Opheffer

Ik ben trots op mijn remmingen

Indien hypocrisie het lakmoes van civilisatie is — zoals een vooraanstaand commentator tot ontzetting van velen ooit in dit blad schreef — dan zijn remmingen het fundament ervan. Een geciviliseerde samenleving kan alleen bestaan wanneer mensen zich als beschaafde mensen gedragen.

Het is echt gebeurd, ik heb het zelf gezien: vijf mannen lopen zwalkend door de binnenstad van Amsterdam, stoten keelklanken uit waar geen betekenis in te ontdekken is, maken obscene gebaren tegen een prostituee achter een raam, omhelzen elkaar, blijven staan, wankelend, en laten ongecoördineerd maar min of meer tegelijkertijd hun blauwe spijkerbroek zakken. In gebukte positie tonen ze vervolgens hun achterdelen aan de wereld.

Dan zijn er ook mensen die dat leuk vinden en daar dan om lachen.

Ik dacht altijd dat het raar, ongepast en aanstootgevend was om in het openbaar te schreeuwen, te kwijlen, te spugen, te boeren, te plassen, dronken te zijn, met dubbele tong te spreken, zich te ontkleden, te eten, te braken, de liefde te bedrijven, te schelden, te vloeken, lelijk te zingen, zich in het kruis te krabben, in andermans kruis te krabben, te slaan of te schoppen. Dat dat raar was, dacht ik, en not done, getuigend van een groot gebrek aan gevoel voor verhoudingen, en dat men dat vroeger ook nooit deed.

Ik had het mis. Dat men dat vroeger niet deed, dat klopt wel, maar tegenwoordig is het heel anders. Tegenwoordig schreeuwt men wél in het openbaar, kwijlt, spuugt, boert, plast, eet, braakt, scheldt, vloekt, slaat en schopt men en krabt men zich omstandig in het eigen kruis. Heel veel mensen doen dat. Schaamteloos.

Dat heet ontremd gedrag. Die mensen heten ontremde mensen.

In een ontremde wereld is men vergeten waar de grenzen zijn omdat men allang niet meer weet dat er grenzen zijn. Omdat alles kan en alles mag, omdat alles beschikbaar is voor iedereen. Op elk moment. Omdat er 24 uur per dag amusement is, 24 uur per dag geconsumeerd kan worden. Daar worden mensen ontremd van.

Dan worden ze agressief als ze in de langste rij bij de kassa staan.

Dan schreeuwen ze lomp tegen je als je over de stoep fietst.

Dan slaan ze je op je bek als je door rood loopt.

Dan schieten ze een kogel door je kop als je een sneeuwbal naar ze gooit.

Dan krabben ze zich in het openbaar omstandig in het eigen kruis. Ondertussen eten ze iets uit een vette zak met prut eraan.

De mens is een dier met remmingen. Zonder remmingen ge draagt de mens zich als een dier.

Je hoeft geen volleerd klinisch psycholoog te zijn om te zien dat de mens bestaat uit een grote hoeveelheid dierlijke driften en instincten en een klein beetje van iets anders, dat wel beschaving wordt genoemdt.

In deze massacultuur vol massamusement zijn mensen massamusemensen (denken ze dat massa-amusement betekent dat je je alleen maar vermaakt als je met zeer velen bent?). Het kan ze niet meer zo veel schelen hoe dingen eigenlijk horen. Hoe men zich beschaafd gedraagt. Hoe men geen aanstoot geeft. Hoe men anderen niet in verlegenheid brengt of kwetst. Want dit is het voortgezette ik-tijdperk, en dat is het ikke-ikke-ikke-tijdperk, waarin iedereen met z’n gore poten van mij en het mijne moet afblijven.

Beleefdheid is een luxe geworden, soberheid lijkt een stoornis. Ongeremd toont men op televisie allerlei intieme kanten van zichzelf. Men bekent, men biecht, men openbaart zichzelf. Uiterlijk vertoon, oppervlakkigheid, domheid, afstomping, smakeloosheid heersen. Alle remmen los.

Noem nu zelf nog tien voorbeelden.