Nitin Sawhney op het Holland Festival

«Ik benut een palet van invloeden»

Eind april presenteerde Nitin Sawhney in het Londense Barbican Centre zijn nieuwe soundtrack voor de in India geschoten stomme film A Throw of Dice (1929) die nu op het Holland Festival te zien is.

The Barbican in Londen is vintage Le Corbusier-stijl: drie sinister ogende wolkenkrabbers domineren het beeld, opgevuld met massieve schoenendozen waarin appartementen blijken schuil te gaan. Een wirwar van verhoogde loopbruggen, eindeloze galerijen, pleinen en kunstmatige binnenmeertjes. Het Barbican Centre is het culturele hart van dit complex. Hilarisch is het ontbreken van een duidelijke entree in deze betonmassa. Geheel in de futuristische geest van de scheppers ging men ervan uit dat Londeners geen gebruik meer zouden maken van de auto en via loopbruggen de weg zouden vinden.

Het Barbican Centre is voor wereldmuziek internationaal toonaangevend. Niet alleen is de muzikale programmering avontuurlijk en actueel, ook is de samenwerking met de inpandige bioscoopzalen en expositiecentra voorbeeldig. Zo pakte men dit jaar uit met een grootse manifestatie rondom Tropicália: een reeks concerten, films, moderne dans en lezingen rondom de beweging die onder die geuzenvlag eind jaren zestig voor deining in Brazilië zorgde.

Het Barbican-publiek, ongeveer tweeduizend bezoekers per dag, is Londen op z’n inspirerendst. Hier is «multicultureel» nog niet een woord dat ietwat besmuikt dient te worden uitgesproken, maar een gegeven. De bezoekers van deze cultuurtempel zijn niet overwegend blank, maar kosmopolitisch. In april presenteerde Nitin Sawhney in een uitverkocht Barbican Centre de door hem geschreven soundtrack voor A Throw of Dice, een stomme film uit 1929. Sawhney schreef het voor het London Symphony Orchestra, vaste bespeler van het Barbican. Het lso koestert sinds de jaren twintig een soundtracktraditie, zo deed men alle Star Wars-_films, _Superman en Harry Potter. Het Holland Festival haalt dit project naar Amsterdam, waar de film op zaterdag 24 juni wordt vertoond. In het Muziekgebouw werken Sawhney en zijn muzikanten met het Metropole Orkest.

De Brits-Indiase muzikant-componist Nitin Sawhney (1964) mag gelden als de belichaming van de kosmopolitische geest van het Barbican Centre. Sawhney groeide op als jongste van drie in een Indiaas gezin. Zijn vader was biochemicus, zijn moeder doceerde Engels en klassieke Indiase dans. Vanaf zijn vijfde speelt hij piano, later volgen klassieke en flamencogitaar. Indiase klassieke muziek krijgt hij van zijn moeder mee, terwijl zijn vader hem een voorliefde voor jazz en Latijns-Amerikaanse muziek bijbrengt. Ook begint hij al jong sitar en tabla te spelen. Een blauwe maandag studeert hij rechten in Liverpool. Via een stand-up-comedyshow voor BBC Radio heeft hij voor het eerst succes. In dit programma neemt hij samen met een studievriend de migrantenervaring van tweede-generatie-Indiërs in Engeland op de hak. Later werkt hij mee aan het succesvolle programma Goodness Gracious Me, maar in dezelfde periode besluit Sawhney voor muziek in plaats van televisie te kiezen.

Inmiddels heeft hij zeven albums op zijn naam staan, waarop je een ontwikkeling hoort van sterk autobiografische nummers in singer-songwriter-stijl, tot composities gezegend met een groter elan. Onmiskenbaar hoor je het genoegen waarmee hij uit het popstramien is gebroken. Sawhney gaat verder dan de popster die in de nadagen van zijn carrière ineens besluit een oratorium te schrijven of met een strijkkwartet samen te werken. Met zijn soundtracks, muziek voor moderne dans en klassieke composities geldt Sawhney voor veel regisseurs en kunstenaars als de eerste die men belt voor multiculturele en multidisciplinaire projecten. Begrippen overigens die bij Sawhney frisser tot uiting komen dan ze op papier ogen: steevast ontsnapt Sawhney aan het beperkte idioom waarmee kunstenaars zoals hij worden geportretteerd. Zo is Sawhney tijdens dit Holland Festival ook aanwezig met Zero Degrees, een dansvoorstelling van Akram Khan en Sidi Larbi Cherkaoui waarvoor hij de muziek scheef. Zero Degrees werd samen met de beroemde beeldhouwer Antony Gormley gemaakt.

Sawhney won bijna alle prijzen voor cultureel grensverkeer, onlangs nog ontving hij de bbc 3 Culture Crossing Award voor zijn laatste album Philtre (2005). Ook publiceert Sawhney regelmatig in periodieken als The Guardian en The Independent en werkt hij voor Access-To-Music, een educatief programma van de Britse regering ten bate van populaire muziek. Sawhney laat hiermee kinderen kennismaken met niet-westerse vormen van traditionele muziek.

Kortom, een Renaissance-man, gezegend met praktisch idealisme. Een week na de gunstig ontvangen première staat Sawhney De Groene Amsterdammer te woord. Nitin Sawhney: «Het British Film Institute nodigde mij in oktober 2005 uit om deze film te komen bekijken. De film was net gerestaureerd en ik zag meteen de unieke kans die het bood om voor het eerst een complete score voor orkest te schrijven. Het verhaal is erg zoet, naïef en charmant: twee gokverslaafde koningen dobbelen om een vrouw, aanvankelijk wint de een met bedrog, maar het bedrog wordt ontdekt en afgestraft. Thuis ging ik met een dvd-kopie op repeat op zoek naar de toon van de film: ik zocht Indiase motieven, in balans met westerse harmonieën. De uitdaging lag vooral in de spanningsboog van 74 minuten en de connectie tussen Indiase ritmiek en het klassiek getrainde kader van het lso. Het lso heeft een goede reputatie op het gebied van soundtracks, maar hier moesten ze hard werken. I kept them all busy, which is cool.»

A Throw of Dice is een zeldzaam voorbeeld van een exotische spektakelfilm, Bollywood avant la lettre. In India zijn tussen 1913 en 1934 ongeveer dertienhonderd films gemaakt, waarvan door brand in de filmarchieven van Calcutta in de jaren veertig nog maar tien procent over is. Eind jaren negentig werd A Throw of Dice herontdekt in het National Film and Television Archive in Londen en gerestaureerd door The British Film Institute. De regisseur Franz Osten (1876-1956) is een geval apart: tussen 1911 en 1939 maakte deze Duitser maar liefst 56 films. Voor een trilogie van Indiase films schoot hij op locatie, met lokale acteurs, in plaats van geschminkte westerlingen, zoals te doen gebruikelijk was. Sawhney: «Het is een exotisch spektakel, maar je ziet ook de liefde waarmee het werd gemaakt. Een adembenemende mix van Charlie Chaplin en Cecil B. de Mille. Als proto-Bollywood-film uniek. Ik heb getracht in de muziek te verwijzen naar de subtekst van de film; de suggesties tussen de regels door maken deze film zo interessant; 74 minuten non-stop muziek, in snelle tempi, dwongen me tot een organische, vloeiende vorm.»

Sawhney is voor velen voorbeeldig in de elegante manier waarop hij niet-westerse muziek laat samensmelten met westerse muziek. Maar begin niet over wereldmuziek, zelfs niet in bewondering voor wat het sprankelende Barbican Centre met die onmogelijke term weet te bereiken. Sawhney: «Wereldmuziek werkt als genrebenaming gettovormend. Het sluit uit, in plaats van dat het emancipatoir werkt. Het veronderstelt dat muziek slechts in aparte domeinen kan bestaan, terwijl alle muziek onderdeel is van hetzelfde, grotere geheel. World fusion of cross-over is als term inmiddels helemaal uitgeput. Van een schilderij zeg je niet dat het een fusie van verschillende soorten verf is: het benut een palet. Ik benut een palet van invloeden om mijn muzikale beelden vorm te geven.»

Voor de vorm sputter ik tegen: werkt de term wereldmuziek dan niet als een praktisch herkenbaar vignet voor mensen die uitgekeken zijn op de gebruikelijke genres? Sawhney: «Als je het zo opvat kan het misschien een functie hebben. De eindeloze herhaling van de indie guitar scene verveelt me, toch blijven de media hierover schrijven. In de jaren negentig kwam er meer interessante muziek uit dan nu. Toen drum’n’ bass begon werd ik gegrepen door de oneindige mogelijkheden van elektronica en geprogrammeerde muziek. Nu is er weer de zoveelste reïncarnatie van alternatieve rock. Wat prima is voor wie ervan houdt, maar ik zoek liever elders naar nieuwe ontwikkelingen. Bijvoorbeeld Ojos de Brujo: Catalanen, die de flamencotraditie geheel naar eigen hand zetten. Akoestisch, maar edgy.»

Hoewel voor een buitenstaander Sawhneys activiteiten bewonderenswaardig divers zijn, ziet hij zelf vooral connecties. Sawhney: «Momenteel ben ik bezig met een soundtrack voor een computerspel. Het is heerlijk werken: emotionele scènes en action packed sequences, waarbij ik steeds moet anticiperen op de reactie van de speler. In september gaat een theaterstuk over de Amerikaanse aanval op Fallujah in première, waarvoor ik nu ook de muziek schrijf. Het wordt een documentair getint stuk, gebaseerd op interviews. Ook werk ik aan het concert bij de heropening van de Royal Festival Hall in 2007.» l

Holland Festival

Nitin Sawhney & Metropole Orkest, A Throw of Dice, zaterdag 24 juni, Muziekgebouw, Amsterdam. Cherkaoui/Khan/Sawhney, Zero Degrees, zaterdag 24 en zondag 25 juni, Muziekgebouw, Amsterdam