Interview: Mário Soares

‘Ik blijf een onverbeterlijke optimist’

Ex-president Mário Soares van Portugal maakt zich zorgen over de huidige toestand in de wereld. Vooral met de politieke achtergronden van het pedofilieschandaal in Portugal en de ‘leugens van Bush en Blair’ in gedachten. Maar hij ziet ook het belang van iemand als de Braziliaanse president Lula.

Het vakantiehuis van Mário Soares bevindt zich op een berg aan de kust van de Portugese Algarve, met uitzicht op de Atlantische oceaan en een zwembad in de weelderige, zonovergoten tuin. Gekleed in korte broek en T-shirt geeft de voormalige president en premier van Portugal een kleine rondleiding door de imposante villa. In een van de vertrekken hangen op een rij getekende portretten van grote socialistische leiders van het Europa van de twintigste eeuw, onder wie Olof Palme, Willy Brandt, François Mitterrand en Bettino Craxi.

Joop den Uyl ontbreekt in deze eregalerij, maar dat wil niet zeggen dat de 78-jarige Soares niet met warmte terugdenkt aan deze Nederlandse socialist. Integendeel, Den Uyl was, zo zegt Soares, de eerste Europese regeringsleider die met instemming reageerde op de zogeheten Anjerrevolutie van 25 april 1974, die een einde maakte aan vijftig jaar dictatuur op fascistische grondslag in Portugal en die tevens het einde betekende van de ballingschap van Mário Soares in Parijs, waarheen hij in 1970 — na op last van dictator Salazar een jaar in isolement te hebben doorgebracht op het Afrikaanse eiland São Tomé —was gevlucht. ‘Joop den Uyl heeft veel voor de Portugese revolutie betekend’, vertelt Soares. 'Hij was een goede vriend van het Portugese volk. In de zomer van 1974, een paar maanden na de revolutie -— ik was toen minister van Buitenlandse Zaken —- werd ik door hem gebeld met de mededeling dat hij van plan was om zijn vakantie in Portugal door te brengen. Vanzelfsprekend reageerde ik enthousiast en we spraken af dat we elkaar zouden ontmoeten. Ik vroeg hem wanneer hij zou arriveren, maar dat kon hij niet precies zeggen. Verontrustend was dat hij een tijd lang niets van zich liet horen, terwijl hij toch al ruim moest zijn gearriveerd. Uiteindelijk werd hij gelokaliseerd op een camping in Lissabon, waar hij met vrouw en — hoe heet zo’n ding ook weer — caravan was neergestreken. Ik trof hem aan in zijn zwembroek, terwijl hij sardientjes stond te grillen op een klein barbecuestel. Later heb ik ook andere Nederlandse politici goed leren kennen, zoals Max van der Stoel — die ook veel voor Portugal heeft betekend — en Ruud Lubbers, met wie ik de grote zorg deel over de ecologische toekomst van de oceanen. Maar de persoonlijkheid van Joop den Uyl was uniek en onvergetelijk.’

Tegenwoordig heeft Mário Soares, die namens de Portugese socialisten deel uitmaakt van het Europarlement, andere zaken aan het hoofd dan omkijken in nostalgie. Portugal bevindt zich momenteel in de grootste politieke crisis sinds de 'hete zomer’ van 1975, toen het postrevolutionaire en hoogst verdeelde land dreigde te bezwijken in het geweld van een potentiële burgeroorlog. De huidige crisis is anders van aard, wordt meer in de media uitgevochten dan op straat, maar is daarom niet minder intens. Gesproken wordt van een 'juridische staatsgreep’, met als voornaamste slacht offer de Partido Socialista (PS), de partij die Soares in 1973 mede oprichtte. Aanleiding is het zogeheten Casa Pia-schandaal, vernoemd naar de grootste instelling voor wezen, verwaarloosde of gehandicapte kinderen in Portugal. De afgelopen maanden regende het beschuldigingen over seksueel misbruik binnen die instelling, gepleegd in crimineel georganiseerd verband en begaan door docenten en bestuursleden van de instelling. Maar ook door tal van prominente Portugezen, onder wie de bekende journalist Carlos Cruz, de geliefde tv-komiek Herman José, ex-ambassadeur Jorge Ritto, en ook de jonge socialistische politicus Paulo Pedroso, oud-minister van Sociale Zaken en woordvoerder van de parlementsfractie van de PS.

Pedroso werd algemeen beschouwd als de coming man in de gelederen van de Portugese socialisten, maar verblijft sinds 22 maart in preventieve hechtenis in een gevangenis te Lissabon, samen met journalist Cruz, ambassadeur Ritto en nog drie andere verdachten, zonder dat er een concrete beschuldiging tegen hen is ingediend. Kort voor het interview met Soares werd bekend dat de rechter van dienst de preventieve hechtenis van Pedroso en zijn vijf medegedetineerden nog eens tot 31 januari 2004 heeft verlengd, vanwege de 'uitzonderlijke complexiteit’ van de zaak. Vervolgens bleek dat tot deze stap was overgegaan op grond van het systematisch afluisteren van de telefoon van de huidige secretaris van de PS, Ferro Rodrígues, de oud-minister van Justitie. Deze bleek maandenlang te zijn afgeluisterd teneinde bewijzen te vergaren tegen Paulo Pedroso. De broer van de gearresteerde politicus, de gerenommeerde jurist João Pedroso, zelf lid van het Portugese hooggerechtshof, wist de hand te leggen op het verkregen bewijsmateriaal en bracht deze via de pers naar buiten.

Uit de verslagen van de afgeluisterde gesprekken blijkt niets op te maken dat een verlenging van de preventieve hechtenis van Paulo Pedroso zou rechtvaardigen. De gevangen politicus volhardt in zijn onschuld en komt zijn dagen in de Estabelicimento Prisional de Lisboa door met het lesgeven aan medegedetineerden en het lezen van onder meer Het proces van Franz Kafka en de mémoires van de Waalse socialistenleider Ellio di Ruppio, die in de hoogtijdagen van de Dutroux-crisis ook vanwege vermeende pedofilie werd opgesloten, maar uiteindelijk van blaam werd gezuiverd. João Pedroso verkondigt dat zijn broer het slachtoffer is van een politiek complot, georganiseerd door kringen rondom minister Paulo Portas van Defensie, de ex-journalist die vorig jaar — na de val van het tweede kabinet van de socialist António Guterres — met zijn populistische Partido Popular (PP) toetrad tot de regering onder leiding van premier Durão Barroso van de centrum-rechtse PSD.

Mário Soares zegt overtuigd te zijn van de onschuld van Paulo Pedroso. Tevens is hij zeer verontrust over de snelle erosie van de Portugese rechtsstaat zoals deze plaatsvindt in het Casa Pia-schandaal. Op 24 juli uitte hij deze zorg in een manifest dat werd geplaatst in de krant Diário de Notícias dat mede werd ondertekend door tal van andere kopstukken uit de Portugese politiek, zowel ter linker- als ter rechterzijde, plus door een select gezelschap van hooggeplaatste juristen, journalisten en kunstenaars. Mário Soares: 'Waar wij anno 2003 getuige van zijn, is een zeer gevaarlijke ontwikkeling op juridisch gebied, en de bedoeling van dit manifest — dat tevens dienst doet als officieel verzoekschrift aan het Portugese parlement — is een noodzakelijke hervorming te bereiken van het Portugese strafrecht, teneinde de rechten van het individu te beschermen, en — in groter verband — ook de Portugese democratie. We vestigen de aandacht op drie terreinen: de preventieve hechtenis, het aftappen van telefoonlijnen en het zogenoemde geheim van justitie.

Om te beginnen met het toepassen van het instrument van de preventieve hechtenis: dat heeft de afgelopen tijd draconische vormen aangenomen. Het is een rechtsmiddel dat is opgerekt na de gebeurtenissen van 11 september 2001, en was bedoeld als onderdeel van terrorismebestrijding. Nu wordt het echter te pas en te onpas ingezet, zoals tegen Paulo Pedroso, wiens preventieve hechtenis nu weer met een half jaar is verlengd, zonder dat hij weet waar hij precies van wordt beschuldigd. In een moderne rechtsstaat is dat absoluut ondenkbaar. Ter vergelijking: zelf ben ik tijdens de Estado Novo van Salazar, toen ik optrad als advocaat van tegenstanders van het regime, zoals de vermoorde generaal Humberto Delgado, dertien keer in preventieve hechtenis genomen, maar dat duurde toen nooit langer dan drie maanden. Nu ligt het maximum op viereneenhalf jaar! Al die tijd kan men iemand opgesloten houden zonder enige vorm van formele beschuldiging. Dat gaat alle perken te buiten.

Daarnaast richt het manifest zich op het wederrechtelijk aftappen van telefoonlijnen. Tijdens de Casa Pia-zaak is gebleken dat zelfs de president van de republiek (Soares’ partijgenoot Jorge Sampaio — rz) wordt afgeluisterd, en niemand weet precies door wie of op last van welke instanties. Het staatshoofd en zijn ministers mogen natuurlijk nooit zo worden behandeld, dit vreet aan de fundamenten van onze democratie.

Ten derde is daar het geheim van de justitie, de gedragscode die de rechten van de verdachte moet beschermen. Die houdt in dat er, zolang er geen formele beschuldiging is ingediend, ook geen mededelingen worden gedaan over het verloop van het onderzoek. Deze regel is de afgelopen maanden op alle mogelijke manieren met voeten getreden. De tv-journaals en de pers staan dagelijks bol van nieuwe beschuldigingen, die alleen maar uit de koker van justitie kunnen komen. Vandaar dat onze president deze week ook het college van procureurs-generaal en de deken van de orde van advocaten bij zich heeft geroepen om zijn zorgen hier over kenbaar te maken. Natuurlijk ben ik voorstander van vrije nieuwsgaring, maar justitie dient ook de rechten van de verdachte te respecteren, en geen proces vóór het proces te voeren via de media. In dat geval is er sprake van machtsmisbruik, en wat dat betreft ben ik het geheel eens met João Pedroso, die niet voor niets een van de top juristen van dit land is.’

João Pedroso beweert dat de campagne tegen zijn broer uit de koker komt van Paulo Portas, de huidige minister van Defensie, die het Casa Pia-schandaal zou gebruiken als afleidingsmanoeuvre voor zijn eigen politieke problemen. Daarbij zou men het ook op uw persoon hebben gemunt. Uw echtgenote Maria Barosso stond onlangs, toen ze demonstratief aftrad als president van het Portugese Rode Kruis, in de pers geciteerd met de uitspraak dat Portas er alles aan is gelegen de naam Soares voor eeuwig uit de openbaarheid te bannen.
Mário Soares: 'Ach, die woorden zijn mijn vrouw door de pers in de mond gelegd. Maar niet te ontkennen valt dat de heer Portas er in het verleden een zeker genoegen in schepte zijn politieke tegenstanders met allerlei ongefundeerde beschuldigingen aan te vallen. In zijn vorige leven als journalist bij de krant O Independente maakte hij er een gewoonte van dossiers van personen aan te leggen, en wellicht dat hij die dossiers nu ook in zijn leven als politicus gebruikt. Feit is dat het land er niet beter op is geworden in het jaar dat de heer Portas nu deel uitmaakt van de regering. Vorige maand trad de opperbevelhebber van de Portugese strijdkrachten af, naar eigen zeggen omdat hij niet kan func tio neren met Portas als minister van Defensie. Het was al de tweede keer in het jaar dat dat gebeurde, een historisch unicum. Er wordt dan ook veel gespeculeerd over de aanstaande val van Portas als minister. Dat laatste zou grote problemen opleveren voor de huidige regering van Durão Barosso, die mij als persoon overigens sympathiek is. Het probleem is dat deze regering bestaat bij de gratie van Portas’ Partido Popular. Zonder steun van de PP heeft de PSD van Durão Barosso geen meerderheid in het parlement en valt er dus niet te regeren. Men moet er dus alles aan doen Portas —die de onbetwiste leider van die partij is — de hand boven het hoofd te houden.’

Is uw eigen partij als gevolg van het Casa Pia-schandaal niet vleugellam gemaakt? Paulo Pedroso gold als de ultieme vertegenwoordiger van de nieuwe generatie socialisten. Te vrezen valt dat hij — ongeacht de uitkomst van zijn proces — in politiek opzicht voor altijd is uitgeschakeld.
Mário Soares: 'Pedroso was inderdaad belangrijk voor de PS, maar hij is niet de enige vertegenwoordiger van de nieuwe generatie politici met grote capaciteiten. De partij heeft al eerder voor hete vuren gestaan, en heeft die altijd overleefd. Terugkijkend kunnen we stellen dat de PS het de afgelopen jaren als regeringspartij helemaal niet zo slecht heeft gedaan als door onze tegenstanders is gesuggereerd. Tijdens de laatste verkiezingscampagne deed Portas alsof het land door toedoen van de regering-Guterres economisch geheel in het slop was geraakt. Daar was echter geen sprake van. Portas heeft met zijn apocalyptische verhalen alleen maar angst ingeboezemd bij buitenlandse investeerders, en daardoor mede bijgedragen aan de recessie zoals die zich nu manifesteert in Portugal. Vergeleken met nu ging het onder Guterres helemaal zo slecht niet. Op dit moment zien we in Portugal een enorme stijging van de werkloosheid en stakingen in alle sectoren, zelfs in de ziekenhuizen. Op het gebied van de sociale zekerheid voor ouderen — een van de speerpunten van de politieke campagne van de PP — is er alleen maar verslechtering opgetreden. Er is geen beleidsgebied aan te wijzen waar de huidige regering wél vooruitgang heeft geboekt. Hopelijk zal dat bij de kiezers leiden tot een herwaardering voor de politiek van de PS. Dit land heeft in zijn geschiedenis al veel crisissituaties overleefd, en zal ook de huidige crisis weten te overleven.’

In uw onlangs gepresenteerde boek 'Um Mundo Inquietante’ schrijft u over de noodzaak voor de wereld om te breken met de Amerikaanse dominantie op het wereldtoneel in militair, economisch én cultureel opzicht. Denkt u werkelijk dat Europa daartoe in staat is?
Mário Soares: 'Ik ben een onverbeterlijke optimist, dus geloof ik vanzelfsprekend in die mogelijkheid. We hebben zelfs de morele plicht optimist te zijn. Maar natuurlijk heeft Europa nog een lange weg te gaan eer het een daadwerkelijk alternatief voor de huidige Amerikaanse overmacht kan bieden. Alleen al aan de problemen die de uitbreiding van de Europese Unie in oostwaartse richting met zich meebrengt, zal men de handen vol hebben. Laat staan dat er dan nog ruimte is voor een goed gefundeerde, gemeenschappelijke Europese politiek. Maar de Amerikaanse supermacht is zeker aan inflatie onderhevig. Leest u Emmanuel Todds Après l’empire maar.’

In de Spaanse krant La Vanguardia wijdde u deze week harde woorden aan de 'politiek van leugens’ van Bush en Blair, die hebben geleid tot de in uw ogen illegale oorlog in Irak. Bent u diep teleurgesteld in met name Blair, die toch ook deel uitmaakt van de Socialistische Internationale?
'Natuurlijk ben ik teleurgesteld in Blair. Hij heeft bewust gelogen om zijn land tegen alle internationale rechtsregels in mee te voeren in een oorlog die Portugal helaas ook heeft gesteund — denkt u maar aan het oorlogsberaad tussen Bush, Aznar en Blair op de Portugese Azoren, aan de vooravond van de aanval op Irak, met onze premier als gastheer. De zogeheten preventieve oorlog tegen Irak was een misdaad tegen de internationale rechtsorde, net zoals de behandeling van de krijgsgevangenen in de Amerikaanse militaire gevangenis in Guantánamo in Cuba nu van misdadige aard is, dat wil zeggen een flagrante overtreding van datgene wat in de Conventie van Genève aan regels voor het oorlogsrecht is vastgelegd. Ik heb overigens nooit een hoge dunk gehad van Blair en zijn Derde Weg, anders dan sommige van mijn partijgenoten. De Derde Weg was in mijn ogen niet meer dan een kortstondige flirt tussen Clinton en de Europese socialisten, waarbij de laatsten vooral water bij de wijn deden in een verwoede poging de socialistische traditie van Europa te rijmen met het Amerikaanse neoliberalisme. In werkelijkheid heeft dat ongelukkige huwelijk het socialisme alleen maar verzwakt. In plaats van recht op arbeid richtten de aanhangers van de Derde Weg zich op flexibilisering van de arbeid, dat in werkelijkheid een eufemisme is voor werkloosheid, zoals we in Europa nu vrijwel overal aan den lijve ondervinden. De Derde Weg was zeker geen antwoord op de problemen in deze wereld, waar iedere dag duizenden kinderen sterven aan ondervoeding en miljoenen mensen honger lijden, om nog maar te zwijgen over problemen als aids en de ecologische verwoesting van de Derde Wereld. Zoals de Indiase econoom Amartya Sen, winnaar van de Nobelprijs, eens terecht opmerkte: ‹De honger op deze wereld blijft alleen bestaan omdat er politieke wil ontbreekt er een einde aan te maken.›

Ik ben trouwens ook nooit enthousiast geweest over de politiek van Clinton. Het is een fout te denken dat er een fundamenteel verschil was tussen de buitenlandse politiek van Clinton en die van George W. Bush. Het zijn twee kanten van dezelfde medaille, alleen is de stijl van Bush meer cowboy-achtig. Clinton volgde in wezen dezelfde lijn als Bush, maar deed dat iets meer sophisti cated. Wat dat betreft heb ik meer respect voor George Bush sr, die ik redelijk goed heb leren kennen en die in mijn ogen in elk geval oog had en dat goed gefundeerd op kennis — voor de problemen van deze wereld. Vergelijk dat maar eens met zijn zoon, die voordat hij in het Witte Huis kwam nog nooit in het buitenland was geweest.’

In uw boek bepleit u de groei van de mondiale culturele diversiteit als alternatief voor de hegemonie van de Amerikaanse monocultuur. Als een van de voorbeelden noemt u de Communidade dos Países de Lingua Portuguesa (CPLP), de organisatie van Portugeessprekende landen. Maar tijdens zijn recente staatsbezoek aan Portugal werd de Braziliaanse president Lula geschoffeerd door de voorzitter van het Portugese parlement Mota Amaral, die zeer kritische woorden sprak over de oud-linkse revolutionaire retoriek van Lula’s Partido dos Trabalhadores. Is dat geen slechte start voor een harmonieuze relatie met de nieuwe leider van het grootste Portugeessprekende land ter wereld?
Mário Soares: 'Ik ben een persoonlijke vriend en een bewonderaar van president Lula, en ik vind dat zijn presidentschap een grote kans is; niet alleen voor Brazilië, maar voor heel Latijns-Amerika, zelfs voor de hele wereld. In mijn ogen is Lula een politicus van de hoop, net zoals de Ierse Mary Robinson, Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de VN dat is. Toen Lula voor het eerst in het Witte Huis kwam en president Bush hem vertelde over zijn oorlog tegen het terrorisme, zei Lula dat hij een andere oorlog te voeren had, en wel die tegen de honger, de armoede en het onrecht. Dat is een wezenlijk andere politiek, een politiek die ik van harte toejuich. Omdat ik hem zelf heb gesproken tijdens het staatsbezoek in juli weet ik dat de Braziliaanse president ook niet verontwaardigd is over de licht vermanende woorden van de voorzitter van het Portugese parlement. Wij Portugezen moeten ook onze plaats kennen: Lula is gekozen door meer dan 53 miljoen mensen, terwijl in Portugal niet meer dan tien miljoen mensen wonen. President Lula houdt oprecht van Portugal en die liefde is wederzijds.

Dat die relatie altijd goed is geweest, komt doordat de dekolonisatie van Brazilië in 1822 plaatsvond zonder enige vorm van oorlog met het Portugese moederland. Sterker nog: het was de Portugese kroonprins Pedro die de Braziliaanse onafhankelijkheid uitriep en de eerste keizer van het onafhankelijke Brazilië werd. Iets dergelijks is in de geschiedenis verder nooit voorgekomen. De banden tussen Portugal en Brazilië zijn dan ook zeer nauw gebleven, anders dan bijvoorbeeld die tussen Indonesië en Nederland. We spreken nog steeds dezelfde taal en er is sprake van een voortdurende economische en culturele uitwisseling, die met het bezoek van Lula aan Lissabon alleen maar is versterkt.

In totaal zijn er meer dan tweehonderd miljoen mensen op de wereld die Portugees spreken. Het is na het Engels en het Spaans de meest gesproken Europese taal ter wereld. De ingezette versterking van de banden tussen de Portugeestalige landen binnen de CPLP heeft al zijn vruchten afgeworpen, bijvoorbeeld binnen de Verenigde Naties, door gezamenlijk stemgedrag. Natuurlijk functioneert de CPLP nog niet zoals het zou horen. Zo had de organisatie wellicht meer kunnen betekenen bij de diplomatieke bemiddeling bij de staatsgreep in São Tomé e Principe, een maand geleden. Een grote tegenvaller was het ook dat de CPLP vooralsnog niet als officiële gesprekspartner wordt gezien door VN-voorzitter Kofi Annan.
In de toekomst blijft echter alles mogelijk. Van dit soort verbanden, die de mondiale diversiteit versterken, zullen we het in de toekomst moeten hebben, willen we komen tot een fundamenteel andere wereld waar geen enkel land of volk wordt uitgesloten.