Syriërs in Turkije

‘Ik ben Erdogan dankbaar’

Van de Syrische vluchtelingen in Turkije vinden de rijkeren redelijk snel en onopvallend een nieuw bestaan. De armen zijn overgeleverd aan de barmhartigheid van de straat. Voor premier Erdogan zijn beide groepen een welkome uitbreiding van zijn aanhang.

Istanbul – Een jaar geleden kregen de Syrische vluchtelingen in Turkije nog bezoek van een beroemdheid. Angelina Jolie, actrice en speciaal gezant voor de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties, reisde af naar de kampen en vroeg de vluchtelingen of het goed ging met hen. Een paar uur later was ze vertrokken en sinds die dag kunnen de Syriërs in Turkije niet meer op internationale interesse rekenen. Sinds het bliksembezoek van Angelina Jolie is hun aantal verdriedubbeld. Een half miljoen Syriërs zitten er nu in Turkije, niet alleen in kampen maar ook op straat, in parken en in dure koopwoningen. Ze blijven komen, eerst om te overleven, daarna om Turkije gestaag een nieuwe demografie te bezorgen.

In Besiktas weet iedereen wat de politieke kleur van kapper Mustafa is. De zestiger wil geen andere krant op zijn tafel zien dan Sabah, het dagblad dat de laatste jaren als een reclameblad voor premier Tayyip Erdogan en zijn akp fungeert. Mustafa zelf zwijgt de laatste tijd. Het is alsof Sabah in plaats van hem spreekt. Dat zwijgen van de praatgrage man is een gevolg van de Gezipark-rellen. Kapper Mustafa runt een zaak in de seculiere wijk Besiktas en is te doorgekookt om vanwege een te grote mond klanten te verliezen.

De jongeman die hij knipt praat wel over politiek. In nauwelijks verstaanbaar Turks weet hij uit te leggen dat hij uit de Syrische stad Aleppo komt, dat hij werk zoekt en dat hij een groot bewonderaar van Tayyip Erdogan is. Kapper Mustafa, die de lippen stevig op elkaar houdt, glundert. Hij wast het haar van de jongen uit Syrië alsof het zijn eigen zoon is, maakt hem duidelijk dat hij geen geld hoeft te betalen voor deze knipbeurt en neemt hem vervolgens mee naar de bakker in dezelfde straat. Arm in arm lopen de zielsverwanten naar een nieuwe toekomst voor de jonge knaap: de Syriër Berakat, een ingenieur in opleiding, begint dezelfde dag deeg te rollen bij de grootste bakkerij van de wijk.

De Syrische burgeroorlog, die nu al bijna drie jaar aanhoudt, drukt zijn stempel op Turkije. De Turkse regering heeft onlangs bekendgemaakt dat Turkije twee miljard dollar heeft besteed aan de opvang van de vluchtelingen. Deze vluchtelingen werden de eerste tijd in kampen langs de grens opgevangen. Maar het laatste jaar is er geen sprake meer van een gecontroleerde opvang. Ze zitten tegenwoordig ook in de grote steden in het westen van het land en kleuren die Syrisch met hun massale aanwezigheid.

De Turkse pers meldt dat in een jaar meer dan vier miljard dollar naar Turkije is gebracht, geld waarvan de bron niet achterhaald kan worden. Het Syrische spaargeld op de Turkse banken is in een jaar met vijftig procent toegenomen. Omdat het Syrische regime geldverkeer naar het buitenland heeft verboden, hebben de Syrische zakenmannen opmerkelijke methodes uitgevonden om hun geld veilig te stellen: de dollars worden op pakezels Turkije binnengesmokkeld.

De projectontwikkelaar Ramiz Aslan vertelt door de telefoon: ‘Veel Turken vragen zich af wie allemaal de dure huizen kopen die met duizenden tegelijk worden gebouwd. Ze denken dat de bouwers op den duur in de problemen zullen komen omdat het aantal rijke Turken gering is. Wat ze over het hoofd zien, is dat Arabisch geld naar Turkije stroomt. Een groot deel van dat geld is afkomstig uit Syrië. De rijke Syriërs kiezen het zekere voor het onzekere en kopen huizen in de Turkse steden. Ik denk niet dat ze ooit weer terug zullen gaan. Ze gaan heel snel op in de Turkse maatschappij.’

Het is voor de Syrische elite niet al te zwaar om op te gaan in de Turkse massa. Om te beginnen hebben Syriërs een lichtere huidskleur dan het gros van de Arabieren en lijken ze daarmee op de Turken. Daarnaast verschilt hun leefwijze niet veel van die van de Turkse middenklasse. Alleen als het Syrische gezin onderling begint te praten, wordt de Turk zich ervan gewaar dat deze mensen in de rij in Ikea, in de lift van hun flat of aan een tafel in de McDonald’s geen Turken zijn.

De Syriërs die wel opvallen zijn de arme vluchtelingen. Deze grote massa zit voornamelijk in de steden in het zuidoosten van Turkije. Vanaf het begin van de zomer bevolken ze ook de grote steden Istanbul en Izmir. In Istanbul zijn ze veelal te vinden in de wijk Fatih en in de parken in het centrum. In piepkleine huizen leven ze met twee, drie gezinnen tegelijk. Ze hebben geen enkele zekerheid, als ze ziek zijn kunnen ze niet naar een ziekenhuis en zelfs bij een bevalling zijn ze overgeleverd aan de goede wil van artsen.

Op zoek naar Syrische vluchtelingen in Fatih spreek ik de 32-jarige Bahri aan. Hij is een van de weinigen die bereid is om de omstandigheden te laten zien waar hij en zijn gezin in leven. We gaan een smalle straat in waar kinderen van Syrische vluchtelingen blootsvoets voetballen op de stoep. Bahri is een Syrische Koerd. Hij begeleidt me een vervallen gebouw in. Er hangt een scherpe lucht van kapotte riolering. Hij klopt op de deur, een jong meisje doet open. Op de twee plastic stoelen die het huis rijk is nemen Bahri en ik plaats. Door de kier van een deur kijken nieuwsgierige kinderen in mijn richting. Het is onmogelijk om een conversatie op gang te brengen; Bahri en zijn vrouw spreken Turks noch Engels. Ik maak een eetgebaar en wil weten hoe ze daaraan komen. Bahri maakt een gebaar terug door zijn hand te openen. Hij bedelt.

Behalve dat ze bedelen verkopen de Syriërs in deze warme maanden water op straat. De vrouwen maken schoon bij Turkse families, soms komen ze aan de bak in een bakkerij. Ze hebben het relatief nog goed in deze zomermaanden, maar velen weten waarschijnlijk niet hoe koud de wintermaanden in Turkije kunnen zijn.

Het lijkt erop dat de Turkse regering geen paal en perk stelt aan de massale migratie van de Syriërs. Morrend spreken steeds meer Turken het vermoeden uit dat premier Erdogan geen bezwaar heeft tegen de komst van deze diepgelovige soennieten.

In een onlangs uitgezonden televisieprogramma liet de bekende journalist Cuneyt Ozdemir die conclusie doorschemeren. Ozdemir mocht als enige journalist de vluchtelingenkampen in en filmde Syrische schoolkinderen die het Turkse volkslied zingen en de Turkse eed uitspreken. In een radio-interview over zijn bevindingen zei hij: ‘De Syriërs die nu komen zullen nooit meer teruggaan. Het is hoogst tegenstrijdig dat Turkije de internationale hulporganisaties die deze mensen zouden kunnen helpen als het ware weert. De Turkse overheid heeft de eis gesteld dat de ngo’s die hulp komen brengen ook in Turkije een bestuurscentrum moeten hebben. Dat heeft ervoor gezorgd dat in plaats van twintig ngo’s nog maar drie organisaties deze mensen de helpende hand toe kunnen steken. Het gevolg is dat deze mensen geen internationale status kunnen verkrijgen en dus alleen in Turkije kunnen verblijven.’

Cuneyt Ozdemir spreekt het vermoeden niet uit, maar de man op straat wel. ‘Straks hebben de islamisten een miljoen extra stemmen. Daarom doet Erdogan niets aan deze massale migratie’, hoor je Turken op straat of elders klagen. Er is ook veel geklaag onder de Turkse arbeiders in zuidoostelijke steden als Gaziantep waar goedkope Syrische werkkrachten de Turken van de arbeidsmarkt verdringen. Als seizoenarbeiders op de velden of als werkkrachten in fabrieken zijn de Syriërs bereid om voor zeven of acht euro tien uur per dag te werken. Daar kunnen de Turkse werknemers niet tegenop; ze raken werkloos.

Bij de bakkerij in Besiktas heeft Reza geen baan van een ander ingepikt. Op de dag dat kapper Mustafa hem aan de arm nam en naar de bevriende bakker bracht, hadden ze toevallig personeel nodig. Een week later heeft Reza tussen de broden al promotie gemaakt. De eigenaar merkte al snel dat de twintiger pienter en eerlijk is en heeft hem achter de kassa gezet. Hij mag van zijn baas tien minuten pauze nemen om met een journalist te praten. In zijn haperende Turks verhaalt hij over zijn vlucht: ‘Mijn hele familie zit tegenwoordig in Egypte. Mijn vader wilde dat ik naar Turkije ging omdat de kans groter is dat ik mijn studie voor ingenieur hier kan afronden. Aleppo is helemaal kapot. Gelukkig konden we daar als gezin op tijd weg. Ik ben met een grote groep mensen naar Turkije gaan lopen. De smokkelaars kregen veertig euro per persoon. In de Turkse stad Urfa was de prijs van een reis naar Istanbul ook veertig euro.’

Reza laat een korte baard staan. Is dat een teken van zijn islamistische wereldvisie of doet hij mee met de nieuwe mannenmode die vooral bij voetballers aanslaat? Hij grinnikt verlegen en zegt: ‘Ik doe mee met de mode, maar ik ben ook een grote fan van Tayyip Erdogan. Hij is de grootste leider in de wereld. Als hij ons had willen tegenhouden, hadden we met geen mogelijkheid de grens met Turkije kunnen oversteken. Ik ben hem dankbaar dat hij ons een nieuwe kans heeft gegeven. Hij is een goede moslim, daarom omarmt hij ons zo.’

Diezelfde avond ga ik naar een park in de wijk Sirkeci en raak aan de praat met een andere man uit Aleppo. Ook hij is via Urfa naar Istanbul gekomen. Voor hem en zijn gezin was Urfa de ondergang: hij werd er bestolen van al zijn geld. Hij, zijn vrouw en hun drie kinderen blijven in Istanbul in leven dankzij mensen die elke dag eten in plastic bakjes komen brengen. Ze wassen zich ’s nachts met het water van de grassproeiers in het park. Dat water is tevens drinkwater voor ze. Onder een andere boom leeft een gezin met een dochter van zeventien die zeven maanden zwanger is. Kunnen ze straks naar het ziekenhuis voor de bevalling? Het bedeesde meisje haalt haar schouders op. Haar vader maakt een gebaar met wijsvinger en duim. ‘No’, zegt hij.

Enkele dagen later schrijft een Turkse krant dat sommige Syriërs uit de kampen worden geweerd en in de parken leven omdat ze sjiieten zijn. In de kampen van de Turkse regering is alleen ruimte voor soennieten, zo concludeert de krant. Gevolg van het bericht is dat de parkbewoners meteen de volgende dag worden opgevangen door een vereniging van sjiieten. Ook het zwangere meisje is weg. Vermoedelijk huist ze nu in de geborgenheid van een verenigingsgebouw van geloofsgenoten.