Ik ben zesenzestig

Als ik in gezelschap vertel dat ik zesenzestig ben en m'n hele leven niets anders gedaan heb dan het besturen van een bus, houden negen van de tien op met luisteren.

Zeker wanneer ik er aan toevoeg dat de route al die jaren ongewijzigd was: Amsterdam-Hoorn en terug. Bovendien ben ik - ik kan er ook niets aan doen - al die jaren schadevrij gebleven.
Toch was het niet altijd even makkelijk de bus op de weg te houden. Het grote publiek beseft niet dat de meeste bussen moeilijk remmen.
Maar waar moet ik het dan wel over hebben? Toch niet over de vier miskramen van mijn vrouw zaliger nagedachtenis? Dat hadden vier jongens kunnen zijn.
Sinds zij drie jaar geleden is overleden kan en wil ik daar met niemand over praten. Het kan toch niet zo zijn dat God ons met kinderloosheid heeft geslagen, omdat ik zoveel mensenlevens heb gespaard, wat op deze overbevolkte wereld immers een verdienste is?
Nu ik onlangs aan mijn hernia (een typische beroepsziekte) ben geopereerd, overigens met weinig succes, heb ik ook geen hobby’s meer. Fysiek kan ik niets meer aan en puzzelen probeer ik te vermijden, want zo gauw ik ga denken vraag ik me onmiddellijk af waarom ik eigenlijk heb geleefd en waarom ik niet destijds, met m'n volle bus en op volle snelheid, bij Broek in Waterland de sloot ingereden ben. Dan had ik vandaag een sterk verhaal bij de hand gehad ofwel had ik m'n arme vrouw niet overleefd.