INTERVIEW MET JANNE SCHRA

‘Ik ben erg…’

Janne Schra zingt in de band Room Eleven. Ze doet als ‘Schradinova’ ook aan kunst, poëzie en film. Want alles wat in haar ‘warrige hoofd’ zit, dat moet eruit.

Muziek, of ze het nu zelf maakt of uitkiest om te luisteren, moet voor Janne Schra (25) vooral echt zijn. Echt, zoals de poëtische teksten die ze voor haar band Room Eleven schrijft. ‘While floating on his jazzy sounds/ I’m lifting my glass again/ sunlight whispers rainbows on the wall.’ Gedichtjes uit het dagelijks leven die ze eigenlijk ook wel geschreven zou hebben zonder band; voor het tweede album heeft ze dan ook al een uitgebreid scala klaarliggen. Daar leeft ze langzaam naar toe. Het debuut, Six White Russians and a Pink Pussycat, is nog geen half jaar oud. Daarop laat Room Eleven verschillende stijlen subtiel over elkaar heen buitelen. Jazz is de basis van de liedjes, maar regelmatig wordt uitgeweken naar bossanova, soul en pop. Het nummer Sad Song, bijvoorbeeld, opent met lichtvoetige jazz met een strelend instrumentarium en lieflijke zang van Schra, totdat het uitmondt in een melodieus popliedje met een zeker meezinggehalte. Het is een album met een constante hoge kwaliteit. Het bracht Room Eleven het afgelopen jaar op het North Sea Jazz-festival.

Het fundament voor Room Eleven is vijf jaar geleden al gelegd. Janne Schra: ‘Ik woonde samen met mijn toenmalige vriend aan de Oude Gracht in Utrecht. Hij had niets met muziek. Er stond geen piano op die plek en dat miste ik ontzettend. Ik liep elke dag langs het conservatorium. Op een gegeven moment heb ik daar een advertentie opgehangen. Ik was er ontzettend aan toe om iets voor mezelf te hebben. Arrien (Molema – np) was de enige die reageerde. We spraken af bij hem thuis. Ik heb hem geen seconde aangekeken, want je laat opeens je eigen liedjes horen aan iemand die voor zijn studie met muziek bezig is. Waardoor je je kwetsbaar voelt. Ze zijn voor mij het meest persoonlijk en gevoelig, nog meer dan de schilderijen die ik soms maak. Een schilderij is af en je begint aan een volgende. Een liedje blijf je telkens opnieuw spelen.’

De teksten en de stem van Schra en Arrien Molema’s kwaliteiten als componist en gitarist haalden het beste in beiden naar boven. Met Lucas Dols (contrabas), Maarten Molema (drums) en Tony Roe (toetsen) was Room Eleven compleet. Schra en Molema zwaaien nog wel de scepter.

In 2005 rondde ze haar studie audiovisual media aan de Hogeschool voor de Kunsten te Utrecht af. Haar afstudeerproject was de videoclip voor het nummer One of These Days van het eigen Room Eleven. ‘Achteraf had ik er wel meer verhaal in willen stoppen maar het resultaat was wel duidelijk: in een grijze wereld is er een kleurrijk huis waar we optreden en waar de sfeer goed is.’ Ze had achteraf ook liever een andere studie gedaan, omdat het maken van een film een tijdrovend proces is. Lang geconcentreerd zijn op één subject ligt haar niet, helemaal omdat ze op verschillende vlakken een sterke ontwikkelingsdrang voelt. Alles moet beter. De songteksten voor Room Eleven zijn knap, maar dat levert geen rust op: ‘Ik zat onlangs als enige niet-native speaker bij een English Poetry-_workshop in de English Bookshop, bij mij om de hoek. Om bij te leren. Het liefst zou ik ook een paar maanden in Engeland zitten om mijn uitspraak te verbeteren. Ik lees zelf veel poëzie, maar een boek uitlezen is moeilijk vol te houden. Het is me pas wel met moeite gelukt met _Elementaire deeltjes van Houellebecq.’

Een psychologieboek met handige tips ligt naast haar bank. Ze lacht: ‘Ik las erin dat je door te zingen de linker- en rechterhersenhelft het best tegelijkertijd gebruikt. Ideaal toch?’ Een bewuste poging tot orde is ook te zien op de website Schradinova, de noemer waar ze haar bezigheden naast Room Eleven onder stopt. Ze ondertekent er de schilderijen mee die ze maakt in haar moeders atelier te Huizen. Ze creëert videofilmpjes, en dromerige muziek die heel anders is dan wat Room Eleven doet. De website is ingedeeld zoals ze zou willen dat haar ‘warrige hoofd’, zoals ze het zelf noemt, werkt: ‘Op mijn site heb ik heel overzichtelijk hokjes gemaakt. Zo zou ik zelf moeten werken. Maar tegelijkertijd is het internet een gevaar voor me. Je komt telkens weer iets anders tegen, je blijft constant doorzoeken. Het is onbeperkt. Momenteel houd ik de site bij voor Room Eleven maar volgens mij moet ik het uit handen geven.’

Op het internet verzamelt ze foto’s van talloze andere mensen, die ze op haar Schradinova-site zet. Ze kijkt vol bewondering naar het scherm, alsof ze haar verzameling voor de eerste keer ziet. Dan gaat het weer over muziek: ze wil wat werk van de _minimal-_pianist Gonzales laten horen. Die zit ergens verborgen in de datamassa van haar computer. Ze heeft haar muziek onderverdeeld in vijftien genres. Triomfantelijk: ‘Zie! Weer een poging om iets te ordenen in hokjes. Omdat het anders helemaal door elkaar staat. Maar onder welk genre Gonzales staat, ik zou het even niet weten.’

Ze is vrij opgevoed, in Huizen op de zeilschool van haar ouders. Janne Schra: ‘Ik mocht van mijn moeder gewoon de trap af lopen terwijl ik een kwast tegen de muur hield.’ Op de montessori-lagere school was ze voor haar docenten even aandoenlijk als druk en extravert. ‘Maar als ik aan het tekenen was, raakte ik in een trance. Was ik helemaal verdwenen.’

‘Er kwam een toneelstuk en de leraar vroeg wie de hoofdrol wilde spelen. Ik kreeg de rol. Ik kon de teksten wel goed uit mijn hoofd leren, maar de liedjes die bij het stuk hoorden durfde ik niet hardop te zingen, dus ik mompelde maar wat. Uiteindelijk besloot de leraar iemand anders het te laten inzingen en ik moest playbacken. Dat was vreselijk. Ik voelde dat ik een bewijsdrang kreeg: ik kan het wél.’ Janne besloot zelf dat ze na de vrije basisschool behoefte had aan meer structuur.

De muzikale prikkels in die periode? ‘Ik luisterde alleen wat klassieke muziek op drie cd’s die mijn ouders waarschijnlijk speciaal voor mij hadden gekocht. De grote namen: Mozart, Schubert, Beethoven, Brahms, Chopin, Tsjaikovski. De vier jaargetijden onder leiding van Jaap van Zweden, en Carnaval des animaux. We hadden geen kabel en schotel dus geen muziekzenders. Pas op m’n vijftiende ging ik, naast liedjes maken op de piano, meer moeite doen om goede muziek te vinden, ik kwam uit bij Skunk Anansie, The Cardigans, Portishead, Bonnie Raitt, Nina Simone, Joan Baez en Sheryl Crow. Ook hoorde ik toen een keer een twee-meter-sessie op de radio met een zangeres met een gitaar, ik werd echt geraakt.’

In haar appartementje in de Amsterdamse Jordaan laat ze haar cd’s zien, die op enkele stapels liggen. Als vanzelfsprekend begint ze ze te sorteren. Een stapeltje échte favorieten, een stapeltje favorieten op jongere leeftijd en een stapeltje met wat ze van het platenlabel heeft gekregen maar eigenlijk niet beluistert. De grootste gemene deler van de favorieten, veelal singer-songwriters, is dat ze geroemd worden om hun echtheid maar ook hun rauwheid. Janne heeft ook het alom geprezen nieuwe album van Amy Winehouse gekocht. Ze erkent dat de liedjes goed zijn, en de productie zelfs vrij bijzonder is. Maar toch: ‘Ik weet niet of ik het moet geloven. Opeens vanuit het niets op je tweede album met zo’n Motown-geluid komen. Het kan te bedacht zijn.’

Zingen in Room Eleven, gedichten schrijven, schilderen, plus een ontembare verzamelwoede – het lijkt misschien iemand die niet kan kiezen, maar Schra weet in de praktijk vooral heel goed wat ze niet wil. Bijvoorbeeld: ze kreeg een aanbod om met de crooner Matt Dusk in Los Angeles een duet te gaan zingen. Janne Schra: ‘Het leek me geweldig, dus ik heb allemaal nummers gezocht die we zouden kunnen doen. Hij koos uiteindelijk voor Besame mucho. Zó afgezaagd, echt een teleurstelling. Dat is al duizend keer gedaan. Maar ik ben er toch naartoe gegaan, om te kijken hoe het was. Daarna vroegen ze me nog een keer voor iets soortgelijks, maar dat heb ik laten zitten.’ Een photoshoot voor damesblad Elle waar ze zich niet thuis bij voelde, riep een tegenreactie op: ‘Ik heb me daarna meteen opgegeven om ’s ochtends tussen negen en twaalf te werken in de thuiszorg. Vier dagen in de week! riep ik eerst. Maar dat kon qua tijd niet, dus werd het één keer per week en later één keer per twee weken. Ik trok me het leven van de mensen te erg aan. Ik kon er thuis wakker van liggen. Helemaal als ze hun levensverhaal hadden verteld. Iets kan me sowieso erg aangrijpen. Ik ben erg…’

Ze maakt een golfbeweging met haar hand.

‘In mijn puberteit was het vooral erg donker. Maar nu heb ik het optreden. Op het podium ben ik op m’n gelukkigst, daar kan ik heel erg naar toeleven. We hadden een keer een optreden in de Maison Royale. Er waren problemen met de organisatie en vijf minuten voor het optreden hoorden we dat het niet doorging. Ik begon meteen te huilen, de adrenaline kon nergens heen. Ik kon altijd maanden naar een concert toeleven. Nu is het één dag, omdat we het simpelweg wat drukker hebben.’

Geraakt worden door andermans muziek kan ze ook nog altijd: ‘De tweede plaat van Damien Rice die kort geleden uitkwam, heb ik ook nog niet geluisterd. Ik weet hoe heftig hij kan zijn, dus ik vermijd het een beetje. Wat ik voor Room Eleven schrijf kan ook treurig zijn, maar daar probeer ik altijd een positieve draai aan te geven. Dat wil ik volhouden.’

Janne Schra treedt op tijdens het Weerwoord Festival: 27 januari, Poetracks 2, De Melkweg, Amsterdam. Room Eleven is te zien op 3 februari in Huizen (Theater Graaf Wichman) en op 9 februari in Haarlem (Patronaat); www.roomeleven.nl, www.schradinova.nl