‘Ik besta officieel niet’

De wortels van beeldend kunstenaar Sara van der Heide liggen in Korea. Het geadopteerd-zijn speelt geen grote rol in haar leven: ze is volledig Nederlandse. Toch hebben het anders-zijn en «het onuitputtelijke streven normaal te willen zijn» haar gevormd.

Sara van der Heide (1977) kwam met vier maanden naar Nederland, groeide op in een Nederlands gezin en kreeg onderwijs op een Nederlandse school, en verschilt daarmee, behalve door haar Koreaanse uiterlijk, niet van haar Nederlandse generatiegenoten. Onlangs toog ze naar haar geboorteland Korea, op zoek naar haar Koreaanse ouders. Tijdens die zoektocht bleek dat Van der Heide niet in Pusan was geboren, maar in Ulsan, en niet op 19 januari, maar op 9 januari. En omdat het geboorteregister van Ulsan begin jaren tachtig verloren is geraakt, zal ze via de officiële wegen nooit meer te weten komen wie haar vader en haar moeder waren. Geboorteplaats, geboortedatum en een moeder behoren voor de meeste mensen tot de weinige zekerheden in het bestaan, maar Van der Heide reageert nuchter: «Ik denk dat ik mijn verjaardag gewoon op de negentiende blijf vieren.» Maar dan: «Het is wel een absurde situatie. Hier in Nederland ben ik Nederlandse met het besef dat ik ergens anders vandaan kom, maar in Korea blijkt dat missende puzzelstukje er niet te zijn, sterker nog, ik besta dus officieel niet.»

Een van haar recente schilderijen, Folding Screen, verbeeldt deze dubbele houding prachtig. In het midden ligt een persoon in bed rustig te slapen. Aan het voeteneind staat een immense aap en over de hele breedte van het doek staat een kamerscherm met aan weerszijden het silhouet van een Koreaanse krijger. Sara van der Heide: «Toen ik in Nederland terugkwam, droomde ik erg veel. Er is veel overhoop gehaald, maar er valt ook wel veel op zijn plaats. Ook al is mijn missie om mijn ouders te zoeken mislukt, ik weet nu dat het missende stukje definitief onvindbaar is. Ik besef dat het gevoel van anders-zijn een consequentie is van het geadopteerd-zijn, en dat, ook al zou ik mijn ouders wél vinden, of in Korea gaan wonen, dat gevoel niet meer weggenomen kan worden.» Dat besef verklaart misschien de rustige houding van de slapende persoon op het schilderij, ongestoord door de angstaanjagende kamergenoten.

Van der Heide was al op haar zestiende klaar met de middelbare school in Leiden en wilde zo snel mogelijk de wijde wereld in, naar Amsterdam. Haar ouders, zelf in het onderwijs, suggereerden de lerarenopleiding tekenen en kunstgeschiedenis. Dat deed ze, maar toen zag ze zichzelf niet op haar 21ste voor de klas staan. Voor een dansopleiding was ze inmiddels te oud en zo ging ze alsnog naar de kunstacademie, de aki in Enschede, om daarna een postdoctorale opleiding te volgen bij De Ateliers in Amsterdam. Sara van der Heide: «Daar was het afgelopen met het gemoedelijke wereldje dat ik kende uit Enschede. Ik moest erg wennen aan de competitie en de egocentrische houding die de kunstenaars daar hadden.»

De opleiding maakte haar wel duidelijk dat de onrust over dat anders-zijn eerder de drijvende kracht achter het kunstenaarschap was dan een beperking ervan: «Het is niet zozeer het geadopteerd-zijn zelf, maar wel de consequenties ervan, het anders-zijn en het onuitputtelijke streven normaal te willen zijn. Ik begrijp nu waar mijn voorliefde vandaan komt voor mensen die zich in de periferie begeven, of die gewend zijn meerdere identiteiten te hebben.» Ze ontwikkelde een scherp waarnemingsvermogen voor wat de norm is en wat er buiten valt. Andersom ziet ze de stereotiepe beeldvorming van de heersende orde en de misverstanden die daaruit voortkomen. Dit waarnemingsvermogen bepaalt haar werk.

Voor Sara van der Heide, die opgroeide in een links intellectueel gezin, is het vanzelfsprekend om op de hoogte te zijn van wat zich in de wereld afspeelt: «Ik snap niet dat sommige mensen niet de krant lezen. De onderwerpen dringen zich op, ze spelen een tijd in mijn hoofd en vanzelf vind ik daar dan een beeld bij. Ik ben geïnteresseerd in bizarre biografieën en de factoren die de levensloop kunnen beïnvloeden.» Ze verzamelt curieuze beelden uit tijdschriften en kranten in een soort archief en die komen dan samen met zo’n onderwerp. Voor haar reis naar Korea bestudeerde Van der Heide boeken over de Koreaanse cultuur en geschiedenis. Daarin trof ze het beeld van de laatste koningin van Korea en daar maakte ze een schilderij van.

«Zij is vermoord door de Japanners. Toen ik erover las was ik meteen zeer geïntrigeerd door het verhaal, en de betekenis die het beeld hier in Nederland oproept en wat het voor mij persoonlijk betekent, en wat het in Korea nu nog betekent. En hoe die betekenissen verschillen. In het beeld, hoe simpel ook, zitten tegelijk veel verhalen verborgen.»

Ze maakt over het algemeen grote schilderijen met felle kleuren, die ze gebruikt om duidelijk te maken waar het om gaat. Ze maakt gewone dingen daarmee tot iets buitengewoons, iets buitenaards, als uit een droom.

«Dat is misschien wel een van de weinige Koreaanse dingen die ik heb: gevoel voor kleur. Hier is het over het algemeen nogal grijs. Formele aspecten zijn voor mij van belang, de gelaagdheid zowel in de verf als in de betekenis, de veelheid aan kleuren, de lichtwerking en het gevoel van ruimte spelen een rol in mijn werk.»

Ook al doet Van der Heide soms weken over een doek, het is nooit doorwerkt, en zo behoudt ze helderheid en lichtheid. In de strakke composities kiest ze voor een laag verdwijnpunt om de beschouwer het gevoel te geven zó het doek binnen te kunnen lopen. Ook door het formaat is het werk toegankelijk, maar misschien ook confronterender en intenser. Bij het schilderen hanteert ze een snelheid en een trefzekerheid die ze ook gebruikt bij kleine tekeningen met zwarte inkt.

Vorig jaar oktober verscheen het prachtig vormgegeven boekje Penumbra, met een overzicht van het oeuvre van Sara van der Heide en teksten van diverse mensen uit de Nederlandse kunstwereld over haar werk. «Penumbra» betekent «bijna schaduw» en dekt de lading van haar werk: visioenen, herinneringen, verloren familie, eenlingen. Zo schilderde ze het portret van de negentiende-eeuwse Franse courtisane Cora Pearl, die zich wel in hofkringen bewoog, maar niet tot het hof hoorde. Of Elvis Presley en Nina Simone, die op het podium een wereld van glitter en glamour opriepen, terwijl hun wereld ook bestond uit eenzaamheid in een hotelkamer. Maar ook mannen met vlaggen, als voorbeelden van mensen die zich een wereld dromen waarin hun idealen uitkomen.

De beelden die ze kiest zijn bekend van tv en kranten en staan op vele netvliezen gebrand. Het zijn bekende mensen of mensen die verworden zijn tot een stereotype. Door ze te schilderen haalt Van der Heide haar onderwerpen uit de anonimiteit en worden de stereotypen weer mensen. Zo realiseer je je dat bodybags niet slechts beeldvulling zijn bij een nieuwsbericht, maar dat daar mensen in zitten, vermoord of omgekomen bij een ramp. En zo wordt het stereotiepe beeld van «de gesluierde allochtone vrouw» bij Van der Heide «de Madonna van Bos en Lommer». Haar meest recente werk, zoals Folding Screen, gaat meer over zichzelf dan over anderen. Het is deel van een serie met de titel The Shadow Administration.

Sara van der Heide: «Shadow Administration is een mooi begrip voor dat wat meestal verborgen blijft en toch de drijvende kracht blijkt achter veel dingen. Dat het geboorteregister verdwenen is, is geen toeval. Het is te verklaren uit de schaamte van de Koreaanse samenleving over de grote hoeveelheid kinderen die ter adoptie zijn aangeboden of zelfs verhandeld. En als het register er niet is, dan bestaan de mensen gewoon niet en is het probleem er ook niet. Omtrent adoptie worden veel zaken al dan niet bewust verborgen gehouden, niet alleen door de landen waar kinderen uit worden geadopteerd. Ook de Nederlandse adoptiebureaus houden ongewenste situaties in stand. In veel gevallen is bij de adoptieorganisaties bekend dat de ouders van het kind nog in leven zijn, maar toch wordt gezegd dat de kinderen te vondeling zijn gelegd. Gelukkig is er een heel grote groep volwassen geadopteerden die teruggaan en daar aan de bel trekken. Want de kleine lieve baby-Koreanen zijn nu volwassen, goed onderwezen en ze komen in groten getale terug.»

Volgend jaar heeft ze een solotentoonstelling in museum De Pont in Tilburg. In het najaar vertrekt ze naar New York. Ze heeft een _artist in residence-_beurs gekregen voor het iscp (International Studio & Curatorial Program).

«Naar Korea ga ik zeker terug. Er zijn leuke dingen aan, maar ik voel me er niet mee verwant. Ik zou er niet willen wonen, daarvoor ben ik te Nederlands. Ik zou er graag willen tentoonstellen, ik heb met een aantal mensen gesproken en daar zal iets uitkomen. Maar ook al besta ik officieel in Korea niet, men zag mij daar zonder voorbehoud als een Koreaanse kunstenaar.» 

www.saravanderheide.nl, www.fonswelters.nl, www.depont.nl