Zoerab Tsereteli. Peetvader van Moskou

‘Ik denk alleen aan de kunst’

Ter ere van het vierhonderdjarig jubileum van het bezoek van Peter de Grote aan Nederland zijn in Den Haag en Scheveningen beelden te zien van Zoerab Tsereteli. Beeldhouwer dicht bij de Russische macht.

Moskou – Iedere herfst verdwijnt het zonlicht voor ten minste acht maanden uit de hoofdstad, maar niet zonder spectaculair afscheidscadeau. Het goud van de koepels bij het Kremlin kleurt oker, het zonlicht breekt over de Moskou-rivier. Het dakterras van café Reka, een van de duurste van de stad, is eigenlijk al gesloten, maar het management deelt een week lang dekentjes uit.

Het is september 2010. Een paar dagen eerder is de Moskouse burgemeester Joeri Loezjkov de wacht aangezegd. Twintig jaar zwaaide hij de scepter over de hoofdstad. Zijn erfenis, behalve een verstopt verkeerssysteem, eindeloze buitenwijken en een monsterlijk corrupt ambtenarenapparaat, bestaat vooral uit tientallen, misschien wel honderden grote beeldhouwwerken van zijn beste vriend, de Georgische kunstenaar Zoerab Tsereteli. Zijn grootste werk, een 97 meter hoge afbeelding van Peter de Grote, vol golven, vlaggen en schepen, staat pal voor het café. In grote delen van het centrum steekt de vlaggenmast van het krankzinnige monument dwars door de skyline. De gasten van Reka sluiten weddenschappen af. Het ijzer zou al zijn verkocht, een dorp buiten Moskou zou het standbeeld al hebben besteld – maar in ieder geval zal Peter de Grote nog deze week worden afgebroken. Nee, opgeblazen!

Geen enkele kunstenaar heeft zo zijn stempel op de stad Moskou gedrukt. Wie goed kijkt ziet overal in de stad de hand van de Georgiër. Het enorme oorlogsmonument bij de Poklonnaja-berg vlak buiten de stad is van hem, net als de inrichting van het Manegeplein, inclusief ondergronds winkelcentrum, pal naast het Kremlin. De mozaïeken en standbeelden in vier metrostations zijn van zijn hand, evenals de Moskouse dierentuin, monumenten in de Georgische wijk en een klein imperium aan musea en kunstgalerieën. En sinds vorige week staan zijn beelden aan het Lange Voorhout in Den Haag en in het museum Beelden aan Zee in Scheveningen, ter ere van het vierhonderdjarig jubileum van tsaar Peters bezoek aan Nederland.

Zoerab Konstantinovitsj Tsereteli (79) werd geboren in Tbilisi, de hoofdstad van de sovjetrepubliek Georgië. ‘Daar was alles anders’, legt hij voorzichtig uit. In zijn enorme atelier staat een groot blauw doek. Een model poseert rechts van hem, twee jonge assistenten knijpen tubes verf leeg en draaien de ezel op de juiste hoogte. Een beveiliger neemt om de paar minuten Tsereteli’s goudkleurige telefoon op. ‘In Georgië was meer vrijheid, het was ver van Moskou vandaan.’ De kunst hoefde niet per se in dienst te staan van het communisme. ‘Er was kunst voor de kunst, dat heeft een hoop geholpen.’

Hij praat, schildert en telefoneert tegelijkertijd. Af en toe lijkt hij weg te dommelen, steeds herpakt hij zich en zet hij met een kwast grove rondingen op het doek. ‘Mijn oom Georgi Nizjaradze was een gevierd kunstenaar. Ik keek altijd goed naar hem, hij zag er prachtig uit. Een sportman. Hij had altijd mooie kleren aan, ik dacht dat ik net zo mooi als hij zou worden als ik ook kunstenaar was.’ Al tien jaar is Tsereteli voorzitter van de Russische Academie voor de Kunsten, medewerkers lopen tijdens het schilderen af en aan met diploma’s, brieven en voorstellen voor culturele uitwisselingen. ‘Ik heb alles van mijn oom geleerd. Een kunstenaar ben ik wel geworden, maar zo knap als hij zal ik nooit zijn.’ Het model giechelt.

Zijn eerste werk maakte hij in een glas-in-loodfabriek, af en toe exposeerde hij bij vrienden mozaïek. Op een dag liet de sovjetmacht hem door een paar militairen escorteren naar de Abchazische stad Pitsoenda. In zijn typische naïeve stijl, vol felle kleuren en rondingen, kreeg hij de verantwoordelijkheid over een expo-centrum en een buitenverblijf voor sovjetleiders. ‘Iedereen was laaiend enthousiast. Ik was twintig jaar jonger dan de andere kunstenaars, maar ik kreeg een springplank.’ Om zijn pols hangt een grote horloge, daarachter een gouden armband die luid rammelt wanneer hij kleursegmenten aanbrengt. ‘Daarna ging het snel’, vertelt Tsereteli. ‘Toen was het hop naar andere steden in Georgië, en al snel Sotsji. Vervolgens Moskou, ik was de hoofdkunstenaar tijdens de Olympische Spelen in 1980. Daarna mocht ik naar Brazilië, Portugal en Syrië. En naar allerlei steden, Osaka, Tokio, New York, Washington. Er was altijd een hoop werk. En zo is het nog.’

De beveiliger die al een paar minuten met een rinkelende telefoon staat te wachten lacht. ‘Zoerab Konstantinovitsj werkt harder dan ons allemaal’, zegt hij met een lage stem. ‘Niets aan de hand’, lacht Tsereteli. Hij neemt op, zegt iets in het Georgisch, draait het model een kwartslag en blijft schilderen.

Zijn sculpturen zijn bijna zonder uitzondering pompeus en buitenproportioneel. Geliefd door autoriteiten, gehaat door omwonenden. Begin jaren negentig verkocht hij een groot standbeeld van Columbus ter gelegenheid van de vijfhonderdjarige ontdekking van Amerika. De Amerikaanse overheid zag ervan af. Tsereteli wist het te slijten aan de regering van Puerto Rico, maar ook die trok zich terug, na heftige protesten. Waar het beeld gebleven is weet niemand. Volgens een populaire legende heeft Tsereteli Columbus met een slijptol onthoofd om er het hoofd van de Russische tsaar op te laten solderen.

Net zo controversieel is de Traan van het verdriet, een glimmende druppel in een massief bronzen installatie waarop alle namen van de slachtoffers van 11 september 2001 staan gegraveerd. De gemeente New Jersey weigerde beleefd, maar liet het later alsnog plaatsen. In de volksmond heet de installatie ‘de clitoris’.

Maar zijn belangrijkste werk is ongetwijfeld de herbouwde Christus de Verlosser-kathedraal. Twee eeuwen geleden op de tekentafel van Alexander de Eerste geboren als monument voor de overwinning op Napoleon, en ingewijd tijdens de kroning van tsaar Alexander de Derde in 1883. In 1931 bliezen de sovjets de belangrijkste Russisch-orthodoxe kathedraal van het land op om plaats te maken voor een megalomaan Lenin-beeld. De grond verzakte, de sovjetplannen gingen de geheime archieven in en de reeds gestorte betonnen fundering deed tot het einde van de Sovjet-Unie dienst als openluchtzwembad. Boris Jeltsin liet in 1990 een decreet uitvaardigen de kerk in ere te herstellen en gaf Tsereteli bij monde van burgemeester Loezjkov de opdracht het geheel te overzien. Tien jaar later, vlak na de beëdiging van Vladimir Poetin, was het klaar, inclusief parkeergarage, autowasserij, stomerij en – volgens hardnekkige geruchten – een casino. Russische schoolkinderen zamelden jarenlang geld in voor de bouw van het witmarmeren gevaarte. Het Kremlin deed een bijdrage door alle oligarchen onder dreiging van het strafkamp te dwingen diep in de buidel te tasten. In Duitse reisgidsen staat de kerk tegenwoordig aangegeven als de ‘Pussy Riot-Kirche’.

Dat zijn kerk het theater is geworden voor protest tegen Poetin deert Tsereteli niet. Van de Pussy Riot-meisjes heeft hij wel gehoord, ‘maar ik bemoei me er gewoon niet mee. Niemand heeft iets aangeraakt of kapotgemaakt. Wat ze verder in of rondom die kerk doen is voor mij niet zo interessant meer.’

Tsereteli weet zich in de turbulente politieke geschiedenis van de afgelopen decennia wonderlijk staande te houden. Hij manoeuvreerde tussen de sovjetbureaucraten, glipte probleemloos naar binnen bij de kliek rond president Jeltsin en had altijd zijn eigen mensen in het Moskouse gemeentebestuur. Toen Poetin aan de macht kwam wist hij iedereen op tijd los te laten. Als de machtsbalans binnen de orthodoxe kerk of het Kremlin verschoof, stond Tsereteli altijd aan de juiste kant. Hij is een peetvader, niet in een Italiaanse maar in een Russische traditie waar de macht zich langzaam heeft vervlochten met de maffia en feitelijk de onderwereld heeft overgenomen. Niet een actieve crimineel, maar iemand met de juiste contacten, altijd beschikbaar voor advies. Begin jaren negentig wist Tsereteli bij Jeltsin een licentie af te troggelen om zonder tussenkomst van de fiscus staal te exporteren voor zijn beeldhouwwerk. In de jaren daarop sluisde zijn firma volgens sommige bronnen een kwart van de totale staalexport belastingvrij naar het buitenland.

De kritiek gaat volledig langs de oude kunstenaar heen. ‘Ik denk alleen maar aan de kunst’, zegt hij. Hij kijkt serieus en herhaalt het nog maar eens. ‘Ik ben een tijd volksvertegenwoordiger geweest. Wat een ramp. Je verandert psychologisch. Echt, ik kan dat niet. Er zijn zoveel politieke intriges. Het zit in mijn karakter om alleen maar mooie dingen te zien.’

Er komen twee jonge Russische journalistes bij staan. ‘Waar houdt u zich dan wel mee bezig, Zoerab Konstantinovitsj?’ vraagt er een. ‘Ik zie steeds meer dingen uit mijn jeugd. Weet je hoe wij vroeger dansten? Op een heel mooie manier. Dat probeer ik nu uit te werken. Hoe ouder je wordt, hoe beter de dingen je voor de geest staan. Je persoonlijke inkleuring verdwijnt, je eigen indrukken worden wazig, de essentie blijft over.’

Het model, dat nu al twee uur roerloos naast de ezel staat, kijkt verveeld door het raam naar de tuin vol beelden. De tsarenfamilie, een beeld van Poetin, de Moskouse burgemeester Loezjkov als straatveger, een klein portret van Sjostrovitsj met zijn karakteristieke brilletje, de hele Russische geschiedenis staat er kriskras door elkaar. Het doek is bijna af, het laatste deel in een drieluik van frivole vrouwenfiguren. Allemaal in twee dagen geschilderd. ‘Bent u niet moe?’ vraagt het model retorisch. ‘Moe? Ik? Nooit. Ik kan alles nog.’ Het model giechelt weer.

Hij geeft de twee journalistes handkusjes ter afscheid, laat zijn grote schildershanden laag over hun jurkjes glijden, knijpt een van de vrouwen flink in haar rug. ‘Misschien moet ik jouw portret ook eens maken’, zegt hij met een knipoog. De vrouwen zijn in extase. Weer komt de beveiliger langs met de telefoon op een kussentje. Tsereteli neemt op. ‘Wat, een rondleiding? Vanmiddag? Goed hoor, maar er zitten toch niet alleen maar mannen bij? Ook een paar vrouwen. Hemel zij geprezen.’


De tentoonstelling Russia XXI: Hedendaagse beeldhouwkunst uit Rusland met werk van onder meer AES+F, Oleg Koelik, Boris Orlov en Zoerab Tsereteli. Tot 8 september aan het Lange Voorhout in Den Haag en tot 27 oktober in het m_useum Beelden aan Zee in Scheveningen. beeldenaanzee.nl_