Ik ben niet solidair

Een momentje alstublieft: even een fictief personage scheppen.
Naam: Henk Brusselmans.
Beroep: schrijver.
Nationaliteit: Vlaming.

Moet u nu eens kijken wat mijn Henk Brusselmans schrijft: ‘Hanneke Groenteman is een vuile jodin die ze standrechtelijk hadden moeten vergassen, samen met haar andere jodentroep. Verder moet ook die Molukker van een Theodor Holman met zijn andere bruine apen maar weer terug naar de jungle gestuurd worden. Maar beter is nog als ze deze aap z'n kop snellen opdat zijn hersens op Chinese wijze klaargemaakt kunnen worden.’ Tot zover mijn fictieve personage.
Een paar vragen.

  1. Mogen mevrouw Groenteman en mijnheer Holman zich beledigd voelen?
  2. Mogen zij nu naar de rechter stappen?
  3. Wilt u nog meer uitspraken horen van Henk Brusselmans?
  4. Vindt u dat deze column verboden had moeten worden? Voor alle duidelijkheid: ik dood nu mijn eigen fictieve personage, dus daar hebben we geen last van. Ja, een schrijver mag alles. Nu heb ik hier een boek van Hans Janmaat. Hans Janmaat is, zoals u weet, politicus geweest in de Tweede Kamer. Hij heeft een satirisch boek geschreven. Een roman. Hij wil de Generale Bankprijs. Wat schrijft Hans in zijn boek Leve de Ku Klux Klan: 'Martin van Amerongen is een jood en dus onbetrouwbaar met geld en vrouwen, het zou verstandig zijn als hij, en de andere joden in de media, onmiddellijk een schrijfverbod zou krijgen, want de joden - asielzoekers bij uitstek, dus moordenaars die hun nageslacht hebben verkregen via verkrachting - vergiftigen niet alleen ons ras en onze samenleving, maar ook onze geest. Net als Opheffer - een misbaksel van twee rassen waarbij de slechtste eigenschappen zijn komen bovendrijven - zou hij het beste dood kunnen zijn.’ Een paar vragen.
  5. Mogen Martin van Amerongen en Opheffer zich beledigd voelen?
  6. Mogen zij er bij de rechter op aandringen dat Leve de Ku Klux Klan verboden wordt?
  7. Vindt u Hans Janmaat, alleen op grond van dit boek, een kosjere kerel?
  8. En dan nu de belangrijkste vraag: Zou u, met collega-schrijvers, nadat het boek van Hans Janmaat door de rechter is verboden, zitting willen nemen in een actiegroep die het boek van Janmaat weer terug op de markt wil brengen? Laat ik antwoord geven op de laatste vraag: ja. Ik vind dat Hans Janmaat zo'n boek moet kunnen schrijven en uitgeven zonder dat een rechter ingrijpt. Daar wil ik me wel sterk voor maken. Maar als deze column door de rechter ver boden zou worden, op grond van de walgelijke teksten die mijn fictieve personage Henk Brusselmans uitspreekt, zou ik dan lid willen worden van een comité, onder voorzitterschap van Martin Bril dat vindt dat deze column toch in principe mag worden gepubliceerd? Nee, daar heb ik helemaal geen zin in, hoewel ik vind dat men alles moet mogen publiceren. Als Opheffer een fictief personage deze walgelijke zinnen laat zeggen, en Opheffer krijgt daarvoor op zijn donder, dan moet Opheffer zijn eigen boontjes doppen, want hij is een lafaard die anderen laat zeggen wat hij vindt, om zelf buiten schot te blijven. Als Hans Janmaat onder eigen naam zijn walgelijke teksten verboden ziet worden, dan wil ik het wel voor Janmaat opnemen, hoe weerzinwekkend ik zijn schrijfsels ook vind. Ik heb geen zin solidair te zijn met fictieve personages. Daarom sluit ik mij niet aan bij Martin Bril, Freek de Jonge, Youp van ’t Hek, Connie Palmen en Gerrit Komrij - hoe sympathiek mij hun standpunt ook is die het opnemen voor Herman Brusselmans, wiens boek ten onrechte door de rechter verboden is. Herman Brusselmans is een aardige schrijver en een grappige jongen, maar ik heb de vrijheid van meningsuiting te zeer lief om me nu met hem te engageren. Waarom moet ik me als held gedragen voor iemand die te laf is om zelf de dingen te zeggen die hij meent?