Schuldenaars onder schrikbewind

‘Ik ben financieel gehandicapt gemaakt’

Tienduizenden Nederlanders met schulden hebben de zeggenschap over hun geld noodgedwongen overgedragen aan private bewindvoerders. Maar die sector kleineert mensen en houdt ze afhankelijk. Rechters en gemeenten kunnen weinig doen.

‘We zaten met familie en vrienden te barbecueën in de tuin, Dennis was jarig’, vertelt Samantha van der Slikke uit Delft. Plotseling ging de telefoon. Er hing een makelaar aan de lijn die foto’s van hun huis wilde komen maken, voor op Funda. ‘Ik zei: “U bent verkeerd verbonden.” Daarna belde hij terug, en zei: “Nee, ik moet echt bij u zijn. In overleg met uw bewindvoerder is besloten dat we uw huis moeten verkopen.”’ Samantha schrok zich rot. ‘Ik dacht: wat is hier in godsnaam aan de hand?’

Samantha en Dennis zaten in die zomer van 2016 in een moeilijke periode. Samantha werd ziek en kon een tijd niet werken. Kort daarop kreeg Dennis een burn-out en werd hij ontslagen. Samantha ging, ondanks haar ziekte, toch weer aan het werk, zodat het gezin met een jong kind kon rondkomen. Maar dat ging steeds slechter. ‘Na een jaar zei m’n werkgever dat het zo niet langer kon en ben ik ontslagen.’

Samantha en Dennis kregen schulden bij het energiebedrijf en de zorgverzekeraar. Ook ontstond er een hypotheekschuld van zo’n 3500 euro. ‘Ik dichtte het ene gat met het andere. Maar na een tijdje lukte het steeds moeilijker, ook omdat ik een depressie kreeg.’

Het stel besloot om hulp te vragen. De gemeente vond echter dat de nood niet hoog genoeg was omdat ze een koophuis hadden. ‘Maar dat wilden we niet kwijt.’ Ten einde raad klopten ze aan bij het bewindvoerderskantoor Modus Vivendi. ‘Zij stelden ons echt gerust en beloofden dat we ons huis zouden kunnen houden. “Daar komen we wel uit”, zeiden ze. “Binnen drie jaar ben je overal vanaf.”’

Direct nadat ze ‘onder bewind’ gingen, werden de problemen echter alleen maar erger. Drie maanden later belde de makelaar om het huis te verkopen. ‘Financieel niet draagbaar’, had de bewindvoerder gezegd. In een reactie laat Modus Vivendi weten vanwege privacyoverwegingen niet in te kunnen gaan op de zaak. Wel stelt het bedrijf dat een woning alleen verkocht wordt na toestemming van de rechter.

Twee jaar later zitten Dennis en Samantha met een veel hogere schuld. Aan huur zijn ze meer kwijt dan ze betaalden aan hypotheek. Hoeveel schade ze hebben geleden door hun bewindvoerder weten ze niet precies: hij weigert rekeningoverzichten te sturen. Wel zijn ze overgestapt naar een andere bewindvoerder. De financiën zijn nu onder controle. Maar Samantha is de problemen nog niet te boven. ‘Ik gebruik medicatie om niet steeds al die getalletjes voor mijn ogen te zien en te kunnen slapen. Al die rekeningen bleven in mijn hoofd zitten.’

Small gieren boven nederland

242.000 Nederlanders, net zo veel als het inwonertal van Eindhoven, verkeren in dezelfde situatie als Samantha en Dennis en hebben geen enkele zeggenschap meer over hun geldzaken. Ze hebben de controle over hun financiën overgedragen, soms aan de gemeente, maar meestal aan een commercieel bedrijfje. De bewindvoerder beheert hun bankrekeningen, betaalt facturen en keert – als je geluk hebt – wekelijks leefgeld uit.

Het aantal burgers dat niet meer mag beschikken over de eigen portemonnee groeide de afgelopen jaren explosief. In 2009 stonden er nog 97.000 mensen onder bewind, in januari 2018 waren het er tweeënhalf maal zo veel. Branchevereniging van bewindvoerders bpbi schat dat problematische schulden voor zeker de helft van de mensen de reden zijn om aan te kloppen bij een bewindvoerder. Vorig jaar alleen al werden 35.000 mensen onder bewind gesteld. Rechters schatten dat tachtig procent van de groei komt door schulden. In de nasleep van de economische crisis is het aantal mensen met schuldproblemen in rap tempo toegenomen, in dezelfde periode beperkte de overheid de toegang tot schuldhulpverlening en -sanering. Nu de gemeentelijke loketten voor hulp gesloten blijven zijn veel schuldenaren aangewezen op het zogeheten ‘beschermingsbewind’. Het is een ware groeimarkt: alleen al vorig jaar kwamen er driehonderd kantoren bij.

Schuldenaren zijn met bewindvoering vaak niet geholpen. Sommige bewindvoerders lossen de schulden van hun cliënten helemaal niet af. Integendeel: bewindvoerders zijn er financieel bij gebaat om schulden in stand te houden, zodat de cliënt langer bij het kantoor blijft. Vaak lopen de schulden zelfs verder op. Fraude en roof zijn geen zeldzaamheid.

Formeel gesproken zouden rechters toezicht moeten houden op deze wild-westsector, maar zij geven toe dat ze enkel ‘marginaal toezicht’ houden. Ze ontberen de tijd en kunde om adequaat te kunnen optreden. Burgers die ten einde raad zijn, waar alle overheidsvoorzieningen voor gesloten blijven, kunnen enkel hopen dat hun bewindvoerder competent en te goeder trouw is.

Gemeenten luiden inmiddels de noodklok. Zij zijn wettelijk verplicht om de bewindvoerders van hun armlastige burgers te betalen uit de bijzondere bijstand. Recente cijfers zijn er niet, maar in 2015 kostte het landelijk al zo’n 115 miljoen euro, en dat bedrag blijft maar stijgen. Bovendien, zo zegt onder meer de gemeente Culemborg: ‘Het grote probleem is dat we geen grip hebben op de kwaliteit die wordt geleverd.’

Platform voor onderzoeksjournalistiek Investico en Nieuwsuur onderzochten mede voor De Groene Amsterdammer de wereld van bewindvoering. We spraken met juridisch adviseurs, bestuurders, rechters, bewindvoerders en onderbewindgestelden en hielden een enquête onder alle gemeenten. We ontdekten dat bewindvoering geldt als sluitpost voor een overheid die steeds meer beknibbelt op schuldhulp. Door schuldenaren bij private bewindkantoortjes te stallen, verdwijnt deze groep ‘onzelfredzamen’ uit het zicht. Buiten het blikveld van de autoriteiten raken zo steeds meer burgers in grote financiële problemen, worden ze gekleineerd en bedrogen, en verliezen ze iedere controle over hun leven.

Het gerechtsgebouw in Maastricht, een druilerige dag eind januari. Voor de deur van Zaal B – B van bewind, grapt de zaalwacht – is het druk. Een vader die geen Nederlands spreekt en zijn zoon meeneemt om te vertalen, een betraande bouwvakker, een vrouw in jas met een kraag van nepbont, allemaal gaan ze onder bewind. De vrouw wordt begroet door een tweede: ‘Hé buur, jij ook onder bewind?’ Eén voor één worden ze opgeroepen via de speakers. Tien minuten later staan ze weer buiten.

In Utrecht mogen we bij hoge uitzondering mee de zaal in. Rechter Jenny Hofman heeft naast zich een printer staan om iedere beslissing direct af te drukken en te tekenen. Bij een enkele rechtbank wordt soms zelfs helemaal geen zitting meer gehouden, het bewind wordt dan toegewezen ‘op de stukken’.

Een jonge vrouw met een Oost-Afrikaans uiterlijk en zwarte hoofddoek neemt als eerste plaats. Ze zit ineengedoken in haar stoel en houdt haar jas aan. Nederlands spreekt ze nauwelijks, af en toe prevelt ze iets bevestigends, maar dat zou ook uit beleefdheid kunnen zijn. Naast haar zit de toekomstige bewindvoerster, een hoogblonde vrouw die vrijwel onafgebroken glimlacht.

Rechter Hofman stelt duidelijk en langzaam een aantal vragen. Het grootste deel van de tien minuten durende zitting gebruikt Hofman om te bepalen waarom bewind nodig is: vanwege problematische schulden of iemands psychische toestand. Het wordt het laatste. Meestal weet ze na een paar zinnen wat voor vlees ze in de kuip heeft, vertelt ze achteraf, en in dit geval vermoedt ze een verstandelijke beperking. Het bewind wordt toegewezen. De aanwezigen kijken tevreden, glimlachen opgelucht.

Aan de beurt is een echtpaar van middelbare leeftijd. De man heeft grijze stekels, een snor en een leren jack. De vrouw een wenkbrauwpiercing, een gegroefd gezicht en slecht gebit. Ook zij houden hun jassen aan. Samen hebben ze zestigduizend euro schuld. Ze zijn afgewezen voor schuldsanering. Rechter Hofman: ‘We leggen het bewind voor onbepaalde tijd op. Als u onverwacht een erfenis krijgt van een rijke oom in de VS, geef het even door, dan heffen we het direct op.’ De vrouw schudt met een droeve glimlach haar hoofd. Na tien minuten staan ze weer buiten.

Small cactus door dak1

‘Je moet ervan uitgaan dat negentig procent sowieso klaagt.’ Jaco Brouwer is bewindvoerder en eigenaar van MijnBudgetCoach.nl, gevestigd in de koopgoot van Papendrecht. Hij heeft ‘ruim vierhonderd bewinddossiers’ en dan is het volgens hem onvermijdelijk dat cliënten ontevreden zijn. ‘Wij doorbreken het leefpatroon van mensen, wij beperken hun geld. Je moest eens weten wat voor gescheld de telefonistes hier over zich heen krijgen. Laatst kregen we nog een envelop met stront door de voordeur.’

Ooit begon Brouwer zijn carrière als belastingdeurwaarder. ‘Toen ben ik de bewindvoering in gerold, en er was plenty te doen.’ In tegenstelling tot veel van zijn collega’s kent Brouwer de netelige incasso-industrie op z’n duimpje en probeert hij zijn cliënten waar mogelijk van hun schulden af te helpen. ‘Dat is niet verplicht, maar de rechter vindt het wel fijn als we ons daarvoor inspannen.’

Bewindvoerders zijn erbij gebaat om schulden in stand te houden, zodat de cliënt langer bij het kantoor blijft

Tegelijkertijd is dat lastig: bewindvoerders krijgen per klant maar zeventien uur per jaar betaald. ‘Daar kan ik niet veel van doen. Met veel dingen kan ik mijn cliënten niet helpen. Ik blijf ook gewoon een ondernemer. De gemiddelde bewindvoerder moet zeventig dossiers hebben om alleen maar kostendekkend te zijn.’

Volgens het Burgerlijk Wetboek is de taak van een professionele bewindvoerder zorg dragen voor ‘een doelmatige belegging van het vermogen van de rechthebbende’. Over wat dat voor ‘schuldenbewinden’ betekent, zegt de wet vrijwel niets. Volgens rechters en experts zou de bewindvoerder in ieder geval basisuitgaven zoals huur, energie en wekelijks leefgeld moeten beschermen tegen graaiende schuldeisers. Een goede bewindvoerder vraagt ook toeslagen en uitkeringen aan, maar het is onduidelijk of hij dat ook wettelijk verplicht is.

Bewindvoerders die hun werk serieus nemen krijgen te maken met de razend ingewikkelde schuldenbureaucratie. ‘De wet- en regelgeving verandert voortdurend’, klaagt zelfs een ervaren bewindvoerder als Brouwer. ‘De onduidelijkheid over beslaglegging, overheidsvorderingen die zomaar komen, toeslagen die in beslag worden genomen door de Belastingdienst. En dan moeten wij weer overal bezwaar tegen maken. Allemaal binnen die zeventien uur.’

Waar het aankomt op het oplossen van het schuldenprobleem heeft de bewindvoerder een nog veel beperktere taak. Betalingsregelingen hoeft hij niet te treffen, controleren of een schuldeis klopt hoeft hij evenmin. Het enige wat de bewindvoerder kan doen is iemand ‘toeleiden’ richting schuldhulp of schuldsanering. Daarvoor krijgt hij vijf uur per jaar.

‘Het lukt om sommige mensen zonder schulden te laten uitstromen, maar bij anderen lukt het nooit’, zegt Brouwer. Sommigen hebben eigenlijk veel zwaardere hulp nodig. ‘We hebben hier een mevrouw gehad, iedere week ellende: dreigen met aangiftes bij politie, chanteren, manipuleren, dreigen met zelfmoord, alles. We hebben bij de rechter gevraagd om opheffing van het bewind; dit konden we niet aan. Daarna is ze thuisloos geworden. Ik hoorde het net, van een familielid van haar. We hebben die hele familie hier onder bewind.’

Toen Samantha en Dennis nog in hun eigen huis in Delft woonden, vielen er steeds meer brieven van deurwaarders op de mat, onder meer van Eneco. Samantha sloeg aan het bellen. ‘De bewindvoerder zei dat hij rekeningen van Eneco gewoon betaalde. Daar gebruikte hij de kinderbijslag voor’, zegt Samantha. Ook op het maandoverzicht dat Samantha van de bewindvoerder kreeg staat dat de energierekening netjes is betaald. Samantha deed navraag bij het energiebedrijf. ‘Zij vertelden dat het geld wel was overgemaakt, maar dat het direct daarna weer was teruggeboekt. Zo ging het ook bij Ziggo en de zorgverzekeraar. Hij betaalde helemaal niets, alleen ons leefgeld’, zegt Samantha. ‘En ook daar moest ik om smeken.’

Samantha ging verhaal halen bij Modus Vivendi. ‘Maar ze vonden mij te dominant, noemden me bevooroordeeld. Ze zeiden dat ik maar op de gang moest gaan staan. Na verloop van tijd mocht ik ze niet eens meer bellen. De bewindvoerder deed alsof ik dom was. Hij zei dat ik wilsonbekwaam was en probeerde me onder curatele te plaatsen. Een van de medewerkers zei: “U kunt niet voor uzelf denken, dat hebben wij voor u gedaan.”’

Directeur Jacques van Rossen van Modus Vivendi zegt dat betalingen soms worden teruggestort als er onvoldoende saldo op de bankrekening staat. In een eerder gesprek legt Van Rossen uit dat zijn bewindvoerderskantoor is ontstaan vanuit diaconaal werk. Hij ziet onderwijzen als zijn taak. ‘Ik behoor tot de bloedgroep van bewindvoerders die vindt dat het om de mensen gaat, die mensen zelfredzaam wil maken.’ De andere ‘bloedgroep’, die van de ‘administrateurs’, daar heeft Van Rossen weinig mee. ‘Zij kijken alleen naar de formulieren, of het juiste vinkje in het juiste vakje staat.’ Wanneer we hem vragen hoe hij omgaat met klachten over rekeningen die niet betaald worden of uitkeringen die niet worden aangevraagd, reageert hij opvallend kil: ‘Je moet als bewindvoerder gewoon een goede aansprakelijkheidsverzekering hebben.’

‘Als ik het even ongenuanceerd zeg’, zegt bewindvoerder Taco Schaafsma van de Groningse Kredietbank, ‘heb ik twee soorten klanten. Ik heb klanten die gek zijn en daarom hulp nodig hebben bij hun financiën, en ik heb klanten met zoveel schulden dat ze er psychische klachten van krijgen.’

Beschermingsbewind werd in 1982 ingevoerd voor het eerste type klanten: mensen mét geld die vanwege hun geestelijke of lichamelijke toestand niet in staat waren dat vermogen te beheren. De bewindvoerder was meestal een familielid. Na verloop van tijd deden steeds meer mensen zónder geld een beroep op beschermingsbewind. Zij worden bediend door professionele bewindvoerderskantoren. In 2001 werden gemeenten verplicht om de kosten van bewindvoering voor mensen in de bijstand te vergoeden. Bewindvoerders kunnen sindsdien adverteren met ‘gratis’ hulp bij schulden – de gemeenschap draait op voor de kosten.

Gemeenten bezuinigden de afgelopen jaren op schuldhulp en de eisen voor toelating tot de wettelijke schuldsanering werden zo aangescherpt dat mensen met ‘verwijtbare’ schulden vanwege bijvoorbeeld toeslagen of verkeersboetes niet werden toegelaten. Wat rest is beschermingsbewind.

Julia den Hartogh, voorzitter van branchevereniging bpbi, vertelt over haar tijd bij de schuldhulpverlening van de gemeente Drechtsteden: ‘Van de ene op de andere dag moest ik ongeveer vierhonderd mensen die we sinds jaar en dag in inkomensbeheer hadden vanwege bezuinigingen op straat zetten. Alleen de mensen die nog “zelfredzaam” vielen te maken hielden we. Want ja, wij moesten scoren op schuldhulpverlening, wij moesten succesverhalen hebben. De rest ging onder bewind.’

Zelf maakte Den Hartogh uiteindelijk ook de overstap naar de bewindvoerderswereld. Ze zag de sector exploderen. ‘Het uwv was een van de eersten die door had dat werklozen makkelijk aan de slag konden als bewindvoerder en heeft massaal mensen richting deze groeimarkt gepusht. Daarna volgden het rijk en ing, Rabobank en abn, die na de crisis grote aantallen medewerkers lieten uitstromen.’ Vrijwel iedere Nederlander met een hbo-opleiding of een mbo-achtergrond plus twee jaar werkervaring kan aan de slag als bewindvoerder. Inmiddels zijn er 1835 bewindvoeringskantoren.

In plaats van de toestroom naar beschermingsbewind te beschouwen als een signaal dat de schuldhulp tekortschiet, besloot het kabinet in 2013 de in de praktijk ontstane situatie juist te formaliseren. Aangepast aan de bijzondere behoeften van mensen met schulden werd de wet verder niet. Volgens Den Hartogh worden op deze manier alle problemen op bewindvoerders afgeschoven: ‘Het voelt als een dubbel afvoerputje: aan de ene kant die stroom aanmeldingen voor bewind en aan de andere kant al die mensen die maar nieuwe kantoortjes starten.’

Op de griffie van de Tilburgse rechtbank bezetten zeker twee dozijn metalen hangkasten vol met oranje bewindvoeringsdossiers elk stukje vrije muur. De kasten staan tot op de gang. Duizenden en duizenden dossiers, alleen al hier in West-Brabant. Per rechter vier- tot vijfduizend.

Wanneer een kwetsbare groep wordt overgedragen aan een nauwelijks gereguleerde potpourri van bewindvoerders hoop je op strak toezicht. Maar dat is er niet. ‘Op deze dossiers houden we alleen marginaal toezicht’, zegt de Tilburgse rechter Paul Rouwen, landelijk woordvoerder van kantonrechters. Liever laten de rechters het aan de onderbewindgestelden zelf over om jaarlijks de rekening en verantwoording van de bewindvoerder te controleren.

Als zo iemand de jaarrekening voor akkoord tekent, kijken de rechters alleen nog globaal, naar bijzondere uitgaven. ‘Of toeslagen zijn aangevraagd, controleren we niet’, zegt Rouwen. ‘Van bewindvoerders eisen we wel een plan van aanpak, maar we toetsen niet of dat ook wordt uitgevoerd. Daar kijken we pas vijf jaar later weer naar.’

Ondanks dit lichte toezicht is een derde van alle rechtszaken inmiddels gerelateerd aan bewindvoering, zo blijkt uit het jaarverslag van de Raad voor de Rechtspraak. Het aantal bewindzaken nam vorig jaar met honderdduizend toe, tot een totaal van een half miljoen.

Deze cijfers zeggen meer over de massa’s dossiers dan over de grondigheid van de controles. Hoeveel bewindvoerders er met de pet naar gooien is onduidelijk, maar indicaties zijn er wel. Het ministerie van Volksgezondheid ontdekte dat achttienduizend mensen onder bewind een hogere zorgpremie betalen dan nodig, omdat hun bewindvoerder geen betalingsregeling treft met de zorgverzekeraar. Deze mensen zijn maandelijks 27 euro te veel kwijt. ‘Het lijkt onbegrijpelijk dat bewindvoerders geen betalingsregeling treffen’, zegt een woordvoerder van het ministerie.

Uit cijfers van de Raad voor de Rechtspraak blijkt dat jaarlijks één op de dertien mensen die onder bewind staan een procedure start om van bewindvoerder te wisselen. Zicht op de precieze oorzaken ontbreekt.

Rechters zijn afhankelijk van tips om fraude op te sporen. Wim Verjans, destijds kantonrechter te Bergen op Zoom, vertelt dat hij een paar jaar geleden werd gebeld door de afdeling fraude van ABN Amro: ‘“Beste rechter, is u bekend dat een van uw bewindvoerders steeds tijdens de nachtelijke uren bij de bankautomaat naast het casino allemaal gelden staat op te nemen?” Nee, dat was ik niet.’ De bewindvoerder kon zijn speelzucht jarenlang verbloemen door met geld te schuiven tussen de rekeningen van zijn klanten. ‘Zelf had ik dat onmogelijk kunnen weten’, zegt Verjans, die met lede ogen aanziet hoe toezicht op het bewind het ondergeschoven kindje van de rechtbanken is. Toch begrijpt hij het wel. ‘Het is eigenlijk heel ongebruikelijk dat rechters belast worden met toezichthoudende taken. We zijn geschillenbeslechters. Veel collega’s vinden het een oneigenlijke taak.’

Dankzij de oplettendheid van de bank kon de rechtbank de gokkende bewindvoerder uit zijn functie zetten. Hoe vaak bewindvoerders worden ontheven, houdt de rechterlijke macht niet bij. Sinds 2014 zijn wegens ernstige fraude of nalatigheid in ieder geval in Bergen op Zoom, Capelle aan den IJssel, Den Bosch, Den Helder, Deurne, Geleen, Nijmegen, Landgraaf, Putten en Velp bewindvoerders uit al hun dossiers ontslagen. Zij hadden elk tientallen, soms honderden klanten.

‘Wij beperken hun geld. Je moest eens weten wat voor gescheld de telefonistes hier over zich heen krijgen’

Sinds 2016 hebben de rechtbanken wel een Landelijk Kwaliteitsbureau. Dat toetst bij elke beginnende bewindvoerder of die voldoet aan de opleidingseisen en een degelijk ondernemingsplan heeft. Daarnaast voert het jaarlijks controles uit. De voornaamste doelstelling van het kwaliteitsbureau is voorkomen dat een slechte bedrijfsvoering leidt tot het omvallen van kantoren. Door zo’n faillissement kunnen tientallen onderbewindgestelden zonder bewindvoerder komen te zitten en zelfs hun geld kwijtraken. Met het functioneren van een bewindvoerder in individuele dossiers bemoeit het kwaliteitsbureau zich niet.

‘Ik heb de melk van m’n baby moeten aanlengen met water. Van mijn bewindvoerder kreeg ik geen geld om eten te kopen, écht niks. Ikzelf sloeg maaltijden over. Overdag was ik centjes aan het tellen om aan het eind van de dag een brood te kunnen kopen.’ Rosalie – niet haar echte naam – had verwacht dat haar zorgen wat minder zouden worden toen ze zich aanmeldde voor bewind. Ze was net bevallen van haar zoontje en had een postnatale depressie, haar vriend was met de noorderzon vertrokken, met al haar spaargeld. Al gauw kreeg ze schulden, die steeds verder opliepen omdat de vader van haar kinderen geen alimentatie betaalde. Ze klopte aan bij schuldhulpverlening, maar kreeg geen hulp omdat haar inkomen niet stabiel was.

Op een dag stond er een maatschappelijk werkster op de stoep. Die kwam vertellen dat Rosalie’s huis volgende week ontruimd zou worden. Ze raadde haar aan om onder bewind te gaan om een ontruiming te voorkomen. ‘Dat ging allemaal heel snel. De maatschappelijk werkster heb ik daarna nooit meer gezien.’

Ze was al lang blij met de hulp. ‘Ik dacht steeds: gelukkig, dit enge stuk met al die cijfertjes, dat hoef ik niet meer aan te raken, dat regelt mijn bewindvoerder. Ik weet niet beter dan dat je op instanties kunt vertrouwen.’ Maar dat was het domste wat ze had kunnen doen, realiseert ze zich nu. Een paar maanden later werd ze tot haar stomme verbazing afgesloten van gas, water en licht. Ze ontdekte dat ze al maanden geen uitkering ontving.

Een flinke stapel e-mails toont hoe Rosalie vervolgens zeker een half jaar probeerde haar uitkering terug te krijgen, in een surrealistisch heen en weer tussen gemeente, bewindvoerder, advocaten en schuldhulpverlening. De bewindvoerder pleegde hier en daar een telefoontje, schreef een bezwaarschrift. Maar regelmatig moest Rosalie weken wachten op antwoord, omdat de bewindvoerder met vakantie was, nieuwe collega’s moest inwerken of zittingen in de rechtbank had. Al die tijd had Rosalie geen inkomen, liepen de schulden op. Of zij en haar kinderen überhaupt nog een zorgverzekering hadden was voor iedereen onduidelijk. De vierduizend euro schuld waarmee ze onder bewind kwam vertienvoudigde. Uiteindelijk zorgde Rosalie’s vader ervoor dat ze een uitkering kreeg.

‘Ik ben financieel gehandicapt gemaakt’, zegt Rosalie. ‘Met de juiste hulp had ik die schuld al lang kunnen oplossen. Nu heb ik een veel hogere schuld, en ben ik jaren verloren. Wat ik het ergste vind is dat de gemeente dit allemaal heeft laten gebeuren.’

Uit onze enquête blijkt dat de helft van de gemeenten in het geheel niet controleert of mensen die zij zelf verwijzen naar bewind wel goed geholpen worden.

Small kliko

In januari publiceerde de Nationale Ombudsman een alarmerend rapport over de staat van de schuldhulpverlening in Nederland. Gemeenten gaan ervan uit dat hun burgers zelfredzaam zijn en eisen daarom dat de administratie op orde is voordat je aanklopt voor schuldhulp. Iemand met financiële problemen komt terecht in een nare catch-22: ‘Het ontbreken van zelfredzaamheid is juist voor een deel van de burgers reden dat zij überhaupt in financiële problemen terecht zijn gekomen.’ De Ombudsman ziet dat steeds meer mensen op bewind zijn aangewezen, maar daarover mag hij zich niet uitspreken. Bewind is immers geen overheidstaak.

De bezuiniging die gemeenten met deze strenge aanpak beoogden, krijgen ze dankzij de groei van de bewindvoeringssector als een boemerang terug. ‘Om het even heel simpel te zeggen, het gaat om het geld’, zegt de Deventerse wethouder Jan Jaap Kolkman (pvda). ‘We moeten alle vergoedingen voor bewindvoerders betalen uit de bijzondere bijstand. Maar dat is een noodpotje voor eten of een kapotte wasmachine die een burger zelf niet kan betalen. De structurele kosten voor bewindvoering vreten daar enorm op in, van vier ton drie jaar geleden naar 1,3 miljoen nu.’

Die trend is zichtbaar in vrijwel alle gemeenten. Sommige zagen hun uitgaven bijna vertienvoudigen. De Vereniging Nederlandse Gemeenten (vng) ontkent dat de toename van het aantal mensen onder bewind voornamelijk komt door gemeentelijke bezuinigingen. De vereniging wijst juist naar het rijk. ‘Het doolhof van toeslagen en inkomensvoorzieningen maakt het voeren van een gezonde financiële huishouding onmogelijk’, zegt de vng in een reactie. ‘Het rijk moet het toeslagenstelsel en het incassosysteem vereenvoudigen.’

Wethouder Kolkman besloot vorig jaar een einde te maken aan de wildgroei van kosten. ‘Wij bieden zelf ook beschermingsbewind aan, dus wij zeiden: ga bij ons onder bewind en dan betalen wij het, of ga naar een private bewindvoerder maar dan gaan wij het niet vergoeden’, zegt Kolkman. Een bewindvoeringskantoor stapte daarop naar de Autoriteit Consument & Markt. ‘We zouden aan broodroof doen en de markt verstoren! Maar bewindvoering voor mensen met schulden is natuurlijk helemaal geen markt. Tussen kantoren is geen concurrentie op prijs, iedereen rekent het maximumtarief van 120 euro per uur. En je kunt niet zomaar overstappen. Voorzover je kunt spreken van een markt draait die volledig op gemeentegelden.’ Maar marktwaakhond acmwas niet overtuigd en dwong de gemeente om particuliere bewindvoerders te blijven betalen.

Bijna de helft van alle gemeenten heeft vanwege mededingingswetgeving moeite om de regie te nemen over beschermingsbewind, zo blijkt uit onze enquête. ‘We mogen er als gemeente niet op aansturen dat er alleen gebruik gemaakt wordt van bewindvoerders waar we positieve ervaringen mee hebben’, meldt de gemeente Waddinxveen. Eén op de zeven gemeenten zegt zelfs dat ze kosten vergoeden van bewindvoerders waarvan ze sterke aanwijzingen hebben dat ze frauderen.

Maar wethouder Kolkman liet het er niet bij zitten. ‘We hebben een andere weg gekozen, we gaan nu netjes vergoeden, maar dan voor de kostprijs van bewindvoering, volgens onze berekeningen tachtig euro per maand. Als een cliënt wil, mag hij zelf een paar tientjes bijleggen voor een private bewindvoerder.’

Bewindvoerders zijn ook daar boos over en betwisten de berekening van de kosten. Binnenkort start Deventer verschillende proefprocessen om te zorgen dat de rechter zo snel mogelijk uitspraak doet over de nieuwe aanpak. ‘Daarna is het hopelijk afgelopen’, zegt Kolkman.

Dat is nog maar de vraag. Steeds meer woningcorporaties en energiebedrijven zien bewind als een panacee voor problemen met slecht betalende klanten. De corporaties eisen of ‘adviseren dringend’ om bewind aan te vragen wanneer de huurachterstand oploopt. Bij energiebedrijven als Nuon of Vandebron hoeven schuldenaren geen borg te betalen als ze zich onder bewind laten stellen. Energiemaatschappij nle biedt ‘knetterscherpe tarieven’ speciaal voor bewindvoerders.

Ronald, gestoken in een zwart Adidas-trainingspak met bijpassende schoenen, ploft op de grote paarse sofa in het kantoor van zijn juridisch adviseur. Zijn handen trillen. ‘Ik vind het hartstikke spannend’, zegt hij in plat Haags voordat hij zijn verhaal begint. ‘Acht jaar geleden werd ik ontslagen. Ik betaalde een tijdje mijn rekeningen niet en kreeg een psychose. Er brak wat.’ Op aanraden van zijn zus ging hij onder bewind. De bewindvoerder beloofde dat hij binnen drie jaar van alles af zou zijn. Nu, zeven jaar later, is Ronald nog steeds niet van zijn schuld af. Sterker nog: zijn oorspronkelijke schuld van zesduizend euro is opgelopen tot achttienduizend euro. ‘Ze hebben er een baggerbende van gemaakt.’

Ronald klopte aan bij het juridisch advieskantoor van Marcel Steenbergen en Dolly van ’t Klooster. Zij staan mensen bij die problemen hebben met hun bewindvoerder. ‘Er gaat echt gigantisch veel mis’, zegt Steenbergen. Maar de schade verhalen op de bewindvoerder is vaak onbegonnen werk. Mensen onder bewind kunnen de kosten voor een rechtszaak niet van hun leefgeld betalen, dus moet de bewindvoerder de uitgaven goedkeuren. ‘En dat gebeurt vaak niet, omdat de bewindvoerder niet wil dat we een zaak tegen hem beginnen.’

Fraude aantonen is bovendien bijzonder lastig, omdat de wet zo vaag is en de scheidslijn tussen onkunde en fraude moeilijk valt te trekken. ‘Bewindvoerders maken het nog moeilijker door stukken achter te houden, waardoor we moeilijk kunnen aantonen hoeveel financiële schade iemand geleden heeft’, zegt Van ’t Klooster. Ronald is het na twee jaar juridische strijd toch gelukt om zijn schade te verhalen. Nadat hij begin dit jaar een schade-eis had ingestuurd, stelde de bewindvoerder voor om te schikken. Ronald kreeg 2200 euro en kan zijn schulden aflossen. ‘Ik ben tevreden. Ik was er helemaal klaar mee en ben blij dat het nu is opgelost.’ Van ’t Klooster houdt er gemengde gevoelens aan over: ‘De bewindvoerder heeft zes jaar geld aan je verdiend, terwijl je al lang van je schulden af had kunnen zijn.’ Ronalds bewindvoerder reageerde niet op schriftelijke vragen.

Beschermingsbewind is een opvanghuis geworden voor tienduizenden mensen die van structurele hulp bij hun schulden verstoken blijven. Maar dan wel met een lekkend dak. ‘Het is een afvalputje van alle problemen die we in Nederland niet opgelost krijgen’, concludeert rechter Verjans somber.

Alle overheden hebben stilletjes hun handen van de ‘onzelfredzamen’ af getrokken. Het rijk kijkt niet naar ze om, gemeenten mogen niet ingrijpen van de acm, en de Ombudsman doet geen uitspraken over marktpartijen. Rechters werken daar gedwee aan mee, in het volle bewustzijn dat ze niet in de positie zijn om de waardigheid van de onderbewindgestelden te garanderen. Zo blijven honderdduizenden burgers veroordeeld om, soms tot hun dood, van enkele tientjes leefgeld per week rond te komen en voor al hun uitgaven toestemming te vragen.

Samantha, die gedwongen van Delft naar Leidschendam verhuisde, heeft van het restantje van haar verhuisvergoeding een koffiehoekje ingericht met bruin behang met afbeeldingen van koffiebonen en kopjes. In het midden staat een koffiezetapparaat met led-lichtjes. Volgens de gemeente mocht ze het verhuisgeld zelf besteden. De bewindvoerder was het er niet mee eens en schreeuwde door de telefoon dat hij het geld moest hebben. Maar ze liet het zich niet afnemen. Het ‘trotse hoekje’ zal nog jaren de enige luxe zijn die ze zich kan permitteren.

Over dit onderzoek

In samenwerking met Nieuwsuur namen we een enquête af onder alle 380 gemeenten. Met behulp van het door Nieuwsuur ontwikkelde Gemeentepeil stelden we vragen over beschermingsbewind en schuldhulp. 128 gemeenten vulden de enquête in, een representatieve respons van 33 procent. De belangrijkste resultaten van de enquête hebben we verwerkt in dit artikel.

De volledige namen van Dennis en Ronald zijn bij de redactie bekend. Net als de echte naam van Rosalie, haar bewindvoerderskantoor en de verantwoordelijke gemeente.


Dit onderzoek werd mede mogelijk gemaakt door bijdragen van Fonds 1877, het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten en de Lira Startsubsidie voor jonge journalisten