INTERVIEW MET SERGE BRAMMERTZ

‘Ik beslis niet over Servië’s toekomst in Europa’

Hoofdaanklager Serge Brammertz van het Joegoslavië-tribunaal wachten zware jaren nu een Servische coalitie zonder nationalisten onmogelijk lijkt. ‘In voormalig Joegoslavië moet men weten dat straffeloosheid niet bestaat.’

HET VOORMALIGE Aegon-hoofdkantoor in Den Haag, brandpunt van het streven naar gerechtigheid in voormalig Joegoslavië, zoemt niet bepaald van de bedrijvigheid. Veiligheidsmensen hangen verveeld rond in de grijze kolos, waar versleten grijze gangen nu eens langs schakelkantoren, dan weer langs pompeuze marmeren trapportalen leiden. Hoofdaanklager Serge Brammertz is een uitzondering. Hij vliegt Europa rond om ministers op de hoogte te houden, brengt aanklagers op de Balkan bijeen, overziet de rechtszaken tegen 34 personen die nog afgerond moeten worden en de speurtocht naar de laatste vier voortvluchtigen. In 2011 moet alles afgerond zijn; dan verloopt het mandaat dat het Joegoslavië-tribunaal kreeg van de Verenigde Naties.
De Duitstalige Belg nam begin dit jaar het roer over van de Carla del Ponte. Qua fysieke verschijning is de imposante Brammertz (46) de tegenpool van de kleine, witharige Zwitserse, die zo’n tachtig verdachten van oorlogsmisdaden naar Den Haag wist te krijgen. Haar exit ging met bepaald meer rumoer gepaard dan de entree van Brammertz. En dat is geheel in lijn met de stijl van de nieuwe hoofdaanklager. Tijdens het gesprek is steeds duidelijk dat Brammertz zich bewust is van het zware politieke gewicht dat zijn uitlatingen kunnen hebben en van de enorme uitvergroting die zijn woorden kunnen krijgen in de Kroatische, Bosnische en Servische pers. Maar in tegenstelling tot Carla del Ponte gebruikt hij dat niet als wapen om druk te zetten op de landen in kwestie. Brammertz’ methode is die van de diplomatie en het zoeken naar samenwerking. ‘Non-confrontational!’ benadrukt hij tweemaal tegen een medewerkster die even binnenloopt om instructies te vragen voor de bewoording van een brief.
Maar zijn diplomatiekere stijl betekent niet dat hij minder bevlogen is dan zijn voorgangster. ‘Het idee dat ik hier over drie jaar de deur achter me zou dichttrekken zonder dat Mladic en Karadzic achter slot en grendel zitten – mannen die achtduizend mensen de dood in hebben gejaagd – is voor mij compleet onvoorstelbaar’, zegt hij. ‘Het past op geen enkele manier bij wat ik met Europa voor ogen heb: een continent dat staat voor gerechtigheid en mensenrechten. Ik wil dat iedereen in voormalig Joegoslavië weet dat straffeloosheid niet bestaat. Of de voortvluchtigen worden gepakt voordat dit tribunaal is opgeheven of niet: iedereen moet weten dat er internationale structuren zijn en de wil bij de internationale gemeenschap om misdadigers van hun kaliber berechten. Als zij na 2011 worden gepakt, zal een aangepast tribunaal hen alsnog berechten. Impuniteit is geen optie meer.’

Het werk van het Joegoslavië-tribunaal heeft een grote politieke weerslag in voormalig Joegoslavië en in de rest van Europa, met gevolgen voor Servië, de Balkan, EU-uitbreiding en Europese relaties met Rusland. Het is niet de eerste keer dat Brammertz moet laveren tussen politiek en rechtspraak. De ‘perfecte Belg’ – zo wel genoemd vanwege zijn drietaligheid en zijn glanzende carrière – is klein begonnen, als aanklager in zijn geboortestreek bij de Duitse grens. Hij promoveerde, werd hoogleraar en verhuisde naar Brussel voor een snelle carrière bij de Belgische federale justitie. Hij werd de hoogste federale aanklager bij het Belgische openbaar ministerie, toen het vertrouwen in de Belgische justitie ernstig geschaad was door de Dutroux-affaire. Hij zette met argusogen gevolgde terrorismeprocessen in gang en had voor zijn huidige baan de leiding over het onderzoek naar de moord op Rafik Hariri, de invloedrijke ex-premier van Libanon.
Voor dat onderzoek verbleef hij in een zwaarbeveiligd hotel aan de rand van Beiroet. ‘Tijdens het onderzoek werden steeds nieuwe misdaden gepleegd’, zegt Brammertz. ‘Vanwege het levensgevaar was het een non-family-station. Voor elke verplaatsing lagen verschillende scenario’s klaar die steeds werden aangepast. Ik heb het hele palet beveiligingsmethoden gehad. Aan leuke dingen kom je niet meer toe. Als ik uit eten wilde, moesten er scherpschutters op het dak en soldaten voor de deur. Dan heb je al weinig trek meer in je pizza.’ Brammertz bleef bijna twee jaar.
In tegenstelling tot zijn voorganger deed Brammertz in Libanon nooit één uitspraak over zijn verdenkingen. Ook nu let hij nauwgezet op zijn woorden – over de Servische verkiezingen, waarbij afgelopen weekend pro-Europese partijen wonnen maar geen meerderheid haalden, wil hij bijvoorbeeld niets zeggen. Zijn uitspraken hebben potentieel ook groot gewicht, want verschillende Europese landen hebben gezegd dat een Servisch EU-lidmaatschap afhankelijk is van Belgrado’s samenwerking met het Joegoslavië-tribunaal. En de man die daar een oordeel over velt, is Serge Brammertz. Binnenkort brengt hij rapport uit. ‘Ik ben me ervan bewust dat mijn oordeel van belang is voor de positie van Servië in Europa en in zijn regio’, zegt hij. ‘Maar ik wil benadrukken dat mijn mandaat een technisch mandaat is, geen politieke opdracht. Ik moet rapporteren over de Servische medewerking met het tribunaal. Over de eventuele politieke gevolgen daarvan kan ik niets zeggen. Ik beslis niet over de toekomst van Servië in Europa. Ik kan enkel objectief zijn over de samenwerking, niet over de gevolgen. Ik rapporteer de waarheid, en die is onveranderbaar.’
Die waarheid is volgens Brammertz onder meer dat Mladic en Karadzic zich binnen ‘Servisch bereik’ bevinden. ‘We weten niet hoe hoog in de hiërarchie ze worden beschermd. Maar het is duidelijk dat ze niet dertien jaar uit handen van justitie zijn gebleven zonder hulp.’ Hun arrestatie is voor Brammertz essentieel. ‘Toen ik van lokaal aanklager naar nationaal en internationaal niveau ging, ging het bij de drugsmisdrijven die ik vervolgde van kilo’s naar tonnen en bij mensenhandel van één naar groepen. De misdaden in ex-Joegoslavië verschillen niet alleen in schaal, brutaliteit en aantallen van de misdaden die ik als lokaal aanklager meemaakte, ze zijn van een andere categorie. De machtspositie van de verantwoordelijken en de weerloosheid van de slachtoffers maken deze misdaden compleet anders. Net als de politieke dimensie, die het noodzakelijk maakt de verantwoordelijken achter de schermen te vervolgen.’
Of het tribunaal erin zal slagen hen te vangen is een vraag die geregeld wordt opgeworpen. Tot ergernis van Brammertz: ‘Alle Europeanen moeten zich realiseren dat niet wij maar dat zij verantwoordelijk zijn voor de jacht op de voortvluchtigen. De internationale gemeenschap heeft mijn tribunaal een mandaat gegeven om de schuldigen van de ergste misdaden in Europa sinds 1945 voor de rechter te brengen. Die internationale gemeenschap is er dan verantwoordelijk voor dat wij de middelen in handen krijgen om dat mandaat uit te voeren. En dat betekent: druk zetten op landen in kwestie om mee te werken en harde eisen van uitlevering van verdachten.’
Dit is precies wat Nederland en België recentelijk hebben gedaan. Tot ergernis van hun Europese collega’s blokkeerden minister van Buitenlandse Zaken Maxime Verhagen en zijn Belgische evenknie maandenlang een associatieakkoord tussen de EU en Servië vanwege het uitblijven van de arrestatie van Mladic en Karadzic. Andere Europese landen wilden hiermee de Servische verkiezingen beïnvloeden ten gunste van pro-Europese partijen. Brammertz wil Verhagen niet rechtstreeks prijzen. ‘Dat zou een politieke uitspraak zijn’, zegt hij.

Brammertz’ internationale carrière blinkt hem in zijn werkkamer tegemoet, vanuit een soort prijzenkast met decoraties, dankplakkaten en medailles uit alle windstreken. Brammertz zetelde al eerder in Den Haag, de ‘juridische hoofdstad van de wereld’, toen hij tussen ‘Brussel’ en ‘Beiroet’ tweede aanklager was bij het Internationale Strafhof. Ondanks de injectie van honderden miljoenen euro’s heeft het vijf jaar geleden opgerichte Strafhof nog geen zittingsdag beleefd en zitten slechts drie verdachten vast. Toch gelooft Brammertz in internationale rechtspraak, zij het minder radicaal dan zou mogen worden verwacht.
‘Wat internationale rechtspraak betreft zegt één groep: jullie worden gebruikt als instrument; landspolitiek zal altijd het primaat houden’, zegt hij. ‘Een tweede groep is trots op wat is bereikt; ik hoor daarbij. Er is de afgelopen vijftien jaar enorme vooruitgang geboekt, ondanks de structurele problemen: geen controle over het territorium waar de verdachten zijn, geen eigen politie, informanten of publieke opinie. Maar internationale rechtspraak moet altijd een middel blijven voor wanneer een land geen recht kán of wíl spreken. Het moet het nationale niveau niet willen vervangen. Voor de lange termijn is het beter wereldwijd de nationale rechtspraak te versterken dan te zoeken naar voortgaande verdieping van internationale rechtspraak.’
Dat kan ook voorkomen dat de internationale rechtspraak als ‘overwinnaarsjustitie’ wordt gezien, zoals nu het geval is bij veel nationalistische Serviërs. Maar speciale aandacht aan het winnen van die zielen – die hun gelijk bevestigd zagen in het mislukken van enkele rechtszaken tegen moslims – wenst Brammertz niet te besteden. Zeker niet door het openen van onderzoeken tegen moslims, ook niet over de beweerde orgaanhandel door UCK-leden, waarover Carla del Ponte in haar memoires repte. ‘De termijn voor het indienen van nieuwe zaken is in 2004 verstreken’, zegt Brammertz. ‘En voorts hoeft het tribunaal zijn neutraliteit niet te bewijzen; dat hebben wij met diverse dossiers tegen alle partijen al gedaan. Wij moeten er als justitie ook niet naar streven iedereen gelukkig te maken. Wat wij moeten doen is aantonen dat al onze stappen goed zijn: ons onderzoek, onze dossiers, onze processen. Ik heb altijd geprobeerd open te zijn over het feit dat wij als aanklagers niet perfect zijn. We doen enorm ons best. Maar waar het om draait is dat in voormalig Joegoslavië de rechtspraak als proces wordt aanvaard.’