Interview met Jenny Diski

‘Ik blijf een lastig geval’

Jenny Diski, Apology for the Woman Writing. € 12,95

Het is gemakkelijk om verliefd te worden op een schrijver, weet Jenny Diski, van wie onlangs Apology for the Woman Writing verscheen. ‘Maar schrijvers zijn je zielsverwanten niet. Het zijn verschrikkelijke mensen waar je maar beter niks mee te maken kunt hebben.’

NA DRIE REISBOEKEN, waarvan Stranger on a Train bekroond werd met de Thomas Cook Award, heeft de Engelse schrijfster Jenny Diski weer een roman geschreven. Apology for the Woman Writing is een historische roman over de zeventiende-eeuwse schrijfster Marie de Gournay die in beperkte kringen naam maakte als bezorgster van de essays van de Franse filosoof Michel de Montaigne. Een wat obscure figuur, deze Marie de Gournay. Ze was een van de eerste professionele schrijfsters die geen non was en ook niet rijk, en betoonde zich in haar pamfletten een strijdbaar voorvechtster van gelijke rechten voor vrouwen en mannen (‘Wat lijkt er meer op een kat dan een kattin’, schreef ze). In de roman van Jenny Diski ontpopt ze zich echter ook als een weinig getalenteerd schrijfster ('Haar enige roman is doodsaai, pathetisch melodrama’, aldus Diski) en als een stalker avant la lettre. De Gournay is zo gegrepen door Montaigne’s essays dat ze hem bombardeert met brieven en bij een eerste ontmoeting met een mes in haar armen snijdt om als een mystica van haar liefde en respect te getuigen.
Deze merkwaardige antiheldin maakt nieuwsgierig naar de beweegredenen van haar schepper. Diski schreef in haar nu meer dan twintig jaar lange carrière vaker mild sardonisch over vrouwen die het leven niet helemaal naar hun hand weten te zetten, inclusief zijzelf. In haar autobiografisch getinte romans en in haar introspectieve reisboeken heeft ze het een en ander prijsgegeven van een turbulent leven: een moeilijke jeugd bij neurotische ouders die elkaar en zichzelf naar het leven stonden, een zelfmoordpoging op haar veertiende, verschillende verblijven in kindertehuizen en psychiatrische inrichtingen. Als tiener werd ze opgevangen door Doris Lessing, de moeder van een schoolvriend. Elementen uit dit leven verwerkte Diski in haar romans. Toen ze eind jaren negentig een tweede schrijfcarrière begon als reisboekenschrijfster schreef ze meer onverbloemd over haar jeugd. Zo vermengde ze in Skating to Antarctica haar reiservaringen onderweg naar Antarctica met herinneringen aan het leven met haar suïcidale moeder. Schrijnend is het hoofdstuk waarin ze bij oude buurvrouwen op bezoek gaat, die alledrie hopen dat Jennifer de ruzies en ziekenhuisopnames vergeten is, ook omdat ze zich bezwaard voelen dat ze haar destijds niet geholpen hebben.
De nieuwe roman is een goede aanleiding voor een gesprek met deze schrijfster die altijd wat in de marge is gebleven. Toch voelt het ook als een wat heikele onderneming, dit interview. En niet alleen omdat het onderwerp van Diski’s laatste roman een dweepzieke lezeres betreft. Hoewel openhartig in haar werk, krijg je niet de indruk dat de schrijfster daar aan de keukentafel nog eens fijn met je over door zal willen praten. Integendeel. Diski komt uit haar boeken naar voren als een solitaire vrouw , een ironisch, afstandelijk observator in een wereld vol vreemden. Wat ze prijsgeeft van zichzelf is altijd ingebed in haar eigen zoektocht en behoefte aan analyse. Het gaat niet om bekentenissen maar eerder om verkenningen en ontdekkingen. Geen vrouw die intimiteit nastreeft, en toch maakt ze boeken waarbij je het idee hebt thuis te komen. Laconiek en kalm beschrijft ze in haar reismemoires haar indolentie ('my most essential quality’), haar verlangen om met rust te worden gelaten, zich terug te trekken in een besloten ruimte (ze is dol op boten en treinen), liefst met uitzicht op een leeg landschap. 'Mij doe je geen groter plezier dan me achter te laten bij een wandeling’, constateert ze nuchter in On Trying to Keep Still. Haar hang naar 'meer wit’ (Skating to Antarctica), roerloosheid (Stranger on a Train), stilte en duisternis (On Trying to Keep Still) hebben onmiskenbaar een donkere onderstroom, maar Diski zelf doet er niet zo moeilijk over. De mild sardonische blik op zichzelf neemt haar voor je in, maar houdt je ook op afstand.
De vrouw die in de verwaarloosde straat in Cambridge - waar Diski woont met haar partner, dichter Ian Patterson - de deur opendoet heeft steil grijs haar, is gekleed in een lange trui en oogt wat wazig, alsof ze deze dag nog niemand heeft gesproken. Ze groet beleefd, wijst de weg naar de keuken, en biedt thee of koffie aan. Wat onwennig zetten we ons aan tafel. Het gesprek ontspant wel op den duur. 'Ik kan dit heus wel’, verzekert ze halverwege. 'Het put me alleen erg uit. Na zoiets als dit ga ik twee dagen slapen.’ In het begin van haar carrière vermeed ze interviews. Maar dat doet ze nu niet meer. 'Ik ontdekte snel dat ik precies door geen interviews te geven nog meer intrige rond mijn persoon creëerde. De enige manier om echt je privacy te behouden is simpelweg op elke mogelijke vraag te antwoorden. Het beeld dat zo van je ontstaat is nog maar een fractie van de waarheid. Er is altijd nog een deel in mij dat van mij alleen blijft.’
Jenny Diski debuteerde eind jaren tachtig met de schandaalroman Nothing Natural, destijds een cultsucces; een boek over een vrouw die verslaafd raakt aan een sadomasochistische seksuele verhouding met een man, daar niet van loskomt en wraak neemt. Iedereen praatte over dat debuut. 'Dat was vooral omdat feministen zich boos maakten’, zegt Diski nu. 'En omdat mensen dat toen sowieso veel meer deden: bepaalde boeken lezen en daarover met elkaar uitwisselen. Dat gebeurt nu niet meer. Je hebt nog wel romans die iedereen leest, maar er is niet meer zo'n gedeeld terrein. Mijn boek paste binnen het debat over macht dat toen gevoerd werd, Foucault en zo. Maar het was zeker geen bestseller, mijn boeken zijn nooit bestsellers.’
Nothing Natural, in vertaling verschenen als Onnatuurlijk, bevat veel van de thema’s die in Diski’s latere romans in andere gedaantes terug zullen keren. Het verlangen naar vergetelheid dat de vrouw in haar destructieve seksuele verhouding gevangen houdt, schijnt verwant aan het verlangen naar afzondering, rust en leegte dat Diski op haar latere reizen naar verre oorden drijft, naar plekken als Antarctica, Noord-Amerika, Lapland. 'Het verband tussen mijn boeken ben ik’, reageert Diski. 'Het komt allemaal voort uit een beperkte hoeveelheid obsessies. Schrijven moet wel voortkomen uit een obsessie. Het is een soort actief narcisme. Waarom zou ik in hemelsnaam denken dat het nut heeft om op te schrijven wat er in mijn hoofd omgaat? En toch denk ik dat. En ik denk dat je in de loop van je leven wel je houding wat aanpast, maar over het algemeen toch in dezelfde dingen geïnteresseerd blijft.’

DE NOODZAAK OM te schrijven is wat haar ertoe zette zich te verdiepen in het levensverhaal van de zeventiende-eeuwse Marie de Gournay. In het geestige, verbazingwekkende Apology for the Woman Writing vertelt Diski de levensgeschiedenis van deze wereldvreemde, wat aanstellerige vrouw, een van de eerste vrouwelijke beroepsschrijvers die terwijl ze werd tegengewerkt door haar familie en bespot door de literaire goegemeente in Parijs, toch alles op alles zette voor een schrijverscarrière. De Gournay’s verlangen naar het schrijverschap krijgt pas echt vorm als ze als zestienjarige de essays van Montaigne leest. Ze wordt diep geraakt door zijn persoonlijke stijl, zijn intieme redeneertrant, een noviteit in die tijd. Ze schrijft de filosoof een brief en hij laat zich verleiden tot een bezoek aan haar huis. Daar wacht hem een teleurstelling. De welsprekende briefschrijfster blijkt een wat onooglijk en geëxalteerd meisje dat hem met haar zelfmutilatie afstoot. Toch houden ze contact, of tenminste zij met hem. Ze blijft hem brieven sturen en stuurt hem haar eerste manuscript. Hij reageert niet, maar geeft haar vanaf zijn sterfbed wel de taak om zijn essays te redigeren.
Het is een wat pijnlijke affaire, deze relatie tussen de lezeres en de filosoof. De Gournay mag een getalenteerde lezer zijn, ze is blind voor haar eigen gebrek aan talent als schrijfster. Haar vaste overtuiging dat Montaigne in haar een geestverwant erkent gaat steeds meer irriteren. De roman laat zich ook lezen als een horror-fantasy: de lezeres als vampier, ze blijft zich maar opdringen. Gezeten aan de keukentafel is dat de eerste vraag. Is Apology for the Woman Writing ook bedoeld als schrikbeeld voor schrijvers? Komt het boek uit eigen ervaring voort? 'Een soort Misery bedoel je?’ zegt Diski lachend. 'Nee, wat me aantrok bij Marie de Gournay was haar grote behoefte om te schrijven terwijl ze niet heel goed was. Ik vond dat fascinerend. Tenslotte voelen we allemaal de behoefte om te schrijven, maar dat betekent nog niet dat we er heel goed in zijn. Als ze een goede schrijfster was geweest, zou ze minder mijn heldin zijn. Ik ben erg geïnteresseerd in de noodzaak om te schrijven, en in de weigering om te schrijven. Zelf heb ik niks gepubliceerd, niks afgemaakt tot ik midden dertig was. Terwijl ik me niet kan herinneren dat ik niet wilde schrijven. Ik heb dat altijd als een weigering gezien. Een weigering om de wereld te laten zien wat je kan. Een deel van me voelt nog steeds dat het beter was geweest als ik nooit geschreven had. Als ik niets geschreven had, was er ook niets te beoordelen geweest. Maar aan de andere kant had ik geen keus. Het was ook raar dat ik zo verlangde naar het schrijven maar het niet deed.
De Gournay riskeerde wel alles, ze sprong er blind in. Het probleem is dat er een sprookje in de wereld heerst dat als je alles riskeert, het allemaal goed zal komen. Als je riskeert om een schrijver te zijn dat je dan ook een goede schrijver zal zijn. In het echte leven kun je dan een slechte schrijver zijn. Dat was wat me interesseerde in haar verhaal.’
Michel de Montaigne reageert in eerste instantie enthousiast op De Gournay’s begrip van zijn essays, uitzonderlijk voor iemand van haar leeftijd, bovendien een vrouw. 'Marie de Gournay zag op haar zestiende in Montaigne’s teksten wat wij nu ook in hem zien’, zegt Diski. 'Dat hij iets radicaal anders deed. Hij lijkt zo'n intiem, persoonlijk gesprek met je te voeren. Natuurlijk is ze een wat solitair meisje, ze leefde in de bibliotheek van haar vader en was daar gevoelig voor, zeker als het een mannelijke schrijver betrof. Als ik het ongeluk had gehad om Nabokov te ontmoeten op die leeftijd, had ik me ook zo ridicuul gedragen. Natuurlijk droomde ik ook over zulke ontmoetingen. Je wilt erkenning voor je brille als lezer, dat jij degene bent die de schrijver begrijpt.’
De Gournay gaat ver in haar aanbidding. Eerst is er de bizarre scène van hun ontmoeting, waarbij ze zichzelf in de armen snijdt. Ze valt flauw als ze abusievelijk bericht van zijn overlijden krijgt. Later verandert ze een passage in Montaigne’s essays waarin aan haar gerefereerd wordt. Diski: 'Ja, het is allemaal echt gebeurd: de zelfmutilatie, de hysterische aanvallen, en de kruiden die ze daarna moest slikken. Het was een cadeau. Ze schreef er zelf over. Ik heb alleen de gaten ingevuld. Ze loog wel ook. Alles wat we over de relatie tussen haar en Montaigne weten, komt van haar. Er zijn geen brieven van hem bewaard gebleven en je kunt je niet voorstellen dat ze die zou hebben weggegooid. Haar bediende Jamyn, die haar steunde in haar latere misère, heeft ook echt bestaan. Ze werden als een stelletje oude potten bespot in Parijs. Jamyn maakte een testament ten faveure van Marie de Gournay. Maar wat ik tussen hen laat voorvallen heb ik verzonnen.’ Diski laat tussen De Gournay en Jamyn een lesbische verhouding ontstaan. Jamyn kruipt ’s nachts bij haar in bed. De Gournay laat zich haar liefkozingen welgevallen terwijl ze zich slapende houdt. Een bizarre geheime liefde. Een typische Diski-liefde: ze zoekt de eenzaamheid in de hartstocht.
'Het belangrijkste aan Marie de Gournay was dat ze geen enkel beeld van zichzelf had’, zegt Diski. 'Ze begrijpt niet dat ze een pompeuze schrijfster is. Ze realiseert zich niet dat iedereen haar uitlacht. Ze had geen leven buiten de boeken van Montaigne. Iemand die zo blind is zal ook haar eigen seksualiteit niet onderzoeken. Er zijn wel insinuaties dat haar verhouding met Montaigne verder ging, maar zij zegt daar in haar brieven zelf niets over. Daarom stelde ik me de verhouding met Jamyn op deze manier voor. Er zijn wel fysieke behoeftes, ik denk niet dat ze er een hekel aan had, maar ik denk ook niet dat ze het hardop zou erkennen.’

ONDERTUSSEN RAAK JE als lezer van Diski’s introspectieve reismemoires en haar intieme romans, bij het lezen van de Apology, ook benieuwd naar Diski’s eigen relatie met haar publiek. In Marie de Gournay komt de behoefte aan schrijven ook voort uit een behoefte aan erkenning, uit een behoefte opgenomen te worden door de Parijse literaire elite. Is schrijven niet ook altijd een poging tot een verbintenis met de buitenwereld? Diski ontkent: 'Ik moest schrijver worden om de persoon te kunnen zijn die ik ben: statisch. En ik moest statisch zijn om een schrijver te kunnen zijn. Ik kan niet bedenken wat ik anders zou hebben kunnen doen. Schrijven vervult mijn behoefte om in een kamer te zitten en alleen te worden gelaten. Maar ik denk niet dat ik daarin een band met de buitenwereld zoek, of in ieder geval steeds minder. Vroeger ging ik wel ’s nachts naar King’s Cross om de recensies te lezen, maar dat lijkt een leven geleden. Tegenwoordig doet die ontvangst er niet zoveel meer toe. Het plezier van de publicatie duurt ook steeds korter. In je hoofd keer je direct terug naar het werk waar je nu mee bezig bent. En maar af en toe zegt iemand iets interessants, positief of negatief. Ach, je kent het wel, ze willen achthonderd woorden en ze willen het snel, en de journalist moet weer voort om genoeg geld te verdienen. Ik ben steeds minder geïnteresseerd, maar ik wil nog wel schrijven. Dat is wat ik ben.’
Jenny Diski heeft de laatste jaren met haar reismemoires een nieuw publiek aangeboord. Iets wat haar ambivalent stemt. Ze ziet zichzelf nog steeds als een romanschrijfster. Alleen de uitgever wil liever dat ze non-fictie schrijft. 'Ik zie zelf geen groot verschil tussen mijn fictie en mijn non-fictie. Het is allebei spelen met het materiaal; een andere manier om over dezelfde dingen te schrijven. De eerste twee reisboeken schreef ik vooral omdat ze me in de gelegenheid stelden iets te doen wat ik graag wilde: naar Antarctica gaan, een rondreis door Amerika maken. Maar in Zweden ben ik pas uitgegeven sinds ik reisboeken schrijf; mijn lezers daar weten niet eens dat ik ook romans heb geschreven. Ondertussen blijf ik in beide genres een lastig geval. Mijn romans zijn moeilijk en mijn reisboeken zijn geen echte reisboeken. Het lukt me niet om iedereen tevreden te stellen. Hier in Cambridge woont Robert Macfarlane, die over de wildernis schrijft. Een echte reisboekenschrijver, die gaat de deur uit en doet wildernisdingen. Ik vermoed dat hij weinig opheeft met mijn manier van reizen, terwijl ik liever sterf dan de dingen te doen die hij doet.’
De introspectie en intimiteit in haar reisboeken en haar omstreden romans hebben haar zeker ook lezers van het type Marie de Gournay gebracht, lezers die te veel van haar verwachten. Diski houdt afstand: 'Zeker als je over waanzin en over seks schrijft zoals ik, krijg je veel reacties. Toch is het wonderlijk ook hoe lezers reageren. Ik schrijf over mijn behoefte aan afzondering. Ik voel me perfect gelukkig in absolute stilte. Maar mensen geloven me niet, ze schrijven me om koffie te gaan drinken. Dan reageer ik: hoe kun je dat nou vragen, terwijl je mijn boeken gelezen hebt? Waarom denk je dat ik het leuk vind om koffie te drinken met een vreemde? Veel mensen denken toch dat je hun moeder bent, of mentor. Of het is zoals ik zelf ooit dacht: had ik Nabokov maar ontmoet, dan had hij zich gerealiseerd dat ik zijn beste vriend was. Maar nee, dat is niet zo, ik was zijn beste vriend niet. Het is wat romans met ons doen. Je wordt gemakkelijk verliefd op een schrijver. Zeker als je jong en wat solitair bent. De connectie met de schrijver is veel sterker dan die met je moeder die zegt dat je je hoofd uit dat boek moet halen of met een vriendin die wil dat je naar een feest gaat. Maar schrijvers zijn je zielsverwanten niet. Het zijn verschrikkelijke mensen waar je maar beter niets mee te maken kunt hebben. Ze hebben je niet nodig.’

De boeken van Jenny Diski verschijnen in Nederland bij uitgeverij Atlas. De paperback van Apology for the Woman Writing verscheen bij Little, Brown, 288 blz., £ 7.99