulke gebieden buitenspel gezet.’

De strijd tussen het leger en de pkk vindt door deze tactiek niet alleen in de buitengebieden plaats, maar deels ook in de steden. Met alle gevolgen voor burgers van dien: de onafhankelijke mensenrechtenorganisatie ihd becijferde dat er tussen 21 juli en 27 september maar liefst 85 burgers in de gevechten zijn omgekomen.

Dat zijn soms bewapende jongeren, maar vaak ook bejaarden, kinderen en huisvrouwen. Bewoners hebben niet bepaald een ‘vrij leven’ als hun wijk in de greep is van de strijd tussen stadsguerrilla’s en het leger.

De strijdende jongeren behoren vaak tot de ydgh, de Patriottistische Revolutionaire Jongeren Beweging die gelieerd is aan de pkk. Het geweld waarvan ze zich bedienen noemen ze ‘zelfverdediging’. Turkse strijdkrachten, vinden ze, hebben niets te zoeken in Koerdisch gebied, en dus worden die aangevallen in ‘hun’ wijken. Ze nemen geen bevelen aan van de pkk.

Bese Hozat, die samen met Cemil Bayik het leiderschap van de pkk in de bergen vormt en in de hiërarchie direct onder de gevangen leider Abdullah Öcalan staat, bevestigt tijdens een interview in het Qandil-gebergte in Noord-Irak dat de jongeren vooral hun eigen plan trekken. Ook zelfstandig opererende pkk-cellen volgen niet meer altijd het patroon van voor het staakt-het-vuren, namelijk ‘hit and run-_aanvallen’ waarbij een politie- of legerpost wordt bestookt waarna guerrilla’s zich uit de voeten maken. Nu worden er ook politiemannen doodgeschoten in dorpjes in _‘drive by shootings’ en de executie van de twee politiemannen in Ceylanpinar, in hun slaap, had niets met ‘zelfverdediging’ te maken.

Als de pkk besluit dat het geweld moet stoppen, luisteren alle cellen dan nog wel? Bese Hozat twijfelt geen moment en antwoordt met een volmondig ‘ja’. Wel voegt ze eraan toe: ‘We doen zo’n oproep alleen als de staat aan een aantal voorwaarden voldoet. De aanvallen op onze kampen en de operaties in de steden moeten stoppen, het uitbreiden van de militaire infrastructuur moet ophouden, er mogen geen nieuwe politie- en legerposten worden gebouwd en de regering moet terug naar de onderhandelingstafel.’ Een onmogelijke lijst voorwaarden, waaraan zeker voor de verkiezingen van 1 november niet zal worden voldaan.

Hozat beschuldigt de regering ervan tijdens het staakt-het-vuren de regels van het spel niet te hebben gevolgd. ‘Er is geen enkel initiatief genomen om beleid uit te zetten dat op vrede was gericht. Een van de belangrijkste en meest logische regels van een staakt-het-vuren is toch dat je je niet voorbereidt op oorlog? Waarom is de regering dan geen moment gestopt met het bouwen van bruggen en wegen voor militair gebruik? Met het uitbreiden van het netwerk van politie- en legerposten in de bergen, met het aanleggen van dammen die puur en alleen zijn bedoeld om de wegen die guerrilla’s gebruiken ontoegankelijk te maken?’

Maar is de pkk op zijn beurt niet net zo hard bezig geweest met de voorbereiding op een hernieuwde gewapende strijd? De huidige strijd had de pkk nooit kunnen voeren zonder gedegen voorbereiding. ‘De eerste twee jaar van het staakt-het-vuren’, reageert Bese Hozat, ‘hebben we ons serieus ingezet voor het vredesproces en hebben we ons werk voor zelfbestuur en voor zelfverdediging op een laag pitje gezet. Maar we begrepen dat het over was op het moment dat Erdogan afstand nam van de Dolmabahce-overeenkomst.’

De overeenkomst werd op 28 februari dit jaar gesloten in het Dolmabahce-paleis in Istanbul, in aanwezigheid van zowel parlementariërs van de hdp als vertegenwoordigers van de akp. In feite was het een deal tussen de regering en pkk-leider Öcalan. De overeenkomst besloeg tien actiepunten, variërend van grondwettelijke erkenning van de Koerden en vrouwenrechten tot sociaal-economische en ecologische doelen. De pkk beloofde in de lente van dit jaar een congres te organiseren over het neerleggen van de wapens.

De woede en verbijstering waren groot toen Erdogan, die volgens insiders nauw betrokken was bij de onderhandelingen, het akkoord aan flarden schoot met zijn opmerkingen dat de Koerdische kwestie niet bestond en dat er van onderhandelingen geen sprake was. Het ergerde hem dat de pkk nog niet was begonnen met de ontwapening. Maar aan de voorwaarden waaronder dat moest gebeuren had zijn eigen regering nog niet voldaan. Bese Hozat: ‘Sinds begin april is alle communicatie met Öcalan verbroken. Het was tijd om ons op te maken voor de totale oorlog die Erdogan blijkbaar wilde.’

‘Öcalan zou in de eerste plaats willen dat partijen terugkeren naar de onderhandelingstafel’

Inmiddels gaat het hard tegen hard. De pkk en bewapende jongeren barricaderen hele buurten met stenen muren en ander materiaal (in Yüksekova lag een meterslange verroeste watertank dwars op een brede straat). Hozat: ‘Het enige bevel dat van ons is uitgegaan is dat lokale units zich mogen verdedigen op de manier die zij passend achten, met altijd de restrictie dat burgers nooit het doel mogen zijn.’ Heeft het leiderschap in Qandil ook de jongeren in de steden onder controle? Hozat: ‘Nee, zij zijn geen pkk-leden en staan niet onder ons bevel.’

Van de stadsjongeren is bekend dat ze maar naar één man luisteren: Abdullah Öcalan. Hij zou het einde van de gewelddadigheden kunnen verordonneren, maar krijgt de kans niet omdat hij inmiddels ruim een half jaar in isolatie zit. Vraag aan Bese Hozat: als Öcalan nu zou spreken, wat zou hij dan zeggen? Haar antwoord: ‘Hij zou in de eerste plaats willen dat partijen terugkeren naar de onderhandelingstafel. Maar ik geloof ook dat hij nooit het recht van de Koerden zou ontkennen zichzelf te verdedigen.’

De pkk kiest bij haar aanvallen weliswaar nooit burgerdoelen, dat wil niet zeggen dat er geen burgers om het leven komen. Zo zijn er twee mannen omgekomen bij wegafzettingen in het zuidoosten, waar de pkk vaak zogeheten ‘identiteitscontroles’ houdt en reizigers een lesje geeft in pkk-theorie. Wie wegvlucht van zo’n wegafzetting kan dat bekopen met zijn leven.

Om nog maar te zwijgen over de doden die vallen bij de strijd in de dichtbevolkte wijken van de steden. Voelt de lokale pkk-leider Z. uit Istanbul zich daar medeverantwoordelijk voor? Hij legt, weinig verrassend, de schuld bij de staat: ‘Het gaat erom dat wij onze eigen gebieden willen besturen. Het leger heeft daar niets te zoeken.’

In Qandil duikt Bese Hozat de pkk-geschiedenis in als ze zegt: ‘In de jaren negentig al hebben we onze strategie radicaal veranderd. Het streven is niet langer een Koerdische staat, zoals in het begin, want een natiestaat kan de problemen nooit oplossen. Nu streven we naar een democratische structuur met regionale autonomie.’

Die structuur zou binnen Turkije vorm moeten krijgen, zonder dat de rol van de pkk uitgespeeld raakt. Hozat: ‘Vergelijk het met de pesjmerga in de Koerdistan-regio in Irak. Ooit vochten de pesjmerga tegen de dictatoriale macht van Saddam Hoessein. Dat was een legitieme strijd, en nu zijn de pesjmerga de officiële strijdkrachten van de Koerdistan-regio. De strijd die de pkk voert tegen de Turkse staat en de dictatoriale leider is net zo legitiem, en dus ook onze plaats in een toekomstige autonomie. Je weet toch wat er bij demonstraties altijd gescandeerd wordt over de pkk? “De pkk is het volk.” Daar kan niemand omheen.’

De akp lijkt zich ondertussen te verslikken in de gekozen strategie: volgens vrijwel alle opiniepeilingen verliest de partij populariteit. Volgens de meest recente opiniepeiling zou de akp 38,2 procent van de stemmen halen, een verlies van bijna drie procentpunten vergeleken bij de verkiezingen van 7 juni. De hdp daarentegen wint volgens veel peilingen en staat nu op 13,7. De ultranationalisten groeien van ruim zestien procent naar ruim achttien procent. Het geweld lijkt niet de akp te versterken, maar juist de ultranationalisten.

In de steden voert het Turkse leger kort durende operaties uit, waarbij de positie van de ydgh-jongeren niet echt wordt aangetast en de buurten gebarricadeerd blijven. Waarom blijft grootschalig ingrijpen uit? Wordt er achter de schermen gepraat over een nieuw staakt-het-vuren, mogelijk nog voor de verkiezingen? Ontpopt Erdogan zich op het allerlaatste moment als vredesduif? Wie het weet, mag het zeggen.

In de vallei bij Yüksekova blijken de guerrilla’s toch niet zo veilig als ze zich waanden. Op een ochtend worden er twee gewonde pkk’ers verzorgd in de tent van de levende schilden. Een van hen is er ernstig aan toe: zijn scheenbeen ligt op twee plaatsen open en zijn halve voet is weg. Hij is in shock, stelt een medestrijdster vast. Hij kermt het uit als de wond met jodium wordt ontsmet en opnieuw wordt verbonden. Een van de vrouwelijke levende schilden zit naast hem, houdt als een moeder zijn hand vast, wist zijn voorhoofd met een vochtige doek.

De pkk’ers hebben muilezels klaarstaan, een stuk of vijftien. Eentje ervan wordt beladen met een brancard van stukken pallet, dekens en touwen – geïmproviseerd, maar stevig als een huis. Aan het eind van de middag hijsen ze de gewonde strijder erop. Een guerrilla zegt dat zijn been waarschijnlijk verloren is. Er ligt voor hem een nieuwe taak in het verschiet, waarschijnlijk als opleider van nieuwe recruten. Maar eerst naar het dichtstbijzijnde pkk-hospitaal, helemaal in de Qandil-bergen in Noord-Irak. Dat is zeker twee dagen lopen.

De zon verdwijnt achter de bergen, de schemering zet in. De muilezel stapt behendig door de beek met de last op zijn rug en twee guerrilla’s ernaast. Met tien minuten zijn ze tussen de bergen uit het zicht verdwenen.


Verbannen uit Turkije

_Groene-_correspondente Fréderike Geerdink werd tijdens het maken van deze reportage gearresteerd toen ze met de levend-schildgroep de vallei wilde verlaten. Samen met de actiegroep werd ze twee dagen vastgehouden op het politiebureau van Yüksekova en vervolgens het land uitgezet. Het is tot nu toe onduidelijk of en wanneer Fréderike Geerdink als journaliste naar Turkije kan terugkeren. Ze blijft over de Koerden schrijven, maar dan vanuit Europa, Syrië en Irak.

Alle leden van de levend-schildgroep zijn inmiddels vrijgelaten. Het gerechtelijk onderzoek tegen de groep en Geerdink loopt nog.

Foto: Osman Orsal / Reuters
Foto: Getty Images