Opheffer

Ik droom

De geest is ernstig vervuild, want er is het afgelopen jaar veel gebeurd. Mijn relatie werd verbroken, ik ben drie keer verhuisd, mijn moeder stierf, ik kreeg ander werk, ik kreeg een verbouwing voor m’n kiezen en - vooral - te maken met gevoelens van een zaam heid waar je U tegen zegt.

Maar nu mijn dromen.

Het zijn er eigenlijk maar een paar, en die keren steeds terug.

Droom 1. Ik lig in een doodskist in een kuil. Maar iemand anders wordt begraven - iemand die ik niet ken. Wie is er op die begrafenis? Ex2 met een nieuwe verloofde. Ze lopen langs mijn kist en Ex2 vraagt: «Verrek, is dat niet Opheffer?» Dan kijkt die nieuwe verloofde in de kist, ziet mij, spuugt op mij en zegt: «Nee, het is iemand anders. Laten we dit maar snel in de fik steken.» En dan gooit hij vuur in mijn kist

Droom 2. Ik kom mijn huis binnen en daar is mijn moeder. Ik zeg: «Mam, je bent dood.» Ze zegt: «Ja, maar ik moet hier nog opruimen.» Die symboliek begrijp ik. Maar dan zegt ze: «Je moet breken, kapotmaken, dat is de enige manier voor jou. Breken, kapotmaken.» Van die zin begrijp ik niets. Wat moet ik nu breken? Breken met iets of met iemand? Ik ben al alleen. Deze droom komt op verschillende manieren terug. Maar altijd is mijn moeder aan het opruimen en geeft ze mij het advies om dingen kapot te maken, te breken. (Moet ik met haar breken, soms? Wat denkt u, dokter?

Droom 3. Voor deze droom schaam ik mij nogal, omdat hij lijkt op een mop uit de jaren vijftig, terwijl hij voelt als bittere ernst. Ik vraag met enige regelmaat - in het bijzijn van Ex2 - mijn voormalige schoonmoeder ten huwelijk. Nu was dat een schat van een mens maar ik zou nooit met haar willen trouwen; ze is trouwens ergens in de tachtig. Ik weet waarom ik dat doe: uit wraak, maar dat gevoel komt vervolgens niet, waardoor ik me diep schuldig voel en moet huilen.

Droom 4. Het is oorlog. (Het is altijd oorlog.) Ik zit in een Japans kamp dat nogal lijkt op het Vondelpark. Ik wil in het verzet en de Jappen in de stad vermoorden, maar de leider van het verzet (vaak mijn vader, ook wel eens een oude leraar van mij, laatst was het Ed van Thijn - wat doen die in mijn droom! ) zegt: «Daar heb jij niet het juiste karakter voor.»

«Wel, wel», roep ik, «ik kan heel goed mensen vermoorden.»

«Daar heb jij niet het juiste karakter voor.» Het gaat om die zin.

Het komt ook wel eens voor dat de Jappen (met Duitse helmen op en Duitse laarzen aan) mij gijzelen in het gebouw van het Amsterdams Lyceum. Dan sta ik tegenover een Jap met een mes en zeg : «Ik ga je vermoorden.» Waarop die Jap zegt in keurig Nederlands: «Daar heb jij niet het juiste karakter voor.

Eenmaal ontwaakt ben ik nooit blij met deze droom, terwijl je hem positief kunt uitleggen: voor echt verzet en moord ben ik niet de juiste persoon. Ik ben er altijd van onder de indruk op een vervelende manier. Waarom zegt iedereen dat ik er het juiste karakter niet voor heb?

Het ergste - en die komen het allervaakst voor - zijn de dromen waarin ik in mijn droom besef dat ik gelukkig ben en dat het een droom is. We zitten te eten: pappa, mamma, Ex, Ex2, mijn dochter, mijn broer, mijn zuster en ik. Mijn vader vertelt een leuk verhaal over Indië, terloops zegt hij tegen mij: «Ik ben trots op mijn kleindochter, zoals ze nu is.» (Hij stierf twaalf jaar geleden.) Op dat moment kijk ik naar iedereen en weet: ik ben gelukkig. Ik heb er alles voor over als ik dat op dat moment niet zou denken.