Ik bid u

Wang is op het oog op ieders lip en wie zijn oren ernaar laat hangen, weet dat zij een neus heeft om de commercie naar de mond te praten. Boze tongen beweren dat zij, met de borst vooruit, de handen uit de mouwen heeft gestoken en de schouders heeft gezet onder een boek dat de onderbuik beroert. Niet iets om met je vingers aan te zitten, heb ik begrepen, want in het proza dat je de billen doet samenknijpen ziet menige recensent geen been.

Heupwiegend is haar slechte taal allerminst; zij geeft het Nederlands een knietje om een wit voetje bij de lezers te halen - en nu zij slechte kritieken krijgt is zij op haar teentjes getrapt. Kortom: geen boek dat op het lijf is geschreven. Geforceerd proza leest raar.
Vrouw, Chinees, incest, dik boek: mode.
Hang Kreng Hang.
Wanneer het Nederlands je moedertaal niet is, moet je verdomd uitkijken met wat je schrijft. De kunst is dat het geen kunst mag lijken.
Alles aan Lulu Wang is geen kunst. Wang kan niet schrijven; ze doet maar wat. Ze beheerst de taal niet - het onderwerp noch het thema.
Het boek ziet er trouwens niet uit. De uitgever staat alleen in zijn opvattingen over de vaste boekenprijs, maar het publiek vreet het.
Alles aan Big Brother is geen kunst. Het is geen toneelspel. De mensen in het huis doen maar wat. Het programma ziet er niet uit, maar het publiek vreet het.
Maar wat is nu het eigenaardige? Bijna alles wat over Lulu Wang gaat (lees de stukken van Elsbeth Etty in NRC Handelsblad en Emma Brunt in Het Parool) is schitterend - hetzelfde geldt voor de analysen (bijvoorbeeld van Joost Niemöller in HP/De Tijd) over Big Brother.
Een paar vragen die ik als stellingen poneer.

  1. Slechte massaproducten slijpen de kritische geesten.
  2. In een tijd van hoog-conjuctuur zoals nu, wordt de kunst steeds slechter.
  3. Als veel mensen van iets genieten en de recensenten niet, hebben de recensenten ongelijk.
  4. Kapitalisme genereert slechte smaak.
  5. Het goede is slechts voor de elite. Ziehier de vijf opvattingen die je vroeger op de universiteit leerde, afhankelijk of je een rechtse (stelling 1 en 5), een sociaal-democratische (1, 2 en 5) of een zeer linkse (2, 3 en 4) docent had. Ik had vroeger zeer linkse docenten; wij moesten mooi vinden wat de massa mooi vond, want de massa kon geen ongelijk hebben. Het vreemde is dat je zo makkelijk kunt denken en… kijken. Wij maakten studies van Bouquet-reeksboekjes (soaps bestonden net, je had Dallas en Dynasty en daar werden dan ook studies van gemaakt), we interesseerden ons voor volkskunst en als we boeken schreven gingen die over gewone mensen. Stiekem denk ik ook nog steeds dat kapitalisme slechte smaak naar boven haalt (ooit een mooie inrichting gezien van een rijk iemand?), maar rationeel weet ik dat dit onzin is. Terwijl ik dit schrijf zie ik de vroegere Russische leider Gorbatsjov op de televisie. Een man in wie ik een held zag (wierp het communistisch systeem in Rusland omver) maar die nu de indruk wekt gek te zijn. (Hij praat over zichzelf in de derde persoon, dat is een vorm van ernstige schizofrenie.) Hij compenseert zijn failliet (na hem stortte Rusland in elkaar) met megalomanie. Zoiets zie je vaak gebeuren met opvattingen van vroeger. Zo zal het met de opvattingen van mooi en lelijk ook gaan. Het boek van Lulu Wang heb ik gekregen - het is walgelijk. Maar ik weet dat met dezelfde redenen waarom mensen het nu afkraken, ze morgen eenzelfde soort boek de hemel in prijzen. Maar wat ik u bidden mag: koop Hang Kreng Hang niet. En wedden dat Big Brother ooit tot kunst verwordt? Oftewel: niet Big Brother maar het boek dat een echte schrijver over Big Brother gaat schrijven, wordt kunst.