Muziek en politiek

Ik ben niet verslagen

Het Residentie Orkest zou op het Holland Festival 2012 de wereldpremière verzorgen van Hans Kox’ opera Das grüne Gesicht. Nu verkiest het orkest een nagekomen gastoptreden voor de VN in New York. Capitulatie uit opportunisme, zeggen insiders.

IN 1991 voltooit de Nederlandse componist Hans Kox (1930) na tien jaar zijn grote opera Das grüne Gesicht, vrij naar de roman van de Oostenrijkse auteur Gustav Meyrink (1916). Het Duitstalige libretto voor het avondvullende werk - vijf solisten, zes scènes, stevig symfonieorkest - schrijft hij zelf.

Nobody cares, tragisch genoeg. Er lijkt een vloek te rusten op de drie opera’s van Kox. De eerste, Dorian Gray (1974), wordt gekraakt, volgens sommigen om politieke redenen. Een deel van zijn progressief georiënteerde critici zou de traditionalist Kox hebben gezien als bedreiging voor de artistieke koers van het Concertgebouworkest, dat de componist net heeft benoemd tot artistiek leider. Zij zien weinig heil in een man die meer verwantschap voelt met Britten en Sjostakowitsj dan met Stockhausen en Boulez. Dorian Gray wordt, heet het, ook de stok om mee te slaan.

De gevolgen van het Dorian-debacle zijn traumatisch. Kox geeft zijn post bij het Concertgebouworkest op en blijft langdurig buiten beeld. Tot zich halverwege de jaren negentig de eerste symptomen aftekenen van een Kox-renaissance zal hij in het Nederlandse muziekleven zo goed als onzichtbaar zijn. Als hij al opduikt, dan in de hoek waar de klappen vallen. Het is een merkwaardig lot voor een componist wiens werk al vroeg wordt uitgevoerd door het Concertgebouworkest onder Eduard van Beinum en andere groten, en die tot in de jaren zeventig een household name blijft op de Nederlandse podia.

Grootscheepse werken als de Anne Frank Cantate (1985) en zijn oratorium Sjoah (1989) zullen Hans Kox alleen maar controversiëler maken, de prachtige muziek ten spijt. De nergens knipogende ernst van zijn nihilistische wereldbeeld schiet beroepsbeoordelaars in het verkeerde keelgat. In dat klimaat komt een loopbaan op de tocht te staan. Das grüne Gesicht verdwijnt in de la. Opera Drie, Rochester’s Second Bottle, wordt wel uitgevoerd, maar niet in Nederland - op 21 maart 2003 vindt de première plaats in Birmingham.

Dan is het tij inmiddels wel gekeerd voor Kox, door The Daily Telegraph omschreven als ‘elder statesman of Dutch music’. Bij het Koninklijk Concertgebouworkest, het Nederlands Philharmonisch Orkest en het Nederlands Kamerkoor keert hij terug op het speelplan. De weerstand heeft hem niet gebroken, blijkt dan. Als componist maakt de onvoorstelbaar productieve Kox in de jaren negentig en het eerste decennium van deze eeuw een fascinerende ontwikkeling door. Een aantal weerbarstig vitale topstukken als het Derde vioolconcert, de Vierde symfonie, het Galgentrio, het Pianokwintet, de Cyclofonieën nr 14 en 15 en het koorwerk Die Todesfrau ziet in deze periode het licht. Het is muziek van een buitengewone componist die om de een of andere reden de aansluiting met zijn tijd heeft gemist.

Intussen blijft Das grüne Gesicht twintig jaar liggen. Tot na intensief lobbywerk van dirigent David Porcelijn, die DNO- en Holland Festival-intendant Pierre Audi zeker twaalf jaar met de opera achtervolgt, het Holland Festival overstag gaat. Audi geeft het groene licht. De semi-concertante wereldpremière in het Muziekgebouw aan ’t IJ, met een mise-en-espace van Audi, wordt ingeboekt voor juni 2012.

Een orkest is er ook. Nadat het Orkest van het Oosten zich uit financiële overwegingen heeft teruggetrokken, zegt het Haagse Residentie Orkest zijn medewerking toe. Porcelijn zal dirigeren. Hij is al jaren pleitbezorger van Kox. Lang voordat Jaap van Zweden de Nederlandse première verzorgt, dirigeert Porcelijn diens Vierde symfonie bij het Tasmanian Symphony Orchestra en het BBC Scottish Symphony Orchestra. Voor het label Emergo Classics legt hij vier orkestsuites van Kox op cd vast, waaronder de vierdelige orkestsuite naar Das grüne Gesicht, die een indruk geeft van de opera; dynamisch, expressionistisch, esthetisch, theatraal.

De voorbereidingen verlopen voorspoedig, geen wolk aan de lucht. Kox’ uitgever Donemus legt de rode loper uit door voor de beoogde zangers een klavieruittreksel van de opera te vervaardigen. In februari dit jaar vinden in het bijzijn van Audi de eerste audities plaats. 'Het stond op de rails’, zegt Porcelijn vanuit Denemarken, 'het ging allemaal gebeuren.’ Een tussen wal en schip verdwaalde opera lijkt gered. Op de website van het Residentie Orkest wordt de première al aangekondigd.

Maar deze maand haakt het Residentie Orkest af. Als een runaway bride maakt het met het altaar in zicht rechtsomkeert voor een optreden in New York, waar het zal spelen in het hoofdkantoor van de Verenigde Naties. De psychologische domper voor de componist laat zich niet wegzetten in de categorie shit happens. Voor hem is dit een drama, na twintig jaar wachten. Het is een van zijn meest ambitieuze composities. Bovendien is hij bepaald geen twintig meer.

Het Holland Festival brengt Kox schriftelijk op de hoogte. Men spreekt van spijt, maar vraagt om begrip. Een ander orkest inhuren is op zo korte termijn helaas onmogelijk. De kans op een uitvoering is daarmee tot nul gereduceerd.

'BUITENGEWOON betreurenswaardig’, erkent Holland Festival-programmeur Lieven Bertels, die vaststelt dat een herkansing voor dit bewerkelijke stuk zich waarschijnlijk niet snel zal voordoen. Een voorstel van David Porcelijn om zijn eigen orkest uit Denemarken te laten begeleiden bleek niet realiseerbaar, zegt Bertels.

Het Residentie Orkest is een Nederlands symfonieorkest, gesubsidieerd door het ministerie van OCW en de gemeente Den Haag. Je zou verwachten dat het voorrang geeft aan optredens in eigen land. Maar er is niet gezegd dat zo'n orkest zich niet in het buitenland mag vertonen, al hebben ze daar ook orkesten. En helaas is er geen contract waarmee de benadeelde partijen dreigend kunnen zwaaien. Schriftelijke overeenkomsten zijn in de muzieksector ongebruikelijk, zegt Porcelijn. 'Je maakt gewoon goede afspraken.’ Die dus iets minder solide bleken dan ze leken. 'Ik begreep dat het orkest onder druk van de gemeente Den Haag die reis naar New York heeft moeten accepteren.’

Maar waarom zou het Residentie Orkest een afspraak schenden, juist nu het door politieke tegenwind geplaagde ensemble - tromboneclubje, smaalt de plaatselijke PVV - tactisch goede sier zou kunnen maken met een belangrijk werk van een belangrijke Nederlandse componist op een belangrijk Nederlands podium? Dat ziet het orkest net even anders. Als boegbeeld van de gemeente Den Haag hoopt het juist een goede beurt te maken in New York, zegt directeur Niels Veenhuijzen. Ironisch genoeg is het uitgerekend Den Haag dat de concertreis naar New York - geschatte kosten een ton, financiering is nog niet rond, heeft de plaatselijke PVV weer iets omhanden als de sponsors wegblijven - ten minste moreel van harte ondersteunt. En afspraken heeft het orkest niet geschonden. Voor Kox vindt hij het weliswaar buitengewoon jammer, de oorzaak van dit probleem is een logistieke weeffout in de afspraken met het Holland Festival, stelt Veenhuijzen. Niks onbetrouwbaarheid.

Met het Holland Festival, zegt hij, was het orkest in bespreking over twee termijnen in juni 2012. 'Eind juni hadden we een week staan voor het werk van Kox, begin juni hadden we een optie op een symfonisch programma.’ Over laatstgenoemde periode waren geen definitieve afspraken gemaakt. Vervolgens kwam volgens Veenhuijzen het verzoek van het Holland Festival of Kox verplaatst kon worden naar begin juni. Maar inmiddels was het orkest in onderhandeling over een concert in New York, waar het op 8 juni 2012, World Ocean Day, samen met het Haags Toonkunstkoor ijs en weder dienende zal optreden ter gelegenheid van het dertigjarige bestaan van het VN-zeerechtverdrag. Als de begroting rondkomt.

Het orkest geeft in New York een uitvoering van Mare Liberum van Roel van Oosten, gebaseerd op het standaardwerk waarmee Hugo de Groot in 1609 de grondslag legde voor het zeerecht, en waarvan de gemeente Den Haag in 2009 het vierhonderdjarig bestaan vierde met de première van dit werk door, onder meer, het Residentie Orkest.

Insiders melden dat het Residentie Orkest uit politiek opportunisme capituleert voor de wensen van een hoofdsubsidiënt. Veenhuijzen legt die beschuldiging naast zich neer. De gemeente, zegt hij, heeft geen druk gezet. Maar hij heeft begrip voor de wens van Den Haag zich in New York 'te profileren als tweede VN-stad van de wereld’. 'Wij hebben besloten voorrang te geven aan de band met Den Haag.’

ZO ZIT HET dus. In een strategisch prisoner’s dilemma - politiek of muziek, city marketing of Hans Kox - trok Das grüne Gesicht aan het kortste eind. Het is de tijd. De op het oog geruststellende overmachtverklaring van het Residentie Orkest neemt het onbehaaglijke gevoel niet weg dat de expeditie naar New York mede is ingegeven door de wetenschap dat in de Haagse gemeenteraad acht PVV'ers op hun prooi zitten te loeren. Buigen of barsten.

Overigens meldt Veenhuijzen dat een uitvoering van Das grüne Gesicht in 2013 wat hem betreft nog steeds een optie is. Kox blijkt van die uitwijkmogelijkheid niet op de hoogte. 'Van het Residentie Orkest heb ik niets mogen vernemen’, zegt de 81-jarige componist. 'Dat gaat nu eenmaal zo - ik ben wat dat betreft niet verslagen.’ De voortvarendheid van het Holland Festival verbaasde hem meer dan de afzegging te elfder ure. 'Ik dacht de eerste keer: dit kan niet waar zijn. Alles ging zo probleemloos. Iedereen bij het Holland Festival toonde zich zeer geïnteresseerd. Pierre Audi bleek niet eens te weten dat de partituur al veertien jaar bij De Nederlandse Opera had gelegen.’

'We stellen met verbijstering vast dat dit soort zaken in het huidige muzieklandschap aan de orde is’, zegt Bertels, die het orkest daarmee niet wil afvallen. Hij heeft begrip voor de omstandigheden die het tot dit besluit kunnen hebben gebracht. 'Het Residentie Orkest doet nog een programma op het Holland Festival 2012. Ik kan het niet van deloyaliteit beschuldigen.’

De dirigent van dienst is minder diplomatiek. 'Allemaal amateurs’, zegt Porcelijn. 'Als het zo gaat, is het Nederlandse muziekleven echt ten dode opgeschreven.’