Opheffer

Ik denk aan de dagen van Koons

Rare dagen. Vroeger kwam Lucebert nog weleens in het Stedelijk Museum om een glaasje water over z'n hoofd uit te gooien en daar sprak dan iedereen schande van. Maar — er gebeurde tenminste wat. Het publiek was boos. Boos op de mu seumdirecteur, op de kunstenaars en op de schilderijen. Het was de tijd dat Karel Appel zei: «Ik rotzooi maar wat aan.»

Foei, Karel.

Ook hij was vertegenwoordigd in het Stedelijk. Het Stede lijk leek wel een varkenskot.

Tegenwoordig staat er een rij voor het Stedelijk Museum. Het zijn geen jongeren. Het zijn mensen van mijn middelbare leeftijd. Ze spreken geen Am ster dams, maar mooie accenten; de vrouwen zien er niet ziekelijk, maar fris uit, de mannen zijn blond en stoer. Ze komen voor Hare Majesteit de Koningin. Niet dat die zelf kunst maakt (ja, ook wel, maar die zien we niet). Niet dat zij een glaasje water over haar hoofd heeft gegoten en niet dat zij maar wat aan rotzooit — integendeel: zij heeft allemaal schilderijen opgehangen. Dat is een hele kunst, hoor. Wat maakt het uit. Het is de koningin. Lieve vrouw, moeilijke baan.

Majesteit heeft zoveel mogelijk schilderijen naast en boven elkaar gehangen, want ze wilde niemand teleurstellen. Zo'n schat is het. Misschien is het ook wel goed voor de kunst. Nu een beetje commercieel, straks weer echte kunstenaars met een glaasje water die maar wat aan rotzooien.

Wat deed de directeur van het Stedelijk daarna? Hij nodigde een filmster uit die in zijn vrije tijd schildert en fotografeert.

Dennis Hopper, een Amerikaan. Een Echte Ameri kaanse Film ster in het Stede lijk… Dennis Hopper, ja ja. Door director Fuchs (de Hitch cock van het Stedelijk) uitgeroepen tot kunstenaar! En waarom? Omdat Dennis alle andere Ameri kaanse kunstenaars heeft gekend.

En weer staan er rijen voor het Stedelijk, nu om naar de filmster te kijken. Het Stedelijk is natuurlijk al lang niet meer voor kunstenaars — het is voor beroemdheden. Natuurlijk. Daarom heet het ook Museum. Van oude dingen en mensen die voorbij zijn. De koningin en Hopper.

Ik loop er doorheen — dat is ook wonderlijk — en zie allemaal nieuwe kunstwerken die ik al eens heb gezien, terwijl dat niet kan. Ik denk aan de dagen van Jeff Koons die hier een varkentje had staan dat door twee engeltjes werd voortgeduwd. En opeens zie ik het. Dat varkentje is de kunst. Wil niet vooruit. Wil in modder en de stront z'n vreten zoeken. De museumdirecteur kan daar niets mee. Hij moet ook eten. Hij wil het liefst dat varken eten. Hij zelf krijgt dat varken niet gedres seerd. Dat varken luistert niet, rotzooit maar wat aan, gooit de glazen stuk, maakt er een bende van.

Dan komen er twee engeltjes hem helpen: de koningin en Dennis Hopper. Je zegt gewoon dat beiden kunstenaar zijn, of niet. Je zegt gewoon maar wat. Je laat hen het varken uit de stront duwen.

Arm varken. Arme Koons. Arme Majesteit. Arme filmster.

De directeur heeft nu weer een net museum.

Kijk, er komen mensen binnen, zegt hij. Dat was toch de bedoeling? Kijk, ik ben beroemd, zegt hij. Dat was toch ook de bedoeling?

Het Stedelijk Museum: dependance van het Koninklijk Paleis waar de kunstenaar gespeeld wordt door een heuse filmster.

De varkens kunnen naar het slachthuis.