Opheffer

Ik ben er door de atoombom

De vraag is: wel of geen oorlog.

Op een gegeven moment hoor je dan iemand zeggen: «En dan sterven onschuldige burgers, waaronder vele onschuldige kinderen.»

Ja, dat klopt. Maar de schuldvraag is hier interessant.

Laten we eens veronderstellen dat ik een dictator ben, en ik heb de gewoonte om elke dag twee willekeurige mensen tussen de één en zeventig jaar te doden teneinde mijn macht te bevestigen. Dat is toch bijna de definitie van een dictator. Dat doe ik al vijf jaar, zodat er 5 maal 365 maal 2 = 3650 mensen zinloos door mij zijn vermoord. Nu krijgt u, lezer, het volgende dilemma voorgeschoteld: dood tien onschuldige kinderen en Opheffer zal op gruwelijke wijze verdampen in het niets, waardoor u duizenden mensen kunt redden onder wie vele honderden onschuldige kinderen. Wat doet u dan? U kijkt in die oogjes van die lieve onschuldige wezentjes. Er rollen traantjes over hun wangen. «Mama, mama», tjirpen zij.

U stemt oud-links, dus u zegt: «Geen oorlog.»

U stemt PvdA, dus u zegt: «We kijken hoe de zaken zich ontwikkelen.»

U bent Jan Mulder, dus u schreeuwt: «Walgelijk, laat die kinderen leven.»

U bent Bush en u doodt met zevenhonderd bommen deze kinderen en ik besta niet meer. U redt daarmee duizenden levens. In elk geval een veelvoud van die tien kinderen.

Is het zo dat je door tien kinderen te doden honderd volwassenen redt, dan is de keuze makkelijk: laat die volwassenen lekker creperen en laat die kinderen in leven.

Welke strijd je ook voert, er vallen altijd onschuldige slachtoffers. Dat is onsmakelijk, maar het is nu eenmaal zo. Je voert oorlog — als het tenminste een rechtvaardige is — om erger te voorkomen.

Het argument van «de onschuldige kinderen die sterven» heeft daarom iets vals. Of anders: het telt pas als een oorlog niet rechtvaardig is; het maakt een oorlog niet onrechtvaardig. Je zou, niet eens met heel veel fantasie, kunnen stellen dat ik besta doordat iemand zo slim was om de atoombom uit te vinden. De redenering is: atoombom werd gegooid, Jappen verslagen, moeder en vader Opheffer bevrijd, Opheffertje geboren, een onschuldig kind.

Ik ben daar blij om, kan ik u zeggen. Maar ik zie ook wel spoken.

Neem de Hamas-redenering. Hamas ziet Israël als een land met een nazi aan het hoofd die expansiedrift heeft en willekeurige terreur tegen Palestijnen uitoefent, waardoor met name onschuldige kinderen het slachtoffer worden. Ware ik Palestijn, dan zou ik me daar iets bij kunnen voorstellen. Maar nu het volgende. Nu zegt de Hamasser: wij zijn hier niet gelukkig, wij zorgen dat jullie ook niet gelukkig zijn, en hij voert een zelfmoordactie uit. Ook op onschuldige slachtoffers. Om, vanuit zijn perspectief, de balans enigszins te herstellen. Hier is volgens mij sprake van een denkfout, en wel de volgende: het herstellen van de balans veroorzaakt geen verandering. De zaak blijft in slecht evenwicht. Je doet het om wraak te nemen, om je gram te halen — in wezen voor je eigen gevoel van rechtvaardigheid. Het is grotendeels een subjectieve actie, waarvan je nooit zult weten of hij door anderen wordt gesteund, want dan ben je al dood. Je kunt jezelf niet meer rechtvaardigen. Een oorlog mag nooit een subjectieve actie zijn. Een oorlog moet niet de zaak in slecht evenwicht houden, hij moet een nieuw goed evenwicht proberen te herstellen.

Ik ben er door de atoombom — als de Jappen ook een atoombom hadden gehad en die hadden afgeworpen, was ik er niet geweest.

Door de suprematie van de Geallieerden kon er een nieuwe balans worden gevonden — niet door gelijkwaardig te zijn, maar door de voorwaarden te handhaven waardoor iedereen gelijkwaardig kon worden. De vraag is dus of je mensen naar gelijkwaardigheid mag bombarderen.