Interview Magnum-fotograaf Martin Parr

«Ik ben schuldiger dan de mensen om mij heen»

Magnum-fotograaf Martin Parr is beroemd om de manier waarop hij het westerse consumentisme en de gevolgen van de globalisering in beeld brengt. Hij denkt niet dat hij de wereld met zijn werk kan veranderen.

«Moeten we dit interview echt nu doen?» De Britse fotograaf Martin Parr zit, kauwend op een broodje ham, achterovergeleund op de bank in het huis van galeriehouder Rob Malasch. Uit het televisietoestel vlak voor hem is een opgetogen gejoel te horen. De wedstrijd tussen Engeland en Argentinië is net begonnen. «Misschien dat ik de eerste helft kijk en dat we in de rust even praten?» Parr neemt een slok van zijn blikje cola en blikt hoopvol richting het bezoek, dat naast hem op de bank plaatsneemt en enigszins bedremmeld tegensputtert. Zoveel tijd is er niet voordat de volgende interviewer alweer op de stoep staat. «Eh… misschien dat we kunnen praten terwijl ik blijf kijken?» probeert hij het nogmaals, dit keer met een brede grijns terwijl hij nog eens een flinke hap neemt uit zijn sandwich.

Martin Parr is beroemd. Overal ter wereld heeft de Magnum-fotograaf de afgelopen jaren exposities gehouden. In de reclame- en modewereld is hij een gewild man. Dit jaar was er in de Barbican Art Gallery in Londen een grote overzichtstentoonstelling van zijn werk. Tegelijkertijd verscheen het boek Martin Parr, een lijvig werk van 354 pagina’s met een overzicht van dertig jaar fotografie. Nu is de Magnum-fotograaf een paar dagen in Amsterdam voor de opening van zijn expositie The Phone Book in galerie Serieuze Zaken.

De afgelopen vier jaar fotografeerde Parr mensen uit alle werelddelen, gekluisterd aan hun mobiele telefoon. Dit nieuwe werk maakt deel uit van een groter project waar de fotograaf al een tijd mee bezig is. Al jaren brengt hij het westerse consumentisme en de gevolgen van de globalisering in beeld. «Wist je dat ze in Finland de meeste gsm’s hebben?» zegt hij, zonder zijn blik van het televisiescherm af te wenden. «Niet dat ik daar ben geweest, wel in veel andere delen van Europa en in Japan, Afrika en de Verenigde Staten. Overal zie je mensen met zo’n telefoon. Het is niet meer weg te denken. Je hebt ze nodig en tegelijkertijd zijn ze vreselijk irritant doordat ze continu afgaan en mensen overal hardop zitten te praten. Het maakt deel uit van de hypocrisie van de huidige samenleving: we haten die dingen en tegelijkertijd hebben we ze nodig. Ik heb er ook een. Zal ik hem even uitzetten? Dat is wel zo beleefd. Toch?»

De foto’s van Parr werken op de lachspieren. Door in te zoomen op de kleinste details — een smerige nagel, een mal kapsel, een vlieg op een dameshoed — weet de fotograaf op subtiele wijze de mensen om hem heen belachelijk te maken of op zijn minst hun kwetsbaarheid en onvolmaaktheid te tonen. En wie de kans krijgt om Parr zelf gedurende een voetbalwedstrijd eens uitgebreid te observeren, kan zich verkneukelen om de onvolmaaktheid van de fotograaf zelf. Maar Parr weet verdomd goed dat hij het uiterlijk heeft van een stoffige kantoorambtenaar, juist daardoor druipt de zelfironie van zijn lijf. Zijn grijze haren zijn keurig gekapt, hij draagt een mouwloos ruitjesshirt dat waarschijnlijk rechtstreeks bij Marks & Spencer vandaan komt en aan zijn voeten prijken lichtbruine gezondheidsschoenen. Ogenschijnlijk wijst niets erop dat deze man de maker is van het boek Common Sense (1999) waarin hij de menselijke consumptiedrift vastlegde door middel van ranzige, felkleurige close-ups van plastic troep, vette, kreeftkleurige lichamen, bleke worstjes en felroze taartjes. Of dat hij er een project van maakte om zichzelf, voor het album Autoportrait, op de meest gênante manieren te laten fotograferen door studiofotografen van over de hele wereld. Aan hem is ook niet af te lezen dat hij restaurants afstruint, op zoek naar uitgebluste stellen die hij van dichtbij fotografeert en in een boekje onderbrengt met als titel Bored Couples. Er is echter één ding waardoor Parr zijn ware aard niet kan verbergen: de lichtspottende twinkeling in zijn ogen.

Zullen we maar eens met het interview beginnen?

«Goed. Kom maar op.»

U maakt humoristische maar vooral extreem onflatteuze foto’s van mensen en de wereld om u heen. Heeft u soms een hekel aan de mensheid?

«Nee, absoluut niet. Ik ben juist geïntrigeerd door de menselijke natuur. Mijn foto’s zijn neutraal en niet speciaal negatief. Ik ben ook niet bezig om expres dikke mensen te fotograferen, of iets dergelijks. Ik maak foto’s van alles wat op mijn weg komt. Mijn doel is om de huidige wereld vast te leggen en daarvoor manipuleer en benut ik de taal van de fotografie in mijn voordeel. Ik maak gebruik van felle kleuren omdat ik wil dat het lijkt op reclame. Dat is de taal die mensen snappen, ik wil toegankelijk zijn, ik ben niet elitair. O, wacht! Een penalty!»

Beckham scoort. Het is 1-0 voor Engeland. Parr blijft onbeweeglijk op de bank zitten en maakt geen enkel geluid.

Moet u nu niet op de bank op en neer springen van vreugde?

«Jawel, maar dat durf ik niet waar u bij bent.»

In 1986 kwam het album The Last Resort uit. Het maakte Parr in een klap beroemd. Drie jaar lang fotografeerde hij in New Brighton de meute Britse strandtoeristen. Het resultaat was in de ogen van vele critici shockerend. Een moeder, speen in de mond, zit tussen het aangespoelde vuil een baby te verschonen. Badgasten met broodjes worst in de hand verdringen zich in een snackbar als wilden om de flessen ketchup en mosterd. Waar was hij destijds naar op zoek? Wilde hij het troosteloze bestaan van de arbeidersklasse in beeld brengen? Parr haalt onverschillig zijn schouders op. «Ik vind het gewoon leuk om te kijken hoe mensen hun vrije tijd besteden. Dat heeft me altijd geïntrigeerd en dat heb ik op allerlei manieren uitgewerkt. Destijds woonde ik anderhalve mijl van New Brighton vandaan. Je zag daar overduidelijk hoe de samenleving in verval was geraakt, terwijl Thatcher steeds maar sprak over de grootheid van Engeland. Mijn foto’s uit die tijd waren misschien deels politiek, maar uiteindelijk ging het mij erom de onbeschaamde sfeer van die plek vast te leggen.»

Al dertig jaar is Parr bezig om zijn thuisland op allerlei mogelijke manieren in beeld te brengen. Kort na zijn opleiding aan de Manchester Polytechnic maakte hij een sobere zwart-wit studie van het traditionele en religieuze leven in Yorkshire. The Cost of Living uit 1986 is een fotoserie over de Engelse middenklasse, die haar tijd spendeert op theepartijtjes of in de rij staat bij de uitverkoop van Laura Ashley-winkels. Voor de BBC maakte hij in 1999 een aantal documentaires waarin hij de meest uitgesproken stijve Britse types vraagt wat het nou eigenlijk betekent om Brit te zijn.

Wat vindt u zelf van Engeland?

«Ik hou van de kust, de hoeden en de multiculturele samenleving. Maar ik ben ook erg voor Europa, terwijl de meeste Engelsen dat niet zijn. Ik erger me aan die snobistische houding. Een groot deel van wat ik fotografeer, heeft voor mij een therapeutische functie. Als ik portretten van mijn landgenoten maak, is dat een manier om mijn haat-liefdeverhouding tot Engeland te definiëren. Maar uiteindelijk werk ik voornamelijk op mijn gevoel en denk ik er niet zoveel over na. Misschien ben ik oppervlakkiger dan mensen denken. Er is gewoon een aantal dingen waar ik me mee bezig wil houden: globalisering en toerisme. Verder kan ik niet veel zinnigs over mijn werk vertellen. Eigenlijk zou ik geen interviews meer moeten geven. Mag ik weer even tien minuten naar de wedstrijd kijken?»

Kunnen we het dan zo hebben over de invloed van de globalisering op de wereld?

«Daar kan ik nu ook wel even iets over zeggen. De rijkdom van het Westen is een belangrijke veroorzaker van alle problemen in de wereld. Het is een ziekte en we maken er allemaal deel van uit. We kunnen er niet omheen. Ik onderzoek dit probleem met alles wat ik fotografeer en tegelijkertijd ben ik zelf ook schuldig. Ik ben succesvol, heb meer geld dan ik nodig heb en ga vaker met het vliegtuig dan wie dan ook in mijn omgeving. Ik ben dus nog schuldiger dan de meeste mensen om mij heen, maar ik ben ook de eerste om dat toe te geven.»

Er zijn documentairefotografen die menen dat fotografie een positieve bijdrage kan leveren aan de verbetering van de wereld. Vindt u dat ook?

«Dat is een ouderwetse journalistieke opvatting waar veel traditionele documentairefotografen in geloven. Bij de oude garde van Magnum heerst die humanistische opvatting nog steeds. Maar ik denk niet dat we de wereld kunnen veranderen. Degenen die dat wel denken zijn hypocriet. Ze verdienen hun brood met iets waarvan ze claimen dat ze het willen veranderen. Oorlogsfotografie van mensen als James Nachtwey geven de toeschouwer het idee dat de grote problemen zich in een ander deel van de wereld bevinden. Het geeft je het idee dat jij zelf geen deel van het probleem uitmaakt. Daarom voelen mensen zich soms bijna getroost als ze verontrustende foto’s bekijken van de oorlog en ellende die de Derde Wereld teisteren. Het maakt geen deel uit van hun leven, want zij nemen de kinderen mee naar een themapark of gaan winkelen.

O nee! Wordt Michael Owen gewisseld?»

Toen u in 1994 voor Magnum werd geballoteerd, bood de oude garde tegenstand. Ze vonden u te radicaal. Is dat nog steeds het geval?

«Ja, ik ben nog steeds het meest controversiële lid dat ooit deel heeft uitgemaakt van het agentschap. Het is nooit mijn bedoeling geweest, maar nu dat eenmaal het geval is, vind ik het natuurlijk prima. Ik hou ervan om mensen te provoceren. Maar ik vind niet dat ik bewust schokkende onderwerpen uitkies. Ik fotografeer geen seks of dood, alleen maar winkelende mensen, een donut of een hamburger. Het verbaast me enorm dat mensen daar zo heftig op reageren. Voor mij is het overduidelijk dat dit de onderwerpen zijn waar we nu naar moeten kijken. Ik snap ook niet dat er mensen zijn die zich daar niet bewust van zijn. Zeg, zullen we gewoon ophouden met het interview tot de wedstrijd over is?»

Nog heel even? Waar gaat u zelf heen als u op vakantie gaat?

«Ik ben in februari naar Mexico geweest. Maar ook daar was ik eigenlijk de hele tijd aan het fotograferen. De enige keer dat ik ermee ophoud is als ik echt op een mooie plek terechtkom. Er zijn delen in Ierland en Schotland waar het werkelijk prachtig is. Daar kan ik echt ontspannen.»

Kunt u niet ontspannen in een minder mooie omgeving?

«Niet echt. Ik ben nu eenmaal een energiek persoon en doe altijd alles tegelijkertijd. Zoals nu. Ik ben een interview aan het geven en naar een voetbalwedstrijd aan het kijken. Dat kunt u toch niet ontspannen noemen.»

En overweegt u ooit te stoppen met fotograferen?

«Ja, dat zou mogelijk zijn. Zeg, er zijn nog twee minuten voordat de wedstrijd is afgelopen. Dus ik kijk er even naar en dan zal ik de tv uitzetten. Dan kunnen we echt praten. Oké?»

Maar dan staat de volgende journalist al voor de deur.

«Tja, sorry. Wilt u misschien een abrikoos?»

De tentoonstelling The Phone Book van Martin Parr is t/m 23 juli te zien in Galerie Serieuze Zaken, Elandsstraat 90, Amsterdam, open dinsdag t/m zaterdag van 12.00 tot 18.00 uur. Volgend jaar mei komt zijn overzichtstentoonstelling in de Kunsthal in Rotterdam. Martin Parr: Een overzichtswerk is uitgegeven door Phaidon Press. 354 blz., € 82,80