Ik ben geen vader

Vijftien jaar geleden interviewde ik voor de Amsterdamse zender AT5 mijn dochter, die toen dertien jaar oud was.
Haar opmerkelijkste uitspraak was: ‘Ik heb nooit het idee gehad dat jij mij opvoedde, zoals mama mij opvoedt. Ik heb eerder altijd het idee gehad dat ik jou moest opvoeden.’
Ik was inderdaad niet heel erg goed in het vaderen. Ik scheidde van haar moeder toen ze twee was, en ik voelde me meer haar broertje dan haar vader.
Dat is altijd zo gebleven.
Er veranderde wel iets: mijn dochter werd, in tegenstelling tot mij, wel volwassen. Dat is geen pedanterie van mij. Volwassenheid uit zich in een vorm van rationele nuchterheid die ervoor zorgt dat je de boel op orde hebt. Volwassenheid is beheersing, een vanzelfsprekende verantwoordelijkheid op je nemen op een manier die niet al te veel in het oog springt.
Mijn vader was volwassen. Mijn moeder niet. Mijn dochter is volwassen. Ik niet.
Ze is nu 28 en ik ben 58.
Maar zij, mijn ‘zusje’ is dertien en ik, ‘haar jongere broertje’, ben zeventien.
Ze heeft een vriend die ook 28 is, maar eigenlijk veertig.
Laatst kwam mijn dochter bij me.
Ik sliep nog.
Zij heeft een sleutel van mijn huis, dus ik hoorde haar niet binnenkomen.
Het was één uur in de middag, eigenlijk.
Mijn dochter ging op mijn bed zitten en toen zag ik dat haar vriend er ook was.
‘Wat doen jullie hier?’
‘We wilden je een foto laten zien’, zei ze.
Ik bracht de foto naar m'n ogen, want ik had mijn bril nog niet op.
‘Goh, wat leuk, een hondje’, zei ik, want ik zag iets in een mand.
‘Kijk eens goed’, zei ze.
Maar toen wist ik het al. Ik zat naar een echo te kijken.
Mijn dochter was zwanger.
En dan?
Ik werd niet ouder, ik bleef zeventien.
En mijn dochter bleef mijn zusje.
Het woord ‘opa’ viel, maar dat boezemde me angst in. Niet vanwege ‘een verloren jeugd’ of zo, maar eerder omdat haar moeder, mijn ex, en ik, een reeks spontane abortussen hebben gekend.
‘Opa’, hoorde ik nog een keer.
Ik schudde mijn hoofd.
‘Het wordt een broertje of een zusje’, wilde ik zeggen, maar ik hield me in. Je weet nooit hoe zoiets valt.
Het vreemde is dat ik de hele tijd denk dat mijn ex - haar moeder - nu dat kind krijgt.Dat heb ik zelfs gedroomd. En - geloof het of niet - ik heb zelfs gedroomd dat mijn vorige vriendin zwanger was. (Niet van mij, overigens, maar van een onbekende.)
Beide zwangerschappen zijn onmogelijk omdat de dames de overgang al achter de rug hebben. Maar toch. Het houdt me onbewust blijkbaar bezig.
Op de avond nadat mijn dochter had verteld dat ze zwanger was, bezocht ik een goede vriend. We gingen bier drinken, we rookten een joint, en we wilden een snuifje nemen… Maar daar zag ik vanaf. No more cocaine.
Ik dacht op dat moment aan mijn dochter, en aan mijn nieuwe zusje of broertje.
Cocaïne past een bohémien, maar niet een grootvader.
Ik ben geen broertje. Zelfs geen broer. Ik ben ook geen vader.
Ik moet proberen een grootvader te zijn.
Om half vier ’s nachts gingen mijn vriend en ik nog mijn hond uitlaten. We wandelden langs de Amsterdamse huizen in Oud-Zuid. Opeens zagen we ergens licht branden. Door de vitrage heen zagen we een man en een vrouw die elkaar heftig aan het kussen waren.
We belden aan, hoorden via de intercom een verbaasd ‘Wie is daar?’ en in de camera zei mijn vriend: ‘Is mijn vrouw bij u?’
Daarna renden we weg.