‘Ik ben omdat wij zijn’

Walter van der Kooi ziet veel meer dan hij in zijn wekelijkse kroniek in De Groene kan bespreken. Deze week: Why We Hate & Dus ik volg.

Why We Hate, HUMAN

De kapucijneraapjes van Frans de Waal worden razend wanneer ze komkommer als beloning voor een handeling krijgen. Herstel: alleen wanneer het aapje in de kooi naast hen voor diezelfde handeling een lekkerdere druif krijgt – en dat keer op keer. Dan kan het gebeuren dat ze hun komkommer woedend wegsmijten, al dan niet toevallig in de richting van de mens die deze beloningen uitdeelt. Ik neem aan dat ze die op dat moment haten. En sluit niet uit dat ze hun buuraapje om die druiven ook haten. Tot ze zelf druiven krijgen. Hier spreekt uw eigen amateurprimatoloog en -etholoog.

Ik zag de scène in de eerste aflevering van de grote Amerikaanse serie Why We Hate en, gezien die titel, is het aardige of complexe dan weer dat De Waal er juist iets ‘moois’, zijnde rechtvaardigheidsgevoel, mee aantoont. Tenminste, bij de benadeelde: het bevoordeelde druivenaapje lijkt met de verdeling niet te zitten – dat zou nog verbluffender zijn geweest. Maar door andere waarnemingen bewijst De Waal ook dat de mens vooral niet moet denken als enige tot empathie in staat te zijn. ‘Onze’ empathie wordt dagelijks wereldwijd en massaal in de praktijk bewezen en gepraktiseerd. Binnen ‘de groep’ is die bijna vanzelfsprekend (hoewel het zelfs binnen de kleine gezinsgroep gruwelijk aan inlevingsvermogen kan ontbreken – dat is altijd het verwarrende als je Grote Thema’s met dito Conclusies onder een vergrootglas legt), maar ook groepsgrensoverschrijdend zien we stromen betrokkenheid bij De Ander, van missiepater tot giro 555 of Vluchtelingenwerk. De dood van George Floyd brengt wereldwijd het hele huidskleurspectrum op de been. Veelkleuriger dan in voorgaande gevallen en dat is dus verrassend maar lijkt ook hoopgevend.

In een eerdere scène zagen we een proef met piepjonge mensjes bij het Infant Cognition Centre van Yale. Ze zien in een poppenkastachtige setting eerst een hinderlijk, dan een behulpzaam speelgoeddiertje. Na afloop mogen ze kiezen welk ze willen vasthouden. 85 procent kiest voor het ‘aardige’ beestje. En dit zijn baby’s, waarvan je denkt dat ze niet eens begrijpen wat er gebeurt! Conclusie: ‘we’ dachten altijd dat moraliteit resultaat van cultuur en scholing is, maar het is product van evolutie. Dus eigenlijk lijken we meer op bonobo’s dan op chimpansees, onze twee naaste allerverwanten, denk je (of ik) dan.

De eersten vrouw-gedomineerd, vreedzaam, de tweeden onder leiding van alfamannen, agressief, die de kinderen van andere mannetjes doden en geweld tegen vrouwen gebruiken. Het ‘culturele’ verschil tussen die twee zou ontstaan zijn door de rivier Congo: de bonobo’s ten zuiden hebben eenvoudige toegang tot voedsel, de chimpansees ten Noorden moeten ervoor knokken. En knokken zo hard dat ze bij georganiseerde territoriumverdediging tegen andere groepen chimpansees, als ze de kans zien, individuen over de grens aanvallen en een eventuele baby opeten. Wie zijn wij nou eigenlijk? Nou, we eten de vijand meestal niet op, maar globaal gezien lijkt er toch meer chimpansee in te zitten. Ook al omdat die, volgens apenkenner Vanessa Woods, wel degelijk tot empathie in staat is: niets ontroerender, zegt ze, dan de chimpanseeweesjes die ze opvoedde: ‘liefdevol, meelevend, menselijk’. Menselijk? Vreemde, prijzende term voor een primatoloog, lijkt mij. Bovendien zit in de term zelf ook de duistere schaduwzijde gebakken, die ze hier nou juist niet lijkt te bedoelen. Voor de duidelijkheid: dit zijn kleine kanttekeningen bij een groot, soms groots documentair project.

Dan gaan we, ook bij HUMAN, naar Stine Jensen voor haar tiende Dus…-reeks (geworteld in ‘cogito ergo sum’). Dit keer Dus ik volg, waarvan ik de eerste twee delen zag. Over de mens als groepsdier en ‘de gevolgen van het volgen’. Dat maakt de zondagavond dus bijna tot thema-avond. Ook bij haar legio wetenschappers, onder wie ontwikkelingspsycholoog Jellie Sierksma: al vanaf drie maanden ontwikkelen baby’s een voorkeur voor gezichten van de eigen ‘culturele en etnische’ achtergrond. Wist ik niet maar verbaasder ben ik over dat ‘culturele’. Hè? (Hier geldt dezelfde kanttekening als boven: kleine twijfel bij overwegend belangrijke informatie.) Vanaf hun vijfde jaar ontwikkelen ze echt een voorkeur voor de ‘eigen groep’ waarin, vinden ze, kinderen nu eenmaal leuker, slimmer en liever zijn. Hen willen ze ook meer helpen. Om groepsvorming te organiseren is weinig nodig: geef sommige kinderen een geel en anderen een groen lint, zonder daar enige betekenis aan toe te kennen, en ze vinden foto’s van kinderen met een geel resp. groen lint leuker om mee te spelen. Echt afzetten tegen de anderen gebeurt nog niet zozeer. Bovendien: groepsgevoel is zelfs nodig voor het ontwikkelen van een positief zelfbeeld. Vraag: kun je empathie voor de andere groep verhogen? Enigszins: door aan uitsluiters te vragen: ‘Hoe zou die ander zich nu voelen?’ Inderdaad helpt dat sóms. Waarvan ook voorbeelden in Why We Hate.

In dat WWH leren we dat er 50.000 jaar geleden nog andere menssoorten waren. Alleen wij bleven over. Omdat we vriendelijker werden! Beter gingen samenwerken. Bijsluiter: wel met het vermogen wreed te zijn. En niet een beetje. Zie ook pesten.

Ontwikkelingspsycholoog Tracy Vaillancourt: wereldwijd zijn de cijfers gelijk. Dertig procent wordt soms gepest, zeven tot tien procent dagelijks. We krijgen voorbeelden: Oliver Graves uit Nashville was als kind ‘anders’ en ontdekte in het verkeerde lichaam te zitten. Volop gepest daarmee tot aan zelfmoordpoging toe. Probleem bij bestrijding van pesten is dat de pesters op highschool geen buitenstaanders maar juist populair zijn. De top van de rots en voedselketen. (Ook na highschool: Olivers land wordt bestuurd door het prototype van de treiterkop.) Met Cicela Hernandez hebben we een andere casus. Zij werd op de basisschool gepest, want armoedig gekleed en zo emotioneel verwaarloosd dat ze de gewoonste meisjesdingen inzake heur haar zelfs niet had geleerd. Op highschool ging ze daarom zelf pesten, mishandelen zelfs, met groot succes, want respect opleverend. Tot ze uit een les werd gestuurd en een surveillerende assistent haar vroeg of hij iets voor haar kon doen. Die had haar bezig gezien en maakte zich zorgen. Nooit had iemand die vraag gesteld. Begin van een metamorfose van Saula naar Paula.

De aflevering, die ook highschool-schutters en hun drijfveren behandelt, sluit af met een uitgebreider en nog indrukwekkender bekeringsverhaal. Dat van Megan Phelps-Roper, geboren en getogen in de Westboro Baptist Church, ook bekend van Louis Theroux’ The Most Hated Family in America (te zien op NPO Plus). Gehaat vanwege hun fel uitgedragen haat tegen homo’s, joden, moslims, hindoes, katholieken en nagenoeg alle protestantse denominaties. Juichend demonstrerend bij begrafenissen van ‘foute’ personen. Twitter-contact met een joodse thora-kenner bracht haar overtuiging aan het wankelen. Nu houdt ze lezingen waarin verdraagzaamheid gepreekt wordt. Er is dus hoop en optimisme is morele plicht en WWH is daar van doordrongen.

WWH is van niemand minder dan de grote producers Steven Spielberg en Alex Gibney. Amerikaans, inhoudelijk doortimmerd, kosten noch moeiten gespaard, interviews vanuit meerdere (onnodige?) camerastandpunten en met een muziekscore die soms eerder hindert dan dienstbaar is. Dus ik volg is veel ‘gewoner’. Wat me wel bevalt. En als Stine Jensen de reeks opent met een kappersbezoek van dochtertje Vicky (10) om het haar qua kleur te laten lijken op dat van haar nieuwe heldin Billie Eilish, dan vind ik dat wel leuk. Want wat doe je als liefhebbende moeder, die zelf de brave Olivia Newton-John als idool had, wanneer je kleintje een wel heel somber en uitgesproken rolmodel kiest ter navolging? Letterlijk en figuurlijk meegaan dus.

Dat het interview met de kapster weinig oplevert is een makke die we vaker in de reeks tegenkomen. Er zijn zelfs items die mij overbodig lijken. Ze mag meerijden met de Twentse Biker Babes. Brave vrouwen die het prettiger vinden met elkaar hun luidruchtige motorhobby te beoefenen dan in gemengd gezelschap. ‘Waarom?’ ‘Toch meer haantjes.’ ‘O ja?’ vraagt Stine verbaasd, gespeeld of wel heel erg naïef. En van een botsing die ze als columnist had met collega Esmaa Alariachi en die ze hier herhaald proberen uit te praten, krijgen we behalve de steekwoorden boerka, homoseksualiteit, atheïsme te weinig mee.

Maar het is natuurlijk, sterker nog dan WWH, een ‘mozaïekprogramma’ waarin grote redeneringen en lange lijnen aan bod komen via ontmoetingen, theoretische gesprekken en praktische voorbeelden. Ook als de hoofdlijn niet altijd duidelijk is, onderdelen en illustraties zijn vaak de moeite waard. De ontmoeting met collega-filosoof Babah Tarawally bijvoorbeeld, die op zijn vijfentwintigste de gruweloorlog in Sierra Leone ontvluchtte, zou zelfs de kern van een uitgebreidere documentaire kunnen zijn. Door beroerde ervaringen in zijn eindeloze asielprocedure (twee van zijn driepersoonskamergenoten in het AZC pleegden zelfmoord). Door het vroege besef dat hij beter als lid van de groep Surinamers gezien kon worden dan als lid van de asielzoekers – het redde hem van skinheads. Maar vooral door zijn besluit tot de groep van de Drachtenaren te willen behoren en zich niet alleen aan te sluiten bij hun voetbal- en volleybalclub, maar ook, als moslim, bij hun protestants kerkgenootschap. En alle deuren gingen open. Je moet voorbij het wij-zij-denken, zegt hij. En naar de Afrikaanse filosofie van Ubuntu: ‘Ik ben omdat wij zijn’. Je bent pas mens als je de ander als mens ziet. Dagelijks groet hij zijn overbuurman en maakt een praatje. Het werkt.

Dit is een verwarrend stuk, springend van schots naar schots. Daarin is het dan spiegel van deze tv-reeksen waarin de onderdelen zowel de hoofdlijnen illustreren als ze soms tijdelijk wazig maken. Zelf denken blijft vereist. Laat ik er nog een schots aan toevoegen. Een vriendin stuurde me een linkje. Presentator, acteur, schrijver, komiek Seth Meyers liet in zijn Late Night vorige week een van zijn schrijvers, Amber Ruffin, dagelijks haar ervaringen als African American met de politie vertellen. Ze treedt zelf ook op wat het gemak van haar vertellingen mede verklaart. Meyers bundelde de vier en zond die vrijdag nogmaals uit. Het is van een grote lichtheid die desondanks, of juist daardoor, de immense zwaarte en omvang van het probleem indringend duidelijk maakt. We volgen en haten maar noodlot is dat niet, betogen WWH en Ik volg dus… De slotafleveringen lijken dat te gaan benadrukken.


Why We Hate, HUMAN, zes weken vanaf zondag 7 juni, NPO 2, 22.10 uur. De delen: Oorsprong. Tribalisme. Middelen en tactieken. Extremisme. Misdaden tegen de menselijkheid. Hoop.
Dus ik volg, HUMAN, vier weken vanaf zondag 7 juni, NPO 2, 23.00 uur. De delen: De geboorte van de volger. Wij – Zij. De kracht van de groep. Afscheid van de volger.