Opheffer

Ik, de minister

  • Ik wil wel minister van Cultuur worden, alleen weet ik niet voor welke partij. Maar dat probleem heb ik nu opgelost…
  • Wat zou je dan doen?
  • Natuurlijk wil ik een zo groot mogelijk bedrag voor de cultuur uit het vuur slepen. Ik denk dan eerder dat het bedrag teruggeschroefd wordt, maar goed, zelfs dat zou ik accepteren.
  • Waarom wil je dan toch cultuurminister worden?
  • Om het anders te doen.
  • Wat zou je dan anders doen?
  • Ik zou me echt gedragen als een minister van Cultuur. Dus: ik heb een opvatting over cultuur. Wat die opvatting precies is, doet er niet toe, en ik zou die opvatting, mijn cultuur, zo veel mogelijk proberen te realiseren.
  • Ik snap je niet. Je praat al als een politicus. Geef een voorbeeld.
  • Kijk, ik hou van literatuur, maar ik hou niet van schrijvers. Ik zou dus uitgaven subsidiëren, maar geen geld geven aan schrijvers. Ik zou bijvoorbeeld heel graag willen dat alle klassieke Nederlandse auteurs heel mooi zouden worden uitgegeven. Daar zou ik geld aan geven en ik zou ook bepalen welke uitgever dat zou mogen doen. Dat zou mijn eigen uitgever zijn, want daar werkt mijn dochter.
  • Ruikt naar corruptie.
  • Dat zal wel, maar corruptie is niet altijd slecht. Wanneer je nu een kunstminister bent, dan moet je doen wat een raad voor de kunst je beveelt. Dat heet dan een bindend advies. Omdat men ervan uitgaat dat een minister geen verstand van cultuur zou hebben. Dat vind ik onzin. Minister Plasterk is niet van mijn partij, maar ik zie niet in waarom hij geen verstand van cultuur zou hebben. Hij heeft misschien heel domme opvattingen, maar dat is niet erg. Ik weet heel veel van cultuur, maar in de ogen van de meeste van mijn collega’s heb ik ook domme opvattingen. Dus dat kun je tegen elkaar wegstrepen. Stel dat Plasterk zou zeggen: ik hou alleen van film. En hij zou zijn hele budget aan film besteden. Dat zou goed zijn voor de filmindustrie en pech voor de andere vormen van kunst. Die moeten iets anders verzinnen om aan geld te komen of ze moeten zichzelf opheffen. Maar na vier jaar kom ik. Ik besteed mijn geld aan literatuur en muziek. En ik schaf al die raden voor de kunst af, want ik geef alleen belastinggeld aan wat ik mooi vind.
  • Het klinkt te simpel… Stel, je vindt alleen Jan Smit mooi.
  • En ik ben minister van Cultuur? Sorry, dan wordt Jan Smit rijk en beroemd en dan zou ik niet meer op mijn partij stemmen.
  • Maar je speelt dan met belastinggeld.
  • Maar dat doen we nu ook. Ik herinner me dat de PvdA'er Rick van der Ploeg zijn kunstbudget wilde besteden aan ‘jongeren en allochtonen’. Ik vond dat dom, maar goed. Wat hij deed heeft ook niets opgeleverd wat het herinneren waard is. Wat zou er dan op tegen zijn als ik al het geld aan literatuur zou besteden?
  • Wat doe je dan anders dan die andere ministers?
  • Ik wil dat de minister van Cultuur eigenzinniger wordt. Ik hoor kunstvrienden zeggen: straks wordt het een PVV'er die kunstminister wordt. Dat kan. We hadden ook eens een LPF'er op kunst zitten. De ambtenaren waren zeer over hem te spreken, en voorlopig was dat de enige kunstenaar onder de ministers die we ooit hebben gehad.
  • Maar van welke partij wil je dan minister van Cultuur worden?
  • Dat is juist het probleem. Of ik zeg het verkeerd: dat is juist helemaal geen probleem. Iedere partij van PvdA tot PVV die mij als minister van Cultuur wil hebben, kan mij krijgen. Ik zal strijden voor een hoger budget, maar met een budget dat iets minder is, neem ik ook genoegen. Als ik maar kan doen wat ik wil.