Het land van Kabila

‘Ik dacht echt dat ik in de hel was’

Rwanda breidt haar invloed in Oost-Congo uit, met hulp van grote boef Ntaganda, die zijn tegenstanders laat ontvoeren, of erger. De VN-vredesmacht kijkt toe. Rebellen worden steeds actiever.

NIET DE PRESIDENT, niet de gouverneur, noch de burgemeesters of dorpshoofden hebben het voor het zeggen in Kivu, Oost-Congo, maar Bosco Ntaganda, ook wel de ‘Terminator’ genoemd. Zijn mannen verkrachten, plunderen, chanteren, bedreigen én ze roven op grote schaal grondstoffen. Ook wordt hij sinds 2006 gezocht door het Internationaal Strafhof wegens rekrutering van kindsoldaten. Ntaganda is dus een grote boef, toch is hij generaal in het Congolese leger, woont hij gewoon in Goma, wordt hij af en toe door de VN-vredesmacht Monusco ingeschakeld om Rwandese Hutu-rebellen op te sporen en is hij de verbindingsman tussen de Rwandese president Paul Kagame en de Congolese president Joseph Kabila.
Ntaganda en zijn mannen vormen een staat in een staat en wie het niet eens is met de gang van zaken loopt het risico te worden bedreigd, vermoord of ontvoerd. Dat laatste gebeurde in 2010 met mensenrechtenactivist Sylvestre Bwira en kort voor de presidentsverkiezingen in november 2011 met zanger Fabrice Munfiritsa. Bwira klaagde in een open brief aan president Kabila over de destructieve aanwezigheid van Ntaganda. Fabrice weigerde een verkiezingslied te componeren voor presidentskandidaat Kabila. De ontvoeringen tonen grote overeenkomsten: beide mannen ontvingen vooraf dreigtelefoontjes, werden ontvoerd met een jeep, werden zodanig geboeid dat hun bovenarmen blijvend littekens vertonen op dezelfde plek, ze werden gevangen gehouden in een kelder, werden stevig ondervraagd, en ze werden gedrogeerd ergens in een gat in de grond achtergelaten.
Zanger Fabrice Munfiritsa is wereldberoemd in Noord-Kivu. Zijn muziek is populair omdat hij uitkomt voor zijn wortels. Die liggen in Masisi, een gebied midden in Noord-Kivu. Fabrice zelf weigert tijdens het gesprek concreet te zeggen wat hij denkt dat de reden is van zijn ontvoering. Wel zegt hij dat hij is ondervraagd over zijn muziek en zijn teksten. Ook op de vraag wie hij denkt dat verantwoordelijk is voor de ontvoering geeft hij geen antwoord. Hij is, drie weken na zijn ontvoering, nog steeds doodsbang.
Die zit subtiel in elkaar. De muzikant doet vrijdagavond, onderweg van zijn studio naar huis, nog snel even wat boodschappen. Hij wordt aangeschoten door een paar mannen in een jeep. Uit de autoradio klinkt zijn muziek. De mannen groeten hem vriendelijk en met respect. De zanger is zich van geen kwaad bewust en stapt in de auto, als de mannen vragen of ze hem thuis kunnen brengen. Uit de speakers klinkt immers zijn muziek en de mannen deinen vrolijk mee. Fabrice is nog niet ingestapt of hij krijgt een geweer in zijn rug geduwd. Hij wordt gedwongen op de bodem van de auto te gaan zitten, met het geweer tegen zijn slaap. Fabrice wordt naar een huis gebracht waar hij in de kelder wordt opgesloten en stevig geboeid.
De vrouw van Fabrice is ondertussen gek van angst. Het komt nooit voor dat hij ’s avonds niet thuiskomt en per telefoon kan ze hem niet bereiken. Ze belt met een oudere broer van Fabrice. Die belt met vrienden en uiteindelijk is de volgende zondagochtend half Goma naar de zanger op zoek. De politie en de gouverneur zijn inmiddels ook op de hoogte en beloven alles in het werk te stellen om de zanger te vinden.
Als dat niet gebeurt, breekt op zondag de hel los. Straten worden gebarricadeerd. Goma protesteert en masse. Tegen de rebellen, de straffeloosheid, het gebrek aan daadkracht bij hun overheid. De mensen zijn het zat.
De actie lijkt effect te hebben. Maandagochtend vroeg horen mensen in een dorp, niet ver van Goma, iemand praten, zingen, schreeuwen. Ze besteden er eerst weinig aandacht aan, maar als het aanhoudt, gaan ze op zoek. Ze vinden Fabrice, volledig gedesoriënteerd en onder de drugs in een gat in de grond. Fabrice vertelt hoe hij gedwongen werd in het gat te knielen: 'Zeg je laatste gebed.’ Hij weet dat hij begon te bidden, en te zingen, maar weet niet meer dat hij dit uren heeft volgehouden. 'Ik dacht dat ik in de hel was. Ik wist niets meer. Behalve dat ik in de hel was.’ Hij vertelt hoe hij een dag eerder gedwongen werd toe te zien hoe iemand werd onthoofd. 'Ze stopten zijn lijk in een zak en deden er stenen bij. Toen moest ik mee naar het Kivumeer. Daar gooiden ze hem in het water.’
Na zijn ontvoering wordt Fabrice naar het ziekenhuis in Goma gebracht. Hij wordt bewaakt door de presidentiële garde van dezelfde Joseph Kabila voor wie hij weigerde een lied te schrijven. Die presidentiële garde ziet hem meer als een gevangene dan een zieke. Alle bezoek wordt geweigerd en hij mag zelfs niet bellen. Fabrice wordt gevraagd te poseren met een verkiezingsaffiche van Kabila. Hij weigert, dat maakt de garde niet toeschietelijker. Zijn netwerk haalt hem uiteindelijk naar de hoofdstad; een tweede ontvoering, want de presidentiële garde wil hem niet laten gaan.

HET LICHAAM dat in het bijzijn van Fabrice werd gedumpt, zal niet het eerste zijn dat op de bodem van het meer belandt. Maar lijken worden ook net zo makkelijk ergens langs de kant van de weg gegooid. Een week voor de verkiezingen worden er in Masisi drie rottende lichamen gevonden.
Het zouden de broer en de oom van Bwira kunnen zijn. Die verdwenen een week na elkaar, in oktober. Niemand heeft hen sindsdien gezien. Nu Bwira, op uitnodiging van Nederland, veilig in Den Haag woont, is de jacht op zijn familie geopend. Ntaganda laat zijn prooi niet ongestraft gaan.
De jongste broer van Bwira vertelt dat hun leven constant in gevaar is: 'Ik ben achterdochtig. Ik kijk steeds over mijn schouder om te zien of ik word gevolgd. Na vijf uur ’s middags ga ik de deur niet meer uit. Bijna elke dag krijgen we wel een telefoontje waarin gezegd wordt dat we dood moeten. Mijn vader zit ondergedoken en blijft nooit lang op dezelfde plek. Een van mijn zusters is ver weg verhuisd. Een andere broer zit nog wel in ons dorp, maar hem zie ik niet vaak meer, want ik durf daar niet meer naartoe, omdat er ook veel mensen van Ntaganda wonen. De gouverneur en de politie doen niets. Daarom waren de mensen ook zo boos toen Fabrice was ontvoerd.’
De ontvoering van Fabrice vindt plaats twee weken voor de presidents- en parlementsverkiezingen op 28 november 2011. Het broeit en gist in het hele land vanwege de verkiezingen, maar zeker in Noord- en Zuid-Kivu. De mensen daar willen af van de alomtegenwoordige buur, Rwanda, en zien Joseph Kabila als degene die de belangen van Rwanda behartigt, onder meer via Bosco Ntaganda. Veel Congolezen uit Kivu hebben het gevoel langzaam te worden geannexeerd. Volgens hen kopen Rwandese boeren via Congolese tussenpersonen land voor hun koeien. Rwandese comptoirs, groothandelaars, hebben een groot deel van de grondstoffenhandel in handen. Veel Rwandezen kregen dankzij de verkiezingen een stemkaart en daarmee een Congolees identiteitsbewijs omdat ze studeren of werken in Congo. De belangrijkste functies worden vervuld door Rwandezen of mensen die pro-Rwanda zijn. Voor veel mensen is een stem op Kabila een stem op de verdere annexatie door Rwanda. Verwacht wordt dan ook dat niet Joseph Kabila de meeste stemmen krijgt in Kivu, maar oud-Kamervoorzitter Vital Kamerhe. Hij is geboren in Zuid-Kivu.
De verkiezingen draaien uit op een organisatorische ramp en zorgen daarmee voor extra onrust en wantrouwen tegen Joseph Kabila. Congo krijgt het niet voor elkaar de 63.000 stembureaus op tijd in te richten. Mensen moeten kilometers lopen van stembureau naar stembureau om hun naam op de lijst te vinden. Veel mensen vinden nooit hun naam. Er duiken bureaus op die niet op de officiële lijsten voorkomen. Andere zijn plots verdwenen. Op de verkiezingsdag zijn er bureaus met veel te weinig stembiljetten, met helemaal geen stembiljetten, of er ontbreekt inkt voor de duimafdruk waarmee gestemd kan worden. Van het ene op het andere moment besluit de CENI, de organisatie verantwoordelijk voor de verkiezingen, nog maar twee dagen aan de verkiezingen vast te plakken, zodat iedereen die nog niet heeft gestemd toch kan stemmen, zeggen ze. En waar de eerste rapporten van de waarnemers zich nog voorzichtig uitlieten, wordt duidelijk dat vooral in het natraject, het tellen van alle stemmen per provincie, er van alles misgaat. De zakken met stembiljetten liggen dagen in de modder, zonder dat iemand ernaar omkijkt. Het tellen van de stemmen gebeurt zonder toezicht. Waarnemers worden tegengewerkt. De mensen die moeten tellen, werken dagenlang zonder slaap, drinken of eten. Het is complete chaos waarbij fraude heel goed mogelijk is. Zo verdwijnen bijvoorbeeld de stemmen van tweeduizend stembureaus in Kinshasa. De waarnemers van onder meer de EU, de VS en de Congolese kerk hebben veel kritiek, zonder overigens de ultieme conclusie eraan te verbinden dat de verkiezing ongeldig moet worden verklaard. Veel Congolezen verdenken Kabila van fraude. Hij zou daarbij CENI hebben gebruikt; de directeur is immers een familielid van Kabila. Hoewel de oppositie de resultaten aanvecht bij het hooggerechtshof, (Kabila wint met 49 procent van de stemmen, zijn grootste opponent Tshisekedi haalt slechts 32 procent) wordt dat afgewezen. Ook niet verwonderlijk: Kabila benoemde net voor de verkiezingen achttien nieuwe rechters. De hoogste rechter is eveneens een familielid van Kabila.
Kabila krijgt ook in beide Kivu’s de meeste stemmen. Onbegrijpelijk, vindt iedereen. Dit kan alleen als Kabila heeft gesjoemeld met de stemmen. Vital Kamerhe was immers ontvangen als een vorst door duizenden en duizenden supporters. Toch blijft een opstand uit.
Maar onder het mooie oppervlak van Kivu gaat het gistingsproces wel verder. Ook omdat de grondstoffenhandel bijna geheel stilligt sinds de VS een wet aannamen die het hun bedrijven verbiedt grondstoffen in te kopen uit probleemgebieden als Kivu. Sinds die wet, van najaar 2010, heeft de illegale handel een vlucht genomen, zo blijkt uit het laatste VN-rapport van experts. De illegale handel is vooral in handen van Ntaganda. De winsten komen bij hem terecht én bij de kopers van de illegale grondstoffen zoals China en Rwanda. Het laatste land geeft af en toe, om zijn goede wil te tonen, wat tonnen illegaal gewonnen grondstoffen terug. De laatste keer was het zo'n tachtig ton. Het blijft opmerkelijk dat Rwanda een van de grootste coltan- en cassiterietleveranciers is, zonder zelf noemenswaardige mijnen te bezitten.
Met Kabila opnieuw aan de macht zal de rwandisering van beide Kivu’s doorgaan. Goedschiks via landaankoop of kwaadschiks via Ntaganda breidt Rwanda haar invloed stukje bij beetje uit. De VN-vredesmacht kijkt toe, de internationale gemeenschap gebruikt veel woorden en schrijft rapporten, maar doet uiteindelijk weinig. Ondertussen worden anti-Rwanda-rebellengroepen als de Mai Mai steeds actiever.
Aan Fabrice gaan de verkiezingen voor een groot deel voorbij. Hij is bezig met medische onderzoeken. Zijn angst voor Ntaganda is hevig, maar niet zo groot dat hij het land wil ontvluchten: 'In het buitenland kan ik niets meer doen. Hier ligt mijn toekomst.’ De familie en de vrienden van Bwira blijven ook, ondanks alle dagelijkse dreigementen. 'We kunnen gewoon niet anders’, zegt Sylvestre’s jongere broer. Hij belooft de volgende dag nog even langs het hotel te komen met vier broeken voor Sylvestre. 'Hij klaagt dat hij in Den Haag geen goeie broeken kan kopen.’