Interview Dyab Abou Jahjah

«Ik ben geen Che Guevara»

De rellerige sfeer rond Dyab Abou Jahjah van de Arabisch Europese Liga is nagenoeg verdwenen. Hij is ontegenzeggelijk een wegbereider van een Europese islam, een democratisch Midden-Oosten en wellicht zelfs van een Arabische eenheid.

«Alle Arabische leiders van vandaag zijn corrupt, met dien verstande dat sommigen te dom zijn om een goede prijs te bedingen.» De forumdiscussie over «Democratie in het Midden-Oosten» is nog maar net begonnen of Dyab Abou Jahjah heeft de lachers op zijn hand. Ten behoeve van de buitenlandse deelnemers is de voertaal op het Amsterdamse globaliseringsfestival Engels, maar dat blijkt de geboren debater al even goed te beheersen als het Nederlands, Arabisch en Frans.

Over de Amerikaanse pogingen tot «democratisering van buitenaf» zijn de westerse en Arabische deelnemers het snel eens. Issam al-Khafaji, docent politieke economie in Amsterdam, vertelt over zijn teleurstellende ervaringen als medewerker van achtereenvolgens het Amerikaanse gezag en VN-gezant Brahimi in Irak: «De Amerikanen prediken democratie, maar dwarsbomen alle initiatieven van de bevolking die niet stroken met hun eigen agenda.» Abou Jahjah vult aan dat democratisering «van onderop» moet komen: «Ze moet uitgaan van de bevolking, niet van CIA-agenten of door Washington geparachuteerde zakenlieden, niet van sjeiks of krijgsheren. De Europese Unie begaat op haar beurt de fout een dialoog aan te gaan met de weinige Arabische academici en NGO’s die de westerse visie op democratie delen. Als je de Arabische bevolking wilt bereiken, moet je contact zoeken met grote politieke bewegingen, ook de bewegingen die niet jouw visie delen. Juist die, want daar zitten de mensen die je moet overtuigen.»

IJveren voor democratie is bovendien zinloos wanneer het niet gepaard gaat met een streven naar sociale rechtvaardigheid, doceert Abou Jahjah: «Democratie is een systeem waardoor mensen vanuit hun filosofisch kader het goede leven kunnen verwezenlijken. Zo’n kader is onontbeerlijk, of het nu liberaal is, islamitisch, of gericht op de zelfverwerkelijking van de Weltgeist. En in het Midden-Oosten is dat kader onvermijdelijk de islam.» Hij formuleert zorgvuldig, haalt rapporten en statistieken aan en verwijst met het gemak van de volleerde politicoloog naar Karl Marx, John Stuart Mill en de koran. Het verhaal dat hij een valse doctorstitel voert — verspreid door het Vlaamse ochtendblad De Morgen — is dan ook al lang ontzenuwd. Dat geldt ook voor geruchten dat hij een agent van de Libanese Hezbollah zou zijn en dat hij zijn naturalisatie tot Belg dankt aan een schijnhuwelijk.

Op Arabische opponenten blijkt Abou Jahjah even fel te kunnen reageren als op Antwerpse politiecommissarissen en andere Vlaams-Blokkers die hem te na komen. «Als je wilt leiden, moet je op de barricaden staan», bijt hij de Egyptische mensenrechtenadvocaat Negad El Borai toe. Deze pleit voor het aannemen van alle hulp van buitenaf bij de strijd voor democratie in het Midden-Oosten, ook als die afkomstig is van de G8 of de Verenigde Staten. Naderhand, in kleine kring, verklaart hij zijn uitval nader. Abou Jahjah: «Ik ken El Borai en zijn organisatie, het zijn voormalige communisten die zich voor de vorm met mensenrechten bezighouden. Ik heb eens een conferentie van ze bijgewoond op een cruiseschip op de Nijl, betaald door de Ford Foundation. Ze wisten wel dat je met zo’n tripje geen vuist maakt tegen corruptie. Maar ja, het subsidiegeld moest op, anders kregen ze het jaar daarop niets meer.»

Vier jaar na zijn eerste, alarmerende interview in Knack over discriminatie, werkloosheid en woon- en onderwijsproblemen onder Arabische migranten («De tijdbom tikt voort») is de rellerige sfeer rond Abou Jahjah nagenoeg verdwenen. Hij wordt niet meer omstuwd door bodyguards en kan in alle rust op een Amsterdamse straathoek een interview geven aan Jim Lehrer’s News Hour, een van de beste (en best bekeken) Amerikaanse actualiteitenprogramma’s. Hij vertelt de Amerikanen wat ze horen willen: «In de Verenigde Staten is de Arabische minderheid veel beter geaccepteerd en geïntegreerd dan in Europa, daar kunnen ze hier nog wat van leren.» Nadat hij de uitzending van het interview aldus heeft veiliggesteld, vertelt hij de interviewer nog een paar dingen die Amerikanen minder graag horen over Irak, over islamitisch terrorisme en het Midden-Oosten.

Sinds de opkomst van het Vlaams Blok en Pim Fortuyn hebben niet enkel gevestigde politici in België en Nederland geleerd hardop te «zeggen wat ze denken», ook migranten hebben geleerd hardop te zeggen dat ze niet willen inburgeren, assimileren of hoe de kreet van de dag mag luiden. Dat is voor een aanzienlijk deel Abou Jahjahs verdienste. Hij is ontegenzeggelijk een wegbereider van een Europese islam, een democratisch Midden-Oosten en wellicht zelfs van een Arabische eenheid, al is die laatste al eeuwenlang een illusoir project. De Zwitserse islamoloog Tariq Ramadan komt dicht bij de waarheid met zijn constatering (in De Groene Amsterdammer van 2 april 2003) dat Abou Jahjah «met zijn lichaam in Europa leeft en met zijn hoofd in de Arabische wereld».

Dyab Abou Jahjah: «Als je dingen wilt veranderen, moet je beginnen op de plek waar je de meeste inbreng kunt hebben. Ik ben begonnen in Antwerpen met de strijd tegen racisme en machtsmisbruik door politie en justitie. Maar het leven heeft meer dimensies, zeker in de huidige wereld die in het teken staat van interdependentie. Ik eis gelijke rechten voor alle allochtonen in Europa. Als moslim wil ik dat doen binnen een islamitisch kader en als Arabier wil ik mijn Arabische taal, geschiedenis en identiteit levend houden. En ik wil werken aan de eenheid en vrijheid van heel het Arabische volk, want de democratische rechten die we hier opeisen moeten ook dáár verwezenlijkt worden. Dat is ambitieus, maar niet onrealis tisch. Het zou juist onrealistisch zijn om je slechts op één dimensie te richten. Maar ik ga niet het onrecht op de Filippijnen of in Venezuela bestrijden zolang ik hier iets kan doen. Ik ben geen Che Guevara. Ik moet eerst mijn verplichting jegens de AEL nakomen. Hopelijk is de Liga binnen een viertal jaren in handen van de tweede generatie. Daarna wil ik mijn aandeel leveren aan de strijd in de Arabische wereld. Ik heb er een hekel aan te moeten horen: jij hebt makkelijk praten, jij zit veilig in Europa.»

Is de Arabische identiteit een onveranderlijk gegeven?

Dyab Abou Jahjah: «Integendeel, die is even dynamisch als de levensomstandigheden van de dragers. We zijn die identiteit aan het construeren. Identiteit heeft volgens mij twee aspecten. Het eerste is datgene wat je meekrijgt van je achtergrond: je land, je ouders, je leefomgeving. Het tweede aspect is de inhoud die je er zelf aan geeft. Voor een Arabier in Libanon of Marokko is dat geen thema; zijn identiteit valt samen met die van de meerderheid. In de Europese migratiecontext is onze identiteit helemaal niet evident. Hij staat onder druk van een meerderheidsidentiteit die sterker wordt in de tweede en derde generatie. De taal gaat achteruit, de kennis van de islam en de Arabische geschiedenis verwatert. De assimilatie is al voor driekwart een feit.»

U wilt het laatste kwart behouden?

«We willen meer dan dat ene kwart. Je kunt als migrant de taal van je gastland beheersen, de wetten kennen en respecteren en als burger volwaardig meedoen, en tegelijk vasthouden aan je oorspronkelijke taal, geschiedenis en cultuur. Je moet als groep weten welke voorgeschiedenis je hebt. Dat is een menselijke behoefte, net zoals geadopteerde kinderen willen weten vanwaar ze komen. Als we ons bij de situatie neerleggen, zal de assimilatie binnen één generatie voltooid zijn. Dat is een kwestie van spontane evolutie. Maar ieder mens heeft de keuze een situatie niet op zijn beloop te laten. Wij kiezen ervoor iets te doen tegen die identiteitsvervaging, om structuren te scheppen die dat mogelijk maken zonder ons te isoleren van de maatschappij waarin we leven.»

Is het zo erg om te assimileren? Maakt dat migranten ongelukkig?

«Dat interesseert me niet. Ik kies ervoor niet te assimileren, omdat ik een andere identiteit heb, punt uit.»

Noemt u eens een favoriet kenmerk van die Arabische identiteit.

«Een ontspannen houding tegenover het leven. Europeanen denken dat ze kunnen relativeren, maar daarin zijn wij Arabieren echt veel beter, ook als we met de meest dramatische feiten worden geconfronteerd.»

U heeft niets geleerd of overgenomen van de Europese cultuur?

«Wellicht mijn beheerste stijl van debatteren. Arabieren staan gauw in vuur en vlam, ze verheffen hun stem, praten met hun handen. Hoewel, daar kunnen de Fransen ook wat van. Misschien is het meer de Noord-Europese debatcultuur die ik me heb eigengemaakt. Ik kan woedend worden, maar ik vlieg niet uit de bocht. Ik word hooguit sarcastisch.»

Arabieren geven vaak het Westen de schuld van al hun problemen. Durft u uw eigen cultuur te problematiseren?

«Ja, dat doen we volop, maar niet in het openbaar. Ik gun het de autochtonen niet zich vrolijk te maken over onze problemen, daarvoor is onze positie als minderheid te precair. Als het gaat om diversiteit en gelijkberechtiging neemt de AEL binnen onze gemeenschap een radicaal standpunt in, zo radicaal dat we door andere groeperingen worden verketterd. Maar we zwijgen erover.»

Is het niet in jullie belang dat de buitenwereld ziet dat jullie ijveren voor de rechten van bijvoorbeeld vrouwen en homo’s?

«Zo werkt dat niet. Dat wordt door onze tegenstanders alleen maar aangegrepen om hun gelijk te bewijzen. Ik wil niet uit de mond van een Wilders of Balkenende moeten horen: zie je wel, jullie zijn achterlijk, jullie hebben je eigen gemeenschap niet op orde.»

De Europese agenda van de AEL is nog in ontwikkeling. De beweging heeft enkele duizenden leden in België en Nederland, maar de hele doelgroep — de Arabische gemeenschap in Europa — is nog lang niet bereikt. Abou Jahjah: «Ook daarin moeten we prioriteiten stellen. Bovenaan staat Frankrijk. We werken al enige tijd in Frankrijk omdat de grootste Arabische aanwezigheid in Europa daar te vinden is. Het is een groot land met een grote impact waar een agressieve anti-islamitische instelling heerst. Allemaal redenen waarom Frankrijk belangrijk is voor ons.»

Verwijzingen naar een verhoopte islamisering van Europa — een motief dat hem door tegenstanders herhaaldelijk is aangewreven — zijn in het AEL-programma niet te vinden. De theocratische staat heeft gefaald, het islamis me acht hij een doodlopende weg. Abou Jahjah: «De leer van een Khomeini, Mawdudi of Sayid Qutb is een fiasco gebleken. De theocratie is geen project voor een gezonde maatschappij. Dat geldt ook voor de Arabische wereld, daar is alleen een toekomst voor de democratische krachten. En geloof maar dat de bevolking dat beseft. Uit een peiling in Irak blijkt dat slechts acht procent van de bevolking een islamitisch regime wenst. Geen wonder, in zo’n staat zou ik ook niet willen leven. Maar dat wil niet zeggen dat wij niet de islam als inspiratiebron zouden kunnen nemen, ook hier in onze Europese ballingschap.

Wij willen bijvoorbeeld toegroeien naar een renteloze economie. Wij geloven in decentralisatie van bevoegdheden, in lagere bestuursniveaus, macht voor de basis. Dat zijn islamitisch geïnspireerde standpunten, maar we kunnen die ook wetenschappelijk funderen. We ontlenen de inspiratie aan onze godsdienst, niet de rechtvaardiging. Daarin verschillen we niet wezenlijk van andere democratische bewegingen. Wanneer zaken als discriminatie en godsdienstvrijheid bevredigend geregeld zijn, hebben we nog heel wat te zeggen over andere maatschappelijke kwesties. En die punten slaan aan. Veel Arabische migrantenorganisaties volgen de weg die de AEL uitstippelt, maar door de criminalisering van de beweging komen ze er zelden voor uit. Ik noem geen organisaties waarmee we samenwerken, want zodra ik een club bij name noem komen die mensen in problemen. In Rotterdam heeft de burgemeester gedreigd dat elke organisatie die samenwerkt met de AEL geen subsidie of vergunningen meer krijgt.»

Dan stellen ze het maar zonder bevoogding. Dat is toch precies wat u wilt?

«Ja, maar wij kunnen dat niet voor anderen beslissen. Het is een serieus probleem dat mensen hun sympathie niet durven uiten, dat maakt het voor ons moeilijker aan de criminalisering te ontsnappen. Maar we geloven in het principe van eigen verantwoordelijkheid.»

Zou uw programma ooit buiten Arabische kring aanslaan? Veel Europeanen hebben de ideologie de rug toegekeerd, ze zien geen grote kwesties meer om voor te vechten.

«Wij willen de grote kwesties juist terugbrengen. Die nonchalance is een teken van decadentie. Men onderschat dat de politieke situatie snel kan veranderen, zeker in de wereld van vandaag. De heersende gezapigheid doet sterk denken aan die van de Arabieren in de Middeleeuwen. Aan de vooravond van de Mongoolse inval zagen ze ook niet de noodzaak in van een goed bestuur of een krachtig leger. Ze bedienden zich van huurlingen om hun belangen te verdedigen. En de Europese democratie is nog steeds niet volgroeid, omdat bepaalde groepen beschikken over disproportionele macht. In Antwerpen zijn dat bijvoorbeeld André Leysen (voormalig scheepsbouwmagnaat en directeur van Agfa Gevaert — ab) en de Hoge Raad voor Diamant. Die hebben een oneigenlijke invloed op de gemeenteraad, zodat je niet van volwaardige democratie kunt spreken.

Wij streven naar sociaal-economische democratie als aanvulling op de formele democratie. Binnen de AEL zijn we het er nog niet over eens, maar persoonlijk vind ik dat je nutsbedrijven en andere industrieën van strategisch belang niet kunt overlaten aan de privé-sector. In Libanon kun je zien wat een wild liberalisme voor de samenleving betekent. Libanon is een afschuwelijk harde maatschappij waarin alleen het particulier belang telt, waar een extreme kapitaalvrijheid bestaat maar geen enkele vorm van sociale zekerheid en waar ook nog eens de premier, Rafik al-Hariri, een monstervorm van Berlusconi is. In Libanon mag je zeggen wat je wilt, het heeft toch geen effect. De macht blijft in handen van die paar mensen. Een voordeel van Libanon is wel dat daar ideeën kunnen groeien, dat je ze er mag verdedigen en verspreiden. Dat moet zo blijven, alleen die wilde liberalisering moet getemperd worden. Maar Libanon kan niet zorgen voor veranderingen in de Arabische wereld, die moeten komen van de grotere landen. En de Palestijnse kwestie is volgens mij nog altijd de katalysator.»

Het is een thema waarover Abou Jahjah door interviewers tot vervelens toe is doorgezaagd. De AEL pleit voor een «ontmanteling» van Israël en de vervanging ervan door een staat waarin joden en Arabieren gelijke rechten hebben. Het is misschien een utopisch standpunt, maar vergeleken bij Israëlische oproepen om alle Palestijnen de woestijn in te jagen en Arabische oproepen om alle joden de zee in te drijven is het beslist gematigd. Dat geldt ook voor de stelling dat de Palestijnen het recht hebben zich te verzetten tegen de Israëlische overheersing, zij het zonder aanslagen op burgerdoelen, die ook Abou Jahjah verafschuwt. Het punt dat zijn ondervragers doorgaans missen, is dat de strijd voor Palestijnse rechten volgens hem onlosmakelijk verbonden is met de strijd voor democratisering in de regio.

Abou Jahjah: «De strijd tegen het zionisme en die tegen de corrupte Arabische regimes die de Palestijnen in de steek laten, is ondeelbaar. En Egypte is nog altijd de gangmaker in die strijd. Daar zitten de krachten, de aantallen, daar bestaat een grote intelligentsia. Er is een nieuwe, goed georganiseerde nationale beweging met bekende aanhangers als de regisseur Joessoef Shahin. En je hebt de al-Wassad, een democratische islamitische partij met miljoenen leden. Zelfs een alliantie met de Broederschap is denkbaar, want hun gedachtegoed is niet meer hetzelfde als in de jaren zestig en zeventig. Er is een nieuwe generatie aan de leiding die kritisch durft te kijken naar het eigen verleden. De verandering is in volle gang.»

Hoe denken jullie vanuit Europa daaraan bij te dragen?

«We kunnen net als joden, Armeniërs en andere diasporavolken proberen druk uit te oefenen op de regeringen van de gastlanden. Maar grote veranderingen in de Arabische wereld komen niet vanuit Europa, die zullen van daar moeten komen. Onze taak is te zorgen dat Europa een positieve rol speelt als het gaat om democratisering in het Midden-Oosten.»

Wanneer hebt u voor het laatst in een Arabisch land gedebatteerd over democratie?

«In januari in Qatar, op een conferentie van moslims en Amerikanen. Het was een beschaafd gesprek, maar helaas geen dialoog. De Amerikanen waren overtuigd van hun gelijk, de Arabieren te intellectualistisch. We hebben meer dan genoeg analytici, activisten hebben we nodig. De weinige activisten zitten in de gevangenis en de weinige Arabieren die hardop spreken over democratie zijn mensen die van officiële zijde weinig te vrezen hebben. Wij nemen deel aan een paar congressen waar serieus wordt gewerkt aan verandering. Zoals het Arabisch Nationaal Congres, dat organisaties en mensen verenigt die geloven in een Arabisch nationaal project. En het Nationaal Islamitisch Congres, waarin nationale islamitische bewegingen samenkomen.»

Waarom moet dat onder de noemer van nationalisme of islam, waarom niet gewoon die van de democratie?

«Omdat het alleen zin heeft te praten over democratie als je praat over het hele sociale weefsel, over de maatschappelijke basis voor democratie. Je zult zelden iemand de democratie horen prijzen omdat die zo leuk is. Democratie is helemaal niet leuk, maar onontbeerlijk voor een menselijk bestaan. Ik wil mijn mening kunnen zeggen, zelf mijn leiders kunnen kiezen en ze controleren, en een vervuld leven leiden in plaats van louter overleven zoals de meeste Arabieren nu doen.»