Opheffer

IK ben er voor u

Toen we een televisieserie maakten over de politiek moesten we een slogan hebben. Want politici, zo zegt men, «communiceren» beter met oneliners en een slogan. Ik geloof daar zelf niets van, maar vooruit. We bedachten: «Ik ben er voor u, en u bent er voor ons allemaal!» Het komt een aantal keren in de serie terug, en we hadden er veel plezier om. Probeer maar eens iets volstrekt nietszeggends te verzinnen dat lijkt op iets zinvols.

Nadat de serie was uitgezonden ontmoetten we door merkwaardige gebeurtenissen wel eens politici. En die zeiden: «Die slogan… goeie slogan… wie heeft die verzonnen, of bestond die al?»

«Die hebben we verzonnen.»

«Goh, als jullie eens iets voor ons willen verzinnen.»

Ze vonden die slogan goed! En ik praat nu over linkse en rechtse politici.

Laatst vond ik mijn aantekeningen terug. Daar zit een A4’tje tussen met de andere slogans die we verzonnen.

«Rechtvaardigheid, door mij, voor u.»

«Waar begint de vrijheid? Bij u, bij mij!»

«Gelijke verdeling begint bij gelijke kansen.»

«Gelijke kansen begint bij gelijke verdeling.»

«Rechtvaardigheid is een recht? Waar is dat recht?»

En zo hadden we er nog twintig. Niet langer dan een kwartier over nagedacht. Alles volgens de formule: dikke woorden die niets zeggen verbinden met grote begrippen die nog minder vertellen. Ik herinner me dat we nog lang hebben zitten discussiëren over het begrip «rechtvaardigheid». Konden we dat nu wel of niet in de serie stoppen?

Dat was een grappige discussie. We vonden het gezever over rechtvaardigheid eigenlijk «te links». Zoals we het begrip vrijheid weer «te rechts» vonden. We bedoelden met «te links» en «te rechts» dat links en rechts deze woorden lijken te hebben geclaimd en daarom kun je ze niet goed gebruiken voor een serie waarin de politicus politiek bedrijft door juist geen politiek te bedrijven. Aan de andere kant wisten we ook wel dat deze termen niets betekenden.

(Tussen haakjes: ik denk dat je een aardig beeld van onze cultuur zou krijgen door niet alleen te kijken naar wat de high en low culture voortbrengen, maar ook door de makers daarvan eens naar het hoe en waarom te vragen.)

In de taalkunde noemt men woorden als rechtvaardigheid en vrijheid «nominalisaties» – werkwoorden die zelfstandige naamwoorden zijn geworden. De betekenis daarvan ligt eigenlijk bij de luisteraar. (Ik hoop dat ik het goed omschrijf, het is voor mij alweer een tijd geleden.)

Vrijheid en rechtvaardigheid zijn begrippen die nauwgezet omschreven dienen te worden, en dat steeds opnieuw. Je ziet een dief een portemonnee van een oud vrouwtje afpakken: onrechtvaardig. Maar die dief – hij heet Robin Hood – doet dat om zijn zieke kinderen te helpen, terwijl dat vrouwtje een kampcommandante is: rechtvaardig! In de politiek wordt altijd langs deze lijnen geredeneerd.

De hypotheekrenteaftrek is onrechtvaardig want die houdt de huizenprijs hoog. Maar als hij niet meer bestaat kunnen nieuwkomers helemaal geen huis meer kopen. Dus? Op welke gronden moet je beslissen?

De Zielige Asielzoeker idem dito. Als de rechters hebben besloten iemand uit te wijzen, is het dan rechtvaardig om hem of haar te laten blijven? Of is het rechtvaardig dat zo iemand het land uit moet? Al jaren heb ik het idee dat ik spreek over die 26.000 uitgeprocedeerden, en steeds weer hoor ik dat je dit probleem «menselijk» moet benaderen. Maar betekent dat dan dat ik de rechtvaardigheid van het recht terzijde moet schuiven? «Rechtvaardigheid» heeft in dat geval niets met «menselijk» te maken. Als dat zo zou zijn, dan is dat een meer dan bittere conclusie.

Is het menselijk om de moordenaar van mijn beste vriend levenslang op te sluiten? Is dat rechtvaardig? Ik vind van wel, maar is het ook nog rechtvaardig in een samenleving die – stel – straks wellicht uit zeventig procent islamieten bestaat die min of meer de doelstellingen van Mohammed B. onderschrijven? Ik zeg niet dat dit gebeurt, ik ben er zelfs niet bang voor, ik wil alleen maar laten zien dat rechtvaardigheid en menselijkheid criteria zijn waar ik niet veel mee kan.

Politici met een idealistisch wereldbeeld kun je ervan verdenken dat ze ook weten hoe de mens er in de toekomst moet uitzien. Ze hebben ergens De Nieuwe Mens in hun hoofd zitten en toetsen alle gedragingen en beslissingen aan die Nieuwe Mens. Het is daarom dat ze altijd met wellust en gemak kunnen zeggen dat iets wel of niet deugt. Maar op het moment dat die Nieuwe Mens bereikt wordt, vervalt het gemak.

Ik denk dat Van Aartsen Femke Halsema voor een redelijk wezen houdt – en omgekeerd zal Halsema Van Aartsen ook voor een redelijk wezen houden. Ze hebben verschillen, maar beiden weten van elkaar dat de een de ander niet zal opsluiten en executeren. Ze weten van elkaar dat ze het dispuut moeten winnen op basis van argumentatie en dat dus iedere keer weer de uitgangspunten gedefinieerd moeten worden.

Het is onrechtvaardig dat… et cetera.

Maar wat doen argumenten er eigenlijk toe? Wat heb ik aan definities die veranderlijk zijn als het weer?

Politici in Amerika en binnenkort dus ook in Nederland krijgen het advies om tijdens verkiezingscampagnes niet te argumenteren. Ze moeten alleen maar zaken stellen. Wie niet voor mij is, is tegen mij. We gaan een oorlog voeren tegen terreur.

Goddank denk ik wel eens: ik ben er voor u, en u bent er voor ons allemaal!