Ik dacht dat ik de enige was die op haar twintigste geen supermarkten meer in kon, omdat alles naar haar schreeuwde, om aandacht riep, zo hard dat ze aan de hand de winkel uit geleid moest worden.

Ik dacht dat ik de enige was die op haar eenentwintigste instortte, niets anders meer kon dan huilen, onvermoeibaar huilen.

Ik dacht dat ik de enige was die toen ze vierentwintig was nog steeds moeite had met het onderhouden van sociale contacten, initiatief nemen, zin maken voor seks; de enige die dacht dat ze het niet goed genoeg deed, dat ze een slechte vriendin was.

Het begon tijdens de zomervakantie. Ik was zestien en ik was maandenlang niet te genieten, emotioneel, kwaad. Ik viel uit tegen mijn beste vriendin, ik moest huilen om de kleinste dingen en lag urenlang op bed te staren naar het dak van de camper waar we samen met mijn ouders een maand lang mee rondreisden. Ik kon de energie niet eens opbrengen om naar het mooiste uitzichtpunt van de vakantie te lopen en keek mokkend toe hoe mijn vriendin met mijn ouders naar boven liep. Het was alsof er continu iets op mijn schouders drukte en ik kon nergens de humor van inzien. Welke keuze ik ook maakte in die weken, niets ging zoals ik wilde, niets voelde goed. Ik was simpelweg niet te genieten, een slechte reisgenoot – en ik was me er de hele vakantie van bewust. Ik wachtte tot het over zou gaan.

Kwam mijn voortdurende slechte humeur doordat ik mijn kersverse vriendje een hele maand niet kon zien? Op dat moment wilde ik niets liever en niets anders dan bij hem zijn, iets dat niet geholpen werd doordat we dagelijks brieven schreven om elkaar eraan te herinneren hoe zwaar onze scheiding was, hoelang het nog zou duren. Ook nu, zonder het gevoel voor drama van een zestienjarige, lijkt dit me nog een begrijpelijke reden om prikkelbaar te zijn en je slecht te voelen. Maar dan had dit een probleem moeten zijn dat een maand later werd opgelost door een vrolijk wederzien met mijn nieuwe geliefde.

Pas acht jaar later begon ik me af te vragen of dit hangerige, huilerige gevoel van die ene zomervakantie ooit helemaal is overgegaan. Het gevoel dat er iets in mij niet goed ging, maar dat ik niet de middelen had om er iets aan te doen. Totdat ik stopte met de pil. De pil waar ik – toen ik op zestienjarige leeftijd mijn eerste vriendje kreeg – prompt mee moest beginnen van mijn ouders.

Er moest een diagnose – klinische depressie – aan te pas komen, een krantenartikel over hoe de pil je libido zou kunnen verminderen en mijn eigen initiatief om bij dokter en psycholoog voor te stellen om misschien eens te kijken wat er zou veranderen als ik niet iedere dag synthetische hormonen in mijn lichaam zou stoppen. Synthetische hormonen in het bijzonder, omdat iedereen van nature wel hormonen produceert en nodig heeft, maar de pil een externe, synthetische ingreep in dit hormoonstelsel is. De psycholoog en dokter leek het beiden een goed idee om eens een tijd te stoppen met de pil, een mogelijke verlichting van mijn klachten zelfs. Maar waarom hadden ze het zelf dan niet voorgesteld? Het stellen van de diagnose heeft zeker drieënhalf jaar geduurd, terwijl ik toen al vijf jaar aan de pil zat.

Intussen ben ik erover uit dat de fases van ongelukkigheid die ik doorliep verre van een unieke ervaring vormen. Dat er zoveel vrouwen zijn die zonder morren aan de pil zijn gegaan op jonge leeftijd en er tien, twintig of misschien pas dertig jaar later achterkomen wat er met ze gebeurt als ze ermee stoppen. Wie ze eigenlijk zijn, zonder synthetische hormonen. Dat er een wolk voor de zon wegtrekt. Vrouwen die zich vervolgens afvragen wie ze waren geweest als ze niet die pil hadden geslikt. Hadden ze dan andere keuzes gemaakt? Hadden ze misschien een andere studie gedaan, of waren ze met een ander vriendje geëindigd? Hadden ze minder vaak over zich heen laten lopen?

Ik wist niet beter, net zoals vele anderen niet beter wisten. De bijwerkingen van de pil werden niet besproken, laat staan de connectie tussen humeur en pilgebruik. We wisten niet dat het iets was waar we het over zouden moeten hebben. Met mijn moeder heb ik alleen besproken dat het er tijd voor was – ik denk niet dat we het er ooit nog over hebben gehad nadat ik er aan was begonnen. Ook werden de mogelijke bijwerkingen, behalve het verhoogde risico op trombose, niet benoemd door de dokter toen ze me de pil voorschreef. Op latere leeftijd hoorde ik dat verreweg de meeste van mijn vriendinnen het hebben van weinig zin in seks, neerslachtige gevoelens, depressieve klachten of weinig daadkracht altijd terugvoeren op zichzelf en weten aan hoeveel druk ze zichzelf oplegden: ze namen altijd zelf de verantwoordelijkheid voor hun gevoelens. Maar wat als dat nu onterecht was?

In 2015 schreef Bregje Hofstede op De Correspondent over het effect dat de pil op haar leven had: naar aanleiding van hoeveel meer zin ze in seks kreeg nadat ze stopte met de pil na zeven jaar gebruik, concludeerde ze dat ons favoriete conceptiemiddel ‘rot’ is. Ze beschrijft hoe ze minder seksuele fantasieën had nadat ze met de pil was begonnen en hoe ze passiever werd in de slaapkamer. Ze werd hierdoor steeds onzekerder.

Haar standpunt is veelvuldig bekritiseerd omdat het effect dat ze beschrijft niet voor iedere vrouw geldt. Toch is het feit dat de pil op sómmige vrouwen een belemmerend effect heeft, nog afgezien van op welk vlak, voor mij genoeg reden om de alarmbellen te laten rinkelen. Het was zoveel waard dat iemand van de daken heeft geschreeuwd dat de pil rot was, al was het maar om mij te laten weten dat ik niet alleen stond in deze ervaring.

De nadruk is de afgelopen jaren vaak gelegd op de invloed van de pil op het libido van de vrouw, maar dat we de pil slikken om zonder ongewenste zwangerschappen seks te kunnen hebben betekent niet dat de pil alleen invloed heeft op de seksuele aspecten van ons leven. De passiviteit en het verminderde zelfvertrouwen die Hofstede beschreef kunnen haast geen geïsoleerd bestaan hebben geleid in de slaapkamer: als deze gevoelens een gevolg waren van de pil, dan zullen deze ook hun weerklank hebben gehad in andere aspecten van haar leven, en in de levens van andere vrouwen. De hormonen in de pil bewegen zich immers door het hele lichaam. Maken de hersengebieden die de hormonen beïnvloeden het onderscheid tussen bezig zijn met voortplanting of een keuze maken in de Albert Heijn?

Biopsycholoog Estrella Montoya bevestigt dat de hormonen in orale contraceptie niet alleen invloed hebben op het fysieke vermogen van de vrouw om zwanger te worden. In 2017 schrijft ze in haar onderzoek ‘How Oral Contraceptives Impact Social-Emotional Behavior and Brain Function’ dat de hormonen in de pil socio-emotioneel gedrag en breinfunctionaliteit beïnvloeden, waaronder angst, stress en partnerkeuze. Op Kennislink (september 2019) legt ze uit dat ‘de pil inwerkt op het brein, op gebieden die belangrijk zijn voor stemming, angsten en plezier,’ met name dat vrouwen die aan de pil zijn minder serotonine aanmaken, het hormoon dat invloed heeft op hoe vrolijk je bent en de functie heeft om angst te onderdrukken. Daarbovenop hebben vrouwen die orale contraceptie slikken ook nog een verlaagde hoeveelheid testosteron in hun lichaam, waardoor het beloningscentrum in je hersenen minder actief is. Testosteron, adrenaline, dopamine en oxytocine zijn klassieke voorbeelden van hormonen waarvan algemeen bekend is dat ze iemands gedrag sterk kunnen beïnvloeden.

Hofstede noemt wel dat ‘de effecten van mijn pilloosheid niet beperkt blijven tot mijn nachtelijk wedervaren, maar doorsijpelen naar alle aspecten van mijn dagelijks leven’, maar beschrijft deze effecten nog steeds voornamelijk in relatie tot haar seksuele ervaringen. De nadruk van haar artikel ligt vooral op het effect op het seksleven en ze noemt kort dat haar ‘fantasie en emoties lijken verhevigd’. Had dit niet de hoofdboodschap moeten zijn? Had er niet in koeienletters boven het artikel moeten staan: mijn emoties en gedachten zijn veranderd doordat ik stopte met de pil? Ook ná het lezen van haar artikel herkende ik de effecten namelijk nog slechts in mijn seksleven, maar een verminderd libido betekent simpelweg niet alleen minder zin in seks.

Wordt er zoveel nadruk op de term ‘verminderd libido’ gelegd omdat dit effect subjectief makkelijker meetbaar is dan de andere effecten die de pil kan hebben? Is een verminderd libido een psychologisch of een lichamelijk effect? Seksualiteit wordt veelal nog op dualistische wijze als fysiek óf psychologisch gezien, schrijft journalist en schrijver Daan Borrel in het essay Soms is liefde dit. Het wordt tijd om het idee los te laten dat seksualiteit slechts een van deze kanten beïnvloedt: het lichamelijke valt niet los te zien van het psychologische als het om hormonen gaat. ‘De pil beïnvloedt alles,’ zegt Sarah Hill, schrijver van het boek Je brein aan de pil (2019). ‘De pil verandert je hormoonprofiel, dus je bent een andere versie van jezelf.’ Zowel lichamelijk als psychologisch. Of dit goed of slecht uitpakt, ligt geheel aan de ervaringen van ieder individu op zich.

Niet iedere vrouw die de pil slikt heeft (bewust) last van haar chemisch veranderde hormoonspiegel, zoals ik. Gelukkig maar. Elke vrouw reageert op een andere manier op de verminderde hoeveelheid testosteron en serotonine, waardoor sommige vrouwen er amper iets van merken. Ondanks dat effecten op breinfuncties en emoties inmiddels bekend zijn, wordt de pil toch nog steeds algemeen gepresenteerd als een middel dat een puur fysiek belang vertegenwoordigt: niet ongewenst zwanger worden. Daarnaast wordt er in de farmaceutische industrie niet of amper geïnvesteerd in nieuwe pilsystemen. Toen er tien jaar terug bij onderzoek naar de mannenpil alleen maar gehint werd naar een mogelijk verminderd libido, werd het middel meteen als niet-geschikt van de markt gehouden en werd de proef gestaakt. De meeste mannen blijken ook niet bereid de pil te slikken zolang er bepaalde bijwerkingen zijn, bijwerkingen waar vrouwen al jaren mee opgezadeld zitten. Waarom gelden dezelfde standaarden niet voor de vrouwenpil? Hoe kan het dat we vrouwen hier gewoon mee laten rondlopen, zonder ze zelfs maar goed voor te lichten?

Pas op het moment dat ik stopte met de pil durfde ik met meer zekerheid te geloven dat het meer dan acht jaar gebruiken van orale anticonceptie invloed op me heeft gehad. Tot dat moment had ik het altijd bij mezelf gezocht als ik me maandenlang niet goed voelde en het niet lukte om er bovenop te komen. Pas toen ik na de eerste paar pilvrije weken merkte dat het was alsof de wereld om me heen was veranderd, omdat alles lichter, makkelijker en vrolijker leek, durfde ik te bedenken dat ík misschien was veranderd. Dat het misschien niet allemaal alleen maar aan mij lag.

Als stilsta bij de invloed die de pil heeft op het leven van zoveel vrouwen, komt op sommige donkere momenten de vraag in me op: In hoeverre is die pil nou eigenlijk een revolutie geweest? De pil heeft een onmiskenbare invloed gehad op de vrijheid van vrouwen en is daarmee een enorme stap vooruit geweest. Een hele generatie vrouwen heeft zich hard gemaakt voor meer zeggenschap over het eigen lichaam, met succesvol gevolg. Het succes van de pil betekent echter niet dat deze niet meer verder ontwikkeld dient te worden. De onmiskenbaar positieve gevolgen van de pil moeten de ruimte die er is voor ontwikkeling niet overschaduwen. Het is nu tijd voor de volgende stap: nóg meer zeggenschap, nóg meer voorlichting, maar vooral: de zoektocht naar een betere pil, waar iedere vrouw zich goed bij voelt. Borrel raakt in Soms is liefde dit precies de gevoelige snaar: ‘Waarom zouden we ons moeten verontschuldigen als we [de pil] nog verder willen ontwikkelen?’ Want wat betekent zeggenschap over je vruchtbaarheid als je daardoor geen zeggenschap hebt over je emoties en angsten, het functioneren van je brein?

Goede voorlichting kan al veel vrouwen helpen: als ze weten over de mogelijke psychologische effecten kunnen ze zelf actie ondernemen wanneer ze klachten hebben. Het zou routine moeten worden dat wanneer vrouwen die aan de pil zijn met depressieve klachten bij de huisarts komen, er gezegd wordt: laten we eens testen wat er gebeurt als je een paar maanden stopt met de pil.

Betere voorlichting is echter niet genoeg. Het is tijd voor uitgebreider onderzoek naar de effecten van hormonale anticonceptie op het dagelijks functioneren van vrouwen, want het feit dat de huidige psychologische en sociale bijwerkingen als normaal worden behandeld, zou niet oké moeten zijn. Het is tijd om net als de mannen in de trial voor de mannenpil op onze strepen te gaan staan: deze pil is niet goed genoeg. We kunnen geen genoegen nemen met bijwerkingen die ons dagelijks functioneren in de weg staan, ons tot een andere versie van onszelf maken. Het is tijd voor een alternatief dat niemand dwingt te kiezen tussen seksuele of mentale vrijheid. We hebben recht op iets beters.