Idfa De Mandela-mythe gecorrigeerd

Ik ben gewoon vlees

Een nieuwe Zuid-Afrikaanse documentaire, deze week te zien op het Idfa in Amsterdam, zet vraagtekens bij de rol die Nelson Mandela in de bevrijding van zijn land speelde. Centraal staat de vraag of verzoening mogelijk is wanneer gerechtigheid uitblijft.

Medium nelson

De documentaire A Letter to Nelson Mandela van de Zuid-Afrikaanse filmmaker Khalo Matabane schetst een beeld van de beroemde leider dat haaks staat op de mythologie die over hem is gecreëerd. Tijdens zijn actieve politieke leven was hij geen Messias die een burgeroorlog heeft voorkomen door een verscheurd land te verenigen in een ‘regenboognatie’, maar meer een pragmatische politicus met een flair voor celebrity. En hij faalde bij het onder ogen zien van het historische onrecht dat zijn eigen mensen werd aangedaan. Door deze poging een correctie aan te brengen in de iconiciteit van Mandela legt de film een kloof bloot, met aan de ene kant nabestaanden van de duizenden slachtoffers van het apartheidsregime, en aan de andere kant commentatoren en politieke leiders die onverminderd wijzen op het democratische ‘wonder’ dat dankzij ‘Madiba’ is geschied na het einde van de apartheid.

Als het aan Matabane ligt is het belangrijker dan ooit deze luchtbel rond de ‘vader van de natie’ door te prikken. Van verzoening kan geen sprake zijn, sterker, er wás nooit verzoening, aangezien Zuid-Afrika en de wereld zich blind blijven houden voor het feit dat de kwestie van leed en genoegdoening bij slachtoffers en nabestaanden nooit echt is aangepakt. Veel inwoners leven in mensonterende omstandigheden; witten weigeren nog altijd excuses aan te bieden voor het voordeel dat zij uit de apartheid hebben kunnen halen; en de nieuwe, zwarte elite sluit haar ogen voor de noodzaak van herstelbetaling op historisch én economisch gebied.

Op zich is dat geen nieuw idee. Al tijdens de hoorzittingen van de Waarheids- en Verzoeningscommissie na de vrijlating van Mandela was gebleken dat veel nabestaanden en slachtoffers zichzelf er niet toe konden bewegen de daders te vergeven. Deze gevoelens, die groeiden uit iets wat leek op een mengeling van wraak en verdriet, werden snel naar de achtergrond geschoven terwijl de fundamenten van de kersverse democratie vorm kregen.

A Letter to Nelson Mandela focust op deze thema’s, op stille verhalen die almaar dwingender worden in het huidige discours, maar die vooralsnog weinig invloed hebben op de politiek van de machthebbers. Matabane’s film is een sombere meditatie over ontnuchtering, ingegeven door eeuwen van onrecht die de geschiedenis van het land tekenen. De regisseur stelt de vraag: ‘Wat hebben we verkeerd gedaan?’

Zijn eigen antwoord klinkt wrang: ‘De regenboognatie. Een farce.’

Kan het zijn dat Mandela zich op een gegeven moment als een god ging gedragen?

Khalo Matabane richt zich in een voice-over in de vorm van een brief tot Mandela. Zijn persoonlijke verteltoon lijkt een universeel ongenoegen te representeren, een mix van onderdrukte woede, teleurstelling en wanhoop. Abstracte landschapsbeelden en stille visies op objecten in de publieke ruimte worden afgewisseld met archiefbeelden van stormachtige historische ontwikkelingen. Het Rivonia-proces, waarin Mandela tot levenslange gevangenisstraf werd gevonnist. De bloedbaden in de townships van de jaren zeventig. De jaren tachtig, toen de gewapende strijd van het anc een hoogtepunt bereikte voordat de omwenteling plaatsvond. En het democratiseringsproces begin jaren negentig.

Dit alles plaatst Matabane in een breder kader. Hij interviewt een scala van denkers, leiders en kunstenaars over het thema van wraak en verzoening, onder wie de staatsman van weleer Henry Kissinger, oud-rechter Albie Sachs, schrijver en activist Ariel Dorfman, schrijver Nuruddin Farah, feministe en academica Pumla Gqola en de dalai lama. Significant is de verschijning van Colin Powell, voormalig chef van de gezamenlijke staven van de Amerikaanse krijgsmacht ten tijde van de oorlog in Irak. Een havik die zonder blikken of blozen zijn scherpe ideologische kanten laat zien. Powell stelt dat vrede altijd mogelijk is, maar dan wel vaak slechts na gebruik van ‘harde kracht’. Hierbij lijkt de ironie hem volledig te ontgaan dat de Verenigde Staten in de apartheidsjaren doorgaans een vijand van het anc waren in uitgerekend zijn ‘harde’ strijd tegen het bewind van de Nationale Partij. In feite stonden Mandela en de anderen destijds alleen. Waarom Mandela na zijn vrijlating dit soort voormalige vijanden, zowel binnen als buiten de landsgrenzen, omarmde zonder vragen te stellen, is voor Matabane een mysterie. Kan het zijn dat Mandela zich op een gegeven moment als een god ging gedragen? Dat hij de lat te hoog legde? Dat zou iets van een verklaring kunnen bevatten voor de verwijdering die tussen nabestaanden van slachtoffers en het politieke establishment is ontstaan. De ‘Mandela-mythe’ die aan de basis van deze kloof ligt, houdt namelijk in dat een god wel genade kan schenken. Maar hiertegenover staat iets wat even realistisch als tragisch is: gewone mensen kunnen dat niet, ze kunnen niet vergeven.

Achteraf beschouwd was de verzoening van meet af aan fragiel. Dat kwam door de golf van verdriet die zo zichtbaar was tijdens de hoorzittingen van de Waarheids- en Verzoeningscommissie, maar meer nog door het dikwijls verbijsterende gebrek aan schuld en bekentenis bij machthebbers van de Nationale Partij, voor en achter de schermen.

In zijn boek Dances with Devils (2007) beschrijft journalist Jacques Pauw hoe toenmalig president F.W. de Klerk iedere verantwoordelijkheid naast zich neerlegde voor wat er op Vlakplaas gebeurde, de beruchte boerderij ten westen van Pretoria waar paramilitaire doodseskaders anc-dissidenten naartoe brachten om ze te hersenspoelen en in veel gevallen op sadistische wijze te vermoorden. Ook Dirk Coetzee, bevelvoerder van Vlakplaas die vorig jaar aan kanker overleed, weigerde volledige verantwoordelijkheid te aanvaarden. Hoewel hij amnestie kreeg dankzij zijn getuigenis voor de commissie leek Coetzee eerder vervuld van ongenoegen dan van spijt. Toen Pauw de aangelegenheid bij Coetzee aankaartte, ontstak de voormalige politieman in woede. ‘Wat wil je dat ik doe? De hele tijd op mijn knieën om vergiffenis vragen?’ Deze reactie, tekenend voor de arrogantie van machthebbers van destijds, vormt ook de kern van A Letter to Nelson Mandela, een film met meer vragen dan antwoorden.

In zijn speurtocht naar antwoorden zoekt Matabane ook contact met Charity Kondile, moeder van Gcinisizwe Sylvester Khwezi Kondile, student rechtsgeleerdheid en anc-activist die op 24-jarige leeftijd opgepakt werd en vervolgens op gruwelijke wijze – in de berichtgeving over het incident valt het woord ‘kannibalisme’ – onder toeziend oog van Dirk Coetzee op Vlakplaas werd vermoord. Matabane wil weten of zij na de dood van Coetzee in staat is hem te vergeven. Wat is er inmiddels met haar woede gebeurd?

Het is onmogelijk enige vorm van herstelbetaling te bedenken voor vele eeuwen van kolonialisme en slavernij

Eerst weigert de moeder van ‘Sizwe’, zoals hij bekend stond, de regisseur te woord te staan. In een opgenomen telefoongesprek reageert ze kortaf. ‘Ik doe niet mee. Jullie proberen alleen maar munt te slaan uit de dood van mijn zoon.’ Later stemt ze toch toe. Het interview is pijnlijk om te zien. Ze zegt: ‘Ik ben maar een moeder, ik zit niet in de regering, ik ben gewoon vlees.’ Ze raakt hiermee een zenuw. In de context van de film belichaamt ze de stille pijn van nabestaanden van politieke misdaden, niet alleen in Zuid-Afrika, maar overal. In Chili, in het voormalige Oost-Duitsland, in het Midden-Oosten. Irak. Afrika tijdens het koloniale tijdperk. Zuid-Afrika is niet het centrum van het universum; apartheid was niet uniek; moordenaars zoals Coetzee waren geen aberraties. Misschien is juist die afschuwelijke universaliteit van wat er gebeurde nog het meest schokkend. Dit is hoe de mens is; dit is hoe groepen mensen worden onderdrukt en uitgemoord; dit is hoe zij die achterblijven verminkt worden, generatie op generatie.

De misdaden in Zuid-Afrika waren onuitsprekelijk. Hoe snijdend is de ironie in A Letter to Nelson Mandela wel niet: zelfs al worden de wandaden besproken en beschreven, dan nog blijft de pijn, zelfs dan blijven vergeving en verzoening onbereikbaar. Eerder dit jaar schrijft Vusi Pikoli, de voormalige nationale directeur van het openbaar ministerie en een jeugdvriend van Sizwe Kondile, in The Sunday Independent dat de vraag onverminderd luidt: hoe houdbaar en echt is verzoening wanneer waarheid en gerechtigheid uitblijven? Pikoli: ‘Coetzee heeft ons de “waarheid” verteld, alleen de gruwelijke details waren nieuw. Wat voor soort mens martelt een ander mens, schiet hem door het hoofd en verbrandt vervolgens het lichaam onder het genot van een barbecue en sterke drank?’ Pikoli wijst erop dat Coetzee misschien nooit de waarheid zou hebben verteld, was het niet voor de getuigenis van een ter dood veroordeelde askari, een soldaat in dienst van het regime. De waarheid als een geforceerd verhaal, eerder dan een spontane bekentenis – dat is het beeld dat vorm krijgt in deze film.

Wat is de prijs die Zuid-Afrikanen betalen voor het verkrijgen van hun vrijheid? wil Matabane weten. Hij laat zien dat fragmentatie zowel in het politieke als in het privé-leven heerst. Zo ontstaat het symbool van het land als een gebroken lichaam in het verhaal van een activiste die vertelt over haar zuster die bij een bomaanslag was omgekomen en wier lijk ze moest gaan identificeren. Er was weinig van over. De vrouw: ‘Ik was een gebroken mens zonder enige emoties.’ Zuid-Afrika anno nu: een land van mensen vol littekens.

De stem van Matabane klinkt, stil, dromerig, maar onmiskenbaar gevuld met onbegrip en woede. ‘Tata (vader), heb je er ooit over gedroomd je vijanden neer te schieten?’ Waar blijft gerechtigheid? Hoe zit het met wraakgevoelens? Waarom hadden Zuid-Afrikanen geen proces in navolging van Neurenberg? Het zijn vragen van een filmmaker die worstelt met een verleden dat nooit weggaat. Wole Soyinka, de Nigeriaanse Nobelprijswinnaar voor literatuur, zegt: er is, zeker in het geval van Afrika, géén definitieve oplossing. Want het is onmogelijk enige vorm van herstelbetaling te bedenken voor vele eeuwen van kolonialisme en slavernij.

Dit soort antwoorden leidt alleen maar tot nog meer desillusie bij Matabane. Het is alsof hij zich realiseert dat de schellen hem eindelijk van de ogen zijn gevallen. De pijn die hieruit volgt is voelbaar in zijn film. Steeds bozer klinkt zijn brief, zijn stem: hoe kan het dat Mandela een hoge Zuid-Afrikaanse onderscheiding toekent aan iemand als de Indonesische president Soeharto? Hoe kan het dat in het land van Mandela een man als Wouter Basson, bekend als Doctor Death omdat hij leiding gaf aan een clandestiene eenheid die zich op chemische en biologische oorlogvoering richtte, nog altijd vrijuit gaat? Antwoorden zijn er niet. Maar troost is er wel – in de vorm van het land zelf, in beelden van lege landschappen en stille ruimtes. Zonder mensen die niet kunnen vergeven.

A Letter to Nelson Mandela is te zien op het Idfa, 20 november t/m 1 december.

Beeld: Sue Kramer / Demotix / Corbis