Ik ben een zak

Vroeger noemde je alles ‘burgerlijk’. Wat was die burgerlijkheid precies? Het was gebrek aan smaak, het vasthouden aan tradities, de angst voor verandering, de hang naar conservatisme.

Mijn ouders vond ik burgerlijk. Hun vaste gewoonten vond ik burgerlijk. Burgerlijk was ook alles wat tegenstrijdig was met groots en meeslepend leven. Tegenover die burgerlijkheid stond het linkse denken. Links wilde alles veranderen, was voor gelijkwaardigheid, voor vrijheid. Links stond voor jeugd. Links was leuk. Sinds kort bemoei ik me professioneel met de Nederlandse politiek. Voor diverse radioprogramma’s word ik gedwongen een mening te hebben, en dus lees je de krant iets beter, ga je weer bij jezelf te rade wat je nu vindt en probeer je niet hypocriet te zijn. Ik praat veel met familie en vrienden over de politiek. En wat merk ik… dat ik een romantisch verlangen heb naar het prettige GroenLinks-denken, maar dat ik dat niet meer kan opbrengen. Het lukt eenvoudig niet. GroenLinks… alles deugt. Je kunt Paul Rosenmöller niet op hypocrisie betrappen. Hij praat vlot, ziet er goed uit, en die heerlijke standpunten. Ik ben het er altijd mee eens. Opkomen voor de minderheden, de laagst betaalden, de onderdrukten. Tegen de armoede en voor de gelijkheid. Daar ben ik ook allemaal voor. En dan het milieu. Ook ik zie voortdurend minder vogels in de lucht en meer op het bord, en die decadentie stuit mij tegen de borst. Het is allemaal zo mooi. Geluidsoverlast. Zodra ik iets interessants te zeggen heb, komt er een vliegtuig over en verstaat niemand me. Vreselijk. GroenLinks, ik begrijp ze zo goed. Je moet wel een enorme zak zijn wil je ze niet sympathiek vinden. En daar zit hem nu net de kneep. Ik ben een zak. Ik voel me zo'n hypocriet, zo'n verrader van mijn eigen normen en waarden. Zo dubbel. Ik heb bijvoorbeeld een huis gekocht. Ik heb namelijk niks, geen pensioen, geen vaste baan, helemaal niks. En ik dacht: als ik nu geen huis koop, heb ik nooit iets voor later. Maar nu heb ik helemaal geen zin om straks ook nog eens dat fijne voordeel van de hypotheekrenteaftrek te moeten missen. Ik betaal me al scheel aan alles. Dat is zakkig, dat geef ik toe, maar toch wil ik niets horen over die hypotheekrenteaftrek wat nadelig voor me is. Zo gaat het maar door. Ik wil bijvoorbeeld - dat is echt iets van de laatste tijd - verschrikkelijk rijk worden. Puissant rijk, want ik wil een mooie auto. Ik heb nu een tweedehands gedeukt blik, maar ik ben ook 46. Ik vind dat ik recht heb op iets groots! En dan mijn dochter. Dat is een schat. Ik wil dat zij niks te kort komt. Ik wil dat zij zich later nergens zorgen over hoeft te maken. Nu eigenlijk ook niet. Mijn grootste zorgen zijn geldzorgen, en die mag zij niet hebben. Daarom wil ik dat ik (en zij straks) rijk word. Mijn lievelingswens is: geen zorgen te hebben. Maar ik stik van de zorgen, en daarom kan ik me niet druk maken over minderheden, asielzoekers, armen et cetera. Zie ik een illegale asielzoeker - ik moet eerlijk zeggen dat ik die eigenlijk nooit zie, ik let nooit op ze - dan kan ik daar niet warm of koud van worden. Ik heb totaal geen betrokkenheid. Helemaal niets. Dat is zakkig - ik geef het toe, maar ik kan niet anders. Milieu, idem dito. Als morgen alle bossen fijne snelwegen worden, waardoor ik lekker met mijn auto kan racen, zou ik dat heel prettig vinden. Dat is ook zakkig. Naarmate ik ouder word, word mijn wereld kleiner. Ik maak me druk om een slecht boek, of een lelijk schilderij, maar dat is het dan ook. De veiligheid op straat. Ik ben twee keer overvallen door een Marokkaan. Ik wil niet discrimineren, maar ik ben een schijtlaars als ik een Marokkaan bij een pinautomaat zie. Dan loop ik om. Dat is zakkig. Ik kan geen goed mens meer zijn. Ik red het ook niet door een slecht mens te zijn en toch maar GroenLinks te stemmen. Dat lukt me niet. En dus word ik een angstige kluizenaar. Hypocriet. Die iets anders zegt - voor de microfoon en in de krant - dan hij werkelijk meent. Maar wie is er nu burgerlijk? Ik - vermoedelijk. En toch ben ik niet mijn ouders. Ik ben niet de jaren vijftig. Ik ben gewoon een zak - en ik zie zakken om mij heen. Ik hoor mezelf zeggen dat ik voor GroenLinks ben, want ik wil eigenlijk dat niemand weet dat ik een zak ben. Waarom voel ik me niet goed?