Ik ben het feminisme

ZE IS EEN vat vol tegenstrijdigheden. Al meer dan dertig jaar weet ze de spotlichten van de media op zich te vestigen - het volglicht van de serieuze kranten, want ze is Doctor Greer, hoogleraar in de Engelse literatuur; de schijnwerpers van de schandaalpers, want ze is een wilde dame met ziedende uithalen - al dertig jaar is ze een mediafenomeen en toch wil ze niet dat er over haar geschreven wordt. Ze heeft haar eigen leven altijd als een opslagplaats van anekdoten gebruikt: de ijdelheid van haar moeder, de leugens van haar vader, haar eigen verkrachting. En toch, vindt ze, behoort haar leven alleen haar toe. Deze maand verschijnt Germaine Greer: Untamed Shrew, de ongeautoriseerde biografie die de journaliste Christine Wallace over haar schreef. Ze verbood familie en vrienden om met de biografe te praten, betitelde haar als mestkever, ‘brain-dead hack’ en ‘flesh-eating bacterium’, en dreigde haar knieschijven te breken als ze te dicht in de buurt kwam.

Germaine Greer kent evenveel verschijningsvormen als een kameleon. In de jaren zestig was ze een groupie, zij het een groupie met een graad in de letteren. Nadat haar boek The Female Eunuch uitkwam was ze de profeet van de seksuele revolutie en poseerde ze als feministische pin-up op de cover van menig tijdschrift. Ze praatte over Het Grote Neuken met een vanzelfsprekendheid alsof ze het over afwassen of stofzuigen had. Nog geen vijftien jaar later ontpopte ze zich als een met boerinnen dwepende antropologe die opriep tot kuisheid en de coïtus interruptus. Ze werd de profeet van de seksuele onthouding en het celibaat. Toen haar boek over de overgang verscheen, trok ze zich terug in haar boerderij in de country. Een excentrieke oude vrijster in wijde wollen jurk, het haar in een grijze knoet. Bij elke mijlpaal in haar leven grabbelde ze een nieuwe vermomming uit de verkleedkist. De leuze ‘het persoonlijke is politiek’ is haar op het lijf geschreven: elke fase in haar leven heeft ze gepolitiseerd. De seksuele bevrijding predikte ze als twintiger en dertiger; als veertiger belichtte ze de keerzijde van de seksuele revolutie; als vijftiger verkondigde ze de blijde boodschap van de menopauze, die levensfase waarin je een reis naar binnen kunt maken, naar wijsheid en sereniteit. Maar als ze wordt aangesproken op haar eigen ervaringen, als bijvoorbeeld haar verheerlijking van het moederschap in twijfel wordt getrokken omdat ze zelf nooit kinderen heeft gekregen en nooit een lange relatie heeft gehad - dan is ze witheet. Een vat vol tegenstrijdigheden. Er is niemand die zo welbespraakt woedeaanvallen kan hebben op papier en die tegelijk ook zo serieus genomen wordt. Greer belichaamt ze allebei: de straatmeid die een potje kan schelden als geen ander en de scherpzinnige academica met leesbril. Sla een willekeurig artikel over of interview met Greer op en ze is boos. 'Het wordt tijd om weer eens goed kwaad te worden’, eindigt ze het voorwoord van haar nieuwste boek The Whole Woman. Greer is altijd boos. Tegelijkertijd is ze een levensgenietster pur sang. Wijnkenner - al heeft ze de alcohol na de overgang afgezworen -, begenadigd kok en vermaard tuinierster. Onder het pseudoniem Rose Blight schreef ze een column over tuinieren voor Private Eye. Kortom, de hele Greer is veelkantiger en fascinerender dan De hele vrouw, de conservatieve herhalingsoefening van The Female Eunuch die sinds vorige week ook in Nederland in de boekwinkels ligt. CYNICI ZIEN GREERS nieuweling als een hernieuwde greep naar de macht. Al vraag je je af waarvoor dat nodig is: als media-aandacht macht is, heeft Greer nooit geen macht gehad. Maar ze had altijd gezworen nooit een vervolg op haar bestseller The Female Eunuch te schrijven - en dan is het er opeens toch. Daarom heet het voorwoord van The Whole Woman 'van mening veranderd’. Daarin schrijft Greer op verongelijkte-diva-toon: 'Dertig jaar lang heb ik mijn best gedaan om alle vormen van feminisme die in de openbaarheid kwamen te accepteren en te stimuleren. (…) Op het moment dat de zogenaamde life-style-feministes meldden dat het feminisme precies ver genoeg was gevorderd om hun te geven wat ze wilden, namelijk geld, seks en mode, was het voor mij niet langer verantwoord om te blijven zwijgen.’ En dat het niet verantwoord is om te zwijgen zullen we weten. Net als bij Greers andere boeken die na The Female Eunuch verschenen, spookte het al maanden voordat het boek van de drukpersen rolde in de media. Met publicitair raffinement zorgde ze dat er druk werd gespeculeerd of The Whole Woman nu wel of niet een echt vervolg op haar feministische klassieker was. (Het is een wonder dat iedereen erin trapt, want elk nieuw boek van Greer werd als 'vervolg op’ gepresenteerd.) En ze strooide met wat boude uitspraken als smaakmakertje: 'In 1968 hadden vrouwen het recht nee te zeggen zonder verontschuldiging. Maar ze hadden niet het recht om ja te zeggen. Nu hebben ze de plicht om ja te zeggen op alles wat hun partner wil.’ En: 'De vrouwelijke eunuch in 1968 was alleen maar baarmoeder. De vrouwelijke eunuch van 1997 heeft niet eens een baarmoeder.’ Lezers van de ene krant konden, nog voor het boek er was, een doe-het-zelf-test doen om te leren hoe feministisch ze zijn. In een andere krant mochten lezers op de vooravond van publicatie vragen stellen aan het feministische orakel zelf. Vraag: 'Since animals are nowadays understood to have rights, how about men?’ Antwoord Greer: 'I agree men are animals and as such are entitled to humane treatment and should not be trapped or shot or bred for food or fur.’ HET BEGON NATUURLIJK allemaal in 1970, met de publicatie van The Female Eunuch. Of eigenlijk begon het al ervoor, toen ze op de televisie verscheen - er wordt over haar gezegd dat ze inmiddels alles op de televisie heeft gedaan, behalve het weer. Voor die tijd was ze eerst in Melbourne en Sydney en later in Londen al de talk of the town. Germaine Greer werd op 29 januari 1939 in Melbourne geboren. Na haar schooltijd bij de nonnen barstte ze los aan de universiteit. Ze was een flamboyante studente die de seksuele en sociale mores tartte. Er werd over haar gefluisterd dat ze uit principe geen onderbroek droeg. Ze sliep met mannen in een tijd dat het al als onzedelijk werd beschouwd als je ze alleen voor de thee uitnodigde. Zoals Peter Blazey, een kennis uit die tijd in zijn boek Screw Loose schreef: 'Lang, lenig en in een opperbest humeur liep ze over de campus rond, in het volle besef dat ze voortdurend over de tong ging. De wildste geruchten wervelden als een tornado om haar heen. Ze had de lach op het gezicht van iemand die op het punt staat Melbourne voorgoed te verlaten. Wij maagdelijke jongens gniffelden en roddelden over haar als nonnen in een klooster waar Madonna Ciccone op bezoek is. In 1959 was Germaine Greer een wandelende seksuele revolutie.’ En passant studeerde ze ook nog af. Ze promoveerde vervolgens in Cambridge, op Shakespeare, onder andere op The Taming of the Shrew. In het Londen van de jaren zestig was ze de ongekroonde koningin van de seksuele avantgarde. Overdag gaf ze college aan de Warwick University, ’s nachts lag ze met rocksterren in bed. Provoceren, het was haar stiel. Als alternatieve armband droeg ze de ringen van oude pessaria om haar pols. Ze werd redacteur van het pornoblad SUCK, 'The First European Sexpaper’, omdat het, zo zei ze, niet FUCK heette. Ze bedong dat er evenveel naakte mannen als vrouwen in stonden en dat er aandacht werd geschonken aan pornografische kunst. En ze schreef er niet alleen zelf in - 'Lady Love Your Cunt’, een lofzang op de clitoris uitmondend in een cursus masturberen zonder handen - ze poseerde ook. Op een bijna levensgrote foto ligt ze op haar rug en heeft ze haar benen over haar schouders gegooid. Haar lachende gezicht kijkt je tussen haar benen aan, het centrum van de foto is haar 'cunt’. Ze was ook verbonden aan het underground-blad OZ, waarin ze onder andere de geneugten van het groupiedom bezong. Ze sierde de cover van dat blad met een foto waarop ze de gulp van popster Vic Stanshall openritst. 'Ik ben een pederast’, zei ze tegen wie het wilde horen, 'ik verleid jongens’. Het is welbeschouwd geen wonder dat The Female Eunuch in 1970 insloeg als een bom. Greer wist de twee revoluties die toen smeulden, het feminisme en de seksuele revolutie, explosief met elkaar te verbinden. Voor vrouwen was het boek aantrekkelijk omdat zij ruimte eiste voor de vrouwelijke lust. De vrouwelijke eunuch is 'het wijfje’ dat als passief, zwak en seksloos wordt voorgesteld, is de vrouwelijke castraat wier seksualiteit wordt onderdrukt. Voor mannen - en de media - was Greer aantrekkelijk omdat zij een feministe was die nu eens niet van mannenhaat beticht kon worden. Ze was bovendien een solist die zich niet bij feministische organisaties had aangesloten; ze gaf meer om seks dan om 'zusterschap’. Terwijl de feministische organisaties sterrendom verguisden en argwanend stonden tegenover inkapseling door de media, wilde Greer niets liever dan alleen schitteren. Geen wonder dus dat zij in Amerika als diva werd binnengehaald toen ze haar boek kwam promoten. Geen wonder ook dat zij, nadat Kate Millett de 'male chauvinist pigs’ in de literatuur had aangevallen, de enige feministe was die met Norman Mailer in debat wilde. Dat leverde een gedenkwaardig televisie-optreden op. Greer verscheen in een diep gedecolleteerde avondjurk. Een stola of vossenbontje - daar zijn de overleveringen niet eenduidig over - om de nek. Ze pakte de oude macho volledig in door hem niet alleen adequaat van repliek te dienen, maar ook onstuimig met hem te flirten. Daarom hielden (en houden?) de media ook van Greer: ze is een flirt. Zeker als er een camera in de buurt is, flirt ze dwangmatig met mannen. 'Ik weet ook niet hoe ik anders met ze om moet gaan’, weet ze. ZE VIEL IN die tijd volledig samen met de tijdgeest. Het was, zeggen jongere Engelse feministes die Greers gramschap moeten verduren, de enige keer dat dat zo was. Greer was intellectueel en toch sexy - dat was toen een nog veel ongebruikelijker combinatie dan nu. The Female Eunuch werd binnen de kortste keren in dertien talen vertaald, er zijn meer dan een miljoen exemplaren van over de toonbank gegaan. Greer pleitte erin voor een 'onnet’ feminisme en dat is precies wat het boek nu nog sympathiek maakt. De wilde uithalen, de woeste one-liners. Veel van de ideeën eruit kunnen net als Greers Afghaanse jassen en strakke gebreide truitjes uit die tijd worden bijgezet in het hippiemuseum. Seksuele bevrijding, het is allang geen antwoord meer op de onderdrukking van vrouwen. Sinds de jaren tachtig gaan feminisme en de ideologie van de seksuele hervormers niet meer hand in hand. Inmiddels stonden immers de ellendige kanten van de seksualiteit volop in de belangstelling: incest, verkrachting, de seksindustrie. Dat zag Greer zelf ook in. Na de publicatie van The Obstacle Race, een traktaat over de hindernissen die vrouwelijke kunstenaars door de eeuwen heen ondervonden, verscheen in 1984 Sex and Destiny: The Politics of Human Fertility. Ze maakt er, al ontkent ze dat nog zo stellig, een bocht in van honderdtachtig graden. Greers omslag was wereldnieuws. Opeens moest ze niets meer hebben van het idee dat seks en voortplanting niet noodzakelijk gekoppeld hoeven te zijn. Mannen willen maar één ding en vrouwen zijn, schrijft ze beeldend, niet meer dan 'een donut die wordt volgespoten met jam’ - en donuts vragen er permanent om gevuld te worden. Anticonceptie is een aanslag op de vrouwelijke vruchtbaarheid, vandaar dat vrouwen zich maar het beste van seks kunnen onthouden. En als ze dan toch zo nodig moeten, kunnen ze zich maar het beste overgeven aan de beproefde methode van de coïtus interruptus. Greer maakte zich in Sex and Destiny onsterfelijk belachelijk met haar laudatio op de Toscaanse minnaars die de techniek van voor-het-zingen-de-kerk-uit volgens haar als geen ander beheersten. Heette het in The Female Eunuch nog dat huwelijk en moederschap een valkuil waren waar je beter niet in kon trappen, sinds Sex and Destiny is moederliefde bij Greer de hoogste vorm van liefde. En dan vooral de moederliefde van matriarchale boerenvrouwen, derde-wereldvrouwen liefst. Sinds Sex and Destiny dweept Greer met de archaïsche vrouwelijkheid van vrouwen uit 'primitieve’ culturen. Zo ook in The Whole Woman. In het westen hebben vrouwen zich van hele, echte vrouwelijkheid vervreemd, is haar overtuiging. Helaas maakt de expansieve verspreiding van de westerse levenswijze dat hele, echte vrouwelijkheid ook elders in de wereld steeds zeldzamer wordt. In The Change, Women, Ageing and the Menopause (1991), Greers politisering van de overgang, is ze zo mogelijk nog berustender over het afzien van seksualiteit. Het is wederom een typisch Greer-boek: erudiete hoofdstukken over de geschiedenis van en de medische bemoeienis met de overgang worden afgewisseld met krankzinnige persoonlijke inzichten. De boodschap die ze in The Change verkondigt, is van een wee makende zoetheid: eindelijk is ze verlost van de 'witte slavernij van het aantrekkelijk zijn’. Eindelijk kan ze haar vrouwelijk narcisme laten varen. Nu de seksualiteit definitief uit haar leven is verdwenen, is haar leven beter dan ooit. 'Zelfs het opkomen van rozen vind ik meer opwindend dan een man’, stelt ze. De rijpe Greer, dat is duidelijk, heeft niets meer met de hogepriesteres van de seksuele revolutie van doen. Alleen dat laten varen van het narcisme - heeft ze dat werkelijk gedaan? Het is opvallend hoe vaak Greer nog steeds in de schijnwerpers staat. Ze is een graag geziene gast in talkshows op de tv en vast panellid van de Late Review. De lijst van de Booker Prize-nominaties is niet compleet als Dr. Greer die niet achteraf van vinnig commentaar heeft voorzien. En of dit niet genoeg is plaatste ze een paar jaar geleden een oproep in een Britse daklozenkrant: haar huis was groot genoeg, er paste best een zwerver bij. Vervolgens was ze razend toen de zwerver over wie zij zich had ontfermd een undercoverjournalist bleek te zijn. In diezelfde tijd biechtte ze in haar column in The Guardian op dat ze op haar negentiende was verkracht door een dronken rugbyspeler. Het gevolg telkens weer: wekenlange polemiek. CHRISTINE WALLACE schijnt in Germaine Greer: Untamed Shrew een tragischer verhaal over de razende furie te vertellen. Schijnt, want er is al veel over de biografie geschreven; het boek zelf is nog niet verkrijgbaar. Ze voert Greer op als het slachtoffer van een wispelturige, flirtzieke moeder en een onbetrouwbare charlatan van een vader. Van de kwalijke gevolgen van een gewelddadig huwelijk en de geringe eigenwaarde die ze van huis uit heeft meegekregen. Voor wie het werk van Greer kent, is dat nauwelijks een verrassing. In 1989 zag Daddy, We Hardly Knew You het licht, een autobiografisch relaas over haar zoektocht naar haar vader. Daaruit blijkt dat ze in The Female Eunuch wist waar ze over het had: haar moeder was de archetypische gecastreerde vrouw. Een vrouw die koste wat het kost slank en bruin, haar- en geurloos wilde zijn. Het soort vrouw dat, zoals Kristien Hemmerechts mooi omschreef, 'van de wereld alleen de stranden kent’. Zonnebaden was haar voornaamste religie. Ze kleineerde haar dochter voortdurend. Had het patent op opmerkingen als: 'Als je gaat studeren wordt je kont nog dikker.’ Haar vader, die de oorlog in ging toen zij drie was en zijn hele leven gebukt ging onder een oorlogstrauma, bleek niet alleen over zijn oorlogsverleden maar zelfs ook over zijn naam te hebben gelogen. De zwijgende, afstandelijke man uit haar jeugd was de bastaardzoon van een deftige vader die hem niet wilde erkennen. Hij was een man met een masker, achter dat masker was niets. 'Door hem te vinden ben ik hem verloren’, eindigt ze haar boek. En voor wie Greers ontboezemingen in de pers heeft gevolgd is er nog meer tragiek. In 1968 trouwde ze met de bouwvakker Paul de Fue - zijn naam is bekend omdat hij na hun scheiding ettelijke interviews over Greer weggaf. Hun huwelijk duurde op de kop af drie weken. Hij was een van de agressieve mannen met wie Greer een relatie had. Maar Greers grootste tragiek is zonder twijfel haar kinderloosheid. Nadat ze al een aantal abortussen had ondergaan en miskramen had gekregen bleek dat zij onvruchtbaar was. Ze formuleerde later monter dat ze van het geld dat ze aan vruchtbaarheidsoperaties had besteed een Picasso had kunnen kopen en dat ze een hele rits leuke peetkinderen heeft - het doet aan de tragiek niets af. Het maakt haar verheerlijking van het moederschap, van haar idolatie van hele, echte vrouwen die uiteraard moeder zijn, schril en een beetje sneu. IN THERE’S Something About a Convent Girl, een verzamelbundel over beroemde vrouwen die door de nonnen zijn opgevoed, haalt Greer een treffende anekdote op. Ze vertelt hoe een non na een standje zei dat ze de keuze had: ze kon een heilige worden of een grote zondaar. 'Grote zondaar, grote zondaar!’ was het enige dat ze kon denken. Greer is met overgave een zondaar geweest. Haar seksuele escapades en vlijmscherpe verbale uithalen afdoen als hysterie en het resultaat van een problematische jeugd - zoals Wallace schijnt te doen - is te makkelijk. Worden de grootste zondaars niet later de vurigste bekeerlingen? Dat hadden de nonnen Greer kunnen vertellen. En ook dat is een cliché. Greer is te veelkantig om in een pasklaar verhaal te stoppen. 'SHE’S BACK BUT does she still matter?’ kopte The Guardian twee weken geleden. Die kop vat de teneur samen van bijna alle artikelen die in de Engelse pers over Greers nieuweling verschenen. De greep naar de macht die ze met The Female Eunuch deed, weet ze met The Whole Woman niet te evenaren. Maar al is Greers visie lang niet altijd verrassend - bijvoorbeeld als het om het blatante seksisme van hardrockers gaat, of de feminisering van de armoede, of haar kritiek op cosmetische chirurgie en het lichaam van baywatch Pamela Anderson (een 'heuploze, baarmoederloze barbie met keiharde tieten’) als model van op en top vrouwelijkheid - en al is ze soms stuitend conservatief - bijvoorbeeld als ze zich tegen abortus verklaart, alle seksuele penetratie respectloos noemt en zo ongeveer alle seks met de vreugdeloze seksindustrie identificeert - dat neemt allemaal niet weg dat Greer een ademloos grote greep durft te doen en dat haar pen vlammend en buitengewoon geestig is. Does she still matter? De vraag stellen is hem beantwoorden.