FILM

Ik doodde mijn hond

Vaak vergeet ik films omdat ze slecht zijn. Soms vergeet ik ze omdat ze goed zijn en ik ze het liefst zo snel mogelijk weer wil zien, en dan zo puur mogelijk, alsof ik ze opnieuw voor het eerst zie. Maar soms kán ik een film niet vergeten ook al doe ik nog zo m'n best. Tyrannosaur van Paddy Considine is zo'n film.

Ik zag hem een jaar geleden op het International Film Festival Rotterdam. Toen ik hem onlangs opnieuw zag, besefte ik dat ik sommige teksten woord voor woord kon herhalen en de timing van een aantal scènes feilloos kon aanvoelen.
De exotische accenten van de acteurs waren mij bijgebleven, vooral het rasperige stemgeluid van hoofdrolspeler Joseph (Peter Mullan), de vloekende, zuipende en wild om zich heen meppende woestaard die verliefd wordt op Hannah (Olivia Colman), een zachtaardige vrouw van middelbare leeftijd die in een christelijke liefdadigheidswinkel werkt.

Het verhaal speelt zich in af in een stadje in de Britse Midlands, een troosteloos gebied waar de inwoners geen vooruitzichten hebben. Zo heeft Josephs overbuurjongetje dat alleen met zijn moeder woont geen andere speelplek dan een stuk beton aan de voorzijde van het flatgebouw. Het zoontje lijkt een connectie met Joseph te hebben, misschien omdat de gewelddadige vriend van zijn moeder zo'n beul is: een skinheadtype dat weinig meer uit zijn mond krijgt dan vloeken en schelden. Erger: de vriend heeft constant een pitbull aan z'n zijde, wat later in de film uitmondt in een geweldsuitbarsting die zowel schokkend als voorspelbaar is.
De titel verwijst naar het verborgen verleden van Joseph. Wanneer hij Hannah te hulp schiet nadat zij slachtoffer blijkt van zware mentale, seksuele en lichamelijke mishandeling door haar echtgenoot, wordt hij geconfronteerd met de vraag of de situatie hem niet aan zijn eigen leven doet denken. Intelligent is de wijze waarop de regisseur details over Josephs leven en verleden doelbewust vaag houdt. Zo laat hij de kijker voortdurend wankelen: moeten we ons aan de kant van Joseph scharen? Een man die zijn eigen, overleden vrouw voor dikke koe uitmaakt, die het woord cunt wel iedere twee minuten lijkt te gebruiken?
Ondanks zijn weerbarstige natuur is Joseph een sympathiek personage. Dat is vooral te danken aan Peter Mullan, een Schot die voor het eerst voor het voetlicht trad in de sociaal-realistische films van Ken Loach, bijvoorbeeld Riff-Raff (1991) en My Name Is Joe (1998). In 2010 maakte Mullan ook zijn debuut als regisseur met Neds, een keihard werk over ontspoorde jongeren in een arme woonbuurt in Glasgow. Als acteur ligt zijn grote kracht in zijn authenticiteit. Met zijn ruwe gelaatstrekken is het alsof hij gelegitimeerd is om Joseph te spelen, alsof hij diens biotoop van binnen en buiten kent.
Het is een hel van een wereld. En Joseph zit erin gevangen. Wat te doen? De enige oplossing lijkt je aan te passen, going native, zoals een vriend van Joseph het stelt. Maar is verlossing mogelijk? Als je er zo diep in zit? Joseph: ‘My best friend’s dying of cancer. I killed my dog. So I’m fucked.’

Te zien vanaf 5 januari