‘ik ben kwaad!’

‘VORIGE WEEK LANCEERDE de Antwerpse afdeling van het Vlaams Blok een mobiliteitsplan. De trams moeten voortaan gratis worden voor Vlamingen. Achter elk toestel zal een tweede wagon hangen waarin - en dat staat letterlijk zo geformuleerd - negers, Marokkanen, Turken, Walen en buitenlanders moeten zitten. Die moeten wél betalen. Waarschijnlijk dubbel zoveel. Opdat de mensen in de eerste wagon gratis kunnen reizen.

Dat is de stad waarin ik leef.
Twee maanden geleden hingen in de straten affiches met daarop de kathedraal van Antwerpen. De onafgewerkte toren was vervangen door een minaret. Erboven stond: Bezette stad. Met die titel werd Paul van Ostaijen misbruikt. Vlak voor de Tweede Wereldoorlog stond op eenzelfde affiche als tweede toren een synagoge afgebeeld.
In Antwerpen bestaat maar één oppositiepartij, en dat is het Vlaams Blok. Ze hebben 28 procent van de stemmen. Tegelijk is de democratische rechtsstaat in verval. België blijkt rot. Die feiten tekenen hoe langer hoe meer de kunst in Vlaanderen. Wat moet je als kunstenaar doen? Je rechtstreeks met politiek gaan bemoeien? Die vraag is in Nederland academisch. Voor mij, zeker als homo, is het een zeer concrete vraag. Dat is hij voor iedereen die schrijft, schildert of anderszins bezig is met kunst in België.
Ik probeerde het enige jaren geleden met columns in Humo. Daar kwam veel respons op. Ik verdiende er behoorlijk geld mee. Ik werd gevlijd. Ik bleek invloed te hebben. Maar ik wist: Ik bereik hier nauwelijks iets mee. Er verandert toch nooit iets. Wat ik ook schrijf.
Toen kwam de Blauwe Maandag Compagnie langs en vroeg me de koningsdrama’s van Shakespeare te bewerken. Abstract werk over macht.
Juist op dat moment leek België politiek open te barsten met de arrestatie van Dutroux. De onschuld van het kind bleek eens te meer symbool te staan voor het ultiem zuivere en onaantastbare. Net als bij Shakespeare. De grootste misdaad van Richard de Derde is wel de moord op zijn neefjes. Wij waren juist aan de eerste lezing begonnen. Het was een bizar moment toen uitgerekend op de dag dat Julie en Mélissa werden gevonden, onze Richard de Derde zijn twee neefjes vermoordde en opat.
Het zat me hoog. Ik dacht, ik kan nu geen columns schrijven, ik moet die bewerking afmaken. Toen bleek dat alle onderzoek weer fout liep of werd toegedekt, ben ik uit pure woede en frustratie beginnen te schrijven aan deze roman.
Het bleek een familiegeschiedenis te worden. Bedoeld om de zwarte keerzijde van het idyllische Anton Pieck-achtige Vlaanderen te laten zien. Ik schets de kroniek van de familie Deschryver. Deze stamboom vertegenwoordigt het establishment. Aan het hoofd staan twee frauderende broers. Een soap. Twin Peaks in België. Ik weet geen andere wijze om over dit land te schrijven.’
‘HOOFDPERSOON IS dochter Katrien. Voor mij ís zij België. Hoewel: misschien is zij daar te mooi voor. Ze is ontzettend conformistisch. Ze moet aan ieders wensen voldoen. Dat vind ik in extreme mate vreselijk aan de Belgen: hun onwaarschijnlijke conformisme. Het willen beantwoorden aan de verwachtingen van wie ze ook maar ontmoeten.
Het andere wezenskenmerk is dat Katrien er net als de Belgen niet in slaagt om te communiceren wanneer dat echt belangrijk is. Echt tot op de grond zaken uitpraten, daar houden Belgen niet van. Kinderen moeten braaf stilzitten en zwijgen wanneer volwassenen spreken. De hele opvoeding is totaal anders dan in Nederland. Je moet je meerdere respecteren, je plaats kennen.
Dat komt ten eerste voort uit het katholicisme. En ten tweede ook uit het feit dat België en zéker Vlaanderen een vrij jonge samenleving is. Pas sinds een jaar of veertig à vijftig kun je van een Vlaamse cultuur spreken. Door de hele geschiedenis is deze landstreek een slagveld geweest. Een opeenvolging van bezetters heeft de bevolking leren zwijgen en plooien. Daarop is ze een westerse versie van de “stille kracht” gaan beoefenen. Onderhuids leeft steeds van alles.
De dikke familieverbanden maken dat men ruzies niet uitpraat. Die worden veten. Onherstelbare littekens. Na twintig jaar weet men eigenlijk alleen nog: we hébben ruzie met die kant van de familie. Waarom ook weer? Daar praat men niet meer over tot op het sterfbed. En zelfs dan niet.’
'TWEE DAGEN VOOR het boek uitkwam is een echtpaar opgepakt wegens een gigantische fraude. De man en vrouw behoren tot een groot geslacht van kamerbreedtapijtfabrikanten. Net zoals een van de twee corrupte broers uit mijn boek kamerbreedtapijtfabrikant is. In de eerste versie was hij zelfs vernoemd naar de stamvader van die familie De Clerck. Ik vond het moeilijk te geloven dat ik zo helderziend was geweest. Dat echtpaar werd opgepakt in mijn geboorteplaats Sint-Niklaas. Het liep met vuilniszakken vol zwart geld over straat van de textielfabriek Domo zó naar de lokale bank. Die vloog het onmiddellijk door naar Cyprus. Deze mensen blijken twee miljard frank zwart geld te hebben. Ze hebben in Chili een stuk grond gekocht dat groter is dan België!
Ik kwam met het boek onmiddellijk op alle mogelijke journaals. Bijna veertigduizend exemplaren in drie weken tijd verkocht. In de toptiens kwam het gelijk van niets op één.
Ik discussieer er met politici over. Kortom: het heeft zeker een snaar geraakt die ik wou raken. De leden van de familie Deschryver blijken inderdaad de Vlaamse gemeenschap te vertegenwoordigen.
Eén jaar na de witte marsen blijkt er niks veranderd. Neem het meisje Loubna Benaïssa. Men zei tegen haar ouders: “Ge hebt ze waarschijnlijk uitgehuwelijkt in Marokko.” Het onderzoek van een nieuw team werd gehinderd. Desondanks loste dat team de zaak vijf jaar na dato in drie weken tijds op. De verantwoordelijke onderzoeksrechter in deze zaak zit nog op zijn plek. Straffeloos.’
'IK BEN kwaad. Woedend. Er verandert niks. Ik voel machteloosheid, maar ik kan niet zwijgen. Dat is mijn temperament. Het komt vast doordat ik maar één meter vijfenzestig ben. Kijk naar Louis Tobback bij ons. Dat is ook zo'n keffer.
Bovendien komt onze familie via Frans-Vlaanderen uit Spanje. Daar heb je van die korte Andalusische vechtstieren. Ik merk het in onze familie: wij hebben bad blood. Kwaaie genen dus, waarbij het rode waas van woede regelmatig optreedt. Ik heb twee broers die van hun vijftiende tot hun vijfenveertigste samen gingen café-vechten. Dat vonden ze geweldig. Ruzie zoeken en dan lekker motten op straat.
Joe Pesci, bekend van maffiafilms en een acteur naar mijn hart, zegt: “Als kleine mensen kwaad zijn, is het ook tomeloos en redeloos kwaad.” Daar herken ik me heel erg in. Alleen probeer ik het in literaire vorm.
Daarbij overdrijf ik het verval van België niet. In Nederland wordt mij een burleske fantasie verweten. Dat verwart me. Mijn fantasie schiet juist tekort bij de Belgische realiteit.
De onderzoeksrechter in mijn boek kaart fraudedossiers aan. Daarop wordt hij uitgerangeerd. Hij wordt geridiculiseerd en mag geen belangrijk werk meer doen. Op een dag gaat hij naar zijn werk. Zijn kamer heeft een nieuwe deur zonder slot. Vier deuren verder zit zijn directe overste. Deze loopt per dag zo'n twaalf keer langs die nieuwe deur. Rukt hem telkens open. Dan brult hij keihard: “Onnozelaar!” en gooit die deur keihard weer dicht. Dat verhaal gebeurt echt zo met onderzoeksrechter Willy Vermeulen.’
'BELGIE KOMT NOOIT in het reine met het verleden. De christen-democratische CVP - het CDA van België - is al meer dan veertig jaar ononderbroken aan de macht. Langer dan Mobutu. Langer dan de DDR bestaan heeft. De CVP heeft altijd de belangrijkste posities ingenomen. Daarom wordt geen schuldvraag behandeld in België. Telkens wanneer het ernaar uitziet dat er iets zal veranderen, slaagt het establishment erin door licht te veranderen toch hetzelfde te blijven. Dat is het sleuteldevies voor het establishment: het vernieuwt zich om hetzelfde te blijven.
Tien jaar geleden was de pers in België nog zeer zuilgebonden. Kranten waren bijsluiters van een partij of vakbond. Maar de pers is aan het veranderen. De Morgen is een veel minder gebonden krant dan vroeger. De Standaard is zich aan het loswurmen van de CVP en de gematigde nationalisten van de Volksunie. De zuilen kruimelen.
Mijn boek maakt onderdeel uit van een beweging waarin de kunst aanspraak maakt op de rol van vijfde macht. Vroeger had je het trio kerk, staat en koning. Later kreeg je wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht. Vierde was de journalistiek. Daar achteraan komen de kunsten.
Er is weer een barricade. Ik merk dat Hugo Claus met De geruchten, Peter Verhelst met zijn subversieve proza, Herman Brusselmans en nog veel meer schrijvers een rol gaan spelen als vijfde macht.
Het is onvermijdelijk dat wat de afgelopen anderhalf jaar speelt in België, zijn beslag zal vinden in boeken en romans. Je ontsnapt niet aan je eigen tijd.’
'IK SCHAT DAT België nog tien jaar bestaat, en dat is nog lang. Het kan snel gaan. Sinds een jaar lees ik elke dag een Franstalige Belgische krant. Ik moet tot mijn schande bekennen dat ik tot een jaar geleden geen enkele Waalse journalist, regisseur, acteur of beeldend kunstenaar kon opnoemen. Ik wist veel meer af van Engeland en zeker van Nederland dan van Wallonië, wat toch een deel is van mijn eigen land. België is een zeer hybride, zeer artificiële constructie en de gemeenschappen groeien steeds verder uit elkaar.
Ik ben geen Vlaams nationalist maar ook geen Belgisch nationalist. Ik blijf redelijk koud bij het idee dat België zal ontploffen. Ik vind wel dat Vlaanderen de taak heeft om solidair te zijn met Wallonië door aan de sociale zekerheid van Wallonië mee te betalen.
Ik probeer nu iedereen wijs te maken dat ze meer belangstelling moeten krijgen voor Wallonië. Wij moeten Waalse kranten lezen.
Het is zo tekenend, zo klein en zó belachelijk dat de deelstaat Vlaanderen culturele accoorden heeft met de rest van de wereld, maar niet met Wallonië. Zo diep verankerd zit de haat van de Vlamingen. Het is alleen maar een op zijn kop gezet minderwaardigheidscomplex. Geen slechter meesters dan vrijgelaten slaven. Vlamingen kijken revanchistisch neer op Wallonië: wij hebben het gemaakt en jullie zijn de losers. De minister-president van Vlaanderen, die zijn titel zelf heeft bedacht - vroeger heette hij gewoon premier -, zei in een interview: “Vlamingen zijn BMW’s. Ze hebben brains, een groot maritiem vermogen en ze werken hard.” Há, uitgerekend dé wagen van pooiers en parvenu’s als statussymbool naar voren geschoven. Iedereen vult aan: “En de Walen zijn Trabanten.”
Onderhuids en in de coulissen van politiek en industrie komt een tegenkracht op gang. Het zwaartepunt van België is hoe langer hoe meer naar Zuidwest-Vlaanderen verhuisd. Dat is een ontzettend rijke streek. Ze noemen zichzelf daar zonder ironie “het Dallas van Europa”. Van daaruit zal de tegenwerking komen. Daar heeft niemand er baat bij om een markt van vier miljoen Walen af te stoten richting Frankrijk. En bovendien, stel dat Vlaanderen niet meer zondebok Wallonië nodig heeft om dossiers kwijt te raken…’
'JE MOET VLAMEN EN Walen één ding nageven. In essentie voeren ze dezelfde strijd als Noord-Ierland, Baskenland en Joegoslavië. Een eeuw lang is het strijd binnen de schoot van België. En dat is, op een paar kleine uitzonderingen na, altijd zonder bloedvergieten gegaan!
Soms denk je, was er maar een beetje oproer. Ondertussen is in Noord-Ierland ook niets opgelost.
In Antwerpen ben ik nog nooit bedreigd. Eén keer ben ik op honderd meter afstand door een zatte homofoob van het Vlaams Blok uitgescholden. Daarop draaide ik me om en begon ik terug te schelden. Op het einde stonden we allebei te lachen.’